Ethiek

Ethiek

Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Een oproep tot geduld

 

Ds. C. Bouwman, Smithville, Ontario, Canada

20-03-21

 

Verscheidene mensen in en buiten de gemeente hebben me in de loop van de afgelopen paar weken een aantal vragen over de huidige beperkingen gesteld. Veel vragen kwamen voort uit frustratie over de beperkingen die de autoriteiten ons hebben opgelegd. Wat mij betreft, ik deel een groot deel van die frustratie, en daarom ben ik bezig geweest met antwoorden die naar mijn beste weten verantwoord zijn voor Gods troon. Omdat veel anderen ongetwijfeld ook vragen en frustraties hebben, is het misschien waardevol om een paar van de gedachten die de laatste weken geleidelijk bij me opkwamen, te delen. Ik spreek hier graag een woord van dank uit aan degenen die mijn denken hierover hebben helpen opscherpen. Mijn gebed is dat het delen van deze gedachten op de één of andere manier zal dienen tot meerdere eer van God, het komende koninkrijk dichterbij zal brengen en de vrede in Jeruzalem bevorderen.

  1. Christus Jezus is Koning van Canada. Met die vaststelling bedoel ik niet alleen maar dat alle Canadezen Christus als Koning moeten erkennen – hoewel dat zeker waar is! Ik bedoel in plaats daarvan dat Christus werkelijk op de troon van Canada zit en over onze natie regeert. COVID vond niet slechts plaats onder Zijn waakzaam oog, maar kwam over ons omdat Hij dit virus soeverein in onze wereld van vandaag zond. Op dezelfde manier stond Jezus regeringen en officials toe om te reageren op de wijze waarop zij dat doen, ongeacht of die reacties in lijn waren of zijn met de geopenbaarde wil van de Heere of niet. Door dit virus heeft niemand anders dan Koning Jezus ons leven gereorganiseerd.
     
  2. De Duivel, grote onruststoker van de wereld die hij is, doet zijn uiterste best om onze gedachten flink in de war te sturen, zodat we op een ongeestelijke manier zouden reageren. Dat is iets wat we ons moeten realiseren en waar we onszelf dubbel op moeten beproeven, opdat zondige gedachten en een opstandige houding niet de overhand krijgen. De Heere maakte geen fouten toen Hij ons uit onze comfortabele manier van leven haalde, waaraan we zo gewend waren.
     
  3. Het kost altijd wel tijd om aan verandering te wennen. We gaan [vrijwel] zonder uitzondering door perioden van Ontkenning, Boosheid, Wrok en Neerslachtigheid voordat we Acceptatie, Tevredenheid en Blijdschap bereiken. We gaan deze weg meer of minder snel. En we hebben stap voor stap de troost van Gods beloften nodig, als we door de verschillende emoties heen onze weg zoeken. Daarom ook moeten we elke dag persoonlijk en in gezinsverband ons in Gods Woord verdiepen.
     
  4. Onze eeuwige Koning doet ons in Zijn voorzienigheid leven in een westerse democratie. Dat heeft concreet (en ik bedoel dit niet om onze verkozen leidslieden het verschuldigde respect te onthouden) tot gevolg gehad dat al onze overheidsdienaren relatief nieuwelingen zijn in het regeren. Onze premier is pas een paar jaar geleden aan de macht gekomen en weinigen (zo die er al zijn) van zijn partij hadden ook maar enige regeerervaring vóór onze laatste provinciale verkiezing. Bovendien zijn in onze democratie onze gekozen ambtenaren gebonden aan de wil (of de grillen) van het publiek. Die twee zaken maken dat regeringen in onze westerse democratieën meestal langzaam en met enig vallen en opstaan handelen. Dat komt vooral aan het licht in tijden van crisis. Dit maakt onze regeringen niet slecht; het betekent wel dat we geduld met onze leiders moeten hebben. En dus onze gebeden voor hen vermenigvuldigen.
     
  5. Direct verbonden met het vorige punt is dit: als het overgrote deel van de bevolking van onze provincie meer waarde ziet in casino’s of seksshops of sportevenementen dan in religieuze bijeenkomsten (of het nu om kerken of moskeeën gaat, enz.), hoeft het ons niet te verbazen dat religieuze bijeenkomsten geen prioriteit krijgen bij het weer openstellen. We kunnen brieven aan de premier en de desbetreffende kabinetsministers schrijven (en dat moeten we ook doen!), maar als we dat doen moeten we ons wel realiseren dat het wonen in een seculiere democratie wel consequenties heeft. En evenzo kunnen we de premier en zijn ministers aanspreken op wat de wil van de Heere is, zoals die in de Heilige Schrift is geopenbaard (en dat moeten we ook doen!), maar we moeten er niet van te schrikken wanneer onze seculiere leiders niet voor onze argumenten buigen.
     
