Ethiek

In de pers

Nieuwe artikelen
Signalen



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Bubbelen en krentebollen

 

D.J. Bolt

02-05-26

 

We volgen intensief de ontwikkelingen op de kerkelijke erven. Er vinden grote verschuivingen in geloof en overtuigingen plaats die vijftig jaar geleden voor onmogelijk zouden zijn gehouden. Weer gaan theologen voorop samen met invloedrijke publicisten in de media[1]. Daarbij is natuurlijk van groot belang grip te krijgen op het onderwijs, m.n. ook studenten in hoger en academisch onderwijs tot aanvaarding te brengen van nieuwe ideeën en ideologieën. Dat geeft wel wrijving. Want orthodoxe overtuigingen zijn niet zo gemakkelijk 'klein te krijgen'. We geven een voorbeeld hoe pogingen daartoe in z'n werk gaan.

 

Een interview tussen theologen

 

Sinds het begin van dit jaar geeft het ND een maandelijks magazine uit, De Nieuwe Koers geheten. Daarin vonden we een interview met een drietal 'Theologen der Nederlanden' (april 2026). Daarvan wordt vermeld:

  • Theoloog der Nederlanden prof. dr. A. Huijgen (47), hoogleraar dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit in Utrecht (PThU). Lid van de Christelijke Gereformeerde Kerken.
  • Jonge Theoloog der Nederlanden N. Troost-van Diggelen (24), tweedejaars theologie masterstudent aan de PThU, bachelor gehaald aan de Rijksuniversiteit Groningen. Lid van de Christelijke Gereformeerde Kerken.
  • Jonge Theoloog der Nederlanden R. van den Broek-Orsel (25) afgestudeerd theologe aan de Christelijke Hogeschool Ede. Werkt bij het Leger des Heils. Bezoekt verschillende kerken.

Onder de nauwelijks te missen kop

 

'Meneer, ik

hoor hier

dingen die echt

niet oké zijn'

 

geeft Sjoerd Wielenga verslag van de samenspraak. Dat belooft dus wat! Want wat is er toch zo mis?

Ik schuif virtueel aan bij het gesprek. Als Lid der Nederlanden (al een behoorlijke tijd) meen ik enig recht te hebben me in de gepubliceerde uitwisseling van gedachten te mogen mengen. Temeer, omdat de oudste van de drie theologen, zo zal blijken, het juist 'geweldig vindt', 'gaat stralen' zelfs!, als hij tegengesproken wordt.  

Ik hoop dat ook het geval is na mijn zegje.

 

Ter introductie: ik laat de korte samenvatting van Wielinga, zijn naschrift alsmede de foto's van de deelnemers weg. Verder neem ik de tekst in extenso over, aangevuld dus met mijn inbreng onder mijn achternaam. De tussendoor vragen zijn van de interviewer.

 


 

Interview plus

 

> Wat herkenden jullie in het artikel in dit blad over polarisatie?

Troost: "In mijn eigen klas aan de PThU clasht het niet, maar ik ken wel verhalen waar het minder goed gaat. Vrouwelijke studenten die zich tegenover mannelijke medestudenten moeten verantwoorden waarom ze als vrouw voor de predikantsmaster kiezen. Iemand vertelde me niet te willen luisteren naar een vrijzinnige docent systematische theologie. Ik antwoordde dat deze docent óók een stem is binnen de PKN en dat hij straks als predikant binnen de PKN met ál die stemmen heeft te doen.

Ik ken ook een wat ouder verhaal dat studenten niet naar een college van een homoseksuele of vrouwelijke docent wilden komen. Of dat gerefor­meerde studenten het gereformeerde geluid missen, terwijl andere stu­denten dat geluid juist veel te zwaar vinden. In de collegezaal is er geen tijd om debatten op een veilige manier te voeren, dus vindt het daarbuiten plaats. Maar als het niet gefaciliteerd wordt door de opleiding, kan het ook op een onveilige manier gebeuren."

