Ethiek

In de pers

Signalen

Drie berichten
 

DOOR EEN TECHNISCHE STORING
KON ER DE AFGELOPEN WEEK GEEN NIEUWSBRIEF VERZONDEN. DAT VINDEN WE HEEL VERVELEND.
WEL KONDEN ALLE ARTIKELEN WORDEN GEPUBLICEERD.
WE WERKEN ER HARD AAN HET PROBLEEM TE VERHELPEN.


25-01-19 Informatieavond Zuidhorn
Spreker: dr. P. Boonstra, GKv Bussum-Huizen
Kerkgebouw: De Rank, Westergast 8, Zuidhorn
20.00 uur
Organisatie GKN Studiegroep Midden-Nederland

29-03-19 Informatieavond Zuidhorn
Spreker: J.J. van der Tol, GKv Blije-Holwerd
Kerkgebouw: De Rank, Westergast 8, Zuidhorn
20.00 uur
Organisatie GKN Studiegroep Midden-Nederland


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Signalen 62

 

R. Sollie-Sleijster

03-03-18

 

Afscheid van de GKv

24/2/2018

 

Gerrit Veldman (historicus) schrijft in zijn laatste blog over de overwegingen die tot zijn recente afscheid van de GKv hebben geleid. Deze toch wel moeilijke stap, afscheid nemen van de kerk, de kerk, die ‘niet zomaar een groep mensen is, maar Christus’ lichaam’, was voor hem en zijn vrouw onvermijdelijk geworden. Uiteindelijk gaven drie dingen de doorslag:

  • Het besluit van de synode van de GKV om alle kerkelijke ambten open te stellen voor vrouwen. Dit besluit zette het gezag van de Schrift op losse schroeven.
     
  • De voorgenomen eenheid met de NGK, die volgens synode en deputaten op Schrift en belijdenis gebaseerd is. Maar zolang de belijdenis niet wordt gehandhaafd, is zo’n bewering een wassen neus. En dat die handhaving er niet is, is duidelijk gebleken op de gezamenlijke synodevergadering van GKV en NGK op 11 november 2017 in Kampen.
     
  • Armoedige en soms zelfs onbijbelse prediking. In IJsselmuiden maakten zij het mee dat er predikanten voorgingen of preken gelezen werden van predikanten, zowel van binnen als van buiten de GKV, die dingen leerden die op gespannen voet staan met Schrift en belijdenis. Met als absoluut dieptepunt een preek, waarin op basis van 1 Petrus 3:19 werd gesteld dat er zelfs voor wie als ongelovige sterft nog hoop op redding is.

Het evangelie wordt niet meer zuiver gepredikt (art.29 NGB), zo blijkt volgens Veldman uit genoemde punten. Maar moeten we daarom acuut vertrekken, of is er nog ruimte voor revisieverzoeken?

Veldman komt tot de volgende constateringen:

  • In IJsselmuiden leidden de herhaaldelijk aan de kerkenraad kenbaar gemaakte bezwaren niet tot  een koerswijziging. Maatregelen tegen onbijbelse prediking of een verzoek tot revisie bij de volgende synode werden niet overwogen, maar men hield zich bezig met het komen tot eenwording met de plaatselijke NGK.
    We zijn uitgepraat, verder bezwaar maken is tijdverspilling (ook volgens de wijkouderling).
     
  • Landelijk is het uitzichtloos. Kerkenraden die nog revisie willen vragen, moeten dat volgens Veldman doen, maar het terugdraaien van de besluiten over vrouwen in het ambt zal niet voldoende zijn. Die besluiten zijn slechts een symptoom van een veel ernstiger kwaal: het loslaten van het Schriftgezag, het tolereren van dwaalleer op de preekstoel en aan de predikantenopleiding. Ieder die gereformeerd wil blijven zal de GKV moeten verlaten.

Dit proces van reformatie zal tijd vragen. Veldman heeft zich aangesloten bij degenen die al eerder de GKV hebben verlaten. Hij kiest nu voor de GKN, maar hoopt dat DGK en GKN de komende jaren tot eenheid mogen komen.

 

Nieuwe hermeneutiek en nieuwe vrijzinnigheid

Nader Bekeken – februari 2018

 

Dr. Pieter Boonstra constateerde dat het virus van de nieuwe hermeneutiek de GKv heeft aangetast.  Maar ligt er ook een verband tussen deze hermeneutiek en nieuwe vrijzinnigheid?

Boonstra wijst op een boek van Robert Plomp: Nederlander met de Nederlanders. Hierin wordt onder de vlag van orthodoxie een vrijzinnige visie op homoseksuele relaties, de ‘wetenschap’ en de vrouw in het ambt gegeven. De schrijver vindt zichzelf Bijbelgetrouw en beslist niet vrijzinnig, want er staat immers “voor de Joden ben ik als een Jood geworden en voor de niet-Jood een niet-Jood en voor de zwakken een zwakke, en dat alles om hen te winnen” (1 Kor. 9:20v). Losgemaakt uit de context worden Paulus woorden zo in hun tegendeel veranderd. Het gaat er om zich aan te passen aan de huidige culturele situatie, zo meent Plomp, want dat deed Paulus toch ook? Maar dit klopt niet.

