Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl


Den Bosch, donderdag 16 januari
'Blijft de GKv een belijdende kerk?'
Ds. J. Wesseling (GKv)
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur


Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas (GKN)
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Een ander lied, een andere kerk - Synode-impressie 23/1 Opwekkingsliederen BIJLAGEN

D.J. Bolt
08-11-08

Generale Synode vrijdag 10 oktober 2008

Zie verslagen
07 - synodevergadering 6 juni 2008;
23 - synodevergadering 10 oktober 2008
18 - synodevergadering 13 september 2008.

Opwekkingsliederen

Vanaf de muur van de Koningskerk keek het psalmbord meesmuilend neer op de synodeafgevaardigden. Zij waren in een intensieve discussie verwikkeld of de evangelikale opwekkingsliedbundels nu wel of niet als een bron van nieuwe liederen gebruikt konden worden. En of de kerken zélf naar hartelust uit die ongeveer 700 liederen mogen selecteren of niet. Moeten deze liederen ook niet, net als alle andere, eerst op hun Schriftuurlijkheid en op hun geschiktheid als kerklied worden beoordeeld?
Maar het psalmbord had daar geen boodschap aan: opwekkingsliederen waren gesneeën liturgie voor hem1.


Nee, zeiden de deputaten Kerkmuziek, toetsen en selecteren kan gewoon niet. Opwekkingsliederen hebben zo'n ander karakter dan 'normale' liederen. Je kunt ze niet beoordelen zoals afgesproken is in art. 67 KO (zie Bijlage 1) en volgens onze huidige criteria (zie Bijlage 2). De muziek ervan is totaal anders en bovendien is hun "omloopsnelheid" veel te hoog. Voordat je klaar bent met het beoordelen en selecteren zijn ze alweer stukgezongen of heeft men de interesse erin verloren.
Maar je kunt niet dáárom deze hele categorie liederen afwijzen, ze passen best als aanbiddingsliederen in een gereformeerde eredienst. Weliswaar zit er over het algemeen weinig zeggingskracht in de liedtekst op simpele melodieën, maar de sterke kant is de vele herhaling van eenvoudige zinnen en sterke ritmes.
Dus: kerkenraden kunnen zelf wel naar believen selecteren uit 'opwekking' voor "bijzondere diensten en momenten".

Ja, wél toetsen, zei de afgevaardige ds. L.W. de Graaff.
Weliswaar hield hij niet zo van opwekkingsliederen maar, gestimuleerd door de jongste telg van zijn gezin en "zijn jonge collega Sander" die zo snel mogelijk opgewekt wil zingen2, stelde hij zich voor toch maar toe te geven aan het levende verlangen.
Maar wél toetsen. En dus diende hij samen met br. J. Verkade een tegenvoorstel in.
Echter daarmee weken ook zij wél af van de sinds jaar en dag aanvaarde en toegepaste methode van liedselectie3 voor het nieuwe kerkboek. Want met hun voorstel toetsen en selecteren de gezamenlijk kerken niet meer maar wordt de muziekdeputaten de vrije hand gelaten! Die mogen een "beperkt aantal liederen" selecteren en vrijgeven voor gebruik in de gemeenten.
En om de kerken te helpen uit die lijst een verantwoorde keuze te doen moeten de deputaten hun keuze laten vergezellen van een handleiding.
Die handleiding is nodig om de 150 psalmen "de belangrijkste bron voor onze gezongen omgang met God te laten blijven", motiveerden de tegenindieners. Opwekkingsliederen moeten niet de psalmen en ons toekomstige eigen gereformeerde kerkboek in de schaduw gaan stellen. Nee, en daarom mag opwekking alleen gezongen worden in bijzondere diensten én maar ook in gewone diensten als het goed past qua taal en toon.