 

Bolt: Het is toch helemaal niet erg als je je voor je keuze - zeker als het daarbij om zaken als vrouw-in-ambt gaat die het verstaan en omgaan met de Schrift raken – moet 'verantwoorden'? Dat zul je, als het goed is, toch zelfs graag doen? Je voelt immers 'roeping' tot het ambt?

En wat die vrijzinnige docent die de kerkleer moet onderwijzen betreft: het is heel goed voor te stellen dat je niet uren en dagen naar hem wilt luisteren. Zeker als hij niet gelooft in Gods onfeilbaar Woord, de godheid van Christus ontkent of de opstanding een fabel acht. Dit kun je niet gladstrijken met de dieptreurige mogelijkheid dat je later zulke collega-predikanten in de kerk (PKN) tegen zult komen. M.i. geef jij, Troost, gelijk al een indicatie dat het eigenlijk niet kan, een kerk en zijn opleiding te bouwen zonder vast en belijnd fundament in het Woord van God.

 

Huijgen: "Dat studenten moeite had­den met een homoseksuele docent is heel extreem en komt niet veel voor, maar het gebeurt wel. Dertig jaar gele­den waren er ook tegenstellingen tus­sen studenten, maar er zijn een paar dingen veranderd: in de samenleving komen zaken meer op scherp te staan en in de kerk zitten mensen meer in hun eigen bubbel. Dat komt door social media, maar ook doordat men­sen minder dezelfde kranten lezen. Er is dus geen frame of reference: iets wat iedereen heeft gezien of gelezen.

 

De discussie over sociale veiligheid is echt een thema onder docenten; we vergaderden er pas nog over. Ik vind het dubbel: iedereen moet een stem krijgen en gehoord worden, maar dat betekent niét dat iedereen gelijk krijgt, ook wanneer je je geraakt voelt. Het is heel belangrijk dat mensen zich durven uitspreken, maar tegelij­kertijd heb je op de academie frictie nodig. Zonder wrijving geen glans. Een bepaalde mate van ongemak hoort bij leren en zorgt ervoor dat je anders gaat aankijken tegen je eigen opvattingen. Ik vond het als student heel spannend om te ontdekken dat er meerdere auteurs aan het boek Jesaja hebben gewerkt. Hoe zat dat dan met de autoriteit van de Schrift? …

 

Als student heb je de veiligheid nodig om te willen leren en tegelijkertijd frictie om nieuwe dingen te kunnen leren. Als docent is het makkelijker om gevoelige thema's te vermijden. Maar als álle docenten dat doen, loop je om de hete brij heen en leren studenten er niet over. Op de PThU willen we, eventueel samen met andere theologische opleidingen, een vertrouwenspersoon aanstellen waar iedereen terecht kan als hij of zij iets heeft meegemaakt dat niet lekker voelt. Overigens: ook tot de rechterkant is het vocabulaire van sociale veiligheid doorgedrongen. Ook studenten uit de rechterflank zeggen dat ze zich met hun behou­dende opvattingen niet veilig voelen."

 

Bolt: Kernpunt in dit interview is dus veiligheid, ieder moet zich in alle onderwijssituaties 'lekker' kunnen voelen. Maar wat bedoel je precies met veiligheid? Naar ik aanneem geen fysiek geweld, dat zal en moet ieder afkeuren. Ik krijg de indruk dat je bedoelt dat zonder terughoudendheid waarden en overtuigingen ter discussie mogen worden gesteld en de verzamelde aanhangers daarvan in hun particuliere 'bubbel' opgeborgen. De noodzaak tot dat hedendaagse 'bubbelen' zou dan vooral ontstaan door gebrek aan het zien en lezen van dezelfde verhalen in internet en gemeenschappelijke kranten.
Maar, vraag ik je, moet je niet een spa dieper steken? Komt dat akelige bubbelen niet voort uit het ter discussie stellen en verachten van allerlei fundamentele waarden die er vroeger in de (orthodoxe) kerken werden geleerd? Ook door jou en door velen in jouw kerken?   