Boonstra wijst erop dat dit ‘redeneren vanuit een andere tekst’ er toe leidt dat niet de Bijbel het meer voor het zeggen heeft, maar de mens zelf bepaalt wat wel en niet gezag heeft in Gods Woord.

Verhullend

Dit is niet de open vrijzinnigheid van een Nico en Carel ter Linden of een Harry Kuitert.

Deze vrijzinnigheid is verhullend, moeilijk te herkennen, en daardoor gevaarlijker.

De ‘oude’ vrijzinnigheid is gebaseerd op het modernisme (Descartes): het verstand en de wetenschap bepalen wat waar is. ‘Het is wel waar, maar niet echt gebeurd’, kun je dan over Bijbelse geschiedenissen horen.

Maar het nieuwe postmodernisme (Nietzsche) wil hier niets meer van weten. Nu geldt dat ieder ‘zijn eigen waarheid heeft’. Wat je gevoel of ervaring zegt is maatgevend en geeft de doorslag.

Echter als rationaliteit en argumenten geen invloed meer hebben, raken we in vreemd vaarwater. Jij bepaalt welke teksten (voor je gevoel) het beste bij jouw geloof passen. Of, om met Plomp te spreken, als wij net als Paulus de Grieken een Griek moeten zijn, dan betekent dat voor ons vandaag dat we met de Nederlanders een Nederlander moeten zijn. Daarom zullen we geen kloof scheppen door bijvoorbeeld het homohuwelijk af te keuren.

Norm of bron

Hier zien we de overeenkomsten met de nieuwe hermeneutiek. De Bijbel is geschreven en wordt gelezen door mensen die allen in een eigen culturele context leven. Wij, als lezers, moeten het kunnen ‘meemaken’, het moet met ons gevoel in overeenstemming zijn. Wat een valstrik is dat.

Je eigen gevoel is het ijkpunt geworden. De Bijbel is wel bron, maar niet langer norm.

Een andere schrijver (Brian McLaren) wijst er in zijn boek Een nieuw christendom op dat de Bijbel een soort bibliotheek is, een verzameling oude documenten.  En daar zien we de nieuwe hermeneutiek verschijnen, want ook die zegt dat we de Bijbel moeten benaderen als een oud boek, geschreven in een andere tijd en cultuur. Wij leven nu in onze zo heel andere tijd en dan kun je de Bijbelse norm toch niet meer handhaven?

Zo vallen we in handen van de postmoderne nieuwe vrijzinnigheid. Als je de Bijbel met de nieuwe hermeneutiek naar je hand zet, heb je niet het gevoel vrijzinnig te zijn, omdat het moeilijk te herkennen is. Je eigen gevoel zegt immers dat het wel klopt.  Maar juist die nieuwe hermeneutiek heeft de weg geopend om autonoom te bepalen wat norm is en wat niet. Niet langer is het de Bijbel zelf die in alles gezag heeft en daarom de norm bepaalt.

Waarschuwing

Boonstra’s waarschuwing voor het virus van de nieuwe hermeneutiek dat de GKv heeft besmet, werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Toch wil hij zijn waarschuwing nog graag aanscherpen. De nieuwe vrijzinnigheid dwingt hiertoe. Ook vandaag moeten we de wacht houden bij de Bijbel als norm (NGB art. 3 en 7 – de Schrift is Gods op schrift gestelde geopenbaarde Woord en bevat de wil van God volkomen).

De predikant benadrukt:

 

'…wat voor de oude vrijzinnigheid gold, geldt ook voor de nieuwe vrijzinnigheid: vrijzinnigheid heeft geen kinderen. Wie zich niet onderwerpt aan het Woord van God, zet een spoor uit dat doodloopt.  De autonomie van de gelovige mens betekent uiteindelijk dat je zelf nog denkt te geloven, terwijl je geloof meer en meer een lege huls wordt.()

Het is niet meer het ware geloof waar de Catechismus over spreekt in zondag 7, namelijk dat "ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft". Alles, dus ook datgene wat schuurt met je gevoel, met de cultuur waarin je leeft en beweegt.'

 

We moeten het gesprek met elkaar aangaan en dan niet met de oproep alles maar van elkaar te accepteren onder het mom van vertrouwen en liefde. Nee, we moeten de Schrìft vertrouwen en liefhebben en daarom elkaar bevragen op ons belijden en de consequenties die we daaraan verbinden. Dat is waar kerkleden recht op hebben.

 

De predikant waarschuwt dat het niet voldoende is om te zeggen dat je Bijbels wilt zijn, maar je zult je moeten verantwoorden over de manier waarop je de Bijbel benadert. Is Gods Woord alleen maar bron of ook nog steeds norm?