Er was een krachtige oppositie tegen dit tegenvoorstel. De deputaten waren het er beslist niet mee eens. Deputatenwoordvoerder ds. P. van den Berg zag zo'n lijstje helemaal niet zitten. Naar zijn mening zijn er slechts ongeveer 50 van de ruim 700 opwekkingsliederen niet Schriftuurlijk. Laat toch de kerkenraden zélf kiezen in eigen verantwoordelijkheid. Wat de deputaten wél wilden maken was een voorbeeldlijstje waaraan voorgangers hun keuze kunnen spiegelen.
Voor muziekdeputaat De Boer maakte het helemáál niet uit. We zongen toch ook jaar en dag het Ere zij God dat op alle fronten niet voldoet aan de criteria van Leusden? Geen betuttelende selectie voor de kerken aub. Beperkt selecteren uit moderne literatuur deed hij ook niet als leraar Nederlands in het Amersfoortse gereformeerde onderwijs. Ouders werden daar "soms opgewonden" van, maar "we lezen toch ook allemaal Thea Beckman?". Nou dan!
Ds. Van der Laan was het daar mee eens maar deed in elk geval een poging het Schriftuurlijker te onderbouwen. We moesten onze kinderen volgens Paulus niet verbitteren. Dat betekent volgens Van der Laan dat we hun loyaliteit moeten proberen vast te houden. Dus vrijgeven die liederen en hen zelf laten kiezen!
En ds. Gunnink verfoeide de "betuttelende bestuurstijl" als oude criteriazakken zou worden gebruikt voor nieuwe opwekkingswijn.

Blij?

Maar het voorstel van de deputaten redde het niet. Met ongeveer 75% van de stemmen werd het voorstel De Graaff en Verkade aangenomen.
Kunnen we daar blij mee zijn?
We willen een paar opmerkingen maken zonder een uitputtende beschouwing over opwekkingsliederen in hun relatie tot de gereformeerde eredienst te houden, gesteld dat we dat al kunnen. Bovendien zijn we hier maar met een impressie bezig.

Waarom zouden we als kerken geen opwekkingsliederen kunnen toetsen?
Ds. Van der Jagt had natuurlijk volkomen gelijk dat deze liederen wel getoetst moeten worden. En stevig ook. Terecht krijgen de selecterende deputaten in het aangenomen voorstel de opdracht mee alert te zijn op invloeden van een "onbijbelse overwinningstheologie" en "remonstrantisme", waarbij in deze liederen niet zelden de vrome mens centraal staat. Let ook op sporen van aanrakingstheologie, gevoelsmystiek los van het Woord, waarschuwde Van der Jagt.
Juíst deze liederen die een geest ademen die niet zelden haaks staat op het gereformeerde geloof, moeten nauwkeurig worden onderzocht op hun bruikbaarheid in de samenkomst van Gods volk.
En het is natuurlijk ook heel vreemd dat de synode niet zou kunnen nagaan of deze liederen Schriftuurlijk zijn. Als dat werkelijk niet zou kunnen dan moeten we ze maar helemaal vergeten.
Bovendien er zit ook iets heel tegenstrijdigs in de redeneringen op de synode. Enerzijds zegt men dat toetsing niet goed mogelijk is, maar toch zíjn er al opwekkingsliederen in het voorlopige gereformeerde kerkboek opgenomen4! Die konden dus wél worden getoetst volgens de criteria van Leusden! En ook: als 36 bekwame synodeafgevaardigden er niet toe in staat zijn, kunnen de kerkenraden van Siegerwoude-Frieschepalen of Brunssum-Treebeek dat dan wel?
Het antwoord ligt voor de hand.

Niet-toetsen is ook zo scheef en schrijnend t.o.v. lieddichters en musici uit bijvoorbeeld eigen kring. Als zij na noeste artistieke arbeid de deputaten cq. de synode hun liederen aanbieden worden deze van alle kanten bekeken door de hele synode. Ze moeten vervolgens driekwart(!) van de stemmen halen anders vallen ze af. Dan kun je het toch niet maken dat uit dubieuze opwekkingsbronnen allerlei vreemde, mogelijk ongereformeerde producten worden opgevist zonder ze nauwkeurig de maat te nemen?

