Ethiek

In de pers

Signalen

geen berichten



 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Signalen 80

 

R. Sollie-Sleijster

23-02-19

 

Theologenblog: “Socinus, het misbaksel”

RD 19-02-2019

 

Dolf te Velde, docent TUK, vergelijkt eigentijdse ideeën met die van Faustus Socinus (1539-1604).

Socinus zette vraagtekens bij de godheid van Jezus en had forse kritiek op de leer van de Drie-eenheid. Hij beweerde dat God ‘zomaar’ vergeving van zonden kon geven, als er maar berouw was te zien en een pogen het beter te doen. Geen sterven van Christus als straf of voldoening is nodig.

Waarom duidden de gereformeerden in de Synopsis Socinus aan als “infaustus Socinus”, zeg maar “Socinus het misbaksel”? Schelden was immers niet hun gewoonte?

Zij zagen Socinus en zijn volgelingen, de Socinianen, als een groot gevaar. De achterliggende gedachte van Socinus was dat mensen zèlf wel aardig op weg terug naar God konden komen en dat zij niet zondig en schuldig ter wereld komen, maar met het vermogen rechtvaardig te worden.

Jezus niet als middelaar door zijn kruisdood, maar als voorbeeld ter navolging. Jezus hoefde daarom niet echt God te zijn. Zo werd het christelijk geloof op de kop gezet: ”een misbaksel”.

 

Paulus noemt zichzelf een misbaksel (1 Cor. 15:8): “op het laatst is Hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was”. Niet eigen goedheid, maar Gòd grijpt in en geeft redding.

Een mens heeft zelf niets in te brengen bij God. Dat ligt ook in onze tijd niet lekker. Zondig en schuldig ter wereld gekomen? Moeten de doopvragen niet veranderd worden? De discussies lopen hoog op.

Reinier Sonneveld schreef ‘Het vergeten evangelie’, waarin hij beweert dat God vergeving schenkt zonder voldoening. De boekjes gaan als warme broodjes over de toonbank.

Maar Te Velde stelt vast dat de gereformeerde kritiek op Socinus hier volop actueel is:

 

“Wie zijn eigen zondigheid vergeet of vergeving versmalt door er de verzoening uit weg te snijden, zet zichzelf op het verkeerde been”.

 

Te Velde roept op om net als Paulus als misbaksel te beginnen en als iets moois te eindigen:

 

“Gods maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen” (Ef. 2:10).

 

‘Vijftig tinten gay’ in het Vaticaan

ND 15-02-2019

 

Frédéric Martel woonde geruime tijd in Rome. Hij publiceert deze week (op de eerste dag van de grote misbruikconferentie van het Vaticaan) zijn explosieve boek ‘Sodoma. Het geheim van het Vaticaan.’ over de homoseksuele praktijken aldaar. Die worden het liefst geheim gehouden.

Maar deze Franse schrijver, socioloog en journalist, zelf homo, wist het vertrouwen te winnen van veel kardinalen, bisschoppen priesters en seminaristen en escortjongens. Hoeveel het er zijn? Martel schrijft dat ze in het Vaticaan veruit in de meerderheid zijn. Sommigen leven celibatair, anderen leggen zichzelf straffen op of proberen te ‘genezen’. Nog weer anderen hebben een vaste partner, hun ‘privésecretaris of zwager’. Nog weer anderen hebben verschillende partners of maken gebruik van mannelijke prostitués, liefst jonge moslimmannen, want ‘je doet het niet met je eigen kudde’. Het systeem is gebaseerd op twee pijlers: ‘zowel op een homoseksueel dubbelleven als op extreme homofobie’. Het houdt elkaar in evenwicht.

 

Jarenlang vormde het priesterschap volgens Martel de ideale ontsnappingsmogelijkheid voor jonge homoseksuelen. En Ewout Kieckens merkt in dit verband in het RD van 19-2-2019 op:

 

 ‘Als het Vaticaan homoseksuelen de toegang tot de seminaries gaat ontzeggen, droogt de toestroom van kandidaten op. Sterker nog, je zou kunnen zeggen dat het gebrek aan roepingen in Europa verband houdt met de homo-emancipatie.’

