Ethiek

Uit de kerken

Signalen

Vernieuwde online cursus Schepping en Evolutie met dr. Mart-Jan Paul

Waar komen we vandaan? Schiep God de aarde in zes letterlijke dagen of moeten we de Bijbel anders lezen? Logos Instituut biedt in het najaar van 2022, van september tot december, een vernieuwde cursus over Schepping en Evolutie aan. Voor iedereen die graag wil weten wat de kern van de discussie over dit thema is.

Meld u nu aan. Er is nog een aantal plaatsen vrij.
Aanmelden kan tot en met 30 juni 2022.

https://logos.nl/agenda/cursus/


 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Ontwikkelingen in de CGK 2

 

D.J. Bolt

23-04-21

 

In het ND van 13-04-22 stond een artikel onder de intrigerende titel Vage begrippen in de kerk … Het werd geschreven door ds. J. van den Os, CGK predikant te Spijkenisse en promovendus Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

Het gaat dus om een geleerd man, als die iets niet begrijpt, hoe zullen wíj er dan iets mee kunnen.
We laten eerst Van den Os zelf iets van zijn probleem vertellen. Daarna hopen we hem met een verhaal van een ander geleerd mens van zijn 'vage begrijpen' af te helpen.

 

Overigens, deze week benoemde de CGK-synode ds. Van de Os tot universitair docent Nieuwe Testament.

 


 

Vage begrippen in de kerk…

 

Dominee Van den Os heeft grote moeite met het begrip nieuwe hermeneutiek:

 

'Wie de recente theologische discussies een beetje volgt, ziet een trend in het gebruik van de term ‘de nieuwe hermeneutiek’. Ik heb daar om verschillende redenen moeite mee. Ik weet niet wanneer de term voor het eerst gemunt is en waar hij vandaan komt, maar de afgelopen jaren duikt de uitdrukking steeds vaker op. '

 

Van den Os weet wel wat hermeneutiek is: 'Hermeneutiek in de theologie draait kort gezegd om de interpretatie van bijbelteksten en de vooronderstellingen van de bijbellezer.' Maar hij neemt (terecht) waar dat

 

'…gebruikers van de uitdrukking ‘de nieuwe hermeneutiek’ stellen dat er in gereformeerde kerken in de hermeneutiek een nieuwe wind is gaan waaien. Deze nieuwe wind is geen waardevolle toevoeging aan de gereformeerde hermeneutiek volgens critici, maar een gevaarlijk idee.'

 

Om verschillende redenen is dat problematisch, vindt Van den Os, want hij heeft er 'nog geen duidelijke definitie van gevonden'. Maar toch komt hij, wat ons betreft al aardig in de buurt van een goed begrijpen als hij opmerkt dat 'de nieuwe hermeneutiek staat voor een benadering die bepaalde aspecten van onze cultuur belangrijker vindt dan de Bijbel als geschreven Woord van God'. Maar nee, dat is voor deze wetenschapsman toch 'een onduidelijke en onnauwkeurige definitie. Het komt op mij over als een vaag containerbegrip', zegt hij.

 

Vervolgens maakt Van den Os het ook ons moeilijk. Want we moeten ons eigenlijk eerst VU prof. A. Zwieps boek Tussen tekst en lezer eigen maken willen. Daaruit kunnen we dan leren dat er 'een veelvoud van moderne benaderingen' van hermeneutiek is die onderling zo verschillen dat je er geen gemeenschappelijk touw aan vast kunt knopen. En dus is Van den Os conclusie 

 

‘De nieuwe hermeneutiek’ bestaat dus niet'.

 

Ach, verzucht de dominee, het is van alle tijden dat er verschillende hermeneutieken zijn zodat je zelfs niet kunt stellen dat er een oude hermeneutiek is! En, bagatelliseert hij de kritiek dat die 'nieuwe hermeneutiek bepaalde aspecten van onze cultuur belangrijker zou vinden dan de Bijbel',

 

'… heeft cultuur niet altijd al een rol gespeeld bij onze interpretatie van de Schrift? Deze constatering doet niets af aan zuivere exegese, maar het maakt je wel kritisch op jezelf en je eigen traditie. Ik vraag mij af of verschillende keuzes die nu onder ‘de nieuwe hermeneutiek’ worden geschaard niet eerder exegetische dan hermeneutische keuzes zijn.'

 

Als gereformeerden kennen we 'vrijheid van exegese'. Predikanten en theologen zijn niet gebonden aan elkaars uitleg van Schriftgedeelten. Dus, lijkt Van den Os te suggereren, niks aan de hand! Bij de ene uitleg wordt wat

 

'meer nadruk gelegd op bij voorbeeld de unieke situatie waar een bijbeltekst zich op richt of de historische situatie die niet genoeg is meegenomen in eerdere verklaringen. Dat zijn steeds exegetische argumenten. Wanneer we erkennen dat verschillen vaak draaien om exegetische punten is het gesprek beter te voeren, omdat iedereen gewoon aanspreekbaar is op de eigen uitleg en vervallen discussies niet in abstracte bespiegelingen over hermeneutiek.'

