Printen

Generale Synode Zwolle 2026 - Impressie 2

 

D.J. Bolt

13-06-26

 

Ter inleiding

 

Zaterdagmorgen 6 juni jl. werd het Rapport deputaten voorbereiding herziening gezangenbundel besproken. Ds. A. de Jager, deputaat, lichtte het rapport toe en beantwoordde vragen. De andere deputaten, noch hun secundi, waren aanwezig.

Het was intensieve bespreking waaraan veel synodeleden deelnamen. Allerlei aspecten kwamen aan de orde. We hebben ze gerubriceerd en daarin getracht zoveel mogelijk recht te doen aan de inbreng van individuele synodeleden.

 

Gezangenkwestie

 

Het woord 'gezangenkwestie' viel af en toe. Wat was de 'kwestie' die aanleiding gaf om een deputaatschap te benoemen onderzoek te doen naar nieuwe gezangen?
Bij de eenwording van DGK en GKN in 2024 als ook bij de aansluiting van de Hersteld Gereformeerde Kerk van Bunschoten-Spakenburg, bleek dat er in deze gemeenten gebruik werd gemaakt van verschillende liedbundels. De vraag rees hoe daarmee om te gaan in het nieuwe gereformeerde kerkverband waarin de kerkorde, als vanouds, bepaalt dat 'in de eredienst psalmen gezongen zullen worden in een berijming die door de generale synode is aanvaard en verder de gezangen die de synode heeft goedgekeurd', art. 67 KO.

Wat betekent dit voor het nieuwe kerkelijk samenleven? Zo werd bijvoorbeeld gevraagd, of de huidige ruimte die de kerken in Kampen en Bunschoten hebben, ook geldt voor andere kerken. Of moeten zij wachten op een besluit daarover na gezamenlijke bezinning?

De vorige synode besloot daarop gezien deze situatie, een deputaatschap te benoemen met als taak de huidige gezangenbundel te herzien, zie hieronder.

 

Taalkleed

Overigens werd voor herziening nog een reden genoemd. Sommige afgevaardigden achtten het taalgebruik van ons huidige kerkboek sterk verouderd, zowel van de psalmen als de gezangen. De jeugd van nu heeft er grote moeite mee, zo werd gesteld. Want het 'taalkleed' is 'verschrikkelijk' aan het veranderen onder de jeugd. En een nieuwe psalmberijming heeft duidelijk gemaakt dat het op een goede manier anders kan. En dat heeft de jeugd nodig.

 

Opdracht aan deputaten
 

Deputaten voorbereiding herziening gezangenbundel hadden als opdracht de Generale Synode van 2026 te dienen met voorstellen over:

Ds. A. de Jager gaf toelichting op hun rapportage en beantwoordde vragen.

Hoewel eigenlijk de vraag om méér gezangen op zich niet in de kerkelijk weg aan de orde is gesteld beogen de voorstellen op een 'constructieve' en 'vredelievende' manier de verschillen in de lijsten met gebruikte gezangen te overbruggen.

Het is de intentie van de deputaten voort te gaan op de weg die we altijd gingen, dus aan te sluiten bij het gereformeerde verleden. De '41 gezangen' worden niet afgeschreven.

 

Als we samen nieuwe liederen kiezen op basis van goede criteria kan dat de vrede dienen. Niets doen en de dingen laten voor wat ze zijn, dient zelden de vrede maar laat onrust onderhuids voortduren.

Daarbij is het vastleggen welke plek de psalmen hebben een goede zaak. Naar schatting behoort nu 80% van de liederen in de eredienst tot de psalmen.

De vrije keuze van nieuwe liederen overlaten aan de gemeenten is geen goede zaak. Want dat zorgt voor wildgroei en maakt dat de psalmen op de achtergrond raken. Dat is immers heel herkenbaar in onze tijd.

 

Draagvlak

 

De synode bleek geen grote moeite te hebben met de richting waarin de deputaten denken. Maar hoe zit het in de gemeenten?

Diverse afgevaardigden geven aan dat er wel een zekere angst leeft om een uitbreiding van het aantal gezangen. Zij hebben in de praktijk gezien waartoe dat kan leiden.

Afgevaardigden noemen echter ook angst een slechte raadgever en niet passend voor de kerk van Christus. De synode kan die niet wegnemen met regelingen van bovenaf, we moeten spreken met broeders en zusters zelf. De uitbreiding gaat immers om de lofprijzing van God want Hij troont op de lofzangen van Zijn volk.

