Ethiek

Ethiek

Signalen

 


3 mei Informatieavond Apeldoorn
Spreker: Dr. B. van Egmond, GKv Cappelle a/d IJssel

20.00 uur NAK, De Ruyterstraat 7

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Brief aan de Generale Synode (deel 2)

D.J. Bolt
06-01-06

Antwoord op het revisieverzoek



We hebben met spanning uitgezien naar het antwoord van de Amersfoortse synode. Liet de synode zich door dit Schriftbewijs overtuigen of deugde het niet? En indien dit laatste het geval was, wat waren dan haar argumenten?

1 Het antwoord van de synode

Hieronder staat de antwoordbrief van de synode met daaraan toegevoegd het relevante deel van de acta waarnaar in de brief verwijst. (Het gebruikelijke briefhoofd is weggelaten.)

__________________________________________

Geachte broeder Bolt,

In uw brief d.d. 12 februari 2005 , met inschrijfnummer 334, wendde u zich tot de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland Amersfoort-Centrum 2005 inzake 4de gebod en zondag.
De synode heeft inmiddels besluiten genomen naar aanleiding van revisieverzoeken en zendt u hiervan een afschrift.
Na de besluitvorming over het rapport van deputaten Vierde gebod en zondag in september/oktober 2005 zullen wij u ook die besluiten toezenden.
In het vertrouwen u met deze informatie van dienst te zijn geweest, teken ik,

met hartelijke broedergroet,
namens de generale synode,

w.g. H. Pathuis, scriba II

Bijlage: Synodebesluiten Vierde gebod en zondag

________________________________

De bijlage bij bovenstaande brief (VGZ-0618) heeft de gebruikelijk besluitenstructuur: 'materiaal' (alle documenten die van toepassing zijn), de besluiten en de gronden (argumenten) waarop de besluiten zijn gebaseerd.
Wij vonden ons revisieverzoek terug in besluit 5 en knippen dat eruit: (vet van ons):

Materiaal

1.Brieven van br. B.J. Welink te Hardenberg d.d. 27 november en 2 december 2004 met het verzoek de uitspraken van de synoden van leusden en Zuidhorn en daarvoor (tot en met Dordrecht 1618-1619) terug te draaien en daarvoor in de plaats als enig mogelijke uitleg de opvatting vast te leggen dat de rustdag in het verlengde ligt van het vierde gebod;

2.Brief van ds. J.M. Goedhart te Drachten d.d. 22 februari 2005 met het verzoek de uitspraak van de synode te leusden, gehandhaafd door de synode te Zuidhorn (nl. dat de opvatting dat de zondag als rustdag niet is gegrond op een goddelijk gebod niet te veroordelen is) weg te nemen;

3.Brief van br. J. 't Hart te Zuidlaren d.d. 7 februari 2005 dat de uitspraak van de synode van leusden (de opvatting dat de zondag als rustdag niet gegrond is op een goddelijk gebod is niet te veroordelen) gehandhaafd door de synode van Zuidhorn, niet te handhaven is, en daarom weggenomen dient te worden;

4.Brief van br. C. Boekholt e.a. te Hoogeveen d.d. 10 februari 2005 met het verzoek om besluit 2 van Acta artikel 52 van de Generale Synode van Zuidhorn weg te nemen uit het midden van de kerken en de kerken hierover voorlichting te geven;

5.Brief van br. D.J. Bolt e.a. te Apeldoorn d.d. 12 februari 2005 met het verzoek de ruimte die de  synode te Leusden biedt om te Ieren dat het rusten op de rustdag niet door de Here wordt geboden, weg te nemen;

6.Brief van ds. E. Heres te Dalfsen d.d. 17 februari 2005 met het verzoek om een uitspraak te doen, waarin tot uiting komt dat 'de GS van Leusden 1999 in zijn uitspraak (Besluit 4.3., art. 25, Acta GSL) 'dat de opvatting van ds. Ophoff dat de zondag als rustdag niet gegrond is op een goddelijk gebod, niet te veroordelen is', onvoldoende in rekening heeft gebracht dat de wekelijkse rustdag gebaseerd is op de instelling door God bij de schepping (Gen. 2:2,3) en dat ook het vierde gebod van Gods wet een universeel gebod is.