 

De cultuur van geheimhouding zorgde ervoor dat misbruik verborgen kon blijven.   Martel: ‘Seksuele roofdieren konden profiteren van de bescherming die dit systeem bood’.

Volgens de schrijver is paus Franciscus ‘geen lid van de parochie!’ (het codewoord onder geestelijken voor collega’s die homoseksueel zijn). De huidige paus ergert zich ‘niet zozeer aan de wijdverbreide homofilie, als wel aan de extreme hypocrisie van geestelijken’. Hij wil bijdragen aan het open debat.

 

Van het gelikte opwekkingslied naar de oeroude pelgrimspsalm

De Nieuwe Koers – december 2018

 

Via de persrevue van Nader Bekeken lezen we een interview met Martijn Abrahamse over zijn nieuwe boek Breekbaar Halleluja. Onderweg met de pelgrimspsalmen. Het gaat om de psalmen 120-134. Abrahamse is evangelisch. Hij ging niet de weg van psalmen naar opwekking, maar de omgekeerde route: van opwekking naar de psalmen. De psalmen hebben nu zijn sterke voorkeur. Vanwaar die voorkeur?

De authenticiteit van de psalmen heeft hem geraakt. Het leven in al zijn schakeringen komt aan bod in de psalmen. Niet alleen de mooie momenten, maar ook herkenbare gevoelens als angst en onzekerheid. Ze laten ons God vinden in het gewone leven.

Bij het opgroeien zong de schrijver in de evangelische samenkomsten vooral opwekkingsliederen. Maar toen hij een protestants kerkboek in handen kreeg, was dat voor hem een bijzondere ervaring. Wat een grondige verwoording van het geloof, van het leven als christen en van het leven als mens van vandaag. Abrahamse ontdekte de ‘geliktheid’ van de meeste opwekkingsliederen. Ze zijn meestal niet erg concreet en gaan niet over de verbinding tussen God en ons concrete bestaan.  De psalmen gaan over geweld, dat je ervaart of dat je van binnen voelt opspelen, over moeite en twijfel en over geloofsvertrouwen dat daarop een antwoord is of een uitweg biedt. Hij vervolgt:

 

'Veel liedteksten gaan over het aanbiddende ik. Wat jij doet als je zingt of aanbidt. Het accent valt op jezelf, het is een soort selfie met God, waarbij jouw eigen emoties centraal staan. Dergelijke liederen zijn heel populair. Het beeld van God is vaak erg simpel: Hij houdt geweldig veel van ons en steunt ons door dik en dun.’

 

Abrahamse begrijpt wel waarom die liederen zo populair zijn. Als kind leerde hij ze, maar op een gegeven moment verlang je naar iets meer:

 

‘Van de psalmen kun je wat opsteken, dat ‘bouwt’ je geloof op, méér dan direct de focus te leggen bij je gevoelens.’ ‘De gebrokenheid van het leven is niet opeens opgelost als je gelooft. In de psalmen tref je dat besef veel meer aan, op een manier die herkenbaar is.’

 

Niet-vrijgemaakte in bestuur predikantsopleiding Kampen

ND 1-2-2019

 

Pim Boven, manager bedrijfsvoering bij de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Amsterdam is de eerste bestuurder aan de Theologische Universiteit Kampen (TUK)) van buiten de vrijgemaakte kerken.

Boven volgt per 1 mei 2019 Jan de Jong op en zal samen met voorzitter/rector Roel Kuiper het college van bestuur vormen. Hij is lid van de Kruispuntgemeente in Amersfoort/Vathorst, een samenwerkingsgemeente van de PKN, NGK en CGK.

Kuiper deelt mee dat de aanstelling van een niet-vrijgemaakte bestuurder weliswaar geen opzet was, maar wel past in de TUK-strategie om er voor meer kerken dan alleen de vrijgemaakte te willen zijn.

De universiteit staat voor gereformeerde theologie en wie dat kan uitdragen, is hier welkom.

 

Kort commentaar

Het klinkt mooi, maar is het zo mooi? Misschien toch nog eens over nadenken?