De deputaten voerden verder aan dat de "omloopsnelheid" van deze liederen zo hoog is. Je zou ze kunnen toetsen maar binnen de kortste keren zijn ze al weer buiten de boot gevallen. Zo gewonnen, zo geronnen.
Maar we willen toch naar een gereformeerd kerkboek? Waarin we naast de psalmen een aantal liederen hebben die we met elkaar echt leren kennen (hopelijk) en die wij en onze kinderen samen uit volle borst kunnen zingen? En niet, zoals nu al hoe langer hoe meer kan worden waargenomen, dat we al haspelend en brekebenend ons door de tekst en melodie heen worstelen? Laat er toch een selectie zijn die we kennen met elkaar en zo ook werkelijk inhoudelijk-geconcentreerd kunnen zingen voor Gods troon.

Nog iets.
Het voorstel De Graaff en Verkade eist terecht toetsing van opwekkingsliederen. Maar waarom is er daarbij weer afgeweken van die vaste regel sinds Leusden dat deputaten voorstellen en de synode goedkeurt en vrijgeeft? Nu mogen de muziekdeputaten dat 'op eigen houtje doen'.
Eerlijk gezegd hebben we daar niet het grootste vertrouwen in. Zeker niet als deze instantie op voorhand al stelde dat het met 90% van de liederen wel goed zit. Want er zijn ook heel andere verontrustende geluiden. Aan eén daarvan willen we wat aandacht geven.

Opgewekt dwalen

Enige jaren geleden schreef ds. A.H. Driest een tweetal artikelen in de gereformeerde kerkbode 'van het Noorden'5 over de invulling die er werd gegeven aan de liturgiebesluiten van de GS Zuidhorn. Driest had daarnaar een onderzoek gedaan.
Dr. H.J.C.C.J. Wilschut reageert daarop in Nader Bekeken van september 2006. Want ds. Driest had geconstateerd dat naast de vrijgegeven ook andere liederen uit b.v. de opwekkings- en E&R bundels worden gezongen in erediensten. Dr. Wilschut tekent protest aan tegen de opmars van het evangelikale lied onder ons. "Is daarvoor een wettige plaats in de gereformeerde eredienst? Die vraag lijkt voor sommigen al lang en breed gepasseerd. Waar praat je nog over? Deze taal begrijpt de jeugd! En sluit aan bij hun belevingswereld. Waarom dan nog moeilijk doen?"
De opmars van het opwekkingslied verbaast Wilschut niet, gezien de invloed van de evangelikale beweging in onze kerken. Van de andere kant ook weer wél. Want we moeten wel beseffen dat dat lied "niet los van het evangelicale denken en de evangelicale spiritualiteit () verkrijgbaar is. Voor mij was de uitspraak van Jan Smelik ooit een eye-opener: een ander lied betekent een andere kérk. () Theologisch ademt de bundel meer de sfeer van de theologie van de glorie dan van de bijbels-reformatisch theologie van het kruis."
Dr. Wilschut signaleert dat inmiddels ook in baptistenkring de liederen uit de opwekkingsbundels de nodige kritiek ontvangen. Hij zet dat tegenover de "soms kritiekloze acceptatie in gereformeerde kring. We wensen de deputaten veel wijsheid toe om met een voorstel te komen. Wie draait een groeiende praktijk nog terug?"
Niks terugdraaien dus, zo hebben we gezien. Integendeel, de deur werd opgezet.

Dr. Wilschuts kritiek kwam hem op een gepeperde reactie te staan van ds. B. Luiten6. Wilschut zou te snel, te ongenuanceerd en onbeargumenteerd oordelen en daardoor zich schuldig maken aan stemmingmakerij. Want er staan in de bundels ook veel liederen die voluit de genade en de theologie van het kruis ademen en er zijn psalmen die de theologie van de glorie laten horen7.
Op dit moment springt dr. J. Smelik in de discussie8. We gaan zijn betoog niet op de voet volgen, daarvoor is hier nu geen plaats. Maar het is wel belangrijk een aantal hoofdmomenten uit zijn betoog (weer) voor het voetlicht te halen.
In een zeer gedocumenteerd betoog toont deze liederendeskundige aan dat "je objectief gewoon kunt vaststellen" dat de bundel theologisch meer de sfeer ademt van de theologie van de glorie dan van de bijbels-reformatisch theologie van het kruis en "dat Wilschut een correcte waarneming heeft gedaan. Dat kerkmensen deze conclusie misbruiken om alle opwekkingsliederen af te wijzen als representaten van 'theologia gloriae', doet aan de waarneming natuurlijk niets af. Maar de gevoelsmatige huiver ten aanzien van de bundel, die Luiten in zijn omgeving waarneemt, is dus alles behalve onterecht."