Besluit 5:
aan de verzoeken niet te voldoen.
Gronden

1. ten aanzien van het verzoek vermeld bij materiaal 1 tot en met 5: de indieners van de verzoeken dragen geen nieuwe argumenten aan die door vorige synodes nog niet zijn gewogen.


2. ten aanzien van het verzoek vermeld bij materiaal 6:
a. de door indiener gevraagde uitspraak gaat uit van een conclusie uit een exegetische keus inzake Genesis 2, waarover in de kerken verschillende inzichten bestaan, zonder dat indiener aantoont dat die keus door Schrift en belijdenis kan worden opgelegd;
b. indiener stelt wel dat de GS Leusden onvoldoende in rekening heeft gebracht dat het vierde gebod van Gods wet een universeel gebod is, maar hij toont dat niet aan.

2 Tenzij bewezen wordt?

Het synodeantwoord is simpel:

U hebt geen nieuwe argumenten aangevoerd die vorige synoden niet al hebben gewogen.
Er is dus geen reden tot heroverweging van de besluiten van vorige synoden.

Nu is op zich terecht dat een synode over oude argumenten en gezichtspunten niet opnieuw besluiten gaat nemen. Dat zou herhaling van 'zetten' betekenen en verspilling van tijd en energie. Maar er is wel iets meer te zeggen.
Artikel 31 van de Kerkorde vraagt Schriftbewijs als een besluit niet voor "vast en bondig" wordt gehouden. Als dat geleverd wordt dient een meerdere vergadering opnieuw een vroeger besluit met zijn gronden te heroverwegen.
Wel is het natuurlijk ook dán mogelijk dat moet worden geconcludeerd: Het geleverde 'bewijs' was bekend en gewogen maar werd in het verleden al beargumenteerd afgewezen. Daarbij zal dan ook verwezen moeten worden naar een of meerdere vroegere besluiten met hun gronden.

Helaas heeft de synode van Amersfoort-Centrum het een noch het ander gedaan zoals blijkt uit het boven weergegeven besluit:
- geen weerlegging van het aangevoerde Schriftbewijs
- geen verwijzing naar een of meerdere besluiten van vorige synoden.

Zuidhorn
Nu had de voorganger van Amersfoort-Centrum, de synode van Zuidhorn al gehandeld over (ook) onze bezwaren tegen de besluiten van de synode van Leusden 1999. Is misschien toch al in de besluiten van Zuidhorn een geargumenteerde afwijzing van ons Schriftbewijs te vinden? We laten het relevante deel van die besluiten zien:

Besluit 2 (Acta generale synode Zuidhorn, art 52) 
aan de verzoeken, genoemd onder materiaal 3 en 4 tot revisie van de uitspraken van de Generale
Synode Leusden 1999 inzake de prediking van ds. D. Ophoff over Zondag 38 niet te voldoen,
hoewel er op onderdelen van de gronden terecht kritiek is geoefend, en de indieners hiervan ter
informatie het commissierapport toe te zenden.
Gronden:

1. de nieuwe argumenten die de indieners van de revisieverzoeken aandragen, zijn niet van dien aard dat overgegaan moet worden tot herziening van de besluiten van Leusden; zij bevestigen het bestaan van meerdere visies op de betekenis van het vierde gebod, maar leveren (nog altijd) niet het onomstotelijke bewijs dat de door de Generale Synode Leusden 1999 getoetste opvatting in strijd is met Schrift en belijdenis;

2. ?

We hebben het commissierapport 'sabbat en zondag' dat diende op de synode van Zuidhorn er weer bijgehaald. Staat dáár misschien beargumenteerd in waarom ons Schriftbewijs niet deugt?
Daar wordt inderdaad 'onze' overtuiging weergegeven: "Omdat het in Gen. 2:1-3 gaat om de Schepper, heeft Gods rusten, heiligen en zegen van de zevende dag van meet aan universele betekenis." Heel kort, te kort, geformuleerd door de commissie maar ten diepste raak.
Wat brengt de commissie daar nu tegen in?
"Het zal waar zijn, dat Gods rusten in Gen. 2:3 een universele betekenis heeft. Maar wie dat constateert, heeft daarmee nog niet aangetoond dat die universele betekenis bestaat in een universeel gebod om van het werk te rusten".

