Ethiek

Schriftoverdenkingen

Signalen


Capelle aan den IJssel, donderdag 17 oktober
De katholiciteit van de kerk
Zie Nieuwe artikelen,
click Persbericht - Studieavonden najaar 2019


Bleiswijk, donderdag 14 november

Heilige kerk, veilige kerk
Zie Nieuwe artikelen,
click Persbericht - Studieavonden najaar 2019

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur.
info: www.bezinningmvea.
nl
 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Anna, profetes 1

 

F. Hoogland

15-12-18

 

Vorig jaar, in de uitgaaf van 23 december 2017 van ons webmagazine, namen we de Schriftoverdenking ‘Jozef, de troonpretendent’ over. Prof. B. Holwerda (… 1952) liet het opnemen in het waardevolle boek 'Het Hoogfeest naar de Schriften', studies over de vleeswording des Woords.

Voor dit jaar is, uit dezelfde bron, de keus gevallen op een essay van de zeer begaafde ds. M.B. van ’t Veer, te Amsterdam op jonge leeftijd overleden in 1944. Hij schreef over de profetes Anna.

 

Hier en daar is de spelling gemoderniseerd en zijn kopjes toegevoegd om de leesbaarheid te vergroten. Ook hebben we de studie gezien de lengte, in twee delen gesplitst.

 


 

De gebrokenheid van Israëls geslacht geheeld

 

Dr. M.B. van 't Veer

 

Wanneer Jozef en Maria het Kind Jezus op de veertigste dag naar de tempel dragen, om Hem de Heere voor te stellen, is het Gods wil, dat Hij daar als de beloofde Messias zal worden erkend. Daartoe wekt de Geest van de Heere niet alleen Simeon op, maar geeft Hij ook

Symbool van gebrokenheid

aan Anna, de profetes uit de stam van Aser, een plaats naast deze 'mens uit Jeruzalem'. Daaruit moet al duidelijk zijn, dat Anna op dit moment ten opzichte van de Christus een eigen roeping had te vervullen.

Het feit, dat de Schrift ons zo weinig schijnt mee te delen van die eigen taak in onderscheiding van de anderen, speciaal ook van Simeon, kan gemakkelijk aanleiding zijn om dit over het hoofd te zien. We weten immers niets van wat Anna bij het zien van Christus heeft gesproken. De Schrift heeft geen 'lofzang van Anna' ons overgeleverd, en geen profetie van haar voor ons bewaard! Tot op de dag van Jezus’ wederkomst zal in de Kerk van de Heere het 'Magnificat' van Maria, het 'Benedictus' van Zacharias en de 'Lofzang van Simeon' gezongen worden. Maar een lied, of zelfs maar een woord van Anna, waarmee de gemeente bij de herdenking van Christus’ komst in het vlees jaarlijks zou kunnen instemmen, heeft niemand ooit uit de openbaring ontvangen. We weten dat zij een profetes was, maar in geen enkele profetie klinkt haar stem door tot op onze tijd.

Geen wonder dus, dat daarom Anna voor de gemeente nogal op de achtergrond staat. Is het de Schrift zelf niet die haar in de schaduw plaatst?

 

In de tempel

 

Toch kan het wel bevreemding wekken, dat Anna zelfs in de tempel schijnt te moeten wijken tot achter Simeon.

In de eerste plaats is het wonderlijk dat Simeon voor deze bijzondere gelegenheid door een aparte Geesteswerking naar de tempel moet worden gebracht. En dan nog Anna vóórgaat terwijl die nacht en dag in de tempel woonde.
Want Simeon 'ontdekt' als eerste in het Kind dat in de tempel wordt gedragen, de Messias. Hij als eerste neemt het in zijn armen en looft dan luid zijn God. En pas daarna komt Anna er bij. Wij zouden toch verwachten dat Anna voorrang was verleend in de tempel omdat die bij uitstek 'haar terrein' was?

