Ethiek

Uit de kerken

Nieuwe artikelen
Signalen



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

CGK kroniek - 9

 

D.J. Bolt

07-03-26

 

In vorige kroniek (8.2/4) hebben we een samenvatting gegeven van de kritiek die emeritus hoogleraar dr. J.W. Maris uitte op vooral het handelen van de zgn. groep 'Rijnburg' kerken. Terwijl we bezig waren met een commentaar daarop verscheen ook een uitgebreid artikel (ND 20-02-26) van de hand van ds. L.A. den Butter (preses CGK Rijnsburg) dat reageerde op het artikel van prof. Maris. Dat gaat een stuk dieper dan ons commentaar. Daarom geven we er hier een uitgebreide samenvatting van.

 


 

Publieke reactie door ds. L.A. den Butter

Samenvatting

 

De predikant voelt zich 'genoodzaakt' om op het stuk van prof. Maris 'eenmalig' te reageren. De reden is dat de wijze waarop Maris het CGK-rapport 'kerk-zijn' - Zoek eerst het Koninkrijk van God… Een weg uit de impasse (2023) - aanhaalt, 'nuancering' behoeft.

In het rapport wordt op een evenwichtige wijze de verhouding tussen Kerk en kerkverband beschreven:

 

'De Kerk is van Christus, zijn wereldwijde lichaam, en kan niet gescheurd worden. De Kerk van Christus bestaat uit diverse kerkverbanden, alleen al vanwege zaken als taal, land en volk. Dat is wat in Openbaring 5 met verwondering gezongen wordt: ‘ (…) en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed uit alle geslacht en taal en volk en natie’ (SV).'

 

De geschiedenis van de Kerk laat zien dat er om uiteenlopende redenen (noodzakelijke = bijbelse én menselijke = zondige) kerkverbanden zijn ontstaan. Zorgvuldig probeert het ’rapport kerk-zijn’ dit onder woorden te brengen. Die zorgvuldigheid mist Den Butter in Maris’ opiniestuk. Want daarin ontbreekt de nuance tussen Kerk en kerkverband.

Maris gebruikt stevige termen als ‘listige constructies’, zondige werkwijzen waarmee gewerkt wordt. Maar hij geeft niet ronduit aan welke constructies hij bedoelt en wie daaraan werken.

En verder suggereert prof. Maris dat de ‘innerlijke loslating van elkaar' vooral aan de behoudende kant systematisch is geweest. Maar dat is toch 'op z’n minst eenzijdig'? Want, zo schrijft Den Butter, 'er is een lange lijst van gemeenten op te noemen - alle aan een bepaalde zijde van de CGK - waarvan ik in de 25 jaar van mijn predikantschap nog nooit een preekverzoek heb mogen ontvangen'…

Gesloten kansels zijn geen oorzaak maar 'symptoom van problemen in de CGK' Het gesprek daarover is alleen zinvol als we vertrouwen dat we ons houden aan onze ambtsbelofte, geeft Den Butter aan.

 

Maris' opiniestuk is ook 'uit balans' als hij wijst naar 'de partijen' Bewaar het Pand en het Christelijk Gereformeerd Beraad. Voor nu wil Den Butter deze vragen stellen: Wat waren de oorzaak en de reden dat Bewaar het Pand en het CG-Beraad werden opgericht? En ook andere 'groepen' in de CGK? Kortom, het ligt allemaal veel complexer en genuanceerder dan maar in één bepaalde richting wijzen.

De oorsprong van deze problemen ligt in zestiger jaren van de vorige eeuw. Het verschil in visie op de prediking is vanaf toen verder uiteen gegroeid. Onderlinge herkenning nam af. Dat heeft het genoemde rapport eerlijk beschreven. Maar dit rapport is nauwelijks in de classes besproken.

 

De aanwijzing van Hoogeveen als roepende kerk werd afgedwongen met een kort geding  buiten de kerkelijke weg. Maris ziet het als 'een genadegave van God'. Maar in de kerkelijke weg was al door twee synodes opgeroepen tot bekering en een weg terug uit de impasse. Echter er is tot nu toe alleen maar sprake van een verergering van gezagscrisis, van kerkelijk gezag én Schriftgezag in het CGK kerkverband.