 

Troost: "Tijdens een college over zending en evangelisatie pleitte een docent voor gelijkwaardigheid tussen christenen en niet-christenen en het bouwen aan relaties. Maar sommige studenten zaten op de lijn van klassieke zending: het verkon­digen van het evangelie. Voor deze studenten stond de waarheid die verkondigd moest worden op het spel. Ze praatten langs elkaar heen."

 

> De moeite van deze studen­ten is toch best legitiem?

Troost: "Jazeker. Maar het lukte tijdens het college niet om die wezenlijke vraag uit te pakken."

 

Bolt: Hoezo 'praten langs elkaar heen'? Er is toch een fundamentele kloof tussen gelovigen en ongelovigen? Tussen kinderen van God en godlozen? In zending en evangelisatie gaat het om het brengen van het Evangelie van eeuwig behoud of verlorenheid. Of is dat een non-issue aan de PthU, in elk geval bij deze docent? Dan heeft hij wel wat uit te leggen, inderdaad 'uit te pakken'. 

 

Orsel: "Er is vaak geen tijd voor. Er is een curriculum met lesstof die behandeld moet worden en je moet je tentamen voorbereiden. Terwijl zulke gesprekken op harts­niveau moeten plaatsvinden. Maar daar is, in het huidige onderwijs­systeem, weinig ruimte voor."

 

 

Avondmaal

Op de PThU doen enkele befaamde verhalen de ronde, weten Huijgen en Troost. Huijgen vertelt dat tijdens een kapelviering voor studenten en docenten God eens in vrouwelijke termen werd benoemd: God als Moeder. "Sommige studenten blok­keerden: ze vonden het blasfemisch en kwamen de keren erna niet meer. Zo'n initiatief had achteraf gezien beter voorbereid kunnen worden."

 

Bolt: Durven jullie, christelijke gereformeerden, het echt niet meer aan (ook bij 'betere voorbereiding) dit ook blasfemisch, godslasterlijk te noemen? Echt, voor mij onbegrijpelijk …

 

Een ander fameus verhaal is dat soms niet alle studenten het avondmaal willen meevieren op onderwijsbij­eenkomsten op conferentiepark Hydepark in Doorn. Huijgen heeft het verhaal weleens gehoord en noemt het "hoogst problematisch" als het zou kloppen: "Weet je met wie Jezus allemaal avondmaal vierde? En ben je er eigenlijk wel verwonderd over dat Hij met jóû avondmaal wil vieren? Als er mensen niet aan tafel mogen zitten, waarom mag jij er dan wel zitten?"

 

Bolt: Zeker, het is genade om aan het Heilige Avondmaal te mogen aanschuiven! Tegelijk, en dat weten jullie, Huijgen en Troost, vieren we geen open Avondmaal. Paulus vermaant in zijn brief aan de gemeenteleden van Korinthe immers dat ieder zich van te voren moet beproeven en dán pas deelnemen. Anders komt het 'oordeel' over hem (1Kor.11:23-29). Wat dat betekent is verder prachtig uitgewerkt in het formulier voor de viering van het Heilige Avondmaal zoals, neem ik aan, ook in de CGK wordt gebruikt.

 

 

Krentenbol

Rozamaryn Orsel vertelt hoe ze persoonlijk tegen­stellingen ervoer als theologiestudent aan de Christelijke Hogeschool Ede. Ze zat in het eerste jaar in een klas waar, naar eigen zeggen, een onveilig sfeer heerste. "Het was geen leuk eerste jaar. Ik zat met veel kerkelijk rechtse jongens in de klas en was een van de weinige vrouwen. Het kostte me veel moeite om als vrouw serieus genomen te worden. Als ik iets zei, werd ik soms zelfs genegeerd. Er werden vaak grapjes gemaakt:

'Je studeert theologie, maar je gaat niet de kansel op hè?' Eén keer is dat misschien leuk ..."