 

Toch hebben afgevaardigden ook wel bedenkingen. Er is twijfel of we de luxe van veel nieuwe liederen aankunnen. Is het ook niet wat pragmatisch wat we aan het doen zijn, wordt gevraagd? Behoefte is toch niet een maatstaf? En willen we wel van de geschiedenis leren?

Bovendien zijn we als kerken nog maar zo kort samen, is dan het onderwerp niet te zwaar voor nu? En dreigen niet misschien sommige leden daarom de kerk te verlaten? Maar daartegenover wordt gesteld dat er ook kerkleden moeite hebben met het 'gebrek' aan nieuwe liederen.

 

Het is goed om de gemeenten te betrekken in het hele proces. Er blijkt vooral behoefte te zijn aan gezangen die de heilsfeiten bezingen. Gemeenteleden zouden ook met voorstellen voor nieuwe liederen moeten kunnen komen. Echter dan wel via hun kerkenraden.

 

Criteria gezangen

 

Op zich is het zingen van gezangen geen punt van discussie in onze kerken. Maar we zullen nieuwe gezangen goed moeten toetsen. Daarbij gaat het om de inhoud van de gezangen zelf, niet om beoordeling van de makers. Zoals we dat deden ten aanzien van de huidige gezangen.

 

Gods woorden en daden moeten centraal staan in de eredienst. Wat we zingen moet 'waar' zijn, confessioneel verantwoord zijn en passen in een gereformeerde eredienst die een 'verbondsontmoeting' is tussen God en Zijn volk..

We zingen 'gewoon' Gods geopenbaarde Woord. Naar Christus toe en over Zijn toekomst.

Er ligt op dit punt een onderwijzende en opvoedkundige taak op de schouders van ambtsdragers en ouders.

 

De synode stelde een uitgebreide set criteria vast, zie Appendix.

 

Verhouding psalmen en gezangen

Veel broeders geven aandacht aan de verhouding van aantallen psalmen en gezangen. Wij moeten dankbaar zijn voor wat we in de psalmen hebben ontvangen. Tegelijk nieuwtestamentische gezangen willen zingen. Dat gebeurt immers in het Nieuwe Testament ook. En in de hemel, bijvoorbeeld het lied van Mozes en van het Lam. Tegelijk zijn oudtestamentische liederen ook 'nieuwtestamentisch'. 'Oud en nieuw zijn één'. Alles is in Christus vervuld, 'ja en amen'.

Er wordt in dit verband vaak gerefereerd aan Ef. 5:19:

 

'… spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart …'

 

En Col 3:16:

 

'… Laat het woord van Christus in rijke mate in wonen: onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht in alle wijsheid en zing voor de Heere met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, met dank in uw hart….'

 

Zou er misschien een richtgetal kunnen worden vastgesteld, bijvoorbeeld 50 extra t.o.v. de 41?, zo wordt geopperd. Als GK Kampen en GK Spakenburg hun lijstjes insturen heb je misschien al wel 50.

Maar dat wordt door sommigen toch teveel gevonden. Eerder 20 of 25 zou een goede waarde zijn. 

 

Praktijk

 

Een aantal praktische punten passeert de revue.

 

Allereerst zijn we gewend om in de erediensten een selectie van psalmverzen te zingen, goed passend bij de preek. Maar eigenlijk moeten we hele psalmen zingen. Dat heeft ook consequenties voor de berijming. 

 

We hanteren art. 67 KO. Maar kan daar in bijzondere situaties niet van worden afgeweken? Bijvoorbeeld een Duits lied laten zingen als een predikant uit de SERK voorgaat? De synode gaat daar later niet in mee.

 

Er wordt samengesproken met de CGK. Kan een eigen hoeveel nieuwe gezangen daarvoor geen 'heet hangijzer' worden? Dus is de vraag of die uitbreiding wel echt zo nodig is.

 

Veel aandacht krijgt ook de vraag of we gaan heen werken naar een lijst of een bundel.
De lijst zou kunnen worden gebruikt als er liederen gekozen worden uit één bestaande bundel. Maar dat wordt lastig bij verwijzing naar meerdere bestaande bundels. Dat kan heel gemakkelijk aanleiding worden tot de zeer ongewenste 'beamercultuur' waarbij kerkleden geen Bijbel/Kerkboek meer meenemen naar de eredienst.

