Printen

Flitsen - 19

D.J. Bolt

07-03-26

 

Kortjakje

De Waarheidsvriend, 19-02-26

 

'Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar zondags niet
Zondags gaat zij naar de kerk
Met een boek vol zilverwerk
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar zondags niet'

 

Wat kunnen we leren van Kortjakje?, vraagt ds. M. van Heijningen zich af. We citeren het een en ander uit zijn artikel. 

 

Wie vandaag in de gemeenten in het achterland van de Gereformeerde Bond rondkijkt, ontdekt al snel dat 'met name tijdens de avonddiensten de kerkgang op veel plekken is teruggelopen. De tweede dienst is ingeruild voor een uitje en online 'preekje kijken' is allang geen uitzondering meer.

Over deze ontwikkeling kun je zorgen hebben. Afschalen in de dienst aan God is soms een voor­stadium van afháken. Omgekeerd geldt bijna altijd: afhaken begint met afschalen. Daarbij rijst de vraag: welk signaal geven we aan de volgende generatie? Als voorganger sta je voor je gevoel geregeld voor donkere banken en lege rijen stoelen te preken. Je richt je maar op de camera in de hoop dat er thuis nog wat mensen meekijken.'

 

'Sinds de coronacrisis weten we dat thuis op de bank in badjas met een kop koffie en een tompouce de dienst volgen vele malen aantrekkelijker is dan in de kerkbank ploffen. Een thuiskijker voelt zich inmiddels geen tweederangs gemeentelid meer. Ooit hoorde ik: 'Ik kijk elke week de afkondigingen, dan weet ik wie er in het ziekenhuis ligt en ik stuur diege­ne altijd een kaart.' Een ander biecht op: 'Wanneer de preek me niet aanspreekt, schakel ik over naar de andere wijk.'

 

'Zouden we met elkaar eens wat kritischer moeten zijn op deze ontwikkeling? Beseffen en inzien dat we bekering nodig hebben? Mag het, qua kerkgang, een onsje meer? Niet direct vanwege een paar regen­druppels of een hoest je online inschakelen? Even wat meer aandacht voor mijn ziel dan voor mijn lijf kan geen kwaad.'

 

'In de legere kerk verstilt langzaam maar zeker de lofzang. Het klinkt natuurlijk minder mooi met een kleine groep. 'Het is immers goed om voor onze God psalmen te zingen, want dat is lieflijk, Hem past een lofzang'; zo leert Psalm 147 me.' En 'onze kerkgang is een openbare belijdenis. Anderen zien me gaan of binnenkomen. Ik ben erbij, niet allereerst om gevoed te worden, maar om God te eren. Door mijn aanwezigheid eer ik Hem en maak ik anderen blij. Een volle( re ) kerk doet iedereen goed.'

 

'Wekelijks is er de verleiding om van de preekvoor­bereiding af te schaven. Er zijn telkens weer actuele dingen die aandacht en tijd vragen. Toch is het 'grote huisbezoek' - zo werd de kerkdienst eens genoemd - een van de belangrijkste taken van de voorganger. Wekelijks zitten er mensen die door de week leven met de dagtekst die op hun scherm 'op­plopt'. Op zondag mogen wij hen onderdompelen in de betekenis van een Schriftwoord dat wij in de week ervoor hebben overdacht.'

 

'Uw woning: 'Wat hou ik van Uw huis'. Wie dat op zondagmorgen uit volle borst zingt, is er toch in de avond als het even kan weer bij? Ik leerde het al van Kortjakje: wat er ook is, hoe ik me ook voel, op zondag ga ik naar de kerk.'

 

Waarheid boven tolerantie

De Waarheidsvriend, 26-02-26

 

Dr. R.W. de Koeijer, studiesecretaris van de Gereformeerde Bond, schrijft een artikel over 'Hoe moet de kerk omgaan met dwaalleer?' mede n.a.v. het boek Een kerk kiest koers, van Huib Noordzij.

En altijd als deze vraag gesteld wordt spitsen we onze oren. Want tolerantie van dwaalleer is toch een belangrijk kenmerk van de Protestantse Kerk Nederland (PKN). We vallen in herhaling, maar tucht in de PKN is daar toch zeer problematisch? Hoe spreekt dr. De Koeijer erover?
Na een historische terugblik sluit De Koeijer zijn artikel als volgt af.