 

Huijgen: "Nee, ook dan niet ... "

 

Orsel: " ... maar voor mij was het geen grapje, maar een fundamentele vraag die zich op hartsniveau afspeelde. Daar kun je niet zomaar grapjes over maken. Op een gegeven moment dacht ik: ik zeg wel niets meer; het is goed met jullie, ik haal mijn cijfers wel."

 

Bolt: Ik begrijp het grapje ook niet. Wat is het 'grapje' precies? Je kunt immers best theologie studeren en niet de kansel beklimmen. De CGK heeft zelfs meerdere keren 'op het hoogste kerkelijke niveau' uitgesproken dat de kansel niet toegankelijk is voor vrouwen. En, zoals eerder gezegd, als je het kennelijk persoonlijk wel als 'roeping' ziet, dan wil je dat toch ook toelichten, graag motiveren vanuit de Schrift?

Al eerder zei Huijgen: 'het is heel belangrijk dat mensen zich durven uitspreken, maar tegelij­kertijd heb je op de academie frictie nodig; zonder wrijving geen glans; een bepaalde mate van ongemak hoort bij leren en zorgt ervoor dat je anders gaat aankijken tegen je eigen opvattingen'.

Welnu, wat is er mis met die vraag van die 'kerkelijk rechtse jongens'?

 

 

De omslag kwam toen Orsel een keer haar lunch vergeten was en "een zware jongen …"

 

Bolt: Boef uit Donald Duckstad, 'grapje' zeker?

 

"… haar een krentenbol aanbood. "Ik dacht: wat gebeurt hier! Ik mocht een krentenbol met hem delen! Vanaf dat moment veranderde er iets bij ons allebei: we vonden het oké dat we andere opvattingen hadden, maar konden erover in gesprek gaan zonder dat we elkaar wilden overhalen. We kon­den gezellig debatteren in een veilige sfeer."

 

Huijgen: "Waar een krentenbol al niet toe kan leiden."

 

Orsel: "Het was de vredeskrentenbol."

 

Bolt: Wonderlijk! Wat moeten we hier nu uit leren, Orsel? Laat me het even scherp stellen: dat wel of niet de vrouw-op-de-kansel OK is, dat wel of niet een homoseksuele relatie OK is? Maakt niet uit, als je maar 'gezellig' samen krentenbollen kunt eten, en niet probeert elkaar te overtuigen, ieder rustig en veilig naar zijn of haar bubbel verwijst en daar laat. Laat ieder zijn eigen mening, ik de mijne, jij de jouwe, zoals dat in onze moderne samenleving fundamenteel geloof is. Zodat het 'leuk' blijft.

Maar is dat werkelijk Bijbels, christelijk? 

 

 

Investeren in de relatie

Het probleem is, zegt Nathan Troost, dat veel jon­geren die theologie gaan studeren dat doen met het idee bevestigd te worden in wat ze al wisten. Maar het tegendeel gebeurt: alles wat je dacht te weten over God en de Bijbel wordt kritisch tegen het licht gehouden. "Voor een deel van de groep is dat te confronterend; zij haken na het eerste jaar af."

Aan het begin van Troosts eigen theologiestu­die bleef weinig meer over van zijn geloof door de sterk historisch-kritische aanpak van de studie: alles wat hij geloofde werd afgebroken. "Wat mij hielp, was dat mensen in mijn thuisgemeente op zondag heel belangstellend in mijn studievorderin­gen waren. Dat was een anker voor me. Bovendien hoorde ik daar elke week dat Jezus is opgestaan. Pas toen ik bij jou, Arnold, dogmatiekcolleges kreeg, kwam de klik: ik kan kritisch wetenschapper zijn én een doorleefde gelovige zijn. Ik trok me aan Arnold op."

