Ethiek

Uit het verleden

Signalen

Bericht 1 van 1
 

Blijf Gereformeerd!

De synode van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt heeft in de  afgelopen maanden ingrijpende besluiten genomen o.a. inzake de  openstelling van de ambten voor vrouwen en de toenadering/eenwording  met de Nederlands Gereformeerde Kerken. De vraag voor velen is; Wat nu?

Plaatselijke gespreksgroepen met leden uit de DGK willen aan deze vraag aandacht geven. De groepen organiseren na de zomervakantie  een aantal infoavonden om zo met elkaar in gesprek te komen en door te  praten.

De bijeenkomsten zullen worden gehouden in de regio's Friesland,  Groningen, Zwolle, Hardenberg, Amersfoort en Rotterdam. Datum en  plaats kunt u de komende weken op deze site vinden.
 

LET OP: Al geplande avonden zijn door omstandigheden uitgesteld tot een naar te bepalen datum!

Initiatief voor Kerkelijke Eenheid



(Einde berichten)

 


SIGNALEN 12-11-16

RD 10/11/16
De voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (VGKN) tellen 2235 leden. Dat zijn er 458 minder dan vorig jaar. Deze daling kwam vooral doordat de gemeente in Garderen, met 382 leden, uit het kerkverband stapte. De VGKN ontstonden in mei 2004 uit een aantal gereformeerde kerken dat niet mee wilde in de Protestantse Kerk in Nederland.

Uit een interview met de vooraanstaande ds. W. Smouter (NGK).
„Het is duidelijk dat onze kerken [NGK en GKv] zich in elkaars richting bewegen. Toch lag de gedachte aan hereniging bij ons soms gevoelig." Over het conflict in de jaren '60: Die 'kende een jarenlange aanloop en concentreerde zich rond de vraag of de Vrijmaking van 1944, waaruit de GKV voortkwamen, een daad van God was. Na de Open Brief van 31 oktober 1966, die onder meer bedoeld was als steun in de rug voor een geschorste predikant, sloeg de vlam in de pan.'
Op de Landelijke Vergadering (NGK) dient een voorstel dat predikanten straks over en weer kunnen voorgaan in beide kerken. Er zijn nu nog 'rare belemmeringen in de NGK. Zo moet een GKV-predikant afstand doen van zijn ambt voor hij een beroep kan aannemen naar een NGK-gemeente.() Het tegenover elkaar pal staan voor de waarheid zijn we kwijt. () De secularisatie dringt de kerk binnen en stelt ons heel andere vragen dan waarover het in het verleden ging.' ()
In de jaren zestig werden er in de GKv predikanten geschorst bij een centraal geleide ruzie. Dat komt nu niet meer voor. Maar ik zie dat in ons kleine kerkverband, met 30.000 leden en 90 predikanten, in de afgelopen jaren meer dan 10 procent van de predikanten is losgemaakt of om gewichtige redenen is ontslagen'.
Over homo en ambt: Er is geen breed draagvlak voor samenlevende homo-ambtsdragers. 'Maar het zit me dwars dat homoparen niet overal aan het avondmaal mogen. We zijn allemaal kinderen van God de Vader.' Het hart van de kerk ligt rond doop en avondmaal. Toegang tot de sacramenten is een verantwoordelijkheid van de plaatselijke gemeente.

ND 10/11/16
John Bolt, hoogleraar theologie aan Calvin Theological Seminary Grand Rapids over de verkiezing van Trump tot president USA.
Hij is niet enthousiast over Trump gezien zijn karaktergebreken, 'maar zijn verkiezing is niet het einde van de wereld.' Tegelijk is hij erg blij met de devote christen Mike Pence als vicepresident. 'Als calvinist neem ik mijn burgerplicht serieus, maar ik snap dat het dit keer niet mogelijk was om op een van beide kandidaten een positieve stem uit te brengen. Positief van Trump is: hij zal een conservatieve rechter benoemen in het Hooggerechtshof; zijn relatie met Israël niet vijandig als die van Obama die een deal sloot met Iran; meer banen creëren; hij wil een veilige grens met Mexico; en de huizenhoge verzekeringspremies door Obamacare terugdraaien.’

ND 09/11/16
Hoogleraar G.H. van Kooten (NT, Vroeg christendom, RU Groningen) trekt zich terug uit de raad van advies van Theologia Reformata, het wetenschappelijke tijdschrift van PKN/Gereformeerde Bond. De reden is dat ‘De GB de GTU mogelijk heeft gemaakt en dat is concurrentie voor de Protestantse Theologische Universiteit (PthU). 'De PKN is een brede volkskerk, die in relatie staat tot de cultuur. Dan is het logisch dat je studeert aan een openbare faculteit en de predikantsopleiding aan de PthU volgt.'
Oud-secretaris van PKN/GB J. van der Graaf is het hier niet mee eens en concludeert: 'Ik begrijp Van Kooten wel. Hij voelt zijn eigen positie in Groningen bedreigd worden.’

ND 08/11/16
De regiegroep GTU in zijn eindrapport: De theologische universiteiten in Apeldoorn en Kampen moeten daadwerkelijk en volledig samengaan in een nieuwe Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU), die zich vestigt ‘aan de rand of in het buitengebied van Utrecht’. GTU wordt eigendom van een vereniging met 10 GKv leden, 10 CGK leden, NGK en PKN/GB elk 5 leden. Die benoemen samen een raad van toezicht van 5 leden die op hun beurt een tweehoofdig bestuur kiezen.
De landelijke kerkelijke vergaderingen van de GKv, CGK en de NGK moeten hier voor 1 april 2017 akkoord mee gaan. Begroting ongeveer 6 miljoen euro, 26 wetenschappelijke fte en 14 fte ondersteuning.

ND 07/11/16
Op de derde Nationale Synode in Dordrecht sprak o.a. ds. W. van ’t Spijker (CGK) over Johannes 17. Hij ziet drie verbonden: een verbond tussen Jezus en de Vader (met de Geest), tussen Jezus en de leerlingen, tussen christenen onderling. Zijn boodschap: De wereld kan alleen tot het inzicht komen dat God de wereld liefheeft als wij elkaar liefhebben.
De deelnemers zijn 'heel aardig voor elkaar' maar toch komt er één inhoudelijk punt wel twee keer bovendrijven. ‘Je bent één keer gedoopt. Dat is echt en dat blijft staan’, zegt een GKv-er. Maar 'de sfeer is ontspannen, liefdevol en saamhorig'.
'Het is tijd voor vervolgstappen'. In 2018 of 2019 wil de organisatie een verbond van kerken sluiten. Volgens GKv professor B. Kamphuis zijn ‘we’ definitief de vrijblijvendheid voorbij. ‘Drie keer is scheepsrecht. Nu we elkaar weer ontmoeten, willen we elkaar echt niet meer loslaten.’ 'Samen in de naam van Jezus, constateert ook Els van Dijk, directeur van de Evangelische Hogeschool in haar slotwoord'.

ND 06/11/16
In Visie, EO-blad bepleitte een orthodox-joodse rabbijn uit Jeruzalem, Chaim Eisen samenwerking tussen joden en christenen. Maar hij ziet Jezus wel op één lijn staan met andere grote rabbijnen. En iedere 'christen die hoopt een jood ervan te overtuigen dat Jezus de Messias is, ‘is iemand zonder respect’. Er moet rekening gehouden worden met misdaden die tegen Joden zijn gepleegd in WW2.
Maar ds. A. Verbree (GKv) benadrukt dat christenen zich tegenover joden niet schamen moeten voor het evangelie. En hij 'voelt er ook niets voor om, geboren in 1961, hoe dan ook zich schuldig te voelen vanwege de Godgeklaagde gruwelijkheden die de Joden in de Tweede Wereldoorlog zijn aangedaan en daarom tegenover Joden kunstmatig bescheiden te zijn.'

ND 05/11/16
Prof. G. Harinck, hoogleraar aan de TUK en VU in zijn column: Officiële publieke bijeenkomsten aan VU worden geopend met ‘Onze hulp is in naam des Heeren die hemel en aarde gemaakt heeft’, en besloten met ‘de naam des Heeren zij geprezen van nu aan tot in eeuwigheid’. Maar het probleem is dat zijn collega-hoogleraar aan de VU, Jacintha Ellers atheïst is en dit niet wil uitspreken. Ze stelt daarom voor zoiets als over 'een betere wereld en over verantwoordelijkheid' uit te spreken.
Harinck: 'Atheisten zijn zeldzaam en we moeten dus zuinig zijn op Jacintha.' En die christelijk formule uitspreken is een 'oefening' in diversiteit. Die is nodig om te leren aanvaarden 'want diversiteit is moeilijk en schuurt, doet pijn, ditmaal bij Jacintha'.
Oplossing is niet: 'de VU is eigenlijk geen plek voor atheïsten'. Bovendien 'die formules van de VU, ze zijn zo kwaad nog niet'. Denk net als 'Paulus op de Areopagus die aan filosofen uitlegt dat de belijdenis van God als schepper wil zeggen dat Hij het leven geeft aan alle mensen en dat Hij dichtbij is. Het is een inclusieve belijdenis: iedereen doet ertoe en Hij bekommert zich om iedereen.'
En zo dacht Harinck elke keer toen de formules klonken: 'Jacintha hoort er ook bij. Hij bekommert zich om andersdenkende collegae.'

Advertentie: 'Om jong talent een kans te bieden zich te ontplooien, en om onze nieuwsredactie vitaal en lerend te houden, zoekt het ND weer een journalistiek trainee (v/m), redactie buitenland'. Wat voor persoon?: 'Jij wilt het vak leren; je bent nieuwsgierig, onbevooroordeeld, intelligent, gretig, zorgvuldig en taalvaardig, een scherpzinnige waarnemer, een heldere denker, een boeiende verteller, een lenig sparrende team speler, een professionele kritiekgever, kunt incasseren'. Dat alles in christelijke geloofsverbondenheid.
En het ND is: 'Een schaamteloos christelijke krant die geen blad voor de mond neemt,  zuinig op lange traditie van degelijke, betrouwbare kwaliteitsjournalistiek, open, onbevangen, innovatief.'

