Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Een wilde stroom - Synode-impressie 17 M/V in de kerk

D.J. Bolt
25-09-08

Generale Synode 13 september 2008

M/V in de kerk

Op de synodetafel van Amersfoort-Centrum lag een voorstel van de Particuliere Synode (PS) Gelderland om een Vrouwen-in-de-kerk-deputaatschap in te stellen. Dit gezelschap zou dan "een bijbelse basisvisie moeten vinden op de plaats van vrouwen in de kerk en hoe die zich verhoudt tot die in de samenleving." Zodanig, dat op basis daarvan uitspraken kunnen worden gedaan over "concrete functies en ambten in de kerk". En, voegt de PS toe, "ook als functies en ambten anders vormgegeven en/of ingedeeld worden dan nu het geval is".

Verschillende afgevaardigden in Amersfoort hadden het er duidelijk moeite mee. Want was het wel terecht dat de PS dit voorstel aan de generale synode deed? In feite, zo constateerden de synodeleden, heeft de PS alleen maar als een "brievenbus" gefunctioneerd voor een brief van de kerkenraad van Barneveld-Voorthuizen. De PS had toch zelf deze brief kunnen beantwoorden en afhandelen? En zo deze kerkenraad helpen?
Want wat was het probleem van Barneveld-Voorhuizen? De kerkenraad had het nederlands gereformeerde rapport "Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten" gelezen en de antwoorden op de vragen over vrouwelijke ambtsdragers daarin "niet overtuigend gevonden". Maar de Barneveldse kerkenraad kon de vragen ook niet "op eenvoudige wijze voorzien van bijbelse antwoorden".12
De classis Harderwijk en vervolgens de PS Gelderland waren kennelijk ook niet in staat hier op een simpele wijze in te voorzien. En dus moest de GS Amersfoort-Centrum er aan te pas komen. Maar ook deze meerdere vergadering zag er niet zo een-twee-drie een gat in. En zo kwam het al genoemde deputaatschap tot existentie.

Kan dat zo maar? Aan de orde gestelde zaken moeten toch door mindere vergaderingen inhoudelijk worden behandeld en afgehandeld? Dat is de lijn die art. 30 KO wijst: "Een nieuwe zaak die vanuit de kerken aan de orde wordt gesteld kan alleen in de weg van voorbereiding door de mindere vergadering op de agenda van de meerdere vergadering worden geplaatst". De kerkelijke weg is toch geen glijgoot van kerkenraadsvragen naar synodale studiedeputaatschapantwoorden?
Prof. Te Velde redde Barneveld en de PS door op een "andere gangbare interpretatie" van art. 30 te wijzen namelijk dat een mindere vergadering mag 'doorschuiven' als die denkt dat "er gezamenlijke besluiten nodig zijn omdat de kerken alle met de problematiek te maken hebben."
En zo kwam in feite na de voorzet van het nederlands gereformeerde VOP-rapport de zaak van de 'vrouw in het ambt' op de vrijgemaakte landelijke synode en de bal aan het rollen.

Opgeblazen

De deputaten hebben zich van hun taak gekweten! Er lag een lijvig rapport van het inmiddels op eigen initiatief omgedoopte deputaatschap "M/V in de kerk" op de tafel van GS Zwolle-Zuid. Met een aantal loodzware voorstellen om de bal verder te schoppen.
De eerste ronde van de besprekingen vond plaats tijdens de 'buitenland-week' van de synode. Daar oefenden veel buitenlandse zusterkerken zware kritiek op de manier waarop deze zaak is aangepakt.
De tweede en laatste besprekingsronde werd op jl. 12 september gehouden in, zoals de preses zei, "een stuk rustiger zetting". De Snoo sprak de hoop uit dat "de bespreking nu een stuk beter zou gaan".

Maar ook, zeg maar binnenlandse afgevaardigden oefenden kritiek. De vraag van Barneveld-Voorthuizen was oorspronkelijk toch hoe ze in een GKv-NGK samenwerkingsituatie moesten omgaan met het feit dat de NGK vrouwelijke ambtsdragers heeft? En hoe daar mee moet worden om gegaan in de praktijk van contact en samenwerking?