Uit dat oogpunt heeft een bundel de voorkeur al mist die een zekere flexibiliteit.

 

Gesuggereerd wordt de nieuwe liederen in een katern op te nemen zodat die gemakkelijk in de Bijbel kan worden meegenomen en in de kerk ook los beschikbaar gesteld voor gasten. En een katern kan eventueel ook makkelijker te wijzigen zijn en goedkoper te herdrukken.

 

En tenslotte, zouden we niet als allereerste moeten uitspreken dat de psalmen de belangrijkste plek hebben en ook blijven ontvangen in de eredienst?

 

Liedcultuur elders

 

De afgevaardigden van verschillende kerken/kerkverbanden krijgen gelegenheid iets van hun 'liedcultuur' te vertellen

 

CanRC - Canada

'Gezangen' is altijd een moeilijk en teer onderwerp. Het was een onderwerp op de laatste vier synodes. Om rechtspersoonlijke redenen i.v.m. auteursrechten is het deputaatschap dat erover gaat, een 'standing committee', dus een permanent deputaatschap.

Het Canadese Book of Praise heeft de 150 psalmen op Geneefse melodieën. Maar door de laatste synode zijn 23 psalmen op Schotse melodieën toegevoegd.

D

e bovengrens aan gezangen was in principe 100 maar de laatste synode vond dat nogal willekeurig. 'We willen liederen zingen die de kerken willen zingen'.

Daarbij spelen de samensprekingen met de United Reformed Churches een rol. Zij hebben een heel andere liedtraditie, namelijk zonder de Geneefse melodieën. Hun liedboek lijkt op het Nederlands Liedboek voor de Kerken. De hymnal van de URC heeft 150 psalmen waarvan elk psalm heeft een A, B, en soms een C en D versie. Dus verschillende melodieën waaronder 20 à 30 Geneefse melodieën uit de CanRC book of praise.

De United Reformed Churches en de Orthodox Presbyterian Churches zijn al jaren geleden, overigens zonder medewerking van de CanRC, begonnen aan een eigen bundel: the Trinity Soldier Hymnal.

 

SERK -Duitsland

De Duitse kerken gebruiken het psalmboek van ds. Matthias Jorissen met 150 psalmen, een vertaling in het Duits van onze psalmberijming van 1773. Daarnaast worden nog een aantal psalmen uit het Evangelisch Gesangboek gebruikt.

Er is een commissie voor gezangen maar die is nog niet klaar met een keuze.

De psalm van Matthias Jorissen moeten worden gemoderniseerd want het is een vrij oud Duits. Dat is nog niet klaar.

 

VGKSA – Zuid-Afrika

Deze kerken gebruikten in eerste instantie alleen de Nederlandse psalmen en gezangen. Maar in 1987 kwamen Zuid-Afrikaanse psalmberijmingen uit. Die werden aanvaard. Verder waren er 50 Schriftberijmingen, ook dat was geen probleem. Ze worden al jaren gezongen.

Maar invoering van gezangen leverde wel vragen op want er waren mensen die vonden dat dat niet kon. Daar is uitgebreid over gesproken. De laatste synode heeft daar ook een uitgebreid en prachtig rapport over geschreven, getiteld Laat het Woord van Christus in rijke mate in uw wonen, naar Col. 3:16. Het gaat erom voor de Heere te zingen in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Daarom moet je ook gezangen zingen over wat ons in het Nieuwe Testament is geopenbaard, zo concludeert het rapport.

Wel blijven de psalmen de belangrijkste liederen in de liturgie. Die heeft God immers zelf gegeven.

 

GKSA -  Zuid-Afrika

Ook voor deze kerken zijn liederen een 'belangrijke kwestie'. De kerken hebben te maken met verschillende talen en culturen van Zuid-Afrika, van Zulu tot Engelse kerken. Daarom is er een uitgebreid deputaatschap voor liturgische zaken die alle liederen in allerlei talen beoordeelt. Alleen deze liederen worden in de erediensten worden gezongen.

Er is een onderscheid gemaakt tussen Schrift-getrouwe en Schrift-gebonden liederen.

De laatste zijn directe Schriftberijmingen, bv. van de lofzangen van Maria en Zacharia. 

 

De aantallen zijn moeilijk vast te leggen. Op dit moment zijn er ongeveer 200 gezangen goedgekeurd door de synode. Iedere jaar kunnen er een of twee bij komen. Kerken kunnen voorstellen doen.