  6. En nogmaals, het hart van onze gekozen bestuurders is even zondig en geneigd tot het kwade als ons eigen hart. Het is de menselijke natuur (als gevolg van onze zondeval) om egoïstisch te zijn en daarom de ons geboden gelegenheden voor persoonlijk (ook partijdig) gewin te gebruiken. De eerlijkheid gebiedt ons toe te geven dat wij hetzelfde doen. Dus hoeven we niet verbaasd te zijn voorbeelden in de overheidsmaatregelen te vinden die niet slechts inconsistent zijn, maar ook neigen naar een bevoordeling van de autoriteiten (bijvoorbeeld waar meer stemmen te verkrijgen zijn). Nogmaals, met dit voorbeeld rechtvaardig ik niet de inconsistenties; ik moedig met dit stuk aan om enig begrip op te brengen voor de overheidsbesluiten en daarom geduld te hebben.
     
  7. Te gemakkelijk spreken we over het sluiten van de kerken als een blijk van vervolging. Het is een zegen dat ons niet wordt verboden de Heere God te vereren of ons vertrouwen in Hem stellen (zoals wel met Daniël gebeurde in Dan. 6). Ons wordt niet gezegd dat we het evangelie niet mogen prediken of ernaar luisteren. Ons wordt voorgehouden dat er een publieke gezondheidscrisis is en dat we daarom moeten afzien van samenkomen – of het nu voor erediensten is of voor sportevenementen of voor de Pride Parade (ja, de burgemeester van Toronto heeft de parade van dit jaar net afgelast).
     
  8. Ten diepste is onze frustratie dat we er niet van overtuigd zijn dat een sterftecijfer van minder dan 0,05% vraagt om een ‘shut down’ van de samenleving. Als het sterftecijfer rond de 10% zou liggen, zou de huidige kritiek op de overheidsbeperkingen niet bestaan. Maar het is een feit dat in een democratie de regering gebonden is aan de wil van het volk. Zolang het volk: 1. van mening is dat de regering de problemen van de samenleving moet oplossen en 2. redelijk tevreden is met hoe de regering de problemen ervan oplost, zal de regering doorgaan met haar (door het publiek gedicteerde) actiekoers. Ons ongeduld moet daarom niet tegen de regering zijn gericht, maar moet leiden tot een grotere betrokkenheid op onze naasten. Alleen als de meerderheid van de bevolking het gevoel heeft dat de veiligheidsmaatregelen van de overheid te ver zijn gegaan, zal de overheid haar beleid veranderen. Dat is volgens de aard van een democratie.
     
  9. Enkele kerken die burgerlijk ongehoorzaam zijn (ik bedoel: de kerk oproepen erediensten te beleggen ondanks een verbod op samenkomsten van de overheid), zullen de regering er niet van overtuigen haar koers te wijzigen. Om succes te hebben moet zo’n actie de steun van de bredere bevolking hebben. Zo lang de bredere bevolking, gezien het verbod (om de publieke gezondheid te beschermen) een kerkelijke bijeenkomst beschouwt als moreel verkeerd, zal zo’n samenkomst het publiek er alleen maar van overtuigen dat christenen uiteindelijk niet om de gemeenschap geven. En dat bevordert de zaak van het evangelie niet.

Houding

 

Welke houding past christenen die wachten op het opheffen van onze huidige beperkingen?

 

In de eerste plaats moeten we heel bewust een houding van biddend geduld aannemen, omdat onze leiders zoekend hun weg door het huidige doolhof moeten vinden. De roeping om in de huidige omstandigheden als regering leiding te geven is één van de moeilijkste opdrachten die iemand ooit kan krijgen. We moeten voor onze autoriteiten bidden, en hen laten weten dat we voor hen bidden.

 

In de tweede plaats, laat het hoe zó zijn dat we anderen positief waarderen (of het nu buren, overheidsdienaren, kerkleiders, of anderen zijn). Net als wijzelf doen zij hun werk in zwakheid. Laten we van die realiteit uitgaan, hen aanmoedigen en voor hen bidden.

 

Laten we in de derde plaats aanvaarden hoe de Heere de inrichting van ons leven heeft gereorganiseerd, en er het beste van maken. Dat houdt in dat we doelbewust en creatief moeten worden in het vinden van nieuwe wegen om met onze buren, vrienden, clubs, enzovoort, om te gaan. En wat betreft de opdracht van de Heere om samen te komen, laten we de mogelijkheden onderzoeken om op zondagen in kleine(re) groepen elkaar te ontmoeten.

 

Laten we in de vierde plaats heel bewust de deken van bezorgdheid en angst weerstaan, die zo gemakkelijke de blijdschap uit ons leven wegzuigt. Christus onze Heiland, Heer van Canada, heeft deze calamiteit over ons land gebracht met het oog op het bevorderen van zijn koninkrijk. Die belijdenis maakt de christen nadrukkelijk optimistisch.

 

Laten we ons er tenslotte bewust van zijn dat de Heere door COVID ook zijn volk vormt en bijschaaft en tuchtigt, zodat we gereed staan voor verdere dienst – zij het in dit leven of in het toekomstige leven. We bevinden ons op een heiligende reis, en die werkelijkheid is een voorrecht. Welke afgoden moeten uit ons leven en hart worden weggedaan?

 

Vertaling: R. Sollie-Sleijster