Dat is alles!
Maar zo komen we natuurlijk niet verder met elkaar. Want: 
- de commissie voor Zuidhorn vond de relatie tussen ons en Gods rusten niet aangetoond.
- de synode van Zuidhorn vond dat er geen "onomstotelijk bewijs" was geleverd.
- de synode van Amerfoort-Centrum zag geen nieuwe argumenten aangedragen.

Maar wel alles zonder inhoudelijke toetsing! Wij kunnen dat tenminste niet vinden in de synodestukken. Kennelijk is het voldoende om te zeggen: déjà vu, we hebben het al eens gezien.
Zonder dat te verantwoorden.
Echter zo verwordt het "tenzij" van artikel 31 wel tot een dode letter.

Kadertheorie
Wij lezen tegenwoordig dat vooraanstaande theologen in onze kerken de kadertheorie een interessante optie zijn gaan vinden. Deze theorie stelt dat Mozes de schepping in zeven opeenvolgende dagen heeft beschreven op basis van de structuur van de toenmalige zevendaagse (werk)week. Hij moest gewoon een 'kapstok' voor zijn verhaal hebben.
Het is duidelijk dat dan de zaken aardig op zijn kop zijn gezet. Niet de rustdag van het vierde gebod is dan afgeleid van Gods rusten op de zevende dag van de scheppingsgeschiedenis. Maar net andersom: Mozes beschrijft Gods rusten op de zevende dag omdat hij en zijn volk kennelijk gewoon waren om te rusten op die dag en hij dat een mooie 'presentatie' vond.

Als dit verhaal (mede) achtergrond is van de synode besluiten dan bereiken en overtuigen we elkaar natuurlijk niet meer. Want er valt niet te argumenteren tegen degenen die de Schrift laten buikspreken. Dan wordt ook hier duidelijk dat het probleem veel dieper zit dan dat een predikant die zich een keer vergaloppeerd en een foute preek houdt.
Het gaat er ten diepste om wat we denken ons te kunnen veroorloven t.a.v. het geopenbaarde Woord. 

3 Conclusie  

We hebben proberen te laten zien vanuit de Schrift dat Gods rusten zoals geopenbaard in Gen. 2:3 van universele betekenis is. Ook voor het rusten op de rustdag. De synode echter meent dat het geleverde Schriftbewijs al eens is overwogen  en ziet dus geen reden om de besluiten van de synode Leusden te herzien.
Onze conclusie is dan ook dat hiermee principieel de twee-meningen-leer t.a.v. de rustdag door de synode van de gereformeerde kerken vrijgemaakt is gelegitimeerd. Voortaan is het generaal-synodaal wettig om het rusten op de rustdag een menselijke instelling te noemen of, als dat de voorkeur heeft, te zeggen dat het gebaseerd is op het vierde gebod.
Wat u wilt.

Daarom is dit deel van de leer in de gereformeerde kerken vrijgemaakt pluraal geworden. Op de kansels van onze kerken kan de ene keer de broeders en zusters op het hart worden gebonden de rustdag te houden naar het vierde gebod. Maar een andere keer mag ds. O. en wie hem daarin maar volgen wil, rustig komen leren dat de rustdag een menselijk instelling is. Waarop je eventueel je werk doet als je dat nodig vindt.

Zo wordt het moeilijk, zo niet onmogelijk voor
- vrijgemaakte ambtsdragers om broeders en zusters te vermanen bij niet-noodzakelijke zondagsarbeid. Binding aan een menselijke instelling gaat toch boven het Woord uit?, zal men tegenwerpen.
- vrijgemaakte ouders om hun kinderen ervan te weerhouden het huiswerk op zondag te leren (dat ze naar verluidt al op grote schaal doen) of de dag voor een belangrijk deel te besteden aan sport. 
- vrijgemaakte werknemers hun managers er van te overtuigen dat zondagsarbeid niet naar de wil van de Here is.
- vrijgemaakte politici om helder te maken dat de Koning der koningen niet wil dat de rustdag steeds meer ontheiligd wordt.

Waar is de kerk als pijler en fundament van de waarheid gebleven?

4 Handreiking

We grijpen ons nog vast aan een strohalm.
Want de Amersfoortse synode heeft ook nog een Handreiking voor de Zondag vastgesteld. En erkend dat de 'regels van Dordt' nog steeds geldig zijn.
Wordt misschien daarmee het verlossende woord gesproken? Toch nog een duidelijke bijbelse visie op de rust van de rustdag gehandhaafd?

De volgende week willen kijken of die halm houdt.