Ethiek

Schriftoverdenkingen

Nieuwe artikelen
Signalen


Meditatie
Elke woensdagavond van 19.00 tot 19.20 uur.
Ds. M.A. Sneep en ds. H.G. Gunnink

https://kerkdienstgemist.nl/stations/788-Gereformeerde-Kerk-Groningen

Schriftoverdenking
Elke woensdagavond van 20.30 tot 20.50 uur.
Ds. C. Koster

https://dgk-lansingerland.nl/nieuws/live-kijken



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Morgensterren


Pasen, april 2012
 

Een engel van de Here daalde neer uit de hemel, wentelde de steen af van de grafdeur en ging er op zitten. Zijn gedaante was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw. De schildwachten werden doodsbang. Maar de engel zei tegen de vrouwen: Wees niet bang. Mat. 28 : 2-5.

 

De morgenster

Men moet een kind van het Oosten zijn, om te weten hoe groot de blijde klank is in dit woord. De morgenster - die de dag aankondigt en die meer dan andere sterren zelf draagster van het licht is. Voor de mens als wachter op het morgenlicht, is er geen mooier profetie dan de aankondiging dat het licht het duister doorbreekt.

 

Ook de Bijbel kent dit lichtende woord en verbindt dat onmiddellijk met leven. Vijf maal spreekt de Schrift van morgensterren. Vier verschillende dragers geeft het hun glans: Gods engelen worden als morgensterren geroemd (Job 38 : 7); maar ook de profane zondige wereldmacht die God naar de kroon steekt, wordt er mee aangeduid (Jes. 14 : 12); gelovigen, strijders van God, die nu (2 Petr. 1 : 19) èn straks (Openb. 2 : 28) worden gezegend met de vreugde en de glans van de morgenster; en ten slotte de verhoogde Christus zelf die als de morgenster blinkt (Openb. 22 : 16).

Door heel de Schrift straalt zo het licht van morgensterren in vier richtingen. Maar op de morgen van het Paasfeest komen alle vier als morgensterrenmachten samen in een worsteling om de hegemonie; de strijdvraag klinkt, welk licht en welke glans er zal schijnen tot de jongste dag.

 

De bliksemende morgenster

Allereerst flitst daar de bliksemende morgenster. Een engel schiet neer, als hemelvuur is zijn verschijning. Hoe zou hij hier hebben kùnnen ontbreken?

Immers toen de eerste scheppingsmorgen aanlichtte, juichten alle morgensterren, al Gods engelenzonen (Job 38 : 7). Nu is er een tweede morgen. Maar die is veel heerlijker dan de eerste, want de hèrschepping breekt nu door, als Christus oprijst uit het graf. Daarbij zijn de engelen óók betrokken. Want Christus' opstanding geldt heel de zuchtende schepping; en de dageraad licht voor alles wat roept in barensnood; de morgen breekt door voor geest én stof. Wat op de scheppingsmorgen gebouwd werd, wordt op de dag van de herschepping opgetrokken uit de dood.
Ook de hemelse blijdschap is groot. Want op de Paasmorgen van de Eerste Dag, is de belofte vervuld dat zingende morgensterren een groot licht zullen zien opkomen uit de schoot der mensheid. Op de eerste morgen van de creatie werden de kosmos en het leven geschapen door het Woord dat in den beginne bij God en God was. Op de Paasmorgen wordt het leven beveiligd door het Woord, dat vlees geworden is en onder ons heeft gewoond.
De schepping van het universum door de Middelaar doet zingen uit volle borst. Maar de lofzang wordt nog uitbundiger als Hij deze wereld vernieuwd en verjongd herschept. Op deze morgen ontsluiten Gods morgensterren de erepoort voor de Koning van de nieuwe wereld, voor de blinkende morgenster.

Christus Jezus.

 

De verblekende morgenster

Maar er is ook nog een andere morgenster. Die van de zondige wereld- en cultuurmacht. Jesaja’s dichterlijke verbeelding typeert de koning van Babel met een uit de hemel gevallen morgenster (Jes. 14 : 12). Een ster vol licht en heerlijkheid, maar wel van een cultuur die ondergaat in de dood.

Eeuwen later verheft opnieuw een wereldmacht zich tegen Gods licht. Schildwachten willen de Koning van het rijk der hemelen in een graf opsluiten om te beletten dat deze dag van ontwaken juichend wordt begroet. Achter die betaalde huurlingen staan de wil van de Joden en de macht van de Romeinen, de hele wereld dus! Maar als Gods morgensterren, zijn engelen verschijnen, dan verbleken de wachters en worden als doden.