 

Huijgen: "Meer nog dan vroeger moe­ten docenten investeren in hun relatie met studenten. Als docent is het inge­wikkeld: je wilt studenten in een leer­stand krijgen en tegelijkertijd vormen. Studenten willen meer dan vroeger de docent achter z'n vestje kijken: waar zit jij met je hart? Veel docenten zijn dat niet gewend, maar ik vind het wel legitiem, juist bij een studie als theologie waar je leert om te reflecte­ren op de positie die je inneemt in de samenleving. Wie ik ben, mijn geloof en mijn geschiedenis doen er allemaal toe, óók in de klas. Dat maakt je als docent dus een beetje kwetsbaar. Als een docent vanwege z'n geaard­heid - waarmee hij misschien al de nodige worstelingen heeft gehad - weerstand proeft bij een student, vergt het veel van hem om te investe­ren in de relatie met zo'n student."

 

Bolt: Het lijkt me heel terecht dat een docent niet maar 'droog' doceert en dat ook te merken valt wat hij gelooft en wat dat voor consequenties heeft in zijn leven. Daarom is het van groot belang dat jonge mensen studeren bij confessioneel betrouwbare docenten en instellingen zodat ze niet voortdurend aan allerlei 'winden van leer' worden blootgesteld alsof die de gewoonste zaak van de wereld zijn, 'OK' zijn. Het doet toch scherpe pijn dat het geloof van jongvolwassenen met bijvoorbeeld de 'historisch-kritische aanpak' systematisch wordt afgebroken!

Wat kan daarentegen een Schriftgelovige docent veel betekenen voor de gelovige vorming van zijn studenten! 

 

> Hoe doet u dat zelf?

Huijgen: "Ik heb het relatief makke­lijk. Orthodoxe jongens kunnen zich makkelijk met mij identificeren. Ze denken misschien: deugt die man wel? Maar ja, hij is christelijk-gere­formeerd in Genemuiden, waar ze nog steeds op hele noten zingen, dus hij zal wel oké zijn…"

 

Bolt: Is dit grapje wel 'OK'…?

 

"… Docenten zijn verschillend, en dat kun je ook gebruiken. Heleen Zorgdrager

- emeritus hoogleraar genderstu­dies - en ik nodigden hoogleraar Hanna Reichel uit Amerika uit op de opleiding. Reichel is behalve een ongelooflijk inspirerende theoloog ook non-binair. Dat Zorgdrager en ik samen die cursus organiseerden, wekte links en rechts interesse. Ik vind het onze verantwoordelijkheid als docenten om zulke onverwachte allianties te vormen. Een verhaal over inclusie moeten ze niet alleen van een vrijzinnige docent horen, maar ook van mij. Dán bouw je aan een community en komt er ruimte om

te leren. Dat is echt moeilijker dan dertig jaar geleden, toen er nog een gedeeld frame vanuit de denominaties bestond: jij bent middenorthodox, jij een gereformeerdebonder, enzo­voorts. Tegenwoordig identificeren studenten zich niet meer zo sterk met zulke labels, maar ontstaan er nieuwe bubbels die geen labels meer hebben."

 

Bolt: Nou ga je weer bubbelen en zelfs die ook nog 'ontlabelen'. Is dat nou het hoogste doel van je onderwijs? Een community bouwen als een consumentenmarkt? Waar jij dan ook je eigen schapje met aantrekkelijke theologische waren hebt? Met spullen die overigens ook in schappen elders liggen alleen anders verpakt?

Als je gereformeerd bent dan is het hoogste doel in je leven God liefhebben en de naaste liefhebben als jezelf. Dat betekent kort gezegd God dienen naar zijn Woord, overeenkomstig wat Hij heeft geopenbaard. Dat is toch echt wat anders dan je 'breedheid' op het gebied van LHBTQIA+ tonen met een buitenlandse non-binaire gast.  