ND 03/11/16
De Eerste Kamer wil dat het kabinet eenverdieners niet langer onevenredig zwaar belast. De motie van SGP met die strekking kreeg de steun van bijna de gehele oppositie.

De 'Nationale Synode' is een beweging die de dialoog tussen verschillende kerken wil bevorderen. In de stuurgroep zitten o.a. de PKN, de Remonstrantse Broederschap, de GKv, de CGK. Een verbond van deelnemende kerken (in 2018/19) zou moeten leiden tot uitwisseling van predikanten en deelname aan elkaars avondmaalsvieringen. Materiaal is beschikbaar om gemeenteleden uit verschillende kerken met elkaar te laten praten zodat ze vervolgens hun kerkenraad gaan vragen ook mee te doen met het verbond. Volgens De Fijter (PKN/GB) is ‘overal duidelijk geworden dat christenen samen moeten optrekken'. Er moet 'tastbare eenheid' komen. Wel zijn er nog wat probleempjes, bijvoorbeeld de vrijzinnigheid van het remonstrantse kerkgenootschap en is het credo van de NS 'te bleek'. Andries Knevel wil graag ook de RK hierbij, maar dat vindt zelfs De Fijter te vroeg. Hij wil een 'Protestants Katholieke Kerk in Nederland, naast de Rooms-Katholieke Kerk.’

ND 01/11/16
Met een gezamenlijke dans laten de leerlingen van christelijke basisschool De Rank en openbare basisschool De Pols in het Friese Tijnje zien dat ze in 2018 één fusieschool willen gaan vormen.

ND 29/10/16
De Nederlands Gereformeerde Kerken krijgen waarschijnlijk een permanente synode. Op de LV deze maand ligt dat voorstel op tafel.

ND 26/10/16
Domina Margriet Gosker is projectleider van de komende Reformatieherdenking. In de Reformatie gaat het om: 'Jouw eigen geloof doet ertoe, want God heeft jou lief.’ Ze heeft de Vrijmaking meegemaakt. Maar 'dat mensen met hetzelfde geloof niet meer met elkaar praten, klopt niet met het evangelie. Elkaar de maat nemen, elkaar beoordelen en veroordelen, dat wil ik niet.' De grote ontdekking tijdens de Reformatie was dat je genade krijgt van God.' Ze het meest uit naar de activiteit 'vrouwen in het protestantisme. () Zij heeft de kans gekregen om haar roeping te volgen, mede dankzij de Reformatie. De RK is nog lang zo ver niet. Dat komt om wat Luther schreef in Over de vrijheid van een Christenmens: je draagt zelf verantwoordelijkheid tegenover God, dus anderen kunnen niet voor jou bepalen wat je moet doen.' Dat vrouwen nu wel domina kunnen worden heeft 'ook te maken met een andere omgang met bepaalde Bijbelteksten, zoals die teksten waarin staat dat vrouwen moeten zwijgen in de samenkomst.'

ND 22/10/16
Uit een dubbelinterview over genezing met prof. dr. Stefan Paas (TUK/VU) en Evangelisch Werkverband-directeur Hans Maat.
Maat: ‘Ik hou me eenvoudig aan het gebod van Jezus om de zieken te genezen en mensen te bevrijden van demonen’. Paas: ‘Als de arts uitbehandeld is, is de Heilige Geest misschien ook wel uitbehandeld’. Maar hij wil 'met nadruk geen ‘streeptheoloog’ zijn, alsof de bijzondere Geestesgaven als genezing en profetie hooguit voorkwamen als ‘startmotor’ van de vroege kerk.'
Maat doet 'gewoon Jezus na' en legt mensen de handen op en ziet ze genezen: psychosomatische kwalen, ook tumoren. Paas vindt spreekt pas van bovennatuurlijk als hij (naar de roomse Lash) 'een konijn viool ziet spelen'. Wonderen kun je misschien in de toekomst gewoon verklaren.
Hoe moet je omgaan met mensen die niet genezen, ondanks gebeden? Maat: ‘Dat vind ik zelf ook ingewikkeld. In mijn naïviteit denk ik nu nog dat er maar weinigen zijn die krachtig en vol bewogenheid bidden voor zieken. Daar hangt het wel vanaf. Als meer mensen zich die gebedspraktijk toe-eigenen, gebeuren er meer wonderen. Dat is een wetmatigheid.’ Maar Paas: ‘Ik denk het niet. In Brazilië en Afrika wordt ontzettend veel gebeden, maar de mensen gaan gewoon dood.’

ND 20/10/16
Elke NGK dominee mag preken in een GKv kerk, als de vrijgemaakte kerk hem daartoe uitnodigt. Of dat ook voor vrouwelijke dominees geldt, hangt af van het besluit dat de GKv nemen over dat onderwerp, zo luidt een voorstel van de landelijke commissie Deputaten Kerkelijke Eenheid van de vrijgemaakte kerken. De commissie concludeert ook dat ‘in de praktijk van de NGK de binding aan de belijdenis steeds meer eenzelfde plek heeft gekregen als in de GKv’. De deputaten willen ervoor waken dat het gevoel bij de NGK ontstaat dat de GKv 'de macht overneemt’.

ND 18/10/16
In een jongerendienst GKv Hardenberg Baalderveld-Zuid (ds. A. Feijen) kon men via de smartphone reageren op stellingen, die vervolgens met een beamer op een scherm in de kerk werden geprojecteerd. De dominee reageerde daar dan op. Enthousiasme…!

Zeven kerken in Enschede schoven bij elkaar aan aan het Avondmaal: GKv, CGK en NGK.

ND 15/10/16
De CGK (73.000 leden) zijn met elkaar in relatietherapie geweest, volgens hun deputaten Eenheid Gereformeerde Belijders. De toenadering tot andere kerken zat in een ‘impasse’  doordat de CGK met elkaar als egeltjes samenleven. De 185 plaatselijke kerken vertrouwen elkaar slechts selectief. Niet elke dominee mag of wil preken in elke kerk. En daarom is er nu aandacht voor binnenkerkelijke eenheid. Want het gaat maar moeizaam met de CGK, zie de vorming van de GTU waarvoor CGK proberen te balanceren met de PKN/Bonders.
Een dierbare maat van CGK is ‘geestelijke herkenning’. Maar volgens ND-hoofdredacteuur Kuiper moeten CGK dominees die deze maat hooghouden eens met hun catechisanten praten en met onkerkelijke of moslimburen. 'En probeer het hén dan maar eens uit te leggen, met de Bijbel in de hand en in Jezus’ Naam.'

ND 13/10/16          
De Theologische Universiteit in Apeldoorn krijgt twee nieuwe hoogleraren: Arnold Huijgen en Maarten Kater, op resp. de vakgebieden systematische en praktische theologie.

De ministers Schippers (Volksgezondheid) en Van der Steur (Veiligheid en Justitie) maken een wet die stervenshulp biedt aan 'ouderen die vinden dat ze ‘klaar’ zijn met leven'. Het kabinet schuift het grondige advies van de commissie-Schnabel daarmee terzijde. Het kabinet 'ziet echter een groeiende groep mensen die meer regie over het eigen levenseinde wil door bijvoorbeeld verlies van onafhankelijkheid, eenzaamheid door onder meer het verlies van dierbaren, aftakeling en verlies van waardigheid.

Het nieuwe VVD-verkiezingsprogramma stelt dat ‘Iedereen de mogelijkheid moet hebben om zelf te kiezen voor een waardig levenseinde.’ D66 wilde dat altijd al vurig: 'Elke oudere moet de vrijheid hebben om zelf te bepalen hoe en wanneer hij of zij wil sterven.'

ND 12/10/16
De PKN wil bij de afsluitende oecumenische viering van het Reformatiejubileum op 31 oktober volgend jaar samenwerken met zo veel mogelijk verschillende kerken, inclusief  RK en de kleine gereformeerde kerken. Dat moet volgens PKN-synodevoorzitter Karin van den Broeke wel onder de ‘ambtelijke verantwoordelijkheid’ van de PKN.
De Hersteld Hervormde Kerk en de Gereformeerde Gemeenten zullen eigen herdenkingen organiseren.

Ds. W. van der Schee (GKv) is overgestapt naar de PKN. Hij heeft als docent kerkrecht gewerkt aan de TUK en was in 2014 afgevaardigde op de GS van de GKv. Hij kreeg na zijn losmaking geen beroep meer. Van der Schee is de derde vrijgemaakte predikant in korte tijd die naar de PKN gaat.

ND 07/10/16
Er zou een nieuwe, ‘voluit gereformeerde’ partij naast de SGP moeten komen, schrijft In het Spoor – het blad van zeer conservatieve staatkundig-gereformeerden. Reden: de SGP geeft teveel ruimte aan niet-gereformeerde godsdiensten. Eerder aanvaardde het SGP-bestuur dat óók als Nederland weer een christelijke natie wordt, andersgelovigen een gebouw mogen hebben om bijeen te komen. Wel mag de ‘dominantie’ van andere religies aan banden worden gelegd.  Megamoskeeën en gebedsoproepen blijft de SGP afwijzen.

Martijn Horsman (39) vertrekt per 1 januari 2017 als voorganger van Stroom (130 leden) Amsterdam, de inmiddels zelfstandige gemeente en niet (meer) gebonden aan de GKv. Ook het Kleiklooster in de Bijlmer en de PopUpKerk in Amsterdam-West gaan vanaf januari 2017 zelfstandig verder.