 

Daar komt nog iets bij. Bij deze ontmoeting inspireert de Geest van de Heere wél Simeon tot zijn wonderschone lofzang en doet hem profeteren, maar van zoiets merken wij bij Anna niets. Anna was toch de profetes? Maar alles, wat de Geest van de Heere haar nu laat doen, is: samen met Simeon de Heere belijden (of naar een andere lezing: mee God in erkenning loven).

 

Een eigen taak?

 

Is het zelfs niet nog te veel om te spreken van een eigen taak, die Anna in onderscheid van Simeon hier te vervullen heeft? Het lijkt alsof ze alleen maar de woorden van Simeon moet bevestigen. Want het feit blijft toch, op dit grote moment waarop alle Oudtestamentische profetie in vervulling gaat, de Geest van de profetie niet de dienst van de profetes Anna vraagt, maar de mond opent van de vrome 'Simeon te Jeruzalem'. En Anna heeft alleen het woord dat de Geest door hem spreekt, te onderstrepen.

Daarom bevreemdt het niet, dat de Kerk weinig aandacht voor de vraag naar de bijzondere betekenis van Anna bij deze heilshistorische ontmoeting, had, of deze zelfs helemaal niet stelde. Haar optreden schijnt immers alleen maar een bevestiging van Simeons woord te zijn, een toon bij het lied dat een ander al zong. Zo zou Anna desnoods wel uit deze tempelgroep kunnen verdwijnen. Zeker, we zouden dan een eerbiedwaardige figuur moeten missen - in haar hoge ouderdom nog zo'n aantrekkelijke weduwe - maar de openbaring zelf zou daardoor toch niet armer worden?

 

Toch menen we, dat door het zó te stellen geen recht doet aan de openbaring van de Heere en aan het werk van de Geest. Die doet immers ook Anna toetreden. Ook haar oog wordt verlicht om de Messias te erkennen en hulde te brengen. Het is waar, dat de Geest der profetie uit haar mond ons geen nieuwe openbaring laat horen. Toch is het naar de wil van de Heere geweest dat Anna op die dag daar in de tempel haar plaats ontving naast Simeon, en haar getuigenis moest laten horen naast het zijne. En dat moet een eigen betekenis hebben gehad in verband met Christus en Zijn werk. Haar mede-belijden legt weer op andere wijze getuigenis af van de Messiaanse heerlijkheid, die met Christus gekomen is.

Hiervan uit te gaan, is vooroordeel van het geloof.

 

Ambt

 

Waarin ligt de specifieke betekenis van Anna’s getuigenis in de tempel? Voor het antwoord op die vraag kan geen verklaring gezocht worden in haar bijzondere levensloop, of in haar hoge ouderdom, of in haar alom bekende vroomheid. Die  elementen kunnen in menig opzicht een helderder licht werpen op haar roeping maar aan deze roeping geen eigen stempel geven.

De Schrift wijst ons naar iets anders, n.l. naar het ambt, dat zij bekleedde: Anna was een profetes. En daarin is deze vrouw onderscheiden van alle anderen, die door God zijn geplaatst binnen de lichtcirkel die de openbaring getrokken heeft om het centrale heilsfeit: de komst van de Christus in het vlees.

 

Maar niemand kan een ambt bekleden in het huis van zijn Heere, zonder dat dit hem van boven gegeven is. Als Anna een profetes wordt genoemd, getuigt de Schrift dat de Heere Zelf haar tot dat ambt geroepen heeft. Het is niet beslist noodzakelijk dat deze roeping op wondere wijze tot haar is gekomen. Of een acute wending gegeven heeft aan haar leven zoals we dat meermalen zien bij mannen die onder het Oude Verbond tot het profetisch ambt werden geroepen. Het ligt veeleer voor de hand om de weg van Anna's  levensroeping nauw vervlochten te zien met de levensgang die de Heere in Zijn voorzienigheid met haar is gegaan.

Lucas geeft daarvan een opvallend brede beschrijving. Alles wat in haar leven is gekomen, kwam haar toe van de hand van de Heere. Hij bereidde haar voor óp, en leidde haar heen náár de vervulling van de ambtelijke roeping die met het oog op Christus van haar zou worden gevraagd. Dit lange leven met al zijn wisselvalligheden, vreugden en zijn smarten werd tot een bewijs dat de Heere ook bij haar alles helemaal gemaakt heeft op zijn tijd.