 

Troost: "Enkele jongens uit de Gereformeerde Bond maakten geen aantekeningen bij het vak genderstu­dies omdat ze het er niet mee eens waren en vonden dat de leerstof hun te veel werd opgedrongen. Ik zag ze gewoon hun pen neerleggen. Ze zei­den dat ze het later als gemeentepre­dikant toch niet zouden uitdragen."

 

> Maar voor deze studenten zijn thema's over gender, man-vrouw-rol­verdeling en seksualiteit funda­menteel. Ze ervaren zo'n college als in strijd met Gods Woord.

Huijgen: "Dat mogen ze allemaal vinden, maar ik zou ze willen spie­gelen: wat betekent dat straks in je gemeente voor de helft van je toehoor­ders: de vrouwen? Ik wil dat jij met jouw opvattingen daarop reflecteert."

 

Bolt: De vraag van de interviewer is precies het kernpunt waar het in deze zaken om draait. Ga dáár nou es op in en ontwijk het punt niet door het snel bij de studenten te leggen. Jij als docent hebt de taak om je studenten op deze punten te onderwijzen vanuit de Schrift en te wapenen tegen de moderne tijdgeest. Zo hoor je toch in jouw kerk te Genemuiden dat vrouw-in-ambt en homoseksuele relaties niet Bijbels zijn. Meerdere generale synodes van jouw kerkverband hebben dat vanuit de Schrift immers aangetoond. Dus?
 

Orsel: "Het gaat er niet om dat de rechterflank geen mening mag hebben - juist niet! - het gaat erom: hoe communiceer je die? Dáár wordt het pijnlijk. Tijdens het vak kerkge­schiedenis op de CHE ging het over de Rooms-Katholieke Kerk. Een paar gereformeerde lieverds - ja, het waren echt lieverds! - met sterke meningen zeiden heel nare dingen over ketters en brandstapels. Het was niet respectvol en heel naar voor een katholieke studente. In dit geval durfde een medestudent op te staan en tegen de docent te zeggen: 'Meneer, ik hoor hier dingen die echt niet oké zijn.' Waar het om gaat: je moet in een theologieklas leren hoe je je mening communiceert in plaats van dat je gewoon zegt wat je denkt."

 

Bolt: Gelukkig, dat ook ik een 'rechterflank mening' mag hebben. En ja, die wil ik ook graag op de goede manier communiceren. Als 'goed communiceren' geleerd wordt op de opleiding is dat uitstekend natuurlijk. Tegelijk, die 'lieverds' moeten natuurlijk wel eerlijk blijven zeggen 'wat ze denken'. Anders wordt het allemaal heel onoprecht. Al eerder zei Huijgen: 'het is heel belangrijk dat mensen zich durven uitspreken', dat je 'frictie nodig hebt' want 'zonder wrijving geen glans' en 'een bepaalde mate van ongemak hoort bij leren'. Zo!
Overigens, kun je, Orsel, het voorbeeld even wat meer toelichten: wat waren die 'heel nare dingen'? Want hier worden die 'gereformeerde lieverds' toch wel wat 'geframed', geëtiketteerd zonder te vertellen wat er echt aan de hand was. Bovendien, er zijn heel nare dingen gebeurd door roomsen in het verleden, denk aan de inquisitie. Dat mag (moet) nog steeds worden verteld.

 

Huijgen: "Inderdaad. Als docent heb je een machtspositie, dus je moet dan ingrijpen. Tegelijkertijd: als je ziet dat een student zichzelf over­schreeuwt, kun je hem beter na de les pastoraal aanspreken en vragen: 'Zeg, hoe denk je dat dit overkomt bij je katholieke medestudent?"

 

 

De middenpositie

Arnold Huijgen krijgt weleens het verwijt dat hij zélf polariserend optreedt, vertelde hij in juni 2023 in De Nieuwe Koers. De professor die tegen polarisatie strijdt, polari­seert zelf. Huijgen knikt. "Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken is me dat inderdaad ver­weten. Mijn natuurlijke neiging is om als iemand een extreme positie inneemt met allerlei argumenten uit te leggen dat z'n standpunt niet deugt. Maar wat écht helpt, is het gesprek in het midden. De groep in het midden moet zich uitspreken naar de linker- en rechterflank."