ND 04/10/16
Op een bijzondere manier werd Mathijs van Dijk in een dienst van GKv Zwolle-West gedoopt: ondergedompeld in de stadsgracht tegenover het kerkgebouw. Voorganger Jos Douma. In de dienst werden ook vier baby’s gedoopt – niet in de gracht.

ND 03/10/16
Godsdienstsocioloog Chris Janse wijst in De Saambinder, het blad van de Gereformeerde Gemeenten af dat lokale kerkenraden dominees uit andere kerkverbanden uitnodigen. Kerken daarin de vrije hand te geven ‘is volstrekt in strijd met het gereformeerd kerkrecht, een dergelijke praktijk leidt gemakkelijk tot een desintegratie van het kerkverband'. Hij noemt CGK en NGK waarin de verschillen alsmaar groter worden. ’Een kerk is geen uitzendbureau van predikanten, die op aanvraag ingezet kunnen worden’.

ND 01/10/16
Uit interview van Rien van den Berg met Willem Smouter NGK, voorzitter Ledenraad en voorzitter Raad van Toezicht EO.
De EO wil samen met andere christenen 'het verhaal van Jezus' vertellen. Smouter: ‘Dat is ook zo!’ Maar de net aangetreden nieuwe programmamaker, Tom Mikkers, zegt: 'de Bijbel is een mensenboek', en 'het zenboeddhisme is ook erg fijn', en 'het christendom is bepaald niet de enige waarheid'. De vraag is dan: 'Met wie vertel je welk verhaal dan nog?' Smouter: 'Er zijn delen van de kerk waar soms die woorden gekozen worden. Dat staat haaks op de EO missie. Als in een uitzending die toon klinkt, zijn we dus niet bezig met onze missie, maar met onze taak om de kerken te representeren.’ Echter interviewer: 'Maar er staat: met deze mensen gaan we onze missie vervullen.'

Column G. Harinck, hoogleraar aan de VU en de TUK.
Het is al lang geleden dat Harinck in zijn GKv de Tien Geboden heeft horen voorlezen. Wel allerlei alternatieven want 'geboden bekken niet lekker in een tijd waarin het accent in het christelijk geloof ligt op liefde en inclusiviteit'. Harinck is er niet gelukkig mee. Want 'het christendom is in forse mate een godsdienst van herdenken. () Het christelijk geloof is ingebed in de geschiedenis, maar al de vernieuwingspogingen rondom de Tien Geboden gaan daaraan voorbij.' Bij hem zitten de Tien Geboden nog wel in het hoofd, maar bij een jongere generatie niet. De verwijzing naar de band met die tekst wordt rap betekenisloos.'
Net als de discussie over de Nederlandse identiteit zoekt men 'met uitzondering van Kees van der Staaij de identiteit van de kerk in het heden, in homorechten, gelijkheid van man en vrouw, etcetera. Maar los van de geschiedenis – 1581, 1848 of 1917 – wordt zo’n ijkpunt betekenisloos. () Zou de kerk die niet put uit het heden, maar uit een boek dat 2000 jaar en ouder is, niet beter moeten weten?'

ND 30/09/16
Janneke de Leede is psycholoog, coach en trainer. In een gastcolumn zegt ze:
Bij haar thuis staat een devote Maria in de vensterbank. Ze zoekt al jaren in elke RK naar beelden van Maria. Want deze fascinerende vrouw intrigeert haar. Maar in de protestantse traditie is Maria vaak weggemoffeld en naar de achtergrond geschoven, vindt ze. Maria is toch 'de meest gezegende van alle vrouwen, vol van genade'? Dus: 'Ave Maria. Wees gegroet, Maria, vol van genade'. Maria moet dus een prominentere plaats in het protestantse (kerk)leven krijgen. 'Want Maria doet ertoe, als moeder van Jezus. () Zij gaf Hem het leven. () En zij geeft Hem aan ons door. Zij geeft haar Kind, haar Heer, aan mij.'
Als Maria weer haar plek krijgt 'is dat ook een belangrijke stap in de oecumene. Laten we beginnen met het invoeren van een speciale Mariazondag'.

ND 29/09/16
Conclusies uit een het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Afbrokkeling van de grote kerken heeft ‘het toneel vrij gemaakt voor atheïsten en agnosten en een brede baaierd aan spirituele stromingen’. De secularisatie werkt door. 11% zegt het toe te juichen als de kerken verdwijnen.
33% vindt dat de overheid moet zorgen dat in elke plaats ten minste één kerkgebouw openblijft.
40% vindt dat zonder steun van kerken zwakke groepen in de samenleving aan hun lot worden overgelaten.
35% verricht vrijwilligerswerk (Kerkgangers 55 procent).
67% vindt dat religie zich moet beperken tot het privéleven.
75% vindt dat ‘politiek en godsdienst los van elkaar moeten staan’.
Velen zijn bezorgd over de ‘islamisering van Nederland’.

ND 28/09/16
‘Elke abortus is er één te veel’, volgens Ton Coenen nu, directeur van Rutgers Kenniscentrum Seksualiteit, voorhoede van de beweging vóór legalisatie van abortus. ’Natuurlijk willen ze bij Rutgers de Wet Afbreking Zwangerschap (1984) niet terugdraaien. En het feit dat de opvatting ‘abortus is moord’ nog springlevend is onder tieners (óók onder de niet-religieuzen, bleek uit hun eigen onderzoek), beschouwt het kenniscentrum als een ‘schrijnende situatie’.
Jaarlijks worden in Nederland ruim 30.000 kinderen geaborteerd. Maar hoofdredacteur Sjirk Kuijper vindt dat 'het niets en niemand helpt als mensen zich op de rechterstoel van de Allerhoogste plaatsen, en met juridische vonnisretoriek (‘Moord!’) de eigen rechtzinnigheid uitkramen.' Als ook voorstanders erkennen dat iedere abortus in feite een verlies is 'opent dat perspectieven', denkt hij. Oplossing is: 'zorg, liefde, complete voorlichting en goede hulpverlening'.

ND 26/09/16
Met de verkoop van het ’t Gbouw in Zwolle 'kussen de GKv twintig jaar recente geschiedenis vaarwel'. Het markeert ongeveer 'de overgang van een gesloten ‘ware’ kerk naar een opener gemeenschap: hé Nederlands-gereformeerden, hallo Protestantse Kerk in Nederland', volgens journalist Gerard ter Horst.
Van de organisaties in het Gbouw zijn er van de elf nog zes over. Die verhuizen naar een nieuw en anoniem pand aan de rand van van Zwolle-Oost. Een vingerwijzing?, vraagt hij zich af.

ND 23/09/16
De stichting Geloofsgesprekken wil christenen uit verschillende kerken met elkaar in gesprek brengen over het geloof, zodat ze elkaar herkennen en erkennen als één in Christus. Ze zoeken mensen die in de eigen woonplaats geloofsgesprekken willen leiden. Het gaat niet om theologische discussies maar uitwisseling van wat in je hart en je leven speelt. Ontdekken: 'die ander zoekt dezelfde dingen als ik.’ Dus niet over verschillen tussen christenen en kerken pratn. En omdat het niet gaat om je eigen gemeente alleen zit er 'een extra verrassingselement' in.

SIGNALEN 29-10-16

Kerkbode Noorden25/06/16
Ds. K. Batteau schrijft over de binding in de GKv aan de 3 FvE. Hij zegt daarin o.m.: … "we leven nu in een tijdperk waarin we een terugkeer zien van de vrije, 'niet-dogmatische' persoon in Nederland. Iedereen kiest zijn of haar eigen weg. 'Ik wil zelf kiezen wat ik wil geloven.'"
Batteau merkt ook een reactie op het verleden van de GKv. Symbool voor dat verleden is prof. J. Kamphuis (1921-2011). "Hij speelde een grote rol als een van de leiders van de 'binnenverbanders,' die opkwamen voor het gezag van de belijdenisgeschriften, tegenover de 'buitenverbanders' (de huidige NGK), die los­ser omgingen met deze belijdenisgeschriften. Op dit ogenblik zien we een sterke reactie onder de oudere maar ook de jongere genera­tie in de GKv tegen de manier waarop Kamp­huis theologie beoefende en leiding gaf in de kerken. () Het idee is: de GKv werden te veel een 'dogmatisch' bolwerk, in plaats van een liefde­volle gemeenschap waar Gods genade in Jezus werd gepreekt".
Daarvan getuigt het nieuwe bindingsformulier: "dat heeft niet al­leen een mildere toonzetting, maar de manier waarop de binding van ambtsdragers met de belijdenissen wordt gepresenteerd is ook min­der streng, minder massief en onverbiddelijk van karakter." Ds. Batteau vraagt zich af: "Krijgt de ambtsdrager hier te veel ruimte om afte wijken van wat de belijdenis­sen werkelijk zeggen?".
Batteau wil herontdekking en waardering van het werk van wijlen Kamphuis want hij was "treffend in zijn kritiek en sterk in zijn waardering van de leer van de Schrift. () Wat we op dit ogenblik nodig hebben is niet minder, maar meer dogmatiek in de kerken."

Kees Heek (57) is de nieu­we directeur/bestuurder van de Gereformeerde Scholen Groep (GSG) bestaande uit alle 9 vestigingen in de drie Noordelijke provincies. Heek over de gereformeerde identiteit:
"Leerkrachten moeten het christen­zijn uitstralen, dat moet eraf spatten. De teams moeten veel aandacht voor de leerlingen heb­ben en onze scholen moeten kwaliteit leveren. Daarnaast moeten we inspelen op de verande­ringen in de maatschappij om ons heen. Om dat te bereiken werken bij de GSG overtuigde en betrokken gelovigen die zelf drager zijn van de identiteit, deze belichamen en uitdragen. De leerkrachten stemmen in met onze iden­titeit, leren jongeren hoe ze op grond van de Bijbel kunnen denken en handelen in verschil­lende gebieden van het leven en tonen passie om zelf ook bij te dragen aan de verdere vor­ming van de identiteit van de scholen."
Maar kunnen baptistische docenten hierbij worden betrokken? Heek: "Iedereen die onze grondslag van harte onderschrijft en wil uitdragen is welkom. We zoeken bezielde professionals".

