Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Leerdienst

 

N. van Dijk

04-04-15

 

Het Reformatorisch Dagblad gaf in de maand januari uitgebreid aandacht aan de terugloop van de tweede kerkdienst en het belang van deze dienst.

Eeuwenlang was twee keer naar de kerk gaan op zondag gewoon bij de gereformeerden. In middag- of avonddienst werd de Heidelbergse Catechismus behandeld. In de jaren zestig van de vorige eeuw verminderde de belangstelling, ondanks diverse pogingen om de diensten aantrekkelijker te maken.

Hadden de kleinere gereformeerde kerken er aanvankelijk geen last van, sinds enkele tientallen jaren loopt ook hier het bezoek aan de tweede kerkdienst snel terug. Dr. C. S. L. Janse noemt vooral de Nederlands Gereformeerden, maar

 

“ook bij de Vrijgemaakt Gereformeerden, die zich een generatie terug nog kenmerkten door tweemaal per zondag een trouwe kerkgang, loopt het bezoek aan de tweede dienst aanzienlijk terug”.

 

Ook bij de Christelijke Gereformeerden Gereformeerde Bonders signaleert hij dit verschijnsel. Bij de Gereformeerde Gemeenten en hersteld hervormden is nog niet veel te zien van een verminderde belangstelling voor de tweede dienst. Janse noemt de kerkgang als vanouds een belangrijke indicator voor kerkelijke betrokkenheid.

 

"Een teruglopende kerkgang is vaak een voorbode van kerkverlating, al kan daar gemakkelijk een halve generatie of meer tussen zitten. Het links laten liggen van de tweede kerkdienst op zondag hangt meestal ook samen met een ruimere zondagsbesteding. Naarmate men het met de zondagsheiliging minder nauw neemt, komen er automatisch meer alternatieven in beeld voor de kerkgang. Alternatieven in de sociale of recreatieve sfeer. Bovendien hebben hedendaagse tweeverdieners een druk leven In het weekend is er thuis nog van alles te doen. Op den duur wordt dan af en toe zelfs de hele kerkgang op zondag overgeslagen. In evangelische kring, waar één dienst per zondag gebruikelijk is, groeit de gewoonte om om de andere week naar de kerk te gaan."

 

In een ander artikel van dezelfde krant wordt H. N. Ridderbos geciteerd, al in 1947 waarschuwde hij in het Gereformeerd Weekblad:

 

"Lege avondkerken zijn het eerste teken dat een kerk haar profetische zeggingskracht verloren heeft. Het kan niet uitblijven: op den duur zal de kerkdeur helemaal gesloten moeten worden".

 

Dr. P.J. Vergunst (Gereformeerde Bond)  benadrukt dat de tweemalige kerkdienst zijn oorsprong vindt in het oude Israël. De Israëlieten kwamen op sabbat twee maal bijeen, voor het morgenoffer en voor het avondoffer. Zo was de hele dag aan de dienst van God gewijd. In Hebreeën 10 wordt opgeroepen de onderlinge bijeenkomsten niet na te laten, en dat temeer als de dag van de wederkomst nadert.

 

"De Heere Zelf is de Samenroeper. Hij nodigt. Zijn Woord wordt bediend en verkondigd. En de eredienst is de werkplaats van de Geest. Wie dat beseft, wil erbij zijn.  De leerdienst hoort bij het kloppende hart van de gemeente. Hoewel we moeten beseffen dat de catechismus niet gelijk is aan de Bijbel, en dat het een leerboek is uit 1563, heeft de leerdienst Bijbelse papieren. Uitleg van de diverse zondagen in de bediening van het Woord geeft inhoud en structuur aan het geloofsleven. De teloorgang van de tweede dienst en het nalaten van de catechismuspreek gaan in veel situaties gelijk op. In het leren ging de Heere Jezus ons voor. Hij gaf dagelijks onderwijs in de tempel, drie jaar lang".

Ds. G. J. van Aalst (gereformeerde gemeente) noemt zondag 38 (HC) als het gaat over de tweede dienst. Eén van de basisvoorwaarden voor de heiliging van Gods dag is de ambtelijke onderwijzing.