Ds. Luiten meende dat "een algemeen oordeel, als zou heel Opwekking ergens toe neigen, niet goed mogelijk" is omdat ook in de bundels bewerkingen van Psalmen en berijmingen van andere Schriftgedeelten staan. Smelik vindt dat vreemd: want het selecteren van teksten is natuurlijk geen neutrale, theologie-onafhankelijke bezigheid.
Juist de wijze waarop met de psalmen wordt omgegaan is daar een bewijs van.

Dr. Smelik illustreert dat met een aantal opmerkelijke voorbeelden.
Lied 244 ("Welzalig de man, die wandelt") dat bijna de hele eerste psalm weergeeft mist het slotvers dat de ondergang van de goddeloze weergeeft. Van ps. 48 (lied 55) blijven alleen de verzen 2 en 3 over. Van psalm 63 zijn alleen de verzen 4 en 5 gebruikt, zodat eigenlijk van de hele psalm niets is overgebleven. Zo is ook uit psalm 62 (lied 190) alles weggesneden wat met goddelozen, vijanden te maken heeft. Enzovoort.
Smelik concludeert dat "structureel" uit de psalmen is weggelaten wat te maken heeft met dood, goddelozen, verdelging van vijanden. Hij attendeert erop dat het religieuze lied nauw verbonden is met het geloof en de geloofsleer. Zij "initiëren, registreren, propageren en bevorderen" ontwikkelingen op gebied van geloof en geloofsleer!
Smelik neemt ook waar "dat uitgesproken propagandisten van opwekkingsliederen niet zelden een uitgesproken aversie hebben tegen kerkliederen (psalmen én gezangen). Zij zien voor zichzelf het opwekkingslied helemaal niet als aanvulling op het kerklied. Het kerklied wordt hooguit nog door hen gedoogd als het lied van de conservatieven met wie je nu eenmaal ook rekening moeten houden. En meer dan incidenteel hoor je verhalen dat zij zich openlijk uitspreken tegen het zingen van de psalmen, ook om inhoudelijke redenen."

Deze discussie dus tussen dr. Wilschut/dr. Smelik enerzijds en ds. Luiten anderzijds had zijn pendant in de bespreking op de synode. Jammer genoeg bleek dat Luiten zich niet heeft laten overtuigen en het opwekkingslied bleef propageren.
Een aantal synodeleden deed bijna obligaat zijn best de psalmen als zeer waardevol te bestempelen. Zo staat het ook in het aangenomen besluit: zij zijn "de belangrijkste bron". Maar wordt daarmee niet het compromisgeweten weer in slaap gewiegd? Want iedereen weet dat in de vele 'paraliturgische' bijeenkomsten', sing-ins, gemeenteavonden, schoolsamenkomsten en huisgodsdienstoefeningen, conferenties, ook trouwdiensten, etc. het evangelikale lied niet zelden domineert, áls er al een psalm aan te pas komt. Dan kun je vervolgens nog zo willen balanceren in de erediensten, je zult dat verliezen ten koste van de psalmen. Zeker als er nu al predikanten zijn die bij voorbaat de opmars van het opwekkingslied als onontkoombaar beschouwen en dat ook promoten.9

Het wachten is dus nu op de selectie van de deputaten. Een beperkte selectie is gevraagd. Maar in ons hart vrezen we dat het dezelfde weg op zal gaan als ooit de "royale" bundel die er naast de psalmen moest komen.
Want wat is "beperkt"? Dat heeft de synode niet aangegeven?

Een illustratie

Het is misschien aardig voor hen die nog nooit een opwekkingslied gezien hebben er eentje te publiceren die de typische boven besproken aspecten vertoont. Het lied wil Jesaja 35 bezingen volgens het opschrift.