GKv Kerkbode Midden 27/05/16
Ds. H.J. Visser pleit voor een eerder toelaten van kinderen tot het Avondmaal. De dominee kijkt met enige jaloersheid naar de praktijk in roomse kerk waar al op jonge leef­tijd kinderen (7, 8 jaar) hun eerste communie doen.
Jongere kinderen kunnen al wel begrijpen waar het om gaat. "Als ze een periode van onderwijs heb­ben gehad en weten waar het over gaat? Laat ze dan tegen de pubertijd zelf kiezen of ze deel willen nemen of niet. Het kan een belangrijke steun in de rug zijn om ook in de roerige jaren te mogen weten, dat je door het ge­loof deel hebt aan Jezus Christus." Zo krijgen jongeren "het gevoel niet langer als tweede­rangs te worden beschouwd".
GKv Kerkbode Noorden 11/06/16
Classis Stadskanaal 12 mei: De kerk van Winschoten heeft het komend jaar 15 gezamenlijke erediensten met de CGK. Beide kerkenraden hebben uitgesproken verder te willen met het onderlinge contact. In Stadskanaal zullen vanaf deze zomer de middagdiensten altijd gezamenlijke diensten zijn van GKv en CGK. Maar de Oosterkadekerk (CGK) doet daar voorlopig nog niet aan mee.

Ds. C.C. den Hertog (CGK) vertrekt van Surhuisterveen naar GKv/CGK Nijmegen. Wat zijn de voordelen van zo'n combi-kerk?':
"Samenwerking is voor mij veel meer een opdracht, omdat het niet zo zijn mag, dat het lichaam van Christus gescheiden is. Ons land kent een geschiede­nis van vele, vele kerkscheuringen. Sommige nodig, andere iets minder nodig. Voor mij is het de vraag of we ons bestaansrecht tegenover elkaar kunnen blijven ontlenen aan een ge­schiedenis, waarvan we vandaag ook wel zien dat daar veel menselijk en onheilig vuur bij is geweest."
"Het getuigenis tot de wereld om ons heen wordt grondig gehinderd door onze gelijkheb­berigheid. Niet ieder verschil van inzicht is ook direct kerk-scheidend. Sterker zelfs: slechts heel weinig verschillen zouden dat mogen zijn. () Kerkscheidend kun­nen volgens mij slechts die zaken zijn die het hart van het Evangelie raken: de leer van de Drie-eenheid, de leer aangaande Christus en daaruit voortkomend: de rechtvaardiging uit het geloof alleen en het besef dat wij als men­sen radicaal en totaal op Gods ontferming zijn aangewezen. () Hangt er een waas van vermoeidheid over de kerken omdat we het onvoldoende aandurven om te luisteren en te zoeken naar andere kerken?"

GKv Kerkbode Midden 13/05/16
Mr. E. Bos beschouwt de vraag of in de GKv vrouwen nu al tot diaken kunnen worden verkozen. Zijn conclusie: "Het benoemen van zusters tot diaken is thans mogelijk, ook al is dit niet ex­pliciet door de laatste synode uitge­sproken. Er ligt, kerkrechtelijk gezien, dus geen belemmering. () Voor benoeming in de ambten van ouderling of predikant ligt het moeilijker vanwege het door de synode genoemde verschil in verantwoordelijkheden tussen man­nen en vrouwen en de daarmee sa­menhangende onduidelijkheid."
Classis Noord-­Brabant/Limburg 03/03/16 
In Brunssum-Treebeek zijn veel interkerkelijke diaconale projecten, o.a. met asielzoe­kers. "Op deze manier wordt het kerk­zijn in Brunssum gezamenlijk vormge­ven. In samenwerking met de Baptistengemeente en het Le­ger des Hells, de Alphacursus gestart. Hiervoor hebben zich 17 kandidaten aangemeld."
In Maastricht denken GKv en NGK na hoe tot één gemeente samengevoegd te kun­nen worden.
In ja­nuari 2016 is in Eindhoven gezamenlijk Avondmaal gevierd met CGK en NGK.
In 's Hertogen­bosch hebben gemeenteleden bezwaar aangetekend tegen het proces van sa­mensprekingen met de NGK en een bijeenkomst belegd.

GKv Kerkbode 10/06/16
Drie kerken in Dronten, NGK, CGK en GKv Dronten-Zuid gaan intensiever samenwerken. Ds. R. van den Berg (GKv): "Jezus roept ons op om de eenheid te zoeken. Naar zijn stem hebben we geluisterd, en in zijn lief­de hebben we elkaar gevonden."

GKv HAARLEM
Fonteinkerk
zondag 12 juni 2016
09:30 u.: dienst
zondag 19 juni 2016.
09:30 u.: dienst

CGKv IJMUIDEN
Petrakerk
zondag 19 juni 2016
10:00 u.: drs A. Knevel
17:00 u.: ds G.W: Kroeze

GKv AMSTELVEEN
zondag 12 juni 2016
10:30 u.: dienst
zondag 19 juni2016
10:30 u.: dienst

AMSTERDAM-CENTRUM
zondag 12juni 2016
10:00 u.: dienst
zondag 19 juni 2016
10:00 u.: dienst

Classis Alkmaar-Haarlem 16 maart 2016: O.a.: "Er is bezwaar tegen het be­sluit van Haarlem om geen middag­diensten meer te houden. Dat be­zwaar zal worden beoordeeld door de deskundigen die de classis heeft aangewezen."

Classis Utrecht 3 maart 2016: GKv Nieuwe­gein wil verder met CGK/­NGK Nieuwegein als kerk van Christus. Deputaten Kerkelijke Eenheid en de classis zijn akkoord. 
Kerk­grenzen tussen de kerken van Utrecht (C, Utrecht-N/W, Utrecht-LR) worden nog gehandhaafd, maar een kerkenraad kan hier­van afwijken indien nodig.

Onderweg 28/05/16
Homoseksualiteit is een centraal thema is op de CRC-synode in Noord-Amerika, die op 8 juni begon. Er zijn veel bezwaren tegen een com­missierapport over de kerkelijke omgang met het homo'huwelijk'. Zestien clas­ses vinden de conclusies van het rapport te genuanceerd en sommige willen de definitie van het huwelijk in de KO aanscherpen. De classis Arizona vraagt 'seksu­eel verkeer alleen binnen het huwelijk van man en vrouw' als confessioneel te erkennen.

Wordt Vervolgd nr 6 juni 2016
In de Disney-film Frozen (2013) trouwde de hoofdrolspeelster, prinses Elsa niet gewoon met een prins. De boodschap van de film luidde dat je jezelf moet accepteren zoals je bent. Disney werkt nu aan een vervolg. Homorechtenorganisaties roepen de film­producent op om Elsa daadwerkelijk uit de kast te laten komen. 'Een kinderfilm met een personage dat zich voelt aangetrokken tot iemand van hetzelfde geslacht, zal je kinderen niet in homo's veran­deren maar hun leren dat liefde talloze gedaantes aanneemt', denk men.

GKv Kerkbode 30/04/16
Ds. J. Kuiper: "Veel plaatselijke kerken hebben tegen­woordig hun eigen belijdenis. Die heet een visiedocument en geeft weer waar de plaatselijke kerk voor staat. Vaak gaat zo'n visie over de omgang met mensen. "Wat moet je ermee als je in je visie zegt dat betrokkenheid op elkaar heel belangrijk is, maar er in de praktijk van het drukke leven van 2016 bijna niets van terechtkomt? Of dat het pastoraat aan de gemeente teruggegeven is, maar de gemeente komt in meerderheid daarvoor niet in beweging? Dan gaan die grote woor­den tegen je werken."
Mensen die hier op 'afknappen' wijst Kuiper op wat volgens hem de kern van kerkzijn is: "de viering van de gemeen­schap met Christus in het avondmaal. Een belijdenis op zich: je voegen in die grote schare van mensen die etend en drinkend uiting geven aan hun ver­trouwen op de Heer van de kerk. Dat bewaart voor cynisme en geeft hoop."

HHK Kerkblad 17/03/16
Dr. P. de Vries recenseert de dissertatie van dr. A. van Langeveld over prof. C. Veenhof: 'In het klimaat van het absolute'. "Naarmate het absolute in de Gereformeerde Kerken Vrij­gemaakt steeds zwaarder werd aangezet, kreeg Veenhof steeds meer bezwaren. () Kritiek op de belij­denis was voor hem geoorloofd, als men maar aan de kern ervan vasthield. Veenhof is uitgegroeid tot de geestelijke vader van de Nederlandse Gereformeerde Kerken. () Van Langevelds "waardering voor de latere Veenhof is overduidelijk". Volgens De Vries ademt de sfeer in de NGK "nog altijd de geest van Veenhof: trouw aan de Schrift en de kernpunten van de belijdenis met veel ruimte voor verschil in opvatting.
De Vries heeft zijn vragen. Weliswaar heeft de kerkvisie die de vroegere GKv hem "nooit en in geen enkel opzicht kunnen bekoren. () Het exclusivisme dat eruit spreekt, kan ik niet verenigen met de belijdenis dat Christus wereldwijd in eenheid van het ware geloof Zijn kerk vergadert. Kerkelijk exclusivisme verdraagt zich niet met een godsvrucht die niet alleen de kenmerken van de ware kerk (en die openbaren zich in Gods vrijmacht waar Hij dat wil) maar ook van de ware christen benadrukt. Dat Veenhof daar­mee vastliep en dat men inmiddels in de Gereformeerde Ker­ken Vrijgemaakt daarop terugkomt, acht ik winst." Maar, "als buitenstaander [van de NGK] vallen zij bij mij niet op door hun trouw aan de Schrift en de kernpunten van de belijdenis. Dat moet ik in toenemende mate ook van de GKv zeggen." Hij denkt aan: "… de erkenning van het volstrekte gezag van de Schrift in historisch en ook leerstellig en ethisch opzicht, aan de ernst van de eeuwigheid, aan het centraal stellen van wet en Evangelie, zonde en genade in de prediking en aan het feit dat een christen allereerst een pelgrim is op aarde. Een mens die zich alleen rechtvaardig voor God weet op grond van de hem in Christus geschonken en door de Heilige Geest verzegelde vrijspraak in Christus." Bevinding als in het klimaat van de Nadere Reformatie ziet De Vries "maar weinig en in de kerken waarvan hij [Veenhof] de geestelijke vader werd zo goed als in het geheel niet."