Het wonderlijke is dat juist deze oorspronkelijke vraag in al het deputatenvoorstellengeweld de afgelopen drie jaren geen antwoord heeft gekregen. In plaats daarvan stelden de deputaten voor op maar liefst "drie sporen" uitgebreide studies te doen die de plaats van de vrouw in de kerk in de breedte helder moeten maken. Drie sporen dat betekent: een wetenschappelijke studie door de theologische universiteit, een kerkbrede bezinning en een voorbereiding van praktische besluiten op korte termijn.

Hebben de kerken daarom gevraagd? Het antwoord is: neen. De deputaten hebben wel een empirisch onderzoek gedaan in de kerken maar zoals terecht werd opgemerkt je kunt niet volhouden dat de problemen die kerkenraden ondervinden zijn geïnventariseerd en dat deze studieaanpak dáár het antwoord op gaat vormen.

Zelfs prof. Te Velde werd het allemaal teveel. Hij vond het materiaal bij de conceptbesluiten, te mager om daar zo'n verstrekkend en veelomvattend traject als de deputaten voorstellen, voor in te gaan. Het onderwerp heeft "een eigen dynamiek gekregen" constateerde hij ongerust. Aanzetten tot een "gemeentebrede bezinning"?: het is een "kerkrechtelijk schrikbeeld" als je dát op de tafels van de kerkenraden legt. Het resultaat is een "touwtrekkerk".3 Pas op voor zulke "gigantisch grote onderwerpen", waarschuwde hij. Vergelijkbare onderwerpen als sabbat, huwelijk en echtscheiding, liturgie hebben verwijdering en scheuring opgeleverd. Het lijkt weer dezelfde kant op te gaan.
Daarom wilde hij grote delen van de deputatenvoorstellen schrappen, tot verbazing van sommige afgevaardigden4. Geen uitgebreide kerkbrede studies maar toespitsen op waar kerkenraden werkelijk mee zitten. "Blijf op een kerkregeringsspits zitten", noemde Te Velde dat. "Studeer op de vraag hoe een plaatselijke kerk in samensprekingen met de NGK moet omgaan met de vrouw-in-het-ambt".
En later, diende een drietal predikanten5 een amendement in waarin vrijwel letterlijk zijn adviezen waren verwoord. Hielp het?

Een enkele afgevaardigde probeerde het onbehagen nog stem te geven door aan de noodrem te trekken. Br. Grevink vroeg of het deputatenrapport nog wel verder moest worden behandeld: het rapport was te laat, er ontbraken onderdelen. Het is "haastwerk": nog maar weinig kerken konden reageren. Onontvankelijk verklaren dus?
Maar de preses sloeg de hand van de rem. Er zijn "verwachtingen gewekt" door de kerken een maand langer tijd te geven voor reacties verklaarde hij. En ook al hebben de kerken er weinig over kunnen zeggen, we hebben deze zaak reeds in de buitenlandweek aan de orde gesteld.
En dus reed de trein verder?

De kerk als bedrijf

De gang van zaken doet denken aan de manier waarop het soms in het bedrijfsleven gaat en daar leidt tot rampen. Aan een machtige afdeling research and development die zijn ideeën koste wat het kost wil realiseren. Daarbij gaat niet meer om wat "de markt" wil of zinvol is. Waarschuwingen van afdelingen productie en personeelzaken worden in de wind geslagen. Marketinganalyses en signalen uit de markt genegeerd.
Het eind is niet zelden faillissement.

We hebben een kerkregering waarin synoden eens in de drie jaren een kort bestaan hebben. We kennen geen centraal bestuur zoals de PKN. De plaatselijke kerken oefenen het hoogste gezag. Een generale synode is niet meer dan een vergadering van alle kerken in het verband die de dingen regelt die alle kerken aangaan en waar geen andere zaken behandeld worden dan die die niet persé in een andere 'mindere' vergadering konden worden afgehandeld.

