Ethiek

In de pers

Signalen

geen berichten



 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Verlangen en vraagtekens

 

N. van Dijk

21-01-17

 

Volgens de nieuwe voorzitter van New Wine, ds. Jan Maarten Goedhart, staan de kerken meer open voor vernieuwing dan vijf jaar geleden. Hij verlangt ernaar dat bij christenen het geloof uit het hoofd naar het hart daalt.

 

“Zeker in de gereformeerde kerken is geloof jarenlang kennis geweest. Het juiste antwoord geven op de vragen, daar ging het om”
(ND 23 juli). 

 

Wat de medewerkers van New Wine willen is dat de kerken een nieuw geestelijk leven gaan ervaren. De gemeente moet van God gaan verwachten dat Hij werkt. Dan kan het gaan over genezing van ziekten of bevrijding van verslavingen.

 

***

 

Ook Jos Douma (voorganger van de Plantagekerk GKv Zwolle) signaleert een zekere ‘Geestschuwheid’ in de kerken. Bij een bespreking van het boek Preken van Tim Keller heeft hij kritiek op diens spreken over de Geest als ‘schijnwerper op Christus’.  Volgens Douma wordt deze manier van spreken vaak gebruikt om te waarschuwen voor te veel aandacht voor de Geest. Keller zou een belangrijk Bijbels gegeven laten liggen, nl. ‘de zalving met de Heilige Geest’.

 

“Elke prediker is geroepen die werkelijkheid te leren kennen en ervaren: de krachtige werking van de Geest, die ons leidt, ons vervult, ons woorden geeft waar we zelf niet opkwamen” (ND).

 

Douma is al jaren op zoek naar nieuwe manieren van kerk zijn in deze tijd. In het tijdschrift ‘Onderweg’ schrijft hij over een nieuwe invalshoek, namelijk die van het verlangen (9 juli 2016).

 

“De kerk is wellicht veel te veel de plaats geweest waar we geloofden dat de juiste overtuigingen je tot een goede christen en een vruchtbare discipel van Jezus maakten. En het overbrengen van die overtuigingen gebeurde ook nog eens op een voornamelijk rationele manier: door kennisoverdracht. Zou de kerk niet allereerst een plek moeten zijn waar onze verlangens worden gevormd en richting krijgen? Steeds meer dringt tot ons door dat de veranderingen die we graag in onze levens willen aanbrengen vaak weinig te maken hebben met onze overtuigingen, maar veel meer met onze verlangens”.

 

Douma noemt het boek van James Smith Desiring the kingdom, waarbij de schrijver de mening is toegedaan dat er in de christelijke vorming niet zoveel nadruk gelegd moet worden op het overdragen van kennis. Het moet vooral gaan over het vormen van onze hoop en onze passie en onze visie op het goede leven: ‘je bent wat je liefhebt, je bent waar je verlangen naar uitgaat’.

Douma is geïnspireerd door Tom Wright die een pleidooi voert om de boodschap van het evangelie te vertellen vanuit de verlangens die we als mensen hebben:

 

“verlangen naar gerechtigheid, verlangen naar spiritualiteit, verlangen naar verbondenheid en verlangen naar schoonheid. Het is het verlangen naar het goede leven en naar de God die dat goede leven aan ons geeft. De Bijbel vertelt het verhaal dat gaat over de vervulling van deze verlangens door Jezus Christus, die zegt: ‘Ik ben gekomen om jullie het leven te geven in al zijn volheid’.”

 

***

 

In dezelfde ‘Onderweg’ schrijft Gert Zomer (predikant GKv Houten) over de vragen die de christen in zijn leven tegen komt en waar we niet altijd op hoeven te’ antwoorden. Hoe ouder hij wordt, hoe minder hij weet en hoe groter het mysterie wordt

 

“dat zich als de God van deze wereld presenteert. Ik dacht daar later over door, over een christenheid die te veel praat. Te vaak met oplossingen komt en naar oplossingen zoekt. Over de bombardementen aan zekerheden die zondag in, zondag uit over een welwillend christelijk gehoor worden uitgestort. Over christenen van wie antwoorden worden verwacht. Over dominees die worden geacht de oude, vertrouwde klanken te laten horen. En over de bevrijding die het geeft als je jezelf kunt toestaan om vraagtekens vraagtekens te laten”.