Mens en Samenleving: Communicatie 02/06/16
Tijdens de inhuldiging van Koning Willem-Alexander op 30 april 2013, legde Lutz Jacobi in het Fries (de tweede landstaal) de belofte af. De meeste parlementariërs zeiden: "Zo waarlijk helpe mij God almachtig," of "Dat beloof ik." Maar de Friezin zei "Dat ûnthjit ik". Velen dachten dat Jacobi zei: "Dat vertik ik," maar ze zei juist dat ze het beloofde.

Bewaar het Pand 24/03/16
Ds. P. Roos neemt waar dat velen het een belangrijk punt vinden dat waarnemers uit de GKV op de meerdere kerkelijke vergaderingen van de CGK stemrecht krijgen. Het argument: omgekeerd hebben leden van de CGK ook stemrecht op de vergaderingen van de GKV.
Maar de predikant ziet in de GKV allerlei signalen van verwijdering van de Schrift. Hij denkt aan vrouwen op de kansels; de samensmelting met de NGK; het voornemen dat buitenlandse kerken hebben om te breken met de GKv door hun toenemende vrijzinnigheid. Volgens ds. Roos voelen "velen onder ons zich in het nauw gedre­ven door dit punt [stemrecht] op de agenda van classes en Synode. () En eigenlijk weten we het allemaal wel. We zijn zelf verdeeld. Horen we echt bij elkaar? Wat bindt ons aan elkaar? Maar er zijn toch onderlinge afspraken en be­loften? Zijn we met elkaar eerlijk en gaan we eerlijk met elkaar om? Hier kan alleen Gods Geest uitkomst bieden. Eerlijkheid kan zijn dat we allen in de schuld komen voor de Heere. Het kan ook zijn dat we een werkelijke keus doen. Welke kant willen we op? "Linksom ofrechtsom? () Onder ons worden openlijk geen bepaal­de signalen waargenomen om te breken met de leer der Reformatie. () Onderhuids zijn die tekenen er wel, over de hele breedte van onze kerken." En de GKv?: "Deze kerken, tot voor kort wel zuiver Gereformeerd, staan op de tweesprong. Hun lot heeft sowieso te maken met het onze. () We hebben elkaar niets te verwijten. Voor beide geldt: Keert weder, gij afkerige kinderen en Ik zal uw afkeringen genezen (Jer.3).
 


SIGNALEN 15-10-16

De Wekker 30/09/16
Over de CGK gemeente in Emmeloord, de hoofdstad van de Noordoostpolder: Voor hun kerkgebouw werd de eerste steen gelegd door ds. G. Visser op 14 juni 1952. Vanaf deze tijd is er sprake van contacten tussen de GKv en de CGK. Tussen 1963 en 1969 werden de contacten moeilijker. Vanaf 1970 werden de contacten voortgezet met de NGK. In 1972 ondertekenden beide gemeenten de verklaring van eenparig gevoelen. Maar tot volledige eenheid is het niet gekomen.

GKv Kerkbode Noorden 1/10/16
Ds. J. Kuiper heeft gevoelens van onbehagen als het gaat om MV in de kerk. Hij herinnert aan het synodebesluit van Ede dat sprak van verschillende verant­woordelijkheden voor mannen en vrouwen. Maar 'wie die weg opgaat, komt op een pad vol voetangels en klemmen: gaat je ingebakken mannelijk superioriteitsgevoel je parten spelen?' De predikant ontwaart ook 'een bovenschriftuurlijke binding' als een kerkenraad het niet goed vindt dat een predikant zijn standpunt vóór de vrouw in het ambt niet mag ventileren.

Ds. A.H. Driest evalueert het huisbezoek. Hij herinnert aan een uitspraak van prof. E.A. de Boer dat 'onderling pastoraat niet bestaat'. Pastoraat hoort bij de ouderling: 'Toch is dit laatste een gedachte die vandaag niet sterk leeft. Geen wonder dat daarmee de ouderling die regelmatig de wijk ingaat op z'n retour is. Tot schade van de kerk. Het individuele pastoraat van de ouderling laat zich niet vervangen door het opzetten van een kring van gemeenteleden die die zorg overnemen. Dit pastoraat vraagt nu juist om die individuele herderlijke zorg van de ouderling.'

In de kerk van Haren kost het steeds meer moeite om de vacatures voor het ambt vervuld te krijgen, m.n. door de werkdruk van mannen: in veel gezinnen werken beide partners; men­sen willen zich niet voor vier jaar binden; de eisen van de gemeente zijn toegenomen. Daarom heeft men nu pastorale werkers in de gemeente naast ouderlingen en diakenen (MV) die een stuk werk en verantwoording van de ouderling overnemen. Het gaat om zorg en aandacht voor en gebed met en troosten van kerkleden. De ouder­ling houdt contact met de pastorale werkers en gaat, waar nodig, zelf een bezoek afleggen. Conclusie van een ouderling daar: 'De wereld om ons heen verandert, ook in de kerk kan men niet meer de oude vormen van vroeger handhaven.'

OnderWeg 01/10/16
Het blad constateert: De nieuwe kerkorde van de GKv spreekt er niet expliciet over hoe het jaarlijkse huis­bezoek moet worden ingericht. In de praktijk zijn er daarom steeds minder jaar­lijkse huisbezoeken.

Op 31 oktober is het 50 jaar geleden dat de Open Brief aan de Tehuisgemeente verscheen en aanleiding werd tot het ontstaan van de NGK. Maar die breuk is in vergaande mate geheeld en dat wordt op zondag 30 oktober op diverse plaatsen gevierd door gezamenlijke kerkdienst (soms) met Avondmaal vieren: in En­schede, IJsselmuiden, in Haarlem/Heemstede.

NGK Groningen (Tehuis-gemeente) en NGK Utrecht hebben besloten dat homoseksuele gemeenteleden met een relatie 'in liefde en trouw' ambtsdrager kunnen worden.

Peter Wieringa (vroeger GKv, nu landelijk adviseur missionair werk in de NGK) bedenkt een 'praktijkvoorbeeld van kerkverlating'. 'Machteld had een veeleisende moeder. Als ze als kind de tafel had gedekt, legde moeder nog even alle bestek goed recht. Als ze een 7,7 kreeg voor een toets, was de reactie: 'Heb je misschien niet genoeg geleerd?' Volgens Wieringa: 'In de kerk werd dit nog versterkt door het benadrukken dat we 'in zonde ontvangen en geboren zijn en geneigd tot alle kwaad'. We doen nooit iets helemaal goed. Altijd die zonde ..'. Zijn oplossing: begrip voelen en tonen voor Machteld. En: de echte God vindt Machteld geweldig!

GKv kerkbode Midden 30/09/16
Classis Hardenberg 2 juni 2016: …Heemse overweegt haar predikanten bij de avondmaalsdiensten in Clara Feyoena Heem in te zetten die eerder door de PKN werden belegd. In verschillende classis­gemeentes bestaat de mogelijkheid voor gasten van buiten de GKv, om het avondmaal mee te vieren. De classis heeft geen bezwaren tegen het bedienen van het sacrament in dergelijke zorginstellin­gen.

Onderweg 17/09/16
GKv Utrecht-Noord/West (Opstandingskerk) bevestigt als eerste GKv-gemeente enkele vrouwelijke gemeenteleden als ambtsdrager.

GKv Kerkbode Midden 16/09/16
Heerco Walinga probeert de specifieke identiteit van de GKv te achterhalen. Standpunten m.b.t. liturgische vormgeving, evolutie, homoseksualiteit, M/V in de kerk, gasten aan het avondmaal, het bepaalt allemaal niet de identiteit van deze kerk. Wat onderscheidt dan wel? Volgens Walinga: 'Dat we die vraagstukken niet uit de weg gaan () en in de tijd die er is tot de Jongste Dag, na willen denken over die lastige vragen.' Willen leren, dat is het! 'Vraagstukken? Problemen? Ethische kwesties? GKv-ers slaan dan de Bijbel open en stropen de mouwen op.'

Classis Amersfoort 2 juni 2016: … De vergadering stemt van harte in met de toelating van br K. van Bekkum tot predikant. Van Bek­kum ondertekent het bindingsfor­mulier voor predikanten binnen de classis Amersfoort, en is daarmee predikant van Amersfoort-West geworden.

Op voorstel van de kerk van Leusden gaat de classis bezig met een pio­nier voor het werk onder 18- tot 30-jarigen aanstellen.