Maar langzamerhand lijken ook onze kerken gedreven te worden door een machtig en niet te temmen stelsel van deputaatschappen bestaande uit naar schatting minstens tweehonderd mannen en vrouwen dat een vrijwel permanent bestaan leidt. Dat zélf zijn voorstellen doet en uitbreidt, dat op de synoden zijn ideeën zelf mag toelichten en verdedigen. Dat 'weet' wat goed is voor kerkvolk en daar op "voorhand" al wel de zaakjes voor wil regelen.6 Pogingen om dit deputatenlichaam te lijf te gaan zijn tot mislukken gedoemd, zo bleek bij de bespreking van het GSO-rapport7. Hak je er een deputatenkop af dan groeit er aan de andere kant weer eentje aan: voor de vragen bijvoorbeeld die niet "op eenvoudige wijze" in de kerken zelf zijn te beantwoorden.

Niet zelden steekt daar het weerwerk van beoordelende synodecommissies maar pover bij af. De deputaten zijn toch de deskundigen? Hoe kunnen synodeleden voldoende tegenwicht bieden als zij duizenden pagina's tekst in korte tijd moeten verwerken van deputatenrapporten (en die soms dus ook nog eens te laat worden aangeleverd). Dreigen zo synodeleden (vertegenwoordigers van de kerken!), bespeeld door enkele gewiekste en goedgebekte afgevaardigden, niet voor een groot deel 'stemvee' te worden?

De kerk als bedrijf. Is daarvan de gang van zaken met het M/V deputaatschap ook niet een duidelijke illustratie? Maar waar is zo het geestelijke karakter van een gereformeerd kerkverband gebleven?

Verschuiving

We staan met het voorstel 'Vrouwen in de kerk' voor een belangrijk beslismoment als kerken. Ingrijpende veranderingsprocessen, tot en met de openstelling van alle ambten voor vrouwen zijn meer dan eens begonnen met het instellen van een studiedeputaatschap. We hebben als kerken geen formeel gezamenlijk besluit rondom het thema ?vrouw en ambt?.
Tot in het midden van de vorige eeuw was er een breed gedeelde overtuiging in dezen. Maar de sterk veranderende cultuur maakte dat we anders zijn gaan denken over de relatie man en vrouw. Maar de Bijbel is duidelijk over het feit dat God man en vrouw een verschillende rol heeft toebedeeld. Dat heeft niets te maken met de waarde van mannen en vrouwen. Beiden zijn geschapen naar Gods beeld. Het gelijkstellen van waarde en rol is te beschouwen als een wereldse invloed.

Zo is het toch? Bovenstaande woorden zijn niet van ons maar een vrijwel letterlijk citaat van ds. J.J. Schreuder, voorzitter van het M/V deputaatschap, uitgesproken op de synode van Amersfoort-Centrum. Je zou zeggen, zet dan in op die verdere onderbouwing, voor zover nodig, van de "breed gedeelde overtuiging" van twintig eeuwen. Terecht wezen verschillende afgevaardigden erop dat we niet "vrij" in deze zaak stappen. Er was vroeger wél inzicht. Zie het oude huwelijksformulier, zie de acta van de GS Berkel en Rodenrijs die er onbekommerd over spreekt dat het bijzondere ambt de zusters niet toekomt!
Maar wat meer is: de Schrift is er toch duidelijk over? De teksten uit o.m. 1 Kor. 14: 34-35 en in 1 Tim. 2:11-15 hebben toch niets aan betekenis en waarde verloren?

