Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Historische betrouwbaarheid (1)

 

N. van Dijk

31-10-15

 

Regelmatig schrijft dr. P. de Vries (HHK) over de aard en reikwijdte van het gezag van de Schrift. Op zijn weblog schrijft hij o.a.:

 

In toenemende mate staat helaas ook binnen de gereformeerde gezindte het Schriftgezag ter discussie. Veelzeggend is dat door velen Karl Barth inmiddels als een voluit gereformeerde theoloog wordt gezien. De Christelijke Dogmatiek van dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi neemt volledig afstand van de klassieke Schriftvisie en met de Schrift zelf strijdige resultaten van de historisch-kritische methode zijn op tal van plaatsen in deze dogmatiek verwerkt. 

Dan valt te denken aan de volledige acceptatie van de evolutieleer, aan het feit dat Adam en Eva niet als het eerste mensenpaar worden gezien van wie de gehele mensheid afstamt, aan de evolutionaire visie op de ontwikkeling van de godsdienst van Israël. Het niet aanvaarden van de Schrift niet alleen als eerste en uiteindelijke norm maar ook als bron van het geloof is nooit zonder gevolgen”.

 

De vraag naar het gezag van de Schrift is ook voor de Nederlandse kerk van groot belang.

 

“Het hanteren van het beginsel sola scriptura (de Schrift alleen) is alleen mogelijk als de Schrift een consistente en co­herente eenheid vormt waarin en waardoor God tot ons spreekt. Zou dat niet het geval zijn, dan hebben we altijd een instantie buiten de Schrift nodig om te weten wie God is en wat Hij van ons vraagt. Of dat nu de kerkelijke traditie, ons verstand of inzichten vanuit de eigentijdse cultuur zijn. In het Nieuwe Testament worden de oudtestamentische Schriften als de stem van de levende God aan­vaard die in alle delen direct tot de lezer of hoorder spreekt. De geschriften van het Nieuwe Testament vormen de schriftelijke vastlegging van de apostolische boodschap dat de Heere Jezus Christus de vervulling is van Wet en Profeten. Alleen door Hem is er toegang tot God en alleen door Zijn Geest vernieuwd gehoorzamen wij werkelijk Gods stem.

 

Het apostelambt was uniek. Dat maakt ook dat met het Nieuwe Testament de canon is voltooid. Een beroep op de leiding van Gods Geest ter legitimatie van een leer en levenswandel die niet overeenkomt met wat de profeten en apostelen ons be­tuigen, is strijdig met het sola scriptura. Wij mogen onze winst doen met inzichten in de Schrift van vorige generaties. Echter, altijd blijft de geschiedenis van het verstaan van de tekst onderworpen aan de tekst zelf. Postmodern is de gedachte dat wij in de uitleg van de Bijbel allereerst onze eigen stem of die van de geloofsgemeenschap waartoe wij behoren, beluisteren. De Schrift zou geen objectieve betekenis hebben. Deze gedachte staat haaks op wat de Schrift zegt over werkelijke gemeenschap met God met als instrument de Schrift”.

 

In het kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk (nr. 19 en 20, april 2015) schrijft hij in de rubriek ‘Schriftgezag’ een aantal artikelen ‘Is de historische betrouwbaarheid van de Bijbel wezenlijk voor het geloof?’ In deze artikelen constateert hij:

 

“Prijsgave van de realiteit van de Bijbelse geschiedenis in het algemeen en van de heilsfeiten in het bijzonder is altijd verbonden met een pelagiaanse visie op de verdorvenheid van de mens. Als de mens niet totaal verdorven is en zijn situatie niet hopeloos is, is het niet meer essentieel dat Christus werkelijk de schuld heeft verzoend en de dood overwonnen”.

 

De Vries noemt Barth, die als jong predikant vast liep met de liberale theologie en terug greep op de orthodoxe theologie, maar die de concepten daarvan vulde met een nieuwe inhoud. “De Bijbel is voor hem niet het Woord van God, maar ziet hij als een feilbaar getuigenis dat naar het Woord van God verwijst”. De theologie van Barth wordt wel als ‘neo-orthodox’ getypeerd, maar is dit volgens De Vries niet.