Classis Amsterdam 2 juni 2016: … De 'mogelijk­heden van verbinding' (ambtelijk en sacramenteel) van GKv met Po­pUpKerk en Kleiklooster worden besproken. Deputaten Gemeentestichtingsprojecten mel­den dat de begeleiding moederkerk A'-dam-C zwaar belast. De fi­nanciering vanuit de kerken is in een afronden­de fase. De projecten hebben wel christelijke presentie opgeleverd in de Bijlmer, in een wijk in Amstelveen en onder kunstenaars, maar geen nieuwe kerken. 'Het feit dat jarenlan­ge financiële ondersteuning uit de GKv niet geleid heeft tot nieuwe christelijke gemeenten die verlangen naar aansluiting bij de GKv zal als een pijnlijke constatering verdragen moe­ten worden'. [zie voor opvattingen die in m.n. de 'PopUpKerk' leven: Veranderd geloof, rubriek Rond de Schrift].

Classis Noord­Brabant/Limburg 12 mei 2016: … Na de zomer zullen GKv en NGK in Maastricht nog wel twee zelfstandige kerken zijn, maar er worden samen pastorale kringen gevormd en de erediensten worden gezamenlijk gehouden.
Iedere zon­dag bezoekt een aantal mensen uit het Midden-Oosten de gemeente. Samen wordt gezocht naar een vorm om gemeente te zijn. In het jeugdwerk wordt meer en meer samengewerkt met de Bap­tistengemeente.

GKv Dronten-Zuid heeft Gerry Bos-Kaptein aange­steld als pastoraal werker. Zij studeert theologie aan de TUK.

OnderWeg 3/09/16
Stroom Amsterdam, vroeger dochterkerk van Ooster­parkkerk (GKv), is een zelfstandige gemeente geworden. In 2012 stuitte verzelf­standiging binnen het GKv-kerkverband op een protest van 43 GKv-predikanten omdat vrouwen leidinggevende posities vervullen bij Stroom en er afstand genomen wordt van de belij­denisgeschriften, onder meer op het punt van de doop. Maar sinds 1 januari jl. is Stroom formeel een zelfstandige gemeente buiten de GKv en op 10 juli is het leiderschapsteam van Stroom door de kerkenraad van GKv Oosterparkkerk ingezegend. Voorganger Martijn Horsman. De mogelijke relatie met de GKv wordt onderzocht.
Er wordt ook gewerkt aan verzelfstandiging van Kleiklooster en Popupkerk per eind 2016.

De GKv synode Meppel krijgt te maken met een bezwaarschrift tegen het oordeel van PS Zuid-Holland uit 2015, dat 'er ruimte is voor de vraag of de Bijbel iets zegt over homoseksuele relaties van liefde en trouw' en dat er reden is om 'terughoudend te zijn in tuchtmaatregelen wanneer over het antwoord op deze vraag (nog) geen duidelijkheid bestaat'. In een beleidsnotitie van KR GKv Rotterdam-Oost wordt erkend dat de Bijbel negatief spreekt over homoseksuele handelingen, maar ook gesignaleerd dat toegewijde kerkleden met een ho­moseksuele relatie zich vaak niet herkennen in de in de Bijbel beschreven praktijk en er in de GKv verdeeld­heid over homoseksualiteit is. Daarom wil men samenlevende homo's als lid aanvaarden en met hen het avondmaal vieren.

OnderWeg 11/06/16
Ds. Evert Jan Hempenius (55) gaat over naar de PKN. Zijn losmaking van Barneveld (2012) leidde niet tot een verbintenis met een nieuwe gemeente. De predikant motiveert zijn stap met: 'In de GKv is onvoldoende draagvlak' voor zijn prediking te ervaren. Hij signaleert dat in zijn contacten met diverse gemeenten het persoonlijke geloof, de invulling van de prediking en de catechese nauwelijks meer ter sprake kwamen. Hij ziet dat als tekenen dat de GKv in een 'diepe geestelijke crisis' verkeren.'

Emeritus hoogleraar dr. B. Kamphuis (TUK): We moeten stoppen met het zingen van ons volkslied in/na kerkdiensten. Dat past niet bij 'de katholiciteit van de kerk'. Zijn voornaamste argument: we zitten met al die vluchtelingen en asylzoekers niet meer samen als Nederlanders in de kerk.  

GKv Kerkbode Noorden 3/9/16
GKv Oosterkerk in Groningen heeft in een drietal jeugddiensten het thema Verbondenheid aan de orde gesteld. In de laatste dienst vroegen jongeren aan gemeenteleden waar zij zich in de kerk aan ergeren. De vorm 'leenden' ze van een populair TV praatprogramma: De Wereld Draait Doorrrrrrrrrrrr. En 'omdat alle standpunten en ergernissen zo allemaal met een knipoog op tafel kwamen, werd iedereen impliciet uitgenodigd zichzelf te relativeren.'

GKv Kerkbode Midden 15/7/16
Drs. P. Houtman maakt een momentopname van het debat Schepping en Evolutie in De Nieuwe Koers. Hij schrijft o.m.: 'DNA-onderzoek wijst uit dat het le­ven geleidelijk is ontstaan en dat alle levensvormen door afstamming aan elkaar verwant zijn, terwijl Genesis 1 spreekt van aparte scheppingsdaden van God, in het bijzonder als het om de mens gaat.' En 'prak­tisch eenstemmig is de mening dat de evolutietheorie als geheel zo solide is dat ze geaccepteerd moet worden. Het creationisme is een natuurweten­schappelijke theorie en volgt als zodanig niet zonder meer uit de Bijbel. Christenwetenschappers verklaren in koor dat evolutie niet in strijd is met het (hun) geloof in God.'

Robert Plomp (PKN/GB) doet in zijn boek Nederlander met de Nederlanders een oproep om geen aanstoot te geven aan de mensen met ideeën die achterhaald zijn op het gebied van homo­seksualiteit, wetenschap en vrouwelijke leiders in de kerk. Vanuit zijn missionaire verlangen wil deze gereformeerde bonder aansluiten bij de cultuur.

GKv Kerkbode Noorden 2/4/16
Ds. A. van der Sloot beschouwt 'kerkelijke verandering in historisch perspectief'. Hij roert o.m. de verhouding tussen FRCA (Australië) en GKv aan en vraagt zich af of Rom. 14 over de zwakken en sterken, wel voldoende in rekening is gebracht. Conclusie: 'Daar zijn we niet sterk in geweest!' Is er wel waardering geweest voor meningen die de jouwe niet zijn? Was het niet meer: 'elkaar weerleggen of bestrijden en elkaar wat in een hoekje zetten dan wel elkaar negeren? Haakte mee als gevolg daarvan zelfs prof. dr. J. Douma niet af?'
De predikant wil dat de GKv meer luistert naar het buitenland en ook naar PKN/GB die zorgen uit over de GKv.

Er is een symposium geweest over 'krimpende kerken' (Praktijkcentrum GKv). Wat krenten uit de pap.
Er moeten geloofsgesprekken worden gevoerd tussen jong en oud. Herbronnen is daarbij heel belangrijk, volgens emeritus hoogleraar dr. M. te Velde: het Woord steeds opnieuw doordenken. En niet bang zijn voor experimenten zoals we dat vroeger waren. En als het niet is geslaagd, is dat dan erg?
Zo experimenteert GKv Enschede-Zuid met twee morgendiensten om de diversiteit binnen de gemeente te behagen.
En je moet 'uit je comfortzone komen' (Praktijkcentrum).
Te Velde wees er verder op dat 'de nadruk op de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk een valkuil kan zijn. Is het niet beter naar presbyteriaans kerkmodel het accent op de regio met zijn preekplekken te leggen?
De Roest drong aan niet te snel kleine gemeenten op te heffen. In het NT telden deze ook hooguit 40 leden.

GKv Kerkbode Midden 26/8/16
Classis Harderwijk 12 mei 2016: Ds H. Hoksbergen van Putten is ziek; beterschap is niet op korte termijn te verwachten. Ds. E.J. Hempenius kon­digt aan per 1 juli de GKv te gaan verlaten.

Classis Utrecht 19 mei en 7 juni 2016: … Ds G. Roorda van Zeist-De Bilt stopt met zijn werk als predikant. De classis geeft hem op zijn verzoek preekbevoegdheid, zodat het preekrooster van de kerk van Zeist-De Bilt de komende tijd intact kan blijven.

Over een con­creet voorstel van ds Kruiger en ds Bouma rondom lekenpreken wordt nog geen besluit genomen. Een extra classisvergadering wordt gehouden over de om­gang met elkaars meningen en standpunten.

Onderweg 23/1/16
De vraag van NGK Utrecht is welke wijn er voor het Avondmaal moet worden gebruikt, gezien het feit dat er ook kinderen aangaan. Oplossing: wijn zonder alcohol.

Van 17 tot en met 24 januari 2016 is de Landelijke Week van Gebed gehouden (Raad van Kerken in Nederland). Er wordt steeds vaker samengewerkt wordt met andere kerken. De CGK en de NGK in Eind­hoven bv organiseerden samen­komsten 'met katholieke, protestantse, gereformeerde en evangelische chris­tenen'. Echter NGK Doorn maakte een voorbehoud. Want insteek om samen de Vader, de Zoon en de heilige Geest te eren, 'is binnen de Raad van Kerken niet altijd bespreekbaar'. Maar ook dat werd opgelost: eerst naar eigen NGK dienst en daarna opgeroepen naar de oecumenische dienst te gaan.

Onderweg 9/7/16
De Ankergemeente (CGK/NGK) en de GKv in Nieuwegein hielden in de zomermaanden voor het eerst gezamenlijke kerkdiensten. Op 17 juli vierde men samen het avondmaal. Dat gebeurde op 26 juni ook door de GKv en NGK in Eindhoven.

Ds. E.C. Luth is met toestemming van de classis Groningen door de kerkenraad van de GKv Groningen-Noord-West afge­zet als predikant.