Dáárom heeft 'Rijnsburg zijn handen uitgestrekt naar ieder die zich wil houden aan wat de grondslag vormt: de Heilige Schrift, de daarop gefundeerde gereformeerde belijdenis, de daaruit voortvloeiende kerkorde en synodale besluiten, in die volgorde. 'Als de kerken die weg gezamenlijk willen gaan, kan het initiatief van Rijnsburg terstond gestopt worden. Niets liever dan dat', belooft de predikant.

Het gaat om het gezag van Gods Woord, woordbreuk en het niet handhaven van de kerkelijke tucht. Daarom is Maris' verwijt dat het initiatief van Rijnsburg een nieuw kerkverband wil stichten onterecht.

 


 

Tegenstand

 

De strijd gaat voort. Het lijkt alsof de standpunten zich verharden, de broeders die Hoogeveen volgen graven zich (nog) dieper in. We geven enkele voorbeelden.

 

1 - Dieper peilen?

ND 20-02-26

 

Dr. B. Loonstra stelt in reactie op prof. Maris' opiniestuk dat 'er dieper gepeild moet worden'. Hét probleem is volgens Loonstra dat je de minderheid in de kerken niet zijn zin geeft in 'gevoelige kwesties als kerklied (later teruggedraaid), vrouw en ambt en homorelaties. Zij beroepen zich immers ook op de Bijbel? Nou dan!

Dus, en daar komt opnieuw het veel gebezigde 'toverwoord', verootmoedigen…

 

2 – Rijnsburg vormt een nieuw kerkverband?

Brief van deputaten vertegenwoordiging, 27-02-26

 

Deze brief werd gepubliceerd op de website van de CGK. Het uitgebreide epistel geeft zelf in een aantal 'kernen' wat het belangrijk vindt. We nemen die over met een enkele opmerking of vraag onzerzijds (ingesprongen).

 

Kern - 1:

De synode van 2024 besloot tot een voortijdige sluiting, zonder een roepende kerk aan te wijzen voor een volgende synode. De burgerlijke rechter riep de kerken terug tot hun eigen orde, en ook vanuit de kerken zelf is intussen gevraagd deze besluiten te herzien. In een dergelijk geval kunnen aan die besluiten geen rechten worden ontleend. Als tijdens de algemene vergadering op 21 maart door een aantal Christelijke Gereformeerde Kerken wordt besloten tot een eigen vorm van kerkelijk samenleven met eigen kerkelijke vergaderingen, ontstaat daarmee een nieuw kerkverband.

 

Wonderlijk: de redenering is dus dat de vervroegde sluiting van synode en het niet aanwijzen van een roepende kerk niet geëffectueerd had mogen worden als er revisie van deze besluiten zou kunnen worden aangevraagd!

Laten we het eens omdraaien: er was bijvoorbeeld wel een roepende kerk aangewezen maar er kwam een revisieverzoek binnen om dat niet te doen. Dan moet daar dus eerst een synode over beslissen. Maar die synode komt er niet want er is geen roepende kerk, immers er ligt een revisieverzoek…

Verder is het o.i. (opnieuw) onjuist om weer te spreken van 'een eigen vorm van kerkelijk samenleven'. Hoe vaak hebben de Rijnsburg-broeders al niet aangegeven dat ze gewoon christelijk gereformeerd willen blijven (zie hier boven ds. Den Butter). Terwijl de groeiende groep van tientallen CGK gemeenten die de vrouw-in-ambt en homorelaties praktiseren een kerkverband vormen dat niet voldoet aan de Schrift én besluiten van CGK-synodes. Dát is een eigen vorm van kerkelijk samenleven. Zie ook bijvoorbeeld hierboven wat dr. Loonstra zegt.
Waarom zetten de DepV de zaken op de kop? Dat is toch oneerlijke kerkpolitiek?

 

Kern - 2:

Deputaten vertegenwoordiging menen dat, zo breed mogelijk, langer doorgesproken moet worden over de kerk in het licht van Schrift en belijdenis. Daarbij moet de vraag eerlijk onder ogen worden gezien, of het fundament onder ons kerkelijk samenleven is weggevallen. Het verlangen om tot een voortzetting van gezamenlijke activiteiten te komen wordt herkend. Dat vraagt volgens deputaten wel om duidelijkheid over hoe je je als kerken, die die activiteiten samen dragen, tot elkaar verhoudt. Het is aan de generale synode om hierover besluiten te nemen.