 

Calvijn opent in (geestelijk) testament zijn hart

RD 26/2/2018

 

Ds. C.J. Droger (CGK – Vlaardingen) staat in zijn lezing op een thema-avond van de Stichting In de rechte straat op 22 februari jl. in Goes stil bij de laatste wil van Calvijn. Kort voor zijn overlijden liet hij dit ontroerende document opmaken. We willen het ook graag doorgeven ter vertroosting en bemoediging. We zien een ootmoedig man, ‘zwak van lichaam, maar sterk van geest’, zoals de notaris het verwoordde.

Waardig gekeurd

“Ik Johannes Calvijn, dienaar van de kerk van Genève, ben door vele ziekten zodanig verzwakt, dat ik niet anders kan denken dan dat God voorgenomen heeft om mij eerdaags uit de wereld weg te nemen. Daarom heb ik besloten om mijn laatste wil bij geschrifte na te laten en wel als volgt:

 

Eerst en voor alles dank ik God dat Hij Zich over mij, die Hij geschapen en in de wereld gesteld heeft, erbarmd heeft. En Hij heeft mij niet alleen uit de duisternissen van de afgoderij getrokken, waarin ik verdronken lag, maar ook tot het licht van zijn evangelie gebracht en tot de leer van de zaligheid, die ik niet waardig was. En met dezelfde weldadigheid heeft Hij mij al mijn zonden en gebreken, waardoor ik verdiend had om door Hem verstoten te worden, lankmoedig verdragen en vergeven.

Daarenboven heeft Hij zo’n goedertierenheid richting mij vertoond, dat Hij het mij waardig gekeurd heeft mijn hulp in het prediken van het evangelie te gebruiken. Daarom betuig ik ook dat ik mij voorgenomen heb om het overige van mijn leven daarin en in de godsdienst die Hij mij in Zijn evangelie overgeleverd heeft door te brengen.”

Maar één grond

En dan vervolgt het testament met een heel teer gedeelte, waarin de kern van het evangelie klinkt:

 

“En ik heb geen andere toevlucht voor mijn zaligheid dan alleen Zijn genadige aanneming, waar mijn zaligheid alleen op steunt. Met heel mijn hart omhels ik die barmhartigheid die Hij om Christus’ wil aan mij getoond heeft, waardoor Hij vergolden heeft mijn misdaden door de verdiensten van Zijn dood en lijden, opdat zo voor al mijn misdaden voldaan zou zijn en hun gedachtenis uitgewist zou worden.

Ik betuig daarenboven ook dat ik Hem ootmoedig smeek of het Hem zou believen om mij door het bloed van die grote Verlosser, dat voor de zonden van het menselijke geslacht is uitgestort, te wassen en te reinigen, opdat ik voor Zijn vierschaar mag bestaan naar het beeld van deze Verlosser.”

Als een Vader

“Ook betuig ik dat ik naar de maat van de genade en de weldadigheid van God richting mij mijn uiterste best gedaan heb om zowel in mijn preken als in mijn geschriften Zijn Woord zuiver uit te leggen. Verder betuig ik dat in alle geschriften en disputen die ik met de vijanden van het evangelie heb gehad, geen listen of ijdele redeneringen heb gebruikt. Ik heb altijd oprecht gehandeld in het verdedigen van de waarheid.

 

Maar och, mijn betrachtingen en ijver, als ze die naam waardig zijn, zijn zo slap en traag geweest, dat ik belijd dat ontelbare dingen die nodig waren om mijn ambt op de juiste wijze te bedienen mij ontbroken hebben. En hadden Gods oneindige weldadigheden mij niet bijgestaan, dan zouden al mijn pogingen ijdel en tevergeefs geweest zijn. En ik belijd dat, als niet dezelfde weldadigheid mij ondersteund had, de gaven die God mij verleend heeft mij meer en meer voor Zijn vierschaar overtuigd zouden hebben van mijn traagheid. Daarom betuig en belijd ik dat ik op geen andere toevlucht voor mijn zaligheid hoop dan alleen daarop dat God, aangezien Hij een Vader van de barmhartigheid is, met mij, een arme zondaar, handelen zal als een Vader.”

 

Ds. Droger merkt op dat Calvijn, die in zijn leven zo veel heeft mogen doen, blijkbaar zo’n hoge opvatting van de dienst van de Heere had,  dat hij uiteindelijk alleen maar kon constateren dat het nog zo veel beter had gekund. Calvijn regelt nog wat aardse zaken en bepaalt dat na zijn overlijden zijn lichaam in Genève op de gebruikelijke wijze begraven zal worden “totdat over mij de dag van de zalige opstanding zal oplichten”.

 

Op 27 mei 1564, een maand na het opmaken van zijn testament, mocht Calvijn in vrede naar Gods Woord heengaan.