Onderweg 31/10/15
'Als je in Afrika opgroeit, leer je vanzelf om op God te ver­trouwen', zegt Ibrahim Abarshi, senior pastor van de Redee­med Christian Church of God (RCCG) in Amsterdam. God zei 15 jaar geleden tegen hem: "Ga naar Amsterdam." Hij ging, en God zei opnieuw: "Kom hier wonen en plant een kerk." Behalve zijn eigen gemeente begeleidt hij nu acht nieuwe kerk­plantingen. RCCG (30 gemeenten) is één van de snelst groeiende kerken in Nederland. De predikant: 'We zijn dankbaar voor de zendelingen die honderd jaar ge­leden het evangelie naar Afrika brachten, maar we zien dat het evangelie nu nagenoeg verdwenen is in Europa, daarom zenden wij nu kerkplanters vanuit Nigeria naar Europa, om het evangelie terug te brengen en Gods ko­ninkrijk te verkondigen.()
Nederlandse christenen zijn geseculari­seerd in hun denken en daarom krachteloos. Jullie kerkdien­sten zijn monotoon en slaapverwekkend - de gemeenteleden zijn toeschouwers in plaats van actief betrokken aanbidders. Het zijn formele bijeenkomsten waar over God gepraat wordt alsof Hij er niet zelf bij is, of niet in staat om iets te doen. Het zijn geen levensveranderende gemeenschappen.'

Onderweg 19/3/16
GKv Ommen-West introduceert ambtsdrager in opleiding, aio, een soort stagiair.
De in de jaren zestig in Enschede uitgesproken schorsing en afzetting van acht ambtsdragers, waaronder de predikan­ten C. Bakker en O. Mooiweer, zijn opgeheven, meldt GKv Enschede-Noord mede namens de GKv Enschede-­Oost.

Ds. J. Plantinga (69) heeft zich onttrokken aan de NGK uit verontrusting over diverse ontwikkelingen in deze kerk zoals de vrouw in het ambt en de omgang met homoseksualiteit. Zijn bezwaren spitsen zich toe op de pre­diking, waarin zijns inziens Gods oordeel niet of nauwelijks ter sprake komt. Ook wordt de alverzoening getolereerd.

GKv Kerkbode 30/7/16
Het College van Bestuur van de TU Kampen heeft dr. Leon van den Broeke(1966) benoemd tot universitair docent Kerkrecht. Van den Broeke (PKN) doceerde vanaf 2007 Kerkrecht, sinds 2013 Religie, Recht en Samenleving/Kerkrecht aan de Faculteit Godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Am­sterdam. Daarnaast is hij sinds 2011 gastdocent aan de Bijzondere Faculteit Kerkelijk Recht, Katholieke Universiteit Leuven, België.

GKv Kerkbode Midden 5/8/16
De classis Hattem (12/5/6) stemt niet in met de broeders die bezwa­ar maakten tegen gezamenlijke middagkerkdiensten met de NGK.

De classis keurt verdere samenwerking tussen de CGK, GKv, NGK in Dronten goed. De verwachting is dat ook GKv Dronten-noord zich op af­zienbare termijn bij het proces zal aansluiten.

Onderweg 6/8/16
Artikel B36.1 KO GKv geeft aan dat de kerken­raad 'als regel' de gemeente twee keer per zondag bijeenroept Kunnen leden die één keer komen ambtsdrager worden?
GKv Zuidlaren besloot: 'Bij de talstelling van ambtsdragers zul­len de criteria die in de Bijbel voorko­men in 1 Timoteüs 3 en Titus 1, gebruikt worden. Iemand die de gewoonte heeft om op zondag eenmaal naar de kerk gegaan, kan op tal worden gezet. Tenzij die eenmalige kerkgang een uiting is van een gebrek aan toewijding en trouw. Het gebrek aan toewijding en trouw is in dat geval zichtbaar in zijn hele functioneren in de gemeente.'

De ledenvergadering van het Steunpunt Kerkenwerk (SKW) van de GKv heeft de statuten ge­wijzigd: CGK en de NGK kunnen zich op voet van gelijkwaardigheid met de GKv bij het Steunpunt aan te sluiten. (SKW adviseert en ondersteunt kerken bij personeelsbeleid, materiële en financiële zaken, ANBI en kerkelijk bestuur.)

De synode van de Reformed Church in the United States (RCUS, 4.000 leden, 50 gemeenten) zal de ban­den met de GKv verbreken, tenzij de GKv-synode volgend jaar bekering laat zien van de huidige koers van 'deforma­tie'. Bezwaren: vrouw in het ambt, homosek­sualiteit, hermeneutische opvattingen aan de TUK, verwerping schepping in 6x24 uur.

GKv Kerkbode 1/4/16
Classis Harderwijk 11 februari 2016: De algemene tendens t.a.v. het toelaten van gasten aan het avondmaal is dat de verantwoorde­lijkheid bij de gasten gelegd wordt. Indien mo­gelijk heeft een kerkenraadslid een persoonlijk gesprek, waarna besloten wordt over toelating. Als een gast in eigen kerk gerechtigd is aan te gaan en instemt met de apostolische geloofsbelijdenis, wordt hij over het algemeen toegelaten tot het avondmaal.

Nader Bekeken 6/6/16
Hoe wil dr. A.J. Plaisier, voormalig scriba PKN de protestantse verdeeldheid aanpakken? Hij taxeert die anders dan de breuk tussen Rome en de Reformatie. Dat is 'de grote breuk. De versplintering daarna slaat werkelijk nergens op. Die is een grof schandaal.' Dus een worden, maar niet zoals in het langdurige Samen-op-Weg. 'We moeten nu andere modellen ge­bruiken. Een koepel van kerken is snel haalbaar. Zo word je bekender met elkaar, kun je naar elkaar toegroeien en presentie vormgeven - van onderaf. Uit zo'n federatie kan voortvloeien dat je op een gegeven moment zegt: "Nu even doorpakken, dan zijn we over vijf jaar institutioneel een".

Onderweg 25/6/16
Hoofdredacteur A.P. de Boer heeft ook zijn gedachten over fusies van de protestanten. Sinds zijn EO-jaren en New Wine conferenties heeft hij open ogen voor hervormde en gereformeerde broeders elders.
'Toch knarst het bij mij als ik NGK'ers en GKv'ers onbekommerd hoor roepen dat we 'natuurlijk' over een paar jaar met zijn allen in de PKN zitten.' Predikantenruil, prima. Maar het probleem is wel de vrijzinnigheid in de PKN.  'Verontruste predikanten die daarheen verkassen, daar snap ik dus echt niks van'.

GKv Kerkbode Midden 24/6/16
Classis Ommen 21 apri/2016: … De classis heeft in overleg met de classis Har­denberg besloten te stoppen met het laten bezorgen van vijf exemplaren van het Nederlands Dagblad in het Röpke Zweersziekenhuis te Harden­berg. Er zijn ook digitale moge­lijkheden van nieuwsvoorziening beschikbaar zijn. En het wordt ook geen taak van de classis geacht...
 


SIGNALEN 01-10-16

ND 18/06/16

De kleine gereformeerde basisschool in Houten was met negentig leerlingen een van de honderd veelal christelijke scholen die op termijn hadden moeten sluiten, als staatssecretaris Sander Dekker zijn in januari gepresenteerde plannen had doorgezet. Maar Dekker heeft zijn plannen gewijzigd. En nu mag deze (te) kleine school blijven bestaan evenals de helft van de 25 gereformeerde basisscholen in West-Nederland die te weinig leerlingen hebben.
Een moeder ziet voor haar kinderen vooral voordelen van kleine scholen: ‘De leerkrachten kennen alle kinderen van de school, de kinderen worden



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Steile nekharen en kromme tenen 4

 

D.J. Bolt

21-01-17

 

In de voorgaande afleveringen hebben we een globaal decor opgebouwd van ontwikkelingen en het klimaat in de GKv van de zestiger jaren. We willen dat nu leggen tegen het beeld dat het symposium Een steen op de maag, vijftig jaar scheuring werd gepromoot.
Op het symposium zijn in totaal zeven referaten gehouden. Het is teveel eer om ze allemaal te bespreken en het vraagt wellicht ook teveel van auteur en lezers. Bovendien, het klimaat op dit symposium kan heel goed worden ervaren door een tweetal lezingen dat we er uit gaan lichten. Zij laten zien welke geest er heerste, een geest die verraadt hoezeer de vrijgemaakte kerken veranderd zijn sinds de zestiger jaren, en naar wij menen, ook signaleert wat het voorland is van deze kerken.

 

In deze aflevering gaat het over De rol van de Theologische Hogeschool, door prof. dr. G. Harinck. Daarvan geven we een kernachtige samenvatting. De rede in extenso kunt u vinden in bijlage 1. Met aanhalingstekens in de samenvatting is aangegeven wat Harinck letterlijk heeft gezegd.

 


 

De rol van de Theologische Hogeschool

Samenvatting

 

Dr. G. Harinck

 

Toen de synodalen het neo-calvinisme (reformatie van het leven naar de Schrift, djb) als streven lieten vallen, zouden de vrijgemaakten "als laatsten van de Mohikanen" dat nu wel eens alléén waarmaken: "de vrijgemaakten tegen de rest van de wereld". En dat onder dwang van voorman "profeet" Jaap Kamphuis met zijn "totaal concept", gebaseerd op de "vrijmakingsideologie", namelijk dat "de Vrijmaking een werk Gods en daad van gehoorzaamheid was geweest". Hij en zijn aanhangers vonden dat het "Woord zó nabij was dat er geen licht meer zat tussen Gods handelen en dat van de vrijgemaakten. De vrijgemaakten en God, ze zaten op één lijn". En daarom was doorgaande reformatie daaruit voortvloeiend geen "liefhebberij" meer maar "morele verplichting" voor iedereen…

 

Naast deze ultieme bad guys waren er ook good guys, voorop prof. C. Veenhof die het breed en ruim zag en "alliantievorming op het orthodoxe erf", "openheid", "gesprek met andere kerken" en ook "actief blijven in christelijke organisaties", wilde. Echter daarvoor werd hij stiekem, "het kwam niet in de krant", "door de curatoren op het matje geroepen".