Opwekking 388 'De woestijn zal bloeien'10

De woestijn zal bloeien als een roos.
En de steppe zal jubelen en juichen,
want het levend water van Gods Geest maakt dorstig land tot waterbronnen.
De woestijn zal bloeien als een roos.
En de steppe zal jubelen en juichen,
want het levend water van Gods Geest maakt dorstig land tot waterbronnen.
Sta op! Sion en juich, want de Here heeft u verlost.
Want de lamme zal springen als een hert en de stomme zal jubelen en juichen.
Sta op! Sion en juich, want de Here heeft u verlost.
Want de lamme zal springen als een hert en de stomme zal jubelen en juichen.
Lai lai lai, lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai
De woestijn zal bloeien als een roos.
En de steppe zal jubelen en juichen,
want het levend water van Gods Geest maakt dorstig land tot waterbronnen.
De woestijn zal bloeien als een roos.
En de steppe zal jubelen en juichen,
want het levend water van Gods Geest maakt dorstig land tot waterbronnen.
Sta op! Sion en juich, want de Here heeft u verlost.
Want de lamme zal springen als een hert en de stomme zal jubelen en juichen.
Sta op! Sion en juich, want de Here heeft u verlost.
Want de lamme zal springen als een hert en de stomme zal jubelen en juichen.
Lai lai lai, lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai
Lai lai lai lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai lai lai lai
lai lai lai lai lai lai lai


De woorden van het lied refereren herhalend aan de verzen 1, 2, 6, 7 en 10 van Jesaja 35.
Vers 4 echter gaat over de wraak en vergelding van God, en vers 8, waarschuwt dat geen onreine de weg van het heil zal betreden. Deze donkere klank mist ten enemale in het lied.
Verder valt ook de haast eindeloze herhaling op. Uit eigen ervaring weet ik dat zulke liederen mensen in trance brengt, tenminste als je er gevoelig voor bent en je er aan overgeeft. Willen we dat werkelijk en past dat in een gereformeerde eredienst??

Volgende week verder met 'psalmen Voor Nu'.

BIJLAGEN

1
Art 67 KO Psalmen en gezangen
In de eredienst zullen psalmen gezongen worden in een berijming die door de generale synode is aanvaard en verder de gezangen die de synode heeft goedgekeurd.

2
Selectiecriteria vastgesteld door de generale synode van Leusden 1999 art. 58.

"voor het selecteren door deputaten en het beoordelen van de selectie door de generale synode de volgende algemene criteria vast te stellen; deze criteria komen in plaats van de tot nu toe gehanteerde richtlijnen van GS Kampen 1975 en de criteria van GS Berkel en Rodenrijs 1996 (deputaten zullen de volgende generale synode dienen met een evaluatie van de hantering van deze criteria in de praktijk):

  1. een goed kerklied is geschikt om te functioneren in een liturgische context, waarbinnen Gods woorden en daden het centrum vormen;
  2. een goed kerklied is inhoudelijk in overeenstemming met de Schrift;
  3. een goed kerklied wordt wat betreft de taalkundige en muzikale vorm gekenmerkt door stijl en kwaliteit. Het kent een goede woord-toon-verhouding.
  4. Het is bruikbaar en toegankelijk voor mensen uit de huidige tijd en cultuur;"

3
Koersbepaling inzake de effectuering van de artikelen 65 en 67 KO

1. De kerken beperken zich in haar generale synode tot het uitzetten van algemene kaders die op basis van de eenheid in het geloof maatgevend moeten zijn voor de vormgeving en invulling van de erediensten in alle kerken. De synode legt deze vast in desbetreffende kerkorde-artikelen en in eventuele generaal-synodale bepalingen.
Verder creëert de generale synode voor de bezinning op en de praktijk van de eredienst en van de kerkmuziek voorzieningen zoals een bundel en een lijst van liederen, orden van dienst, liturgische formulieren, een liturgisch katern en ander materiaal. De kerken kunnen daarvan binnen de algemene kaders naar eigen keus gebruikmaken. In de besluitvorming zal de indruk worden vermeden dat een synode op liturgisch gebied de plaatselijke kerken ?van bovenaf? aanstuurt.