 

Bolt: Inderdaad, Huijgen, je bent je er misschien niet zo van bewust maar je polariseert ook. Zie als voorbeeld het interview dat je gaf op Cvandaag[2].

Verder, eerlijk gezegd, begrijp ik niet precies wat je bedoelt met 'het gesprek in het midden'. Bedoel je dat je in het midden geen eigen standpunt inneemt maar alleen kritiek of commentaar levert op degenen die 'vóór zijn' ('links') én op degenen die 'tegen zijn' ('rechts')? Een comfortabele middenpositie waarbij je niet kleur hoeft te bekennen?

Maar is dat wel oprecht?

 

Troost: "Klopt, maar dat lukt niet altijd. Toen ik in een opiniestuk in het Nederlands Dagblad reageerde op het initiatief De Linkse Kerk nam ik een middenpositie in. Vervolgens was de kritiek van zowel links als rechts dat ik me onvoldoende uitsprak."

 

Bolt: Precies!

 

Huijgen: "Tegelijkertijd: als mensen je verwijten dat je polariseert, is dat misschien een indicatie dat je goed bezig bent. Een beetje wrijving geeft ook mogelijkheden. Zonder verwar­ring geen onderwijs. Toen ik nog docent was in Apeldoorn, had ik een studente die thuis gewaarschuwd was voor mijn colleges. Ik was te pro­gressief. Ik zei tegen haar: 'Ik vind het jammer om te horen, maar het zit vooral je eigen leerproces in de weg. Durf zélf te denken en waag het erop. Meer kan ik niet van je vragen…"

 

Bolt: Ik onderbreek je even. Hier ontwijk je weer de zaak waar het haar om gaat en schuif je het punt van jou naar de studente. Moet je je 'progressiviteit' toch niet eens eerlijk publiek verantwoorden? Ik noem maar wat: hoe je lidmaatschap van de CGK is te verenigen met opleiden aan de PKN universiteit? Hoe (christelijk) gereformeerd-zijn te combineren valt met streven naar eenheid met de RK? Maar misschien heb je dat wel gedaan en heb ik dat gemist. 

 

"… Ondertussen waren na mijn benoe­ming bij de PThU enkele vrijzinnige predikanten publiekelijk bezorgd omdat ik te conservatief was. Angst is niet tot één flank beperkt. De rechterkant is bang dat alles vrij­zinniger wordt en de linkerkant vreest dat de kerk wordt overge­nomen door de orthodoxie."

 

Bolt: Zeg eens eerlijk, wat zou je zelf willen?

 

Orsel: "Het gaat erom dat je dan de moed hebt om met oprechte aandacht en begrip de brug naar de ander te maken. Dat geeft veel meer rust dan het schreeuwen van je mening.

Als theologiestudent word je gecon­fronteerd met je eigen positie. In mijn geval ontdekte ik dat ik een vrouw was en dat dat hier in veel kerkelijke kringen nadruk op ligt. In sommige kringen is het zelfs problematisch.

Ik ben half seculier, half christelijk opgevoed en mijn vrouw-zijn was nooit een probleem tótdat ik stu­denten ontmoette die aan het begin van hun theologische reis zaten. De docent is de sleutelfiguur om als reis­genoot de brug te vormen door al die talen te spreken en studenten te ver­binden. Je hoeft niet gelijk te denken, maar je moet elkaar wel ontmoeten."

 

Bolt: Nee, 'schreeuwen' is niet goed. Maar helderheid geven over je overtuiging is wat anders. Dat kan zeker (diep) raken, denk aan de verbubbeling, hierboven aangegeven, de 'lieverds van de zware jongens kant' bijvoorbeeld, duidingen die gemakkelijk als denigrerend kunnen worden ervaren. Maar eerlijk en open-hart-ig uiten wat je beweegt en leidt, geeft duidelijkheid. En dat is in een wereld vol leugen en schijn zeer belangrijk!