 

Zou dit de oplossing zijn bij bijvoorbeeld hot items als vrouw-in-ambt en homo'huwelijk'? Geen kwestie van een andere nieuwe hermeneutiek, maar gewoon een andere uitleg van enkele Bijbelteksten? Van den Os noemt deze zaken wel niet maar juist die nieuwe hermeneutiek is daar nu precies het punt van grote controverse. Om het voor dit moment heel kort door de bocht te formuleren: mag je concrete geboden en uitspraken in de Bijbel in hun tegendeel verdraaien door die te plaatsen een zelf verzonnen culturele situatie?

Maar we haasten ons om iemand anders te laten uitleggen wat met 'de nieuwe hermeneutiek wordt bedoeld.

 


 

Verheldering

 

In het blad Nader Bekeken van januari 2022 ging dr. P. Boonstra onder de titel Nogmaals oude of nieuwe hermeneutiek weer in op waar het om gaat in de huidig strijd rond hermeneutiek. 'Nogmaals' want hij had het al uitgebreid gedaan in de jaargang 2017. Jammer, dat ds. Van den Os zijn artikelen kennelijk niet heeft gelezen.

 

Dr. Boonstra constateert dat

 

'binnen het kerkverband van de GKv de afgelopen jaren op allerlei manieren is ontkend dat er sprake is van een andere manier van bijbellezen. Een duidelijk voorbeeld is de synode van Goes. Dat er nu ruimte geboden wordt aan vrouwelijke ambtsdragers zou niet het resultaat zijn van nieuwe hermeneutiek; er zou slechts sprake zijn van een gewijzigde uitleg, zo zeggen de Acta.'

 

We zagen hierboven dat ook ds. Van den Os zich hier thuis bij zal voelen. Maar er zit behoorlijk verandering in deze lucht van ontkenning, neemt Boonstra waar:

 

'De laatste tijd is er echter een ommezwaai zichtbaar. In recente publicaties wordt niet meer ontkend dat er sprake is van een andere manier van bijbellezen. Integendeel, 'oude hermeneutiek' wordt voorgesteld als afgedaan en 'nieuwe hermeneutiek' wordt naar voren geschoven als oplossing.'

 

Boonstra laat hier enkele voorbeelden van zien. Zo schrijft F. Pathuis in Onderweg 13 nov. 2021)

 

'In het dagelijks leven gaan we ervan uit dat we elkaar begrijpen, omdat we dezelfde taal spreken, van dezelfde vooronderstellingen uitgaan en een gemeenschappelijke leefwereld hebben: we delen elkaars ver­staanshorizon. Bij teksten uit het verleden of andere culturen is die verstaanshorizon niet vanzelfsprekend.()

De nadruk op de historische, literaire en culturele inbedding van de bijbeltekst in de eigen tijd heeft veel informatie opgeleverd. Deze informatie kan ons helpen beter zicht te krijgen op de oorspronkelijke betekenis. Tegelijk hebben we daardoor meer besef gekregen van de historische en culturele afstand tussen toen en nu.' ()

De historische, literaire en theologische bedoelingen zijn zo met elkaar verbonden dat een uitsluitend letterlijk-historische uitleg ("we moeten lezen wat er staat") niet meer verantwoord is. Concreet betekent dit dat we de symbolische taal en het gebruik van mythologische elementen in het paradijsverhaal kunnen erkennen zonder te eisen dat ze als "zintuiglijk waarneembaar" verklaard moeten worden.'

 

Dus met de 'nieuwe' hermeneutiek hoef je het scheppingsverhaal en het verhaal van Adam en Eva niet meer op te vatten als echt gebeurd, maar meer als symbool of mythe.

 

Nog een voorbeeld van een CGK collega van Van den Os, dr. B. Loonstra, predikant te Gouda. In zijn brochure met het oog op de discussie binnen de CGK over met name de positie van vrouwen en homo's in de kerk wijst Loonstra de oude hermeneutiek af. Die zou de

 

'cultuur­historische kenmerken van de Bijbeltekst en nog minder de cultuurhistorische eigenaardigheden van de uitlegger' niet of niet nadrukkelijk thematiseren'. (p, 29).

 

Heel gevaarlijk volgens Loonstra, want

 

'het ontkennen van de cultuurhistorische bepaaldheid van zowel de auteur als de lezer kan in de hand werken dat we onze eigen conclusies op basis van de Bijbel zomaar gaan vereenzelvigen met de wil van God.'


En (ND, 12 nov. 2021)

 

'Nu wordt er terecht gezegd dat de discussies binnen ons kerkverband (van de CGK) te maken hebben met de manier waarop je de Bijbel leest, maar daarna volgt nogal eens dat je niet gehoorzaam bent aan de Schrift, als je de vrouw in het ambt accepteert.