Raakt het ons niet diep dat alle anti-goddelijke macht voor Christus moet wijken? Hoe groot is de oordeelskracht van Pasen als hier de morgenster-wereldmacht al voor een morgenster-engel verbleekt. Hoe zullen dan eens al die wereldlichten doven als Hij opnieuw verschijnt, die heet: de blinkende morgenster?

 Christus Jezus!

 

De blinkende Morgenster

Maar de vrouwen, die hoeven nergens bang voor te zijn. De engel die de wachters verjaagt , troost: Wees niet bang. Want de verblijdende morgenster gaat op in haar harten. Petrus leert immers te letten op het profetische woord als op een licht, dat schijnt in een duistere plaats, totdat de dag zal aanlichten en de morgenster opgaat in uw harten (2 Petr. 1 : 19)?

Let wel, dat woord gaat gepaard met bloed en tranen. Want was op de Paasmorgen niet hét diepe verdriet dat de jongeren het profetisch woord niet díe plaats in hun ziel hebben gegeven, waarop het recht had? En dat zij zo het morgenlicht van geloof en hoop te lang hebben gemist?

Maar het Paasfeest zal hen de profeten leren begrijpen; ze zullen Christus uit de profetie leren kennen als verhoogd uit vernedering. Zo zal de morgenster van doorbrekend geloofslicht en van stralende zekerheid opgaan in hun ziel. En in élk hart dat zijn blijdschap vindt in de blinkende Morgenster.

Christus Jezus!

 

Want die blinkende Morgenster die opkomt over de aarde, schittert op het Paasfeest boven alles uit. De engel wentelt de steen weg. Niets kan de stralen van deze Morgenster meer belemmeren.

Christus als koningsmens zegt tegen Johannes op Patmos: Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende Morgenster. (Openb. 22 : 16). Dat is zijn laatste woord voor gemeenten die zijn Paasglorie hebben gezien. Zo treedt Hij voor ons op in de Jozefs hof als de verheerlijkte mens, de Koning der heerlijkheid, de Vorst der eeuwige jeugd, die ook ons vlees en bloed in levende en prachtige glans zet. Bij zijn sterrenlicht verdooft al het licht dat niet aan Christus ontleend wil zijn. De wachters vluchten uit angst. Maar alle zielen die hun levenslicht aan Hem ontlenen, zullen schitteren als de sterren, eindeloos.

Engelen zijn morgensterren die op de Paasmorgen op een steen zitten en verder niets meer te doen hebben. Maar mensen-morgensterren gaan hun Christus verwelkomen. Ze bewijzen dat de mens nu schittert boven de engel. De mens die de luister van de opstanding van de mens Christus Jezus in zijn eigen vlees ziet weerkaatsen.

De morgenster gaat op in hun ziel en ze gaan vóór engelen. Maar alleen als ze zich ootmoedig buigen, als in Jozefs droom, voor de lichtdrager wiens licht sterker is dan het hunne: de blinkende Morgenster.

Christus Jezus!.

 

Zo heeft het Paasfeest in Gods morgensterren vrolijk licht ontstoken. Sterren met valse gloed, worden verduisterd maar sterren, die Gods lichtdragers willen zijn komen tot haar oorspronkelijke volle glans. De Paasvorst, de blinkende Morgenster overtreft alles in grootte en straalt over de hele aarde. Alle harten die leven uit Pasen keren zich naar dat grote Morgenlicht en zien met groot verlangen uit naar zijn nieuwe dag. Meer dan wachters op de morgen.

Zij bidden:

 

O helle Morgensterre,

 Gods eeuwich soon!

 Schiet op ons hert van verre

 U stralen schoon.

 

 Vermeert, tot uwen love,

 Het crancke licht

 Van onse cleyngelove

 En toeversicht.

 

 Totdat wy eens, in waerheyt,

 Verheven hooch,

 Aenschouwen uwe claerheyt,

 Van ooch tot ooch! f

 

 en krijgen als antwoord:

 

Die overwint, en die mijn werken tot het einde toe bewaart . . . ik zal hem de morgenster geven. (Openb. 2 : 28).

 

Dat is de grote ontknoping van de sterrenstrijd, die op Paasmorgen is uitgestreden. Opdat de wereld zou komen tot het blijvende, tot het ware, tot het prijzende Licht.

Dat is de glorieuze overwinning van blinkende Morgenster over de bliksemende, de verblekende en zich verblijdende morgensterren die werkelijk van de 'dag des Heren' zijn. Ze vormen samen het 'astron kuriakon'. Het sterrenbeeld van onze Levende Heer!

 

 


 

Deze meditatie van prof.dr. K. Schilder is bewerkt naar hedendaags taalgebruik. De overdenking verscheen eerder onder deze titel in De Reformatie van 6 april 1923 en is ook te vinden in zijn boek Licht in de rook.