2. De synode is ten aanzien van artikel 65 KO van oordeel dat in de kerkorde geen directe binding moet worden vastgelegd aan complete en precieze orden van dienst. De hoofdregel moet zijn, dat de kerkenraden er binnen het algemeen geldend kader verantwoordelijk voor zijn dat op verantwoorde wijze aan de kerkdiensten invulling wordt gegeven. In generaal-synodaal verband ontwikkelen en aanvaarden de kerken diverse orden van dienst bij wijze van voorbeeld en als aanbevolen orden, waarvan de kerken gebruik kunnen maken.

3. De synode keurt naar art. 67 KO die gezangen goed die beantwoorden aan de generaal-synodaal vastgestelde criteria en die aansluiten bij de wensen die in de breedte van de kerken leven. De effecten op de vrede in de kerken worden in de besluitvorming meegewogen. Het investeren in lange discussies over de aanvaardbaarheid van een gezang zal voor de kerken geen prioriteit hebben. Bij omstreden gezangen worden relationele effecten naast inhoudelijke argumenten in het oog gehouden.

4. De synode blijft ten aanzien van de gezangen onderscheiden tussen een bundel en een lijst. De bundel is de officiële uitgave van aanvaarde gezangen in boekvorm. De lijst bevat gezangen die wel in de kerken mogen worden gezongen, maar niet in de bundel zijn opgenomen. De lijst kan op elke generale synode worden aangevuld. Bundel en lijst worden door de synodes zo ingevuld, dat daaruit een ruime keus is te maken in alle plaatselijke kerken en ook voor bijzondere kerkdiensten. De kerken maken door deze selectie de gezamenlijke afspraak om voor de kerkdiensten hun keuze uit deze liederen te maken. Afwijking van deze afspraak dient een kerkenraad te verantwoorden en behoort een uitzondering te zijn.

5. Wanneer een kerkenraad de hierboven omschreven verantwoordelijkheid en vrijheid onverhoopt zo gebruikt dat het karakter van de gereformeerde kerkdienst geweld wordt aangedaan, dan zijn er de normale kerkelijke wegen om eventuele bezwaren van kerkleden te behandelen en om als zusterkerken op elkaar toe te zien.

Toelichting bij enkele onderdelen

Ad 1:
Liturgie, zoals hieronder in meer engere zin opgevat, kan omschreven worden als ?orde van dienst?, dat wil zeggen de zinvolle, inhoudrijke ordeningsstructuur van een aantal liturgische elementen en de uitvoering van die elementen. In het Nederlandse gereformeerde protestantisme is dit (gezien als) een zaak van de plaatselijke kerken. Daarom is iedere kerk bevoegd en geroepen zélf de kerkdiensten op verantwoorde wijze in te richten. ?Verantwoord? betekent hier dat de invulling gebeurt

  • in gehoorzaamheid aan de Schrift;
  • in verbondenheid met (de liturgie van) al de heiligen in hemel en op aarde; in de liturgie komt immers de heilige, algemene en apostolische kerk samen;
  • in overeenstemming met de gereformeerde belijdenis, waarbij ook bedacht moet worden dat liturgie de leer van de kerk weerspiegelt;
  • met inachtneming van eigentijdse levensvormen, van plaatselijke contexten en van het karakter van de plaatselijke kerk.