 

'Kerkelijke waarheid

Het boek van Noordzij brengt twee zaken onder de aandacht met het oog op kerk en gemeente. Ten eer­ste de betekenis van de gereformeerde geloofsleer. Deze staat niet hoog aangeschreven. Het wordt al snel als strak en bekrompen gezien om de waarde van de 'gezonde leer' te benadrukken. Daarom is het goed om de inzet van de jonge Nederlandse protestantse kerk op ons in te laten werken. In deze lijn ligt ook de doelstelling van de Gereformeerde Bond om 'de waarheid te verbreiden en te verdedi­gen'. Gedachten en opvattingen die haaks staan op het gereformeerde belijden hebben geen wettige plaats in onze kerk, die zowel de Nederlandse Geloofsbelijdenis als de Heidelbergse Catechismus in haar grondslag heeft staan. Bij de gezonde leer moeten we overigens vooral denken aan het hart van het gereformeerd belijden: het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het gaat om Gods verkiezende liefde, de plaatsvervangende verzoening door Christus en de vernieuwing door de Heilige Geest. Ook in onze tijd verschijnen visies die hiermee in strijd zijn en tegenspraak verdienen, zoals de ontkenning van Christus als de enige weg tot behoud, van Zijn plaatsvervangende verzoening of van de hel.

 

Kerkelijke tucht

Ten tweede de kerkelijke tucht. De jonge protes­tantse kerk vond leer en leven in gereformeerde

zin geestelijk zo belangrijk dat ze dissidenten tot de orde riep. In onze tijd ligt de nadruk vaak op

een gastvrije en veilige gemeente. Dit is inderdaad een Bijbels gegeven, als we denken aan de uiteen­lopende achtergronden en geschiedenissen van gemeenteleden en vooral aan kwetsbare leden die bijvoorbeeld met misbruik worden geconfronteerd.

We kunnen ook denken aan verdraagzaamheid met niet-gereformeerde opvattingen over ondergeschik­te of niet-centrale geloofszaken. De kerk is een ge­meenschap waar de vrucht van de Geest aanwezig is en daarom mag je liefde, trouw en barmhartigheid verwachten. Tegelijk is de kerk geroepen om vast te houden aan de gezonde leer en aan heiligheid. Vaak heeft de tucht niet of nauwelijks betekenis, omdat we bang zijn voor het verwijt van liefdeloosheid. Voorbeelden uit het verleden laten zien dat zoiets een gevaar is. Bijbelse tucht staat echter in het kader van bekering, vergeving en herstel en dient zo het geestelijk welzijn van de gemeente. De keerzijde is dat we allerlei wind van leer of zondige levensstijlen gemakkelijk kunnen binnenlaten en accepteren.

Zo ligt de kerk niet op koers. Zoals de studie van Noordzij helder maakt, heeft deze koers alles te maken met de betekenis van de gezonde leer en een leven van heiligheid.'

 

Tot zover dr. De Koeijer.

 

We kunnen er van harte mee instemmen. Wat zouden we graag verenigd zijn met broeders en zusters die dit belijden. Maar, dat is zo pijnlijk, in de PKN kan 'de gezonde leer' ongestraft geloochend worden. Ketters blijven hun plaats in deze kerk behouden.
De Koeijer schrijft terecht dat afwijkingen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en Heidelbergse Catechismus 'geen wettige plaats in onze kerk hebben'. Ja, maar dán, wél tolereren in de kerkelijke praktijk? De kerk opdelen in 'modaliteiten' van vrijzinnig tot orthodox-gereformeerd?

Tolerantie heeft het gereformeerde karakter van GKv/NGK tot in de wortel aangetast (zie o.a. het homepage artikel). Is bezig dat in de CGK aan te vreten door maar weg te duiken voor de consequenties van het houden aan de gezonde leer.

 

Wat kun je er naar verlangen dat we als gereformeerden verenigen op basis van wat dr. De Koeijer schreef. Niet om 'machtig' te worden maar om een echte eenheid in de waarheid van Jezus Christus te vormen en te ervaren. Het gaat om Zijn Naam en heerlijkheid!