 

Huijgen: "We moeten leren om ons te verplaatsen in elkaars perspec­tief en te oefenen in empathie. Een goede predikant kán niet zonder. Want empathie heb je nodig in pre­ken, pastoraat en vergaderingen."

 

Bolt: Inlevend vermogen in andermans situatie en overtuiging is zeker ook een heel waardevolle eigenschap. Maar het kan niet in minderheid gebracht worden op een leven naar de wil van God. Zo kun je begrijpen hoe een ongelovige denkt en hem dat ook laten weten echter tegelijk hem wel proberen duidelijk te maken dat hij op een heel verkeerde, doodlopende weg is.

 

Troost: "Theologie is een academi­sche studie én een levensles. Daarin verschilt het van bijvoorbeeld een studie wiskunde. Het raakt aan wie je zelf bent. Als je dat bij jezelf ervaart, dan zal dat ook bij je mede­student zijn. Dat moet je je realise­ren. Het draait om de vraag: waar zit de gezindheid van Christus bij jou? Zie je bij de ander dezelfde gezindheid? Want alleen dan kun je goede collega's worden in de kerk en in de samenleving. Als je dat als theologen met elkaar al niet kunt, hoe kun je verwachten dat je de gemeente daar straks in voorgaat?"

 

Bolt: "Het klinkt goed maar wat bedoel je precies? Inderdaad 'de gezindheid van Christus', laat die ons beheersen en weerspiegeld worden in ons leven!

Maar we moeten wel even doorpraten wat precies met die 'gezindheid' wordt bedoeld. Bijvoorbeeld zoals Paulus die in de Romeinenbrief weergeeft (12:2):

 

… word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.'  
 

Mijn concrete vraag aan jou, Troost, en ook aan Huijgen, is: hoe zie je als christelijke gereformeerde theologen samenwerking voor je met vrijzinnige collega's die misschien wel het bestaan van Christus zoals in het NT geopenbaard, ontkennen …?

 

Orsel: "De docent heeft een voorbeeldfunctie in hoe je een gesprek goed voert en studenten mogen daarin oefenen. Maar ook zij kunnen voor elkaar zorgen en erop letten wie er buiten de groep valt."

 

Huijgen: "Een studente gaf me eens een groot compliment: 'Als iemand u tegenspreekt, begint u te stralen.' Dat vond ik zó geweldig, want dan ervaren mensen de ruimte om een andere posi­tie in te nemen. Dat stimuleert het gesprek."

 

Bolt: Laat dit interview met mijn extensie proef op de som zijn: ga jij, Huijgen, ook stralen van mijn bijdrage daaraan? Ik stuur het je toe. Reageer gerust, je krijgt alle ruimte voor een reactie. Dat geldt ook voor de andere deelnemers aan het gesprek.

 

Orsel: "Dat herken ik. Op de CHE zeiden we na een les weleens tegen elkaar: 'Toen jij tegen de docent inging, zag je dat hij dat mooi vond.' Op zo'n moment ervaar je gezamenlijkheid."

 

 

Bolt: Nog een laatste opmerking. Terwijl jullie je uiterste best doen op 'lief-zijn' voor elkaar te bevorderen groeit rondom ons een wereld vol dreiging m.n. op het ook door jullie aangeroerde LHBTQIA gebeuren. Een wereld die hard op weg is om met geweld de gender-ideologie op te dringen aan ieder, en dat vooral ook via het onderwijs[3]! Had die actualiteit niet veel meer jullie aandacht moeten krijgen?

 

NOTEN


[1] Zie eerder artikel Krant aan kop.

[2] Zie CGK kroniek – 11, Hooggeleerd onbegrip.

[3] Zie op deze site Orde LBTQIA – 4 en ook Orde LBTQIA – 5 en Orde LBTQIA – 6.