De onderlinge herkenbaarheid en eenheid van de gereformeerde kerken zijn in de kerkhistorie nooit een zaak geweest van strakke uniformiteit in liturgicis. De verbondenheid en de geestelijke eenheid van de kerken op liturgisch gebied kwam vooral tot uiting in het gezamenlijk ontwikkelen van bezinningsmateriaal, liturgische liedbundels, orden van dienst (als terminus technicus een verschijnsel van de laatste eeuw), formulieren en gebeden. Gezamenlijke arbeid is wenselijk, aangezien veel liturgische onderwerpen voor alle plaatselijke kerken relevantie bezitten en het inefficiënt zou zijn dat kerken onafhankelijk van elkaar hetzelfde wiel moeten uitvinden. Ook bestaan er omvangrijke of complexe liturgische zaken die het best in handen gegeven kunnen worden van een team van terzake kundigen, die deze zaken op verzoek van de kerken bestuderen en de kerken van advies dienen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het ontwerpen van formulieren, of aan de doopliturgie. De resultaten van Acta van de Generale Synode Zuidhorn 2002-2003 Gereformeerde Kerken in Nederland 40 deze gemeenschappelijke arbeid worden van synodewege niet dwingend aan de kerken voorgeschreven. Ze worden als verantwoorde mogelijkheden aanbevolen, tenzij de kerken voor bepaalde liturgische zaken expliciet hebben afgesproken dat ze prescriptief zijn. Te denken is aan de geldende afspraken die in KO art. 59, 61 en 70 zijn vastgelegd over het verplichtend gebruik van formulieren, of aan het liturgisch te gebruiken liedcorpus.
Uit deze gezamenlijke arbeid blijkt ook concreet dat de kerken inzake hun liturgische taak naar elkaar om willen zien en elkaar terzijde willen staan. Immers, hetgeen de kerken gezamenlijk ontwikkelen, beoogt ook hulp te bieden aan kerken die niet de mogelijkheid hebben (vanwege gebrek aan tijd of mankracht of andere prioriteiten) om liturgische zaken voldoende te kunnen doordenken, maar die toch op een verantwoorde wijze de kerkdiensten willen inrichten tot eer van God en opbouw van de gemeente.

Ad 2:
Deze orden van dienst zijn mogelijkheden om een gereformeerde kerkdienst in te vullen op een manier die bijbels-theologisch, confessioneel en oecumenisch verantwoord is. De orden zijn dus niet op te vatten als een soort proces-verbaal of draaiboek van wat allemaal hooguit in een kerkdienst kan plaats vinden en hoe dat uitgevoerd moet worden. Hoe die invulling verder wel en niet zou mogen zijn, wordt geen voorwerp van regelgeving.
Het huidige artikel 65 KO dient in de hier aangegeven zin te worden uitgelegd en gehanteerd. Aan nieuw te benoemen deputaten kerkrecht en kerkorde kan opdracht gegeven worden om de kerken in de volgende generale synode te dienen met een herziene formulering van de kerkorde-artikelen met betrekking tot liturgie in de geest van deze koersbepaling.

 

NOTEN
____________________________________________________________

1 Op de tweede bespreking prijkten er zelfs drie opwekkingsliederen op. Maar dat zal een stiekem grapje van synodeledenopwekkingsfans zijn geweest. Hoewel?
2 Vergelijk dit met een brief van de kerk te Siegerswoude-Frieschepalen (waarvan ds. Sander predikant is) d.d. 13 juli 2004, met het verzoek om terughoudendheid te betrachten bij het invoeren van nog meer gezangen.
3 Vergelijk de afspraak dat een lied wordt pas vrijgegeven als daar een meerderheid van 75% van het aantal afgevaardigden vóór is.
4 Lied 163 en 168.
5 Kerkbode van 16 en 23 juni 2006.
6 De Reformatie, 21 oktober 2006.
7 Bij de ?theologia crucis?, theologie van het kruis, gaat het niet om de vraag of er (voldoende) aandacht geschonken wordt aan Christus? overwinning in het verleden en de toekomst, want dat is vanzelfsprekend het geval, maar het gaat om het aspect dat die overwinning tot aan de Jongste Dag verborgen is en dus in geloof aanvaard moet worden. Daarin verschilt zij van de ?theologie van de glorie?, die juist in het hier-en-nu al wil vooruitgrijpen op die overwinning, waarbij en waardoor het kruis van Christus op de achtergrond verdwijnt. Dat is het kernverschil (naar Smelik).
8 De Reformatie, 25 november en 2 december 2006.
9 Ds. G. Zomer van Kampen-Noord (Eudokia): "? geen enkele plaatselijke kerk zal anders met opwekkingsliederen omgaan, nu de synode heeft besloten dat er maar een beperkt aantal liederen uit de opwekkingsbundel mag worden gezongen.(?) Je kunt daarover klagen en je bezorgdheid uiten, maar, volgens predikant, je houdt in deze tijd "autonome ontwikkelingen" niet tegen".
10 Tweede bundel.