 

Weduwe

 

Van Anna wordt ons verteld dat zij op jeugdige leeftijd huwde. Maar ze leefde slechts zeven jaar met haar man. Toen de Heere hem wegnam, bleef ze blijkbaar als kinderloze weduwe achter. Ten minste, we vernemen er niets van dat Anna ooit moeder is geworden.

Dit smartelijk ingrijpen door God zelf in haar leven, wordt de weg waarlangs Anna naar de tempel komt als haar nieuwe woning. In het harde bestaan dat vaak het deel was van weduwen in Israël, heeft Anna vastgehouden aan de beloften die haar door de Heere waren toegezegd. Ook in haar tijd kende men de gruwel van hen die de huizen van weduwen opaten en het recht van wezen verkrachtten. Tenzij de wet haar beschermde, was de weduwe die haar natuurlijke verdediger en verzorger miste, rechteloos overgegeven in de handen van mensen.

Maar, in Israël beschermde de HEERE de weduwe en de wees. Daarom betekende onderdrukking van hen, bij Zijn volk schending van het verbond. Onderdrukking kon alleen voorkomen als de rechters in Israël geen eerbied meer kenden voor de Heere. Maar de Heere zou het onrecht zeker wreken en recht doen aan de weduwen, die tot een buit werden gemaakt en de wezen, die werden geplunderd (Jes. 10:2). Want de HEERE is in het verbond de Vader van al Zijn kinderen. Hij heeft hen onder Zijn bijzondere hoede gesteld.

 

Werkterrein

 

Toen de HEERE haar man van haar had weggenomen, heeft Anna de beloften geloofd van Israëls Man en Maker (Jes.54:5) en zich geheel gewijd aan de dienst van Hem, van Wie gold: 'Vader der wezen en Rechter der weduwen is God in Zijn heilige woning' (Ps.68:6). (1) De HEERE zelf was haar Beschermer en Verzorger, op Wie zij vertrouwde. Toen ze haar aardse zekerheden kwijt was, ontving zij eeuwige zekerheid onder de hoede van haar God. Toen de woning die bescherming en vreugde bood samen met haar man, was afgebroken, vond zij in het licht van de beloften de weg naar het huis van haar Heer.

Daar is de woning, die God voor haar heeft bereid!

Daar is nu het werkterrein waar de Heere haar dienst zal vragen!

Langs deze weg is Anna bereid gemaakt om in de tempel te Jeruzalem vele jaren de profetische dienst te verrichten, wachtend op het moment dat de Messias de tempel zal worden ingedragen. Dan zal Anna, de profetes, naar voren moeten treden op de weg die de Christus-in-het-vlees zal nemen. Zo zal zij in het licht van Hem treden. En de Kerk van alle eeuwen zal haar zien in de vervulling van haar ambtelijke roeping.

 

Leeftijd

 

Over Anna’s verblijf in de tempel geeft de Schrift nog enkele bijzonderheden. Allereerst komt hier de vraag naar haar leeftijd. Daarover zal wel nimmer volkomen zekerheid kunnen verkregen worden. De tekst is althans voor tweeërlei lezing vatbaar. Wanneer we in de Statenvertaling lezen, dat zij een weduwe was van omstreeks vier en tachtig jaar, schijnt daaraan de opvatting ten grondslag te liggen, dat hiermee haar leeftijd wordt aangeduid. Anderen echter zijn van mening, dat de zin van de Griekse tekst alleen zuiver wordt weergegeven, als we het getal vier en tachtig nemen van de duur van haar weduwschap.

Lucas zou ons dan meedelen, dat Anna eerst zeven jaar met haar man geleefd heeft en daarna als weduwe nog vier en tachtig jaar.