 

“Alleen al het loslaten van de zondeval als historisch feit heeft grote gevolgen voor het verstaan van de Bijbelse boodschap. Als de zondeval geen historisch feit is, is de zonde er altijd geweest. Het is niet toevallig dat bij Barth het onderscheid tussen schepping en verzoening verdwijnt. De schepping is zelf al openbaring van de verzoening. In Nederland kan prof. dr. A. van de Beek als een heel eigensoortig navolger van Barth worden gezien. Nadrukkelijk stelt Van de Beek dat een christen geen wereldverbeteraar maar een pelgrim is. Echter, evenals bij Barth speelt bij Van de Beek de toe-eigening van het heil geen rol. Van de Beek ontkent niet het bestaan van de hel, maar afgezien van mensen die zich wel heel erg hebben misdragen naar hun medemens geeft hij niet de indruk dat ook maar iemand daar zal komen.

Wat Van de Beek aan Barth verbindt, is zijn Schriftvisie. De Schrift zou meer dan eens onjuiste historische informatie geven en is geen innerlijk consistent geheel”.

 

Nadrukkelijk stelt dr. De Vries dat het onmogelijk is om de boodschap van de Bijbel te bewaren als we de feitelijkheid van wat de Bijbel als geschiedenis meedeelt betwijfelen.

 

“Wie stelt dat Bijbelse geschiedenissen wel waar zijn, maar daarom nog niet echt gebeurd hoeven te zijn, neemt deze geschiedenissen niet echt serieus. Kenmerkend voor een geschiedvertelling is de claim dat zij feitelijke informatie bevat. Wie bijvoorbeeld zou zeggen dat de geschiedenis van de Holocaust wel waar is, maar niet echt gebeurd, ontneemt aan de Holocaust vrijwel alle relevantie. Wie de Bijbelse geschiedenissen niet als feitelijk ziet, zet vragen bij het feit of God wel werkelijk handelt in de geschiedenis. In de Bijbelwetenschap zien we de laatste decennia een wending naar een literair-theologische benadering van de Bijbeltekst. Aan die wending zitten een aantal positieve kanten. Echter, historische vragen blijven wezenlijk voor het verstaan van de Bijbel en de Bijbelse geschiedenissen . Dan is het heel wezenlijk om wat de Bijbel als geschiedenis meedeelt, ook echt als geschiedenis te aanvaarden”.

 

In een volgend artikel noemt De Vries theologie

 

“het gelovig nadenken over God, wetend dat de Bijbel als Zijn Woord daarbij onze bron en onze norm is. God is onze Schepper. Wij hebben tegen Hem gezondigd en kunnen alleen toegang krijgen tot Hem door Zijn Zoon Die God bleef maar mens werd en nadat Hij plaatsvervangend aan het kruis was gestorven, opstond uit de doden. Wie vernieuwd wordt door Gods Geest, wordt een pelgrim en zal als het nieuwe Jeruzalem neerdaalt uit de hemel (ook dat zal een historisch feit zijn) deze stad binnengaan”.

 

Toonaangevende theologen en Bijbelwetenschappers momenteel in Amerika die op deze wijze theologie en Bijbelwetenschap beoefenen zijn bv. Donald A. Carson, Thomas Schreiner en Albert Mohler.

 

“Een christen kan allerlei argumenten aanvoeren voor de waarheid en betrouwbaarheid van de Schrift. Doorslaggevend is voor hem echter dat de Heilige Geest hem van de waarheid van de Schrift overtuigd heeft en telkens opnieuw overtuigt. Dit maakt het bestaan van God en van de betrouwbaarheid van Zijn Woord niet tot een subjectief gebeuren. Het feit dat een blinde de zon niet ziet, betekent niet dat de zon niet bestaat. Het betekent wel dat meerdere argumenten voor het bestaan van de zon hem pas echt zullen overtuigen als zijn ogen zijn geopend”.