Natuurlijk is er variatie in vorm. Zo zingen 'zwarte kerken' geen Geneefse melodieën. Maar het gaat om de inhoud, die is belangrijk.

 

FRCA - Australië

Tot 2018 gebruikten deze kerken het Canadese Book of Praise. Dat betekende dat elke verandering die de CanRC maakte ook door de FRCA beoordeeld moest worden. Maar nu hebben zij sinds 2021 de beschikking over een eigen kerkboek waarvoor eigen keuzen kunnen worden gemaakt.

Deputaten hebben de opdracht om ook nieuwe liederen te onderzoeken. Kerken mogen daarvoor voorstellen doen maar daar wordt niet veel gebruik van gemaakt. Er is geen maximum afgesproken. Ook in deze kerken worden veelal meer psalmen dan gezangen gezongen.

 

GKv/Urk - Nederland

De gemeente heeft het gereformeerde kerkboek en een selectie uit het oude Liedboek voor de Kerken (LvK, 1973). En ook de vrijheid om bij bijzondere gelegenheden daarvan af te wijken.

 

Nieuwe opdracht

 

De synode verwerkte diverse voorstellen en amendementen en nam het volgende besluit.

 

Besluit

De GS Zwolle 2026 besluit:

  1. Uit te spreken dat de psalmen de belangrijkste plek binnen de erediensten dienen te hebben.
  2. Aan de nieuw te benoemen deputaten het aantal van 25 mee te geven als richtaantal voor te selecteren nieuwe liederen.
  3. De in punt 5.2.2. van het rapport van deputaten Voorbereiding Herziening Gezangenbundel genoemde criteria vast te stellen als criteria waar deze liederen aan moeten voldoen.
  4. De keuze voor een eigen bundel of een lijst uit één bestaande bundel uit te stellen tot na een eerste selectie van liederen.
  5. Dat het proces voor het vervolgtraject voor de herziening van de gezangenbundel er als volgt uitziet: kerken liederen laten insturen, deputaten daar een keuze uit laten maken en een volgende synode daarover laten besluiten.
  6. De kerken op te roepen om liederen in te sturen die men graag in de erediensten zou willen zingen.
  7. De kerken op te roepen om werk te maken van voorlichting en opvoeding op het gebied van een gezonde gereformeerde liedcultuur.
  8. Een nieuw deputaatschap Herziening Gezangenbundel in te stellen dat op basis van deze besluiten aan de slag gaat met:
    1. Het verzamelen van liederen die de kerken insturen.
    2. Het toetsen van deze liederen en het maken van een selectie.
    3. Een aanbeveling doen voor een eigen bundel of een lijst
    4. Het bevorderen van en ondersteunen bij voorlichting en opvoeding op het gebied van een gezonde gereformeerde liedcultuur.

Opgemerkt werd nog dat aan de instructie voor deputaten eredienst moet worden toegevoegd dat zij uiterlijk 6 maanden voor de nieuwe synode rapport moeten uitbrengen.

 

Appendix – Criteria nieuwe liederen

 

Het 'Rapport deputaten voorbereiding herziening gezangenbundel' biedt de volgende criteria waaraan nieuwe gezangen moeten voldoen. Gezien het grote belang daarvan geven we deze in extenso weer.

 

5.2 Criteria

 

5.2.1 Drie niveaus

Er zijn zoveel verschillende goede gezangen dat ze niet in een mal zijn te persen of langs een meetlat zijn te leggen. In het verleden bleek het daarom heel erg moeilijk om praktisch bruikbare criteria op te stellen. Om niet te veel goede liederen uit te sluiten, werden criteria te vaag gehouden, waardoor te veel liederen werden vrijgegeven die be­ter niet vrijgegeven hadden kunnen worden.

Om dit te voorkomen hebben wij onze criteria ingedeeld in drie niveaus.

 

Het eerste niveau bevat het ene criterium waar elk kerklied hoe dan ook aan moet vol­doen. Een waterdicht criterium, zeg maar. Dat criterium is dat de inhoud van het lied Schriftuurlijk moet zijn. Een lied waarin dwaalleer staat, kan in de kerk niet gezongen worden.