 

Tijdens een gesprek met één van de gasten van een inloophuis voor daklozen, die zijn door verdriet getekende levensverhaal deed, zag de predikant, door alleen maar te luisteren en niet te hoeven antwoorden, even (iets) van God.

 

***

 

In het ND was een artikel te lezen over de gereformeerdebonder ds. Gijs Boer en zijn onlangs uitgekomen verspreide geschriften Tijdbetrokken vreemdelingschap.

Bart Jan Spruyt schrijft daar:

 

“Wat ds. Boer in de jaren vijftig tegen de midden-orthodoxe theoloog Hendrik Berkhof schreef, zou hij nu waarschijnlijk ook tegen zijn eigen kring van bonders, herstelden en gergemmers moeten zeggen”.

 

Boer preekte zonder concessies te doen aan het publiek en is vooral bekend vanwege zijn debat met H. Berkhof.

 

“Berkhof meende dat de orthodoxie niet langer in rapport met de tijd stond. De moderne mens wordt immers vooral geplaagd door de vraag of God wel bestaat”.

 

Boer antwoordde aan Berkhof dat deze dingen niet aan hem voorbijgaan.

 

“Ook wij zijn mensen van de twintigste eeuw. De crisis die Berkhof beschreef, kenden hervormd-gereformeerden ook. Maar er is een veel diepere crisis, die ieder mens nodig heeft. De vraag: is er wel een God, en het antwoord dat daarop komt, baant de weg tot de vraag: wie is deze God? Hoe leer ik Hem kennen? Waar de vraag die Berkhof stelt eindigt, begint het pas. Immers, dieper dan de aangevretenheid van de moderne mens in deze cultuurfase, gaat de ontdekking van de Heilige Geest, wanneer wij gesteld worden in de ontmoeting met de levende God, en de grondvraag aan de orde gesteld wordt, namelijk onze schuld”.

 

Aan het einde van zijn artikel uit Spruyt zijn zorg over de huidige prediking in de orthodoxe kerken:

 

“Het gevaar is groot dat deze prediking verdwijnt, maar dat dit niet alleen door de omstandigheden komt (de secularisatie, de scheuring), maar ook omdat wij niet meer de daarin geadresseerde zondaren kunnen of willen zijn”.

 

***

 

In het kerkblad van de Hersteld Hervormde kerk besteedt B.J. van der Vlies in een column (‘Wat het zwaarst is!’) aandacht aan het feit dat niet zelden mensen stuklopen op vragen over lijden, rouw, dood en verderf, en waarom God dat laat gebeuren. Toch zou het volgens hem opmerkelijk zijn als er één bij de afhakers zou zijn die zit met de (meest wezenlijke) vraag dat hem of haar zonden vergeven moeten zijn, en hoe het daartoe toch ooit komt.

Van der Vlies noemt het de roeping van de kerk dat mensen vanuit de Bijbel gewezen wordt op gezaghebbende antwoorden op bovenstaande vragen. Hij heeft zo zijn vragen bij wat er in allerlei kerken wordt meegegeven en noemt dan ook het in het ND verschenen interview met Gert-Jan Roest. Deze vraagt zich af of het Evangelie van vergeving van zonden wel past bij de behoeften van mensen van deze tijd.

Professor Kwakkel reageerde hier in een later artikel op. Hij wees erop dat je altijd stuit op de constatering dat wij mensen ver bij God vandaan zijn geraakt.

 

“Als je mensen wilt winnen voor het Evangelie, doe je er goed aan te beginnen bij waar ze zijn. Dan kun je laten zien dat de liefde van God in Jezus Christus een bevrijdend licht werpt op hun vragen. Maar wie van die liefde overtuigd wordt, zal ook gaan ontdekken hoe ons eigen gedrag met die liefde contrasteert. Vroeger of later komt de schuldvraag naar boven, niet als een aangepraat, maar als een persoonlijk probleem. Zo kom je toch uit bij de kern: het Evangelie van Jezus Christus, Die Zijn volk bevrijdt van hun zonden”.

 

Van der Vlies eindigt zijn column:

 

“Wat hierin aansprak is dat toch wordt uitgekomen bij wat het zwaarst is, en dat moet het zwaarst blijven wegen. Ook in de prediking, ook in de kerk, ook in onze kerkelijke activiteiten, ook in onze gezinnen, ook in ons persoonlijk leven”.