Waarom dan toch een deputaatschap met zo'n "gigantische" operatie?
Schreuder zag en ziet "verlegenheid" in de kerken en gebrek aan inzicht in wat de Bijbel zegt. En verder hebben we te maken met steeds grotere verschillen in de uitleg van wat de Bijbel zegt op dit punt. Daarbij speelt de hermeneutiek in de discussie een grote rol. Via hermeneutische lijnen kan zo maar een deel van de Bijbel buiten spel worden gezet. Het zou goed zijn als we groeien in het inzicht in wat het betekent op dit punt schriftgetrouwe kerken te zijn, zei hij in Amersfoort.
Je zou kunnen zeggen: prima toch: als er gebrek aan inzicht is moet dat door nadere studie worden aangepakt. Maar dat is het punt niet. Want er is een omslag in onze kerken te constateren! De eeuwenoude vastheid op dit punt is verlaten. Het gaat niet om het vullen van een hiaat in weggezonken kennis maar om discutabel stellen van het Woord: Is het ook dat de Here heeft gezegd?
Het is verhelderend en ontdekkend dat er enkele synodeleden zijn die ongecompliceerd en synodaal-incorrect gewoon zeggen wat er aan de hand is. We citeren ds. Van der Laan:

"Is er studie nodig? Met de inzet van dit rapport hebben we al een nieuwe koers ingezet. We gaan de synodalen en buitenverbanders achterna. Ook al wilde de vorige preses dit bezweren. Amersfoort sprak van ?een bijbelse visie?, niet ?de?. Daar is een hermeneutische beslissing genomen. Dus heeft het geen zin om een schriftuurlijk antwoord te zoeken."

Daarom mist hij in de deputatenvoorstellen de vraag

"?mag de vrouw dienen in het ambt? Welke Schriftuurlijke verhindering is er om hen te bevestigen in de ambten? Hij kan de vragen omzetten in uitspraken, met daarbij elke keer opgemerkt: 'in afwachting van de Schriftuurlijke bezinning'. Zo ligt de stand van zaken. () Dus: wat kan een verhindering zijn? Beantwoord die vraag maar eens. Zo zou hij het besluit willen formuleren. De overige besluiten zijn 'management van meningen' en niet des synodes."

Hier hoor je onverbloemd hoe we er werkelijk bijstaan. Even verborgen drijfveren en geheime agenda's aan de kant. De vrouw in de ambten, daar gaat het om! In Amersfoort is de trein in de rails gehesen, in Zwolle-Zuid zijn er drie locomotieven voor gezet en een hele batterij wagons aangehangen.
"Een nieuwe koers ingezet". Dat bleek ook al in de praktijk toen een hoogleraar aan onze universiteit publiek uitsprak:

Ik heb "niets met die teksten die voortdurend van stal worden gehaald in discussies over de vrouw in het ambt. Daar heb ik echt helemaal niets mee. Dat vind ik onzin. De vrouw in het ambt had gisteren al gemoeten".8

In een "Verklaring" die de universiteit vervolgens uitgaf werd deze uitspraak niet afgekeurd. Integendeel de hoogleraar werd vrijgelaten om zijn ideeën hierover te handhaven en hem werd geen belemmering in de weg gelegd om deze te promoten.
Dezelfde instelling gaat nu een theologische wetenschappelijk studie over dit onderwerp doen om als medebouwsteen te dienen voor de besluiten van de volgende synode?

Tegenstand en onrust

Was er dan geen tegenstand op de synode? Ja, die was er zeker. We noemden al de bedenkingen van prof. Te Velde. Maar de scherpste kritiek kwam van de buitenlandse afgevaardigden. Vrijwel unaniem waarschuwden ze de synode voor de weg die werd ingeslagen. Zo zond ds. P.G. Boon van onze Zuid-Afrikaanse zusterkerk VGKSA een brief met de toespraak die hij door omstandigheden niet kon uitspreken tijdens de buitenlandweek. Hij komt tot de conclusie

Concreet betekent dit dat het huidige deputatenrapport voorlopig in de kast mag. Eerst nadat de kerken met elkaar de huidige ambtsleer opnieuw hebben getoetst aan Gods openbaring, zoals beleden in de formulieren van eenheid, kan dit rapport weer afgestoft worden.