 

Op het tweede niveau staan criteria die wel principiële richtingwijzers zijn, maar waar­voor geldt dat geen enkel kerklied er volledig aan kan voldoen. Voor deze criteria geldt: hoe meer een lied eraan voldoet, hoe beter.

 

Het derde niveau bevat praktische criteria. Deze criteria beschrijven niet wat principieel gezien een goed kerklied is, maar welke liederen in onze huidige kerkelijke situatie het meest geschikt zijn.

 

5.2.2 De criteria

 

Niveau 1: een absolute norm, waar elk kerklied aan moet voldoen.

 

Een goed kerklied is in overeenstemming met de Schrift.

 

Niveau 2: principiële richtlijnen, waar geen enkel kerklied volledig aan kan voldoen, maar waarvoor geldt: hoe meer een kerklied eraan voldoet, hoe beter.

  1. Een goed kerklied komt op uit de Schrift en is doordrenkt met de Schrift. Dat betekent:
    1. Het spreekt de Schrift na.
    2. Het gebruikt daarbij woorden en beelden uit de Schrift.
       
  2. Een goed kerklied heeft de Psalmen als voorbeeld. Dat betekent:
    1. Het verbindt lofprijzing, belijdenis, gebed en verkondiging met elkaar.
    2. Het zingt vanuit de verbondsrelatie tussen onze God en zijn gemeente, en vanuit de zekerheid van Gods beloften.
    3. Het bezingt Gods scheppende en verlossende daden in het verleden, brengt die in herinnering en verbindt die met Gods trouw in heden en toekomst.
    4. Het kent zowel hoogten als diepten en zingt zowel van zonde en oordeel als van genade en vergeving.
    5. Het bezingt het objectieve beleden geloof van Gods gemeente; menselijke gevoelens hebben er een plaats in, maar het bezingt nooit slechts de subjec­tieve religieuze gevoelens of beleving van de individuele mens.
       
  3. Een goed kerklied is een waardevolle aanvulling op de Psalmen. Dat betekent:
    1. Het zingt vanuit onze nieuwtestamentische positie in de heilsgeschiedenis, tussen Pinksteren en Wederkomst.
    2. Het bezingt persoon en werk van Christus en van de Heilige Geest explicie­ter dan de Psalmen doen.
    3. Het bezingt Gods rijk, de overwinning op de zonde en de herschepping van het leven als een werkelijkheid die al begonnen is, maar tegelijk als een toe­komst waar we vol verlangen naar uitzien.
       
  4. Een goed kerklied is duidelijk. Dat betekent:
    1. Het heeft een boodschap die niet bewust dubbelzinnig en voor meerdere uit­leg vatbaar is.
    2. De taal is begrijpelijk, zonder verouderde of om een andere reden moeilijke woorden en zinsconstructies.
       
  5. Een goed kerklied is, net als de Psalmen, volwaardige poëzie op muziek. Dat be­tekent:
    1. Het wordt wat betreft taalkundige en muzikale vorm gekenmerkt door am­bachtelijke kwaliteit. Maar dat betekent niet dat het alleen fijnproevers aan­spreekt; het spreekt juist een zo breed mogelijk spectrum van mensen aan door kwaliteit te verbinden met eenvoud.
    2. Taal en melodie vormen een eenheid, en ondersteunen en versterken de in­houdelijke boodschap.
    3. Taal en melodie leggen een verbinding tussen hoofd en hart, en spreken zo­wel verstand als gevoel aan. Taal en melodie mogen dus enerzijds niet over de hoofden heen gaan en de harten koud laten, maar moeten anderzijds ook meer doen dan religieuze gevoelens wekken of een religieuze sfeer schep­pen.

Niveau 3: praktische richtlijnen, die niet gaan over wat een goed kerklied is, maar over wat voor kerkliederen in onze situatie geschikt zijn.

  1. Het is goed als een kerklied breed gedragen wordt.
  2. Het is goed als een kerklied eenstemmig en zonder begeleiding te zingen is.

5.2.3 Toepassing

We hopen dat deze criteria voldoende duidelijk en concreet zijn om goede en bruikbare kerkliederen te scheiden van minder goede en minder bruikbare liederen. Toch blijft het belangrijk dat bij de toepassing van deze criteria gebruik gemaakt wordt van deskundig­heid, voor zover die in ons kleine kerkverband aanwezig is. Dat geldt niet alleen voor deskundigheid op het gebied van de theologie, maar evengoed voor deskundigheid op het gebied van taal en muziek.