 

"Uitgangspunt is het onderhouden van de kerkendienst of het predikambt. De hele dag wordt gestempeld door deze ambtelijke onderwijzing. Daar valt de tweede kerkdienst vanzelfsprekend ook onder. Dat is niet wettisch, maar voluit Evangelie, we mogen ophouden met werken en ons vermaken in Gods werk alleen".

 

Als oorzaken voor het toenemende verzuim van de tweede kerkdienst noemt hij: gemakzucht, individualisme, het oprekken van de werken van noodzakelijkheid, de toegenomen mobiliteit en de groeiende ontrouw aan de eigen gemeente.

 

In een artikel in het RD ‘Leve de leerdienst’ stelt dr. Wim Verboom dat de tweede kerkdienst onmisbaar is. En dat niet alleen voor de liefhebbers, maar als een dienst van het Woord voor de hele gemeente.

Diverse factoren spelen een rol bij het verminderde bezoek aan de tweede kerkdienst:

 

"het veranderen van het karakter van de zondag. De ruimte die gezinnen zoeken om na een hectische week ontspannen bij elkaar te zijn. Bij dit alles geldt dat de golf van secularisatie over ons heen gekomen is".

 

Dr. Verboom vermoedt dat het niet zal blijven bij het verval van de tweede dienst. De visie op wat een kerkdienst is, is aan het veranderen. Steeds minder wordt die gezien als

 

"het verkeren onder het Woord van God. Het Woord dat oordeelt en vrijspreekt. De kerkdienst mocht dan vroeger weleens wat te eenzijdig gericht zijn op de rechtvaardiging, vandaag raakt dat meer en meer uit beeld. Niet voor niets spreken velen over de kerkdienst als een viering in plaats van bediening van het Woord. De bediening van het Woord der verzoening kun je niet missen. Een viering kan men ook inwisselen voor een andere samenkomst. En zo gaat de kerkdienst zijn betekenis verliezen. Het verval van de tweede kerkdienst is niet zo onschuldig. Het is niet minder dan een voorbode van het verval van de eerste dienst, en daarmee het verval van de kerkdienst als zodanig".

 

Verboom noemt dat de tweede dienst vanaf de Reformatie een leerdienst was, die in de plaats kwam van de vespers. Deze dienst was voor de hele gemeente, maar in het bijzonder voor de kinderen. Zij zeiden vragen en antwoorden van de Catechismus op nadat de predikant die had uitgelegd. In de loop van de zeventiende eeuw raakte de leerdienst ingeburgerd. "Wat opvalt is dat in de periode van het verval van de Hervormde Kerk in de negentiende eeuw dit het meest te merken was aan de neergang van de leerdienst".

 

Leren in de kerk werd steeds meer gezien als verstandswerk, waarbij veel tegenzin gevoeld werd, en tegenwoordig is het leren voor velen uit het gezicht verdwenen, en daarbij ook de catechese.

Volgens dr. Verboom is een belangrijke oorzaak van deze ontwikkeling

 

"dat leren en geloven uit elkaar zijn getrokken. De een vindt dat geloven een zaak is van het gevoel of van het doen en een ander vindt dat je als onbekeerd iemand gewoon een leerboekje uit je hoofd moet kunnen opzeggen. Ik denk dat het is zoals Hosea zegt: ‘Mijn volk is uitgeroeid omdat het zonder kennis is’. Dat is niet best. Wanneer we echt vinden dat de leerdienst onmisbaar is, niet voor de liefhebbers maar voluit als een dienst van het Woord voor de hele gemeente, dan moet er wat gebeuren aan de manier waarop er geleerd wordt in de leerdienst. Dan moet de doelstelling zijn dat gemeenteleden na afloop zeggen: Dit kan ik en wil ik niet meer missen. Precies op dit punt biedt onze tijd ongekende mogelijkheden die iedere gemeente met de nodige wijsheid kan toepassen. Hier ligt huiswerk voor de kerkenraad. Wat zou het prachtig zijn als er ergens in een gemeente waar de leerdienst buiten beeld is geraakt, een groepje jongeren zou opstaan die nu eens niet roepen: We willen een jeugddienst, of varianten daarvan, maar die roepen: Wij willen de leerdienst terug. We laten ons die niet langer afnemen, want wij willen leren en daarin willen we zelf voluit meedoen".

 

Verboom eindigt zijn schrijven met de hoop:

 

"De leerdienst leve, opdat de kerk herleve!"