Indien deze laatste opvatting juist is, moet zij op de dag van de ontmoeting met Christus, aanmerkelijk ouder geweest zijn dan honderd jaar, ook wanneer we de datum van haar huwelijksdag verleggen op zeer jeugdige leeftijd.

Hoe het ook zij, vele jaren heeft de tempel te Jeruzalem haar tot een woning en tevens tot werkterrein gediend. De wijze waarop Lucas over haar spreekt, doet vermoeden dat zij door haar jarenlang verblijf in het huis des HEEREN algemeen onder Israël, in elk geval in Jeruzalem bekend was.

 

Dienst

 

Het éne geslacht na het andere heeft ze zien komen en gaan. Maar de HEERE bleef haar bidden en vasten vragen. In de vele decenniën dat zij bewust Israëls historie meeleefde, heeft ze de smaad over Israël en over Davids troon al groter zien worden. En nog steeds dieper scheen de ellende te worden waarin het volk des HEEREN verviel. Maar het heeft haar gebed om de verlossing van Jeruzalem nog meer kracht gegeven. Zij week niet uit de tempel maar diende daar God dag en nacht.

Bij de beschrijving van Anna’s dienst zullen we zeker te doen hebben met een overdrijvende spreekwijze om aan te geven, dat Anna bijna ononderbroken in de tempel te vinden was (2). Of ze ook ’s nachts in één van de bijgebouwen van de tempel haar verblijf vond, kan niet met zekerheid worden gezegd. Maar wel doet de beschrijving ons  haar vreugde zien om elke dag van de morgen tot de avond het offeren bij te wonen. En alle liturgische handelingen voor zover dit de vrouwen naar de wet was toegestaan, met haar gebeden te ondersteunen. Niets van wat in de tempel gebeurde ontging haar vrome aandacht. Alles sprak haar, verlicht door de Geest van de profetie, van de komende Messias, Die de verlossing voor Jeruzalem zou brengen.

 

Profetes

 

Want Anna vertoefde hier als profetes. Zo werd ze algemeen erkend en – wat meer zegt – zo werd ze door de Heere zelf genoemd. Daartoe was het allerminst noodzakelijk dat Anna als profetes het volk benaderde. Dat lezen we ook niet van andere profetessen van het Oude Verbond. Maar zoals de Geest van Jahwe Mirjam inspireerde (Ex. 15:20), de geest van Debora verlichtte (Richt. 4 en 5) en door de mond van Hulda sprak (2 Kon. 22:14), zo werd ook Anna door bijzondere werking van de Geest in de rij van de profeten en profetessen opgenomen. Daardoor juist neemt ze hier een aparte plaats in, ook in onderscheid van Simeon. Want hoe ook de Geest van Jahwe het oog van Simeon verlicht en in zijn mond de rijke woorden van de lofzang legt, toch wordt Simeon geen profeet genoemd. De gave der profetie mag hij voor dit ogenblik ontvangen, het ambt van de profeten wordt hem niet toegekend. Evenzo heeft de Geest van de HEERE gesproken door Maria en Zacharias, zonder dat ze daardoor in de rij der geroepen profeten worden opgenomen.

Dat laatste is dus met Anna wél het geval. En dat maakt haar 'belijden' of 'loven' van bijzondere betekenis. Door haar geeft het profetisch ambt in de tempel getuigenis aan de geboren Messias. En dat profetisch getuigenis werd tot dit moment bij de geboorte van Christus nog gemist.

 

Drie ambten

 

Met dat Anna hier naar voren komt en als profetes instemt met het getuigenis van Simeon, heeft elk der drie ambten Christus als de grote Ambtsdrager aangewezen.