 

Wij kunnen goed begrijpen dat CGK kerken die nu al enkele tientallen jaren hebben moeten toezien hoe langzaam maar zeker de moderne tijdgeest en kerkelijk praktijk in het kerkverband oprukt (nog tijdens de laatste synode werden vrouwen in het ambt bevestigd ondanks de synodeoproep terug te keren van deze praktijken). Daarbij speelt o.i. ook de invloed van de NGK in de zgn. samenwerkingsgemeente een niet geringe rol. Zie het homopage artikel in deze editie en de volgende.

 

Kern - 3:

Tijdens de synode van Hoogeveen zal diepgaand moeten worden gesproken, en ook geoordeeld, over het afwijken van synodale besluiten binnen onze kerken. De geestelijke kaders voor dat gesprek zijn te vinden in de brochure ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’. Daarin wordt in grote ernst over dat afwijken gesproken, maar ook over de dieperliggende oorzaken van de verscheurdheid van ons kerkelijke leven.

 

Missen we eigenlijk niet voortdurend het woord en begrip bekering? Ter illustratie, deze brief van DepV begint met een referentie aan de bidstond op j.l. 7 februari:

 

'… We zijn vanuit Gods Woord samen naar de troon van de Heere geleid. Daar kunnen we ontvangen wat nodig is, eigenlijk het enig nodige: genade, barmhartigheid en hulp. In de gebeden klonken de verootmoediging, verlegenheid én verwachting door waarin deputaten zich bij hun handelen herkennen, en waarin zij willen voortgaan.'
 

'Het enige nodige'. Had in het rijtje ook niet 'bekering' en prominente plaats moeten krijgen. Of is de 'stip op de horizon' aanvaarding van de veroordeelde afwijkingen?
 

Kern - 4:

Deputaten dringen erop aan dat de classes en particuliere synoden hun verantwoordelijkheid nemen om te komen tot een afvaardiging naar de generale synode. Eerder al verzochten zij om een conditionele sluiting van de voorjaarsclassis. Het is van groot belang dat onze kerken in Hoogeveen zo breed mogelijk vertegenwoordigd zullen zijn.

 

Een suggestie. Zou het niet prachtig zijn als de kerken die willen vasthouden en zich conformeren aan de zgn. vierslag, de Heilige Schrift, de gereformeerde belijdenis, de kerkorde en de kerkelijke besluiten, allemaal zich op 21 maart laten afvaardigen naar 'Rijnsburg'? Dáár wil men zich immers houden aan de 'aloude gereformeerde beginselen' m.b.t. vrouw-in-ambt en homorelaties?

 

3 - Mislukt

ND, 06-02-26

 

In CGK kroniek – 8.2/3 vermeldden we dat een poging werd ondernomen 'vrede' in de classes Amersfoort en Apeldoorn te bereiken door uitwisseling van kerkenleden. Classis Apeldoorn zou de 'progressieve' gemeenten van Amersfoort moeten overnemen en Amersfoort de 'conservatieve' van Apeldoorn. Zo zou er weer rust in de gelederen komen.

't Is mislukt.

In classis Apeldoorn staakten afgelopen woensdag de stemmen en dus was het voorstel verworpen. Een van de initiatiefnemers van het uitwisselingsidee verwoordde de tegenstand als volgt:

 

‘Voor het hervormen van classes moeten gegronde bijbelse redenen zijn. Die zijn er niet. Het plan was vooral door pragmatische motieven ingegeven.’

 

Terecht, lijkt ons. Maar de bedenkers leggen zich er niet bij neer. Ze overwegen nu de synode van Hoogeveen voor deze kar te spannen.

Waar gaat het eigenlijk vooral om? Hierom, dat gemeenten, de zgn. 'middengemeenten', niet hoeven kiezen tussen wel of niet benoemen van vrouwelijke ambtsdragers en wel of niet aanvaarden van homoseksueel samenleven.

Maar geldt ook hier niet: wie niet kiest die verliest?

Als bij Laodicea?