Ik wil in deze brochure laten zien dat het anders is, want iederéén leest de Bijbel met zijn eigen cultureel bepaalde bril. Dat is onvermijdelijk'.

 

Dr. Boonstra noemt de nieuwe hermeneutiek een virus dat bestreden moet worden en voert daarvoor drie argumenten aan.

 

1 - Filosofische argument

 

De nieuwe hermeneutiek neemt de filosofische gedachte over dat ons spreken en schrijven cultuurhistorisch bepaald zijn. Toegespitst op de Bijbel: de tekst is bepaald door de situatie van toen. We begrijpen die pas als we situatie en de diepe intenties van de schrijver kennen.

Maar Boonstra stelt dat er ook communica­tie mogelijk is tussen verschillende culturen in verschillende tij­den. Een oude tekst kan een cultuur/situatie overstijgende kennis overdragen waarvoor bij de ontvanger geen ervaring of vertrouwdheid noodzakelijk is om deze kennis te begrijpen (zgn. 'proportionele kennis').  

 

Echter volgens de nieuwe hermeneutiek kan een oude tekst pas betekenis krijgen voor óns wanneer we eerst nagaan wat de auteur toen dacht en bedoelde. En vervolgens op basis daarvan gaan kijken óf en hoe we zijn visie kunnen overzetten naar onze tijd.

Maar, vraagt dr. Boonstra, wie bepaalt wat precies tot die vroegere situatie heeft behoord en wat niet? Dat is heel subjec­tief en voor iedereen weer anders. Zo kan ieder zijn eigen invulling verzinnen en betekenis geven aan oorspronkelijke teksten.

 

2 – Theologisch argument

 

God schakelde ménsen in die leerden in een bepaalde tijd en een bepaalde situatie. Dat stempelde hun schrijven maar het betekent niet dat ze opgesloten waren in hun tijd en dat oude teksten voor onze tijd opnieuw vertaald en overgezet zouden moeten worden. Want

 

'Daarmee doe je tekort aan het werk van de Geest. Petrus zegt dat de Here ervoor gezorgd heeft dat bijbelschrijvers soms dingen opschreven die ver boven hun tijd en situatie uitgingen, geheimen 'waarin zelfs engelen graag zouden doordringen' (1 Petr. 1:12). Anders ge­zegd: het is ongeoorloofd de horizon van de bijbelschrijver bij voorbaat te beperken tot de horizon van zijn tijd.'

 

Kennis van de context waarin de bijbelschrijvers leefden is van belang en er moet rekening met het geheel van de Bijbel worden gehouden. Maar

 

'nooit kan de tekst vanwege de beperkte horizon van de schrijver iets anders gaan betekenen dan wat er geschreven staat.' () Juist vanwege het feit dat mensen namens God hebben gesproken en daartoe gedreven werden door de Heilige Geest, is het onverantwoord om te zeggen dat lezen wat er staat niet meer verantwoord is.'

 

3 – Confessioneel argument

 

Bijbelschrijvers zijn in dienst genomen door de Geest. Dat maakt hun woorden op schrift tot heilige geschriften, art. 3 NGB.  Deze geschriften zijn voor ons opgeschreven om ons te onderwij­zen (Rom. 15:4). Wij ontvangen al deze boeken als heilig en canoniek, ze zijn maatgevend voor ons geloof (NGB, art. 5). Niet ons begrip van het waarom bepaalt de maat, maar het wát: datgene wat geschreven staat. Jezus, beriep zich toen Hij door de duivel werd verzocht, dáárop (Mat. 4:4, 7 en 10). De nieuwe hermeneutiek brengt je in direct conflict met de duidelijke waarschuwing dat het verboden is om aan het Woord van God iets toe te voegen of daarvan af te doen (NGB, art. 7).

 

Voorbeeld

 

Ds. Boonstra geeft een Bijbels voorbeeld dat kan verhelderen, namelijk Abraham die zijn zoon Isaak moest offeren (Gen. 22:2). Absurd in onze oren en vast ook voor die van Abraham: God vraagt toch geen kinderoffers? Toch gehoorzaamde hij wat God hem had opgedragen, hoe vreemd ook. En dan is het mooie dat we weten uit de Hebreeënbrief dat Abraham heeft overwogen dat God bij machte is om zijn zoon uit de dood op te wekken (Heb. 11:19). Conclusie

 

'Wat kunnen we hiervan leren? Kort gezegd: Abraham begreep niet het waarom van de op­dracht die hij van God kreeg, maar wel wat God hem opdroeg.'

 

De predikant roept tenslotte op tot het aannemen van zo'n gelovige houding ook voor de 'moderne' onderwerpen als de vrouw-in-ambt, het huwelijk, Adam en Eva als zintuiglijk waarneembaar mensenpaar.