 

Koninklijk

Het koninklijk ambt is daarin voorgegaan. Het heeft getuigenis gegeven door Jozef, die het Kind van Maria als zijn wettige, eerstgeboren Zoon heeft aanvaard en zo voor de wet liet gelden. Want Jozef is kroonpretendent, erfgenaam van Davids troon, en drager van alle legitieme rechten van het koninklijk ambt. Ja, Jozef neemt daarin een bijzondere plaats in. Met hem is het derde veertiental of het zesde zevental in Davids geslachtsregister volgemaakt (Matth. 1). Met Jozefs 'eerste Zoon' breekt het zevende zevental van Davids huis aan en kan de vervulling van Davids koningsglorie in de grote Zoon van David worden verwacht. Als Jozef naar het Woord Jezus voor de wet als zijn zoon aanvaardt, is dat een groot moment. Alle koningsrechten worden door Jozef en over Jozef heen gelegd op het Kind van Maria. Naar de telling van de Geest wordt Hij  aangewezen als de waarachtige Koning. Hij zal de echte aard van Davids theocratisch koningsambt tot openbaring brengen: de grote Zoon van David.

 

Maar ook het priesterlijk ambt heeft getuigd van Christus Die de dienst der schaduwen zou vervullen. Uit de priesterschaar die het ambt volgens Aäron bedient, is Zacharias naar voren getreden om door Gods Geest geleid te loven over de echte verlossing die de Heere Zijn volk heeft gebracht (Lucas 1:68). Namelijk door Christus voor Wie Zacharias’ zoon Johannes de weg moest bereiden. Met Zacharias wijzen dus alle priesters van het Oude Verbond naar Hem, de ware Priester van de volkomen verlossing. Het betekent het einde van hun schaduwdienst in de tempel. Johannes zal Hem voor het hele volk aanwijzen als het Lam, dat de zonde der wereld wegneemt (1 Joh. 1:29).

 

Profetisch

Maar waar blijft het profetisch ambt? Noch vόόr, noch bij de geboorte van de Christus is de stem van een profeet gehoord. Zal het 'drievoudig onverbrekelijk snoer' in Christus, toch verbroken worden in het getuigenis over Hem?

Een relevante vraag nu juist in deze jaren in Jeruzalem weer het profetisch woord wordt gehoord. Vier lange eeuwen is er geen profeet in Israël opgestaan – maar in deze tijd heeft de Heere dit droeve zwijgen verbroken en is Zijn volk gedachtig geweest in de zending van een profetes. Dus is de rij der profeten met Maleachi niet voor goed afgesloten!

Want over die eeuwen heen reikt Anna, de profetes, de hand aan alle profeten en profetessen van het Oude Verbond. In haar wordt het profetisch werk weer opgenomen en voortgezet. Israël wordt weer gewezen op de komende Christus.

Dan zal toch het profetisch ambt getuigenis moeten geven aan Hem, Die ook het einde is van alle profetie? En de stem der profeten zich verenigen met het eenparig getuigenis van het koninklijk en priesterlijk ambt? En we weten dat alle profeten en ook de profetes Anna alleen hebben geprofeteerd door de Geest van Christus (1 Petr. 1:11).

 

Geest van Christus

 

’t Was de Geest van Christus die Anna gezalfd had tot profetes in de volheid van de tijd en haar in de tempel, te midden van de dienst der schaduwen, deed spreken van 'geest en waarheid' (cf. Joh. 4:24).

’t Was de Geest van Christus, Die haar verlichtte en haar deed bidden en worstelen om de komst van Hem van Wie alle profeten hebben gesproken.

Maar dan kan de Geest van Christus in haar niet blijven profeteren van de Messias, Die nog komen moet, als Deze gekomen is. Integendeel, dan kan het niet uitblijven dat Christus' Geest van de profetie, ook het ambt van de profetie de vervulling laat zien. De profetes zal getuigen van Hem, Wiens dag alle profeten zeer verlangend hebben willen zien.

Zo wordt Anna tot Christus geleid. Ze heeft inderdaad haar eigen plaats en haar eigen roeping naast Simeon. Maar haar getuigenis kan nu niet gemist worden: in haar klinkt de stem der profeten, van alle profeten van het oude verbond. Laat Simeon dan voor dit ogenblik de gave der profetie ontvangen, de erkenning van de Christus door Anna in het licht van Simeons woord spreekt haar eigen taal. Het profetisch ambt van het oude verbond heeft nu niet meer te profeteren, maar de vervulling van de profetie in de Messias te belijden.