Maar de deputatenvoorzitter ging hier niet inhoudelijk op in maar verwees haast arrogant alleen maar naar "hetgeen voorligt". Dat zou ook voldoende antwoord aan Boon zijn.
Ook anderen gaven blijk van hun zorgen over de deputatenvoorstellen. Een heel aantal amendementen werd ingediend. Van: "wat is er op tegen om de vrouwen toe te laten in kerkelijke ambten?" (Van der Laan, Hoksbergen) tot "terug naar de oorspronkelijke vraag over de samenwerking met de NGK en hun vrouwen-in-de-ambten" (Burger, Wisselink, Van Wijnen).
Maar ze werden allemaal afgestemd. En tenslotte werden de deputatenvoorstellen ongewijzigd9 en met algemene stemmen aangenomen.
Onbegrijpelijk.

Een wilde stroom die niemand tegenhield

De kerkelijke overtuiging en praktijk van twintig eeuwen staat nu op het spel. Daarop gezet omdat we "verlegen zijn" met de situatie.
De tijdgeest is uit de fles. Je voelt in de bespreking dat verschillende afgevaardigden snelle stappen willen zetten op het pad naar de vrouw in het ambt, te beginnen met het diakenambt. Het is niet alleen Harinck van wie "het gister al had gemoeten".
Maar voorzichtig-aan want dan breekt het lijntje niet. Of met de woorden van de afgevaardige prof. D. du Plooy van de GKSA (niet VGKSA): Haast u langzaam. Zij hebben de ambten al opengesteld voor vrouwen maar "iets te vroeg concrete beslissingen genomen". Beheers het "proces". Dat procesdenken heeft een hoge vlucht genomen in onze kerken10.

Even tussen haakjes, er lag nog een vraag vanuit een eerdere bespreking over het "spreken van een stichtelijk woord" in kerkdiensten door kerkelijk werkers en anderen. Mag dat ook een vrouw zijn? Er werd toen vooruit verwezen naar de "M/V in de kerk" bespreking. Maar er is geen uitspraak over gedaan.
Dus...?

"Vrouw in ambt is knieval voor de tijdgeest" kopte een artikel in het Reformatorisch Dagblad11. Dr. P. de Vries12:

Wie de ambten voor de vrouw wil openstellen, doet dat niet omdat hij of zij beter naar de Schrift is gaan luisteren, maar omdat het getuigenis van de Schrift ondergeschikt wordt gemaakt aan de tijdgeest. De vrijheid in Christus is een vrijheid die leidt tot een hartelijke en vrijwillige gehoorzaamheid aan Gods wetten en inzettingen. Aan zulke mannen en vrouwen is in kerk en samenleving dringend behoefte.

Daar zijn we het hartelijk mee eens.

NOTEN
____________________________________________________________

1 Acta GS Amersfoort-Centrum art. 52.
2 Het wordt interessant om de gaan zien hoe de synode met de brief van ds. M. Nap zal omgaan die soortgelijke vragen op een ander terrein deed toekomen.
3 Een aardige illustratie van wat hij in lezingen in Drachten en Ten Boer naar voren bracht, zie Knoll'n of citroen'n ien Ten Boer in de rubriek Uit de kerken.
4 B.v. br. Walinga.
5 Di. Burger, Wisselink, Van Wijnen.
6 Zie b.v. de bespreking van het DOE-rapport.
7 Rapport van de deputaten Generaal Synodale Organisatie en Werkgroep Afstemming Deputaatschappen (WAD)/
8 Prof. dr. G. Harinck in een interview met P.A. Bergwerff, 26 januari 2008.
9 De enige wijziging was door de deputaten zelf aangebracht. Het deputaatschap dat de activiteiten verder gaat uitvoeren hoeft niet meer een afspiegeling te representeren van de ideeën die er leven over vrouwen in het ambt.
10 Zie b.v. "Verliezen de GKv hun profetische stem?" - synode-impressie 4 in de rubriek synodeverslagen.
11 4 september 2008.
12 HHK-predikant te Waarder en docent Bijbelse theologie aan het Hersteld Hervormde Seminarium.