 

Zo hebben alle ambten in Israël getuigenis gegeven aan de ware Christus. En de Kerk van alle eeuwen verblijdt zich in Gods wondere werken. Hij heeft in het toebereiden en bekwamen van deze weduwe na vier honderd jaar in Israël weer de stem van een profetes doen horen. Opdat de Geest der profetie Ij tochHHJ  zou aangeven dat de dag van de vervulling van alle profetieën is aangebroken. En in het licht van dat drievoudig getuigenis aanbidt de Kerk van alle tijden de grote Ambtsdrager, Die de waarheid van het éne ongedeelde ambt van Profeet-Priester-Koning aan de wereld zal laten zien.

 

Katholieke eenheid

 

Er is echter nog een ander element, dat de aandacht vraagt. Alle nadruk valt er op dat de Geest van Christus Anna en Simeon verenigt in één lofzang op hun Messias. Daarin geven zij bewijs van de grote samen vergaderende kracht van Christus. Want Christus voegt hier door Zijn Geest samen wat de Oudtestamentische tempel niet blijvend bijeen kon houden. Zij beiden profeteren van de waarheid, dat Christus gans Israël tot één zal vergaderen en door Zijn samenbindende kracht één gemeente zal worden gebouwd, die zich tot in eeuwigheid zal mogen sieren met de predicaten van 'eenheid' en 'algemeenheid'.

Deze kracht wordt reeds hier openbaar. Hij moet worden vrijgekocht om van de stenen tempel Zijn tempel van levende stenen te kunnen bouwen. Want Christus als Priester gaat niet dienen naar de orde van Aäron, maar als priester naar de ordening van Melchizedek. Zo brengt hij Aärons dienst tot vervulling en vergadert een volk 'tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren, die Gode aangenaam zijn' (1 Petr. 2:5).

 

Zo zou Christus de vervulling van de wet zijn. De priester in de tempel heeft zo juist achteloos de ceremonie van de 'voorstelling' verricht. Verging het zo niet alle eerstgeborenen? Maar dan treden Simeon en Anna naar voren om te getuigen van Hem, Die de meerdere tempel, het 'geestelijk' huis zou bouwen. Niet de officiële priesterschaar van het ingezonken Israël, maar zij, die de 'vertroosting van Israël' (Simeon) en de 'verlossing van Jeruzalem' (Anna) verwachtten, zullen door de Geest Christus belijden. Als zij dan samen hun eenheid vinden in het belijden van de Messias, zijn zij het levend bewijs van Christus’ bouwkracht die begint te verenigen wat de eeuwen door niet tot de éne tempel wilde komen.

Als Simeon uit Jeruzalem zijn lofzang zingt en Anna uit Aser haar stem daarbij paart, zingen zij samen het éne lied op Hem, Die nu reeds bewijst, dat meer dan de tempel hier is.

 

Zo krijgt het toch wel zijn betekenis, dat Lucas ons zo nauwkeurig haar afkomst vermeldt. Er is gezegd, dat het voor de zaak waarom het hier gaat, niet van het minste belang is al die bijzonderheden van Anna te weten. Bijvoorbeeld dat ze uit de stam van Aser kwam (3).

We kunnen dat niet geloven. Integendeel, het ontvangt zelfs een bijzondere betekenis, als we zien dat hier de samen-vergaderende kracht van Christus blijkt. Christus die losgekocht van Jeruzalems tempel, al dadelijk bewijst dat Hij slechts de stad verlaat om te komen tot Zijn stad, waarvan de twaalf poorten het opschrift zullen dragen van de 'twaalf geslachten der kinderen Israëls' (Openb. 21:12).

 

NOTEN

  1. Hier en ook wel bij andere teksten wordt de vertaling weergegeven, die men vindt in de serie 'Korte Verklaring'.
  2. Zo is de opvatting van Calvijn, Zahn, e.d.
  3. K. Bornhäuser: Die Geburts- und Kindheidsgeschichte Jesu, p. 115

Wordt vervolgd