Maar Veenhof, samen met dr. De Jager, weerden zich dapper, zij "trokken hun eigen koers" en "lieten zich niet gelegen liggen aan de hogeschool". Ze gingen als "underdog" "recalcitrant" de barricaden op met "speldeprikjes" tegen "theologische radicaliteit en scherpslijperij". Daarin gesteund door "intellectuelen als Bremmer, Kees Veenhof en Jan Veenhof en Puchinger". Maar ze werden "in het frame geplaatst" van de "groeiende oecumene" elders, "om hun standpunten in een kwalijk perspectief te plaatsen".

En zo is de conclusie "dat er twee visies waren aan de Hogeschool: isoleren of alliëren".

 

Die tegenstellingen aan de School zijn te wijten aan het "soms bloedstollende" handelen "onder leiding van Kamphuis" daar. Kamphuis noemde als kern van de strijd "de waardering van de Vrijmaking". "Als De Jager de vrijmaking niet Gods werk noemde, of daar een vraag bij stelde, zette hij de hele gereformeerde leer op de tocht", en sloot zich daarmee aan bij het valse "oecumenisme", volgens Kamphuis, die "de senaat meetrok" met zijn "grootse plan".
Het verweer van de vredelievende Veenhof en Jager tegen de "in de strijd zoveel begaafder" Kamphuis, was maar zwakjes. In de senaat ging men met hen om "als een spelende kat met de halfdode muis". Ze werden "zet na zet verder in de hoek gedreven tot ze er geen gat meer inzien" en hijgend hoopten dat "ze het tot hun emeritaat zullen kunnen uitzingen". Terwijl ze zich alleen maar verzetten tegen "een cultuur van schorsen en afzetten"…

Toen de Open Brief door de generale synode van Amersfoort-West werd veroordeeld, zag Kamphuis dát als hét signaal om "zonder te willen wachten" "Veenhof en Jager tot een keuze te dwingen". En daarom, zo moet de conclusie tenslotte zijn, is "de hogeschool een instelling geworden die alleen mensen liet functioneren op basis van ideologische kijk op de vrijmaking als sleutel tot de gereformeerde traditie."
 


 

Tot zover een kernachtige weergave van Harincks verhaal ontdaan van retorische franje.

We veroorloven ons alvast een aantal kritische opmerkingen want Harincks verhaal knarst en piept van alle kanten in onze oren. En doet pijn in onze zielen. In een volgende aflevering hopen we nog wat dieper in te gaan op dit verhaal en andere zaken op het symposium.

 

Wat doet dr. Harinck eigenlijk in zijn verhaal? Hij schetst een soort ideologische klassenstrijd die Lenin niet zou hebben misstaan. Zijn verhaal is een typisch voorbeeld van framing. Het woord wordt tegenwoordig veel gebruikt om bewust een deel van de werkelijkheid te selecteren om doelbewust een negatief beeld te creëren van iets of iemand. Harinck gebruikt het begrip ook zelf waar hij prof. Kamphuis en de zijnen ervan beschuldigt dat zij de posities en overtuigingen van Veenhof c.s. in een negatief daglicht stelden door die te framen met 'valse oecumene activiteiten' (oecumenisme). "Alles moest in het frame [van Kamphuis, djb] passen", zegt hij in de beantwoording van een vraag.

 

We hebben geworsteld met de vraag hoe tegengif te bieden tegen dit in onze ogen schandstuk. Daarom hebben we de afgelopen weken heel veel gelezen over de jaren zestig en beleefden a.h.w. opnieuw de hitte van de strijd toen. Onze moeite was uit de overvloed aan informatie een sprekende selectie te maken en het leesbaar te houden.
Tenslotte besloten we prof. J. Kamphuis zelf aan het woord te laten. Dan kan ieder zelf oordelen over wat er op het symposium gebeurde. We doen dat door een referaat van de hoogleraar samengevat weer te geven, een verhaal waarvan de essenties van zijn overtuiging en optreden kunnen worden afgelezen. Zijn referaat bieden we ook in extenso aan in bijlage 2 voor degenen die bereid zijn om veel te lezen en ook van allerlei details te willen kennisnemen.

Maar voor we prof. Kamphuis aan het woord laten eerst iets anders nog.

 

Woordenwisseling

 

In het Nederlands Dagblad van 3 en 4 november 2016 stond een opmerkelijke woordenwisseling tussen Harinck en Barend Kamphuis, zoon van wijlen prof. J. Kamphuis.

Harincks verhaal op het symposium werd Barend (ook) te gek en hij probeerde zijn vader te verdedigen onder de titel De rol van Jaap Kamphuis, als volgt.

 

B. Kamphuis

‘Wij moeten afstand nemen van onze eigen verlekkerde hyperbolen, van onze verbale uitzinnigheden, de neiging alles en iedereen in dramatische termen te gieten, van onze zelfrijzende verontwaardiging en ontsteltenis.’ Dat schreef Bas Heijne zaterdag 29 oktober in de NRC. Het had een reactie kunnen zijn op het congres in de Nieuwe Kerk in Kampen een dag eerder, over de breuk in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) in 1967. Wat een grote woorden zijn daar, volgens het ND, gesproken door George Harinck over de rol van Jaap Kamphuis, mijn vader: in een hoek drijven, bloedstollend, onheus, doelbewust, ‘framen’. Kamphuis lijkt wel als enige verantwoordelijk voor de spanningen in die jaren die uiteindelijk leidden tot het ontstaan van de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK).
 

Maar zo eenduidig ligt het niet. Om een voorbeeld te noemen: toen mijn vader in 1958 benoemd was als hoogleraar in Kampen werd hem door aanstaande collega’s als Veenhof en Jager uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij niet welkom was. Zijn ontvangst in Kampen was ijzig.

Bovendien waren er wel degelijk inhoudelijke punten van verschil. Mijn vader verdedigde bijvoorbeeld dat we in de Gereformeerde Kerken gebonden zijn aan de belijdenis, anderen pleitten voor veel meer vrijheid in dat opzicht. Dat speelde een belangrijke rol in de discussies in die jaren over de vraag of gestorven gelovigen naar de hemel gaan, omdat zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus dat uitdrukkelijk leert.

Er was, om iets anders te noemen, ook verschil over het gezag van de synode: kan een synode beslissingen nemen die voor alle kerken gelden, zoals mijn vader verdedigde, of kan iedere afzonderlijke kerkenraad zich aan de besluiten van de synode onttrekken?

Het gaat me nu niet om deze punten op zich, maar het gaat me erom dat het niet een pure machtsstrijd was, zoals het nu gepresenteerd wordt. De toenadering tussen GKv en NGK juich ik toe, om vele redenen. Ook voor onze onderlinge verzoening is het offer van Christus meer dan genoeg.

We hebben er echt geen zondebok voor nodig.

 

Een dag later reageerde Harinck met een ingezonden, ND 04/11/16

 

G. Harinck

Het commentaar van Barend Kamphuis (ND 3 november) bij het verslag van mijn lezing over ‘De rol van de Theologische Hogeschool’ in het vrijgemaakte kerkelijke conflict van de jaren zestig (ND 29 oktober) noopt mij tot enige verheldering over deze kwestie. Omdat hier een zoon voor zijn vader in het krijt treedt, is de zaak teer. Maar juist daarom hecht ik aan een juiste weergave van wat ik gezegd heb. Om te beginnen sprak ik niet over de spanningen in de kerken, maar aan de hogeschool en daarin speelde professor Jaap Kamphuis een hoofdrol. Er waren uiteraard meer spelers, maar in een korte lezing focuste ik daarom op hem.

Ten tweede is het rijtje grote woorden dat Barend Kamphuis noemt (‘in een hoek drijven’, ‘bloedstollend’, ‘onheus’, ‘doelbewust’, ‘framen’) óf niet door mij gebezigd in de lezing, óf ze sloegen niet op Jaap Kamphuis. Op één uitzondering na, en dat betreft het in de hoek drijven. Ik zei dat de zich zwak verwerende hoogleraren Jager en Veenhof door de veel begaafder Kamphuis iedere keer weer verder in de hoek werden gedreven. Kamphuis heeft dat natuurlijk nooit zo gezegd en Veenhof en Jager hebben niet gezegd dat ze zich zwak verweerden. Maar ik concludeer dat als historicus na bestudering van de notulen van de senaat – het college van hoogleraren – over de jaren 1958-1967 en van wat zij toen in de pers over en weer schreven. Jager en Veenhof konden eenvoudigweg niet tegen Kamphuis op, maar wilden zich niet gewonnen geven. Ik geef mijn weergave graag voor een betere, maar voorlopig zie ik nog niet in dat ik hiermee te grote woorden heb gebruikt of iemands rol vertekend heb.

In de lezing heb ik me beperkt tot de algemene opmerking dat de verhoudingen verziekt waren en heb geen schuldigen aangewezen. Ik heb niet gezegd dat in de senaat een pure machtsstrijd werd gevoerd. Ik heb het woord ‘macht’ zelfs niet gebruikt en ook het woord ‘schuld’ niet. Ik heb de twee inhoudelijke posities van de partijen belicht. Het was echter een strijd om de koers van de hogeschool en dat daarbij ook de machtsvraag in het spel was, lijkt mij buiten kijf.

Grote woorden zijn overbodig om het conflict van de jaren zestig te beschrijven; het is van zichzelf al heftig genoeg. Maar omgekeerd is het ook niet nodig de rol van de hoofdrolspelers te verkleinen, alsof er geen schuld bestaat.

 

Ons commentaar

Ieder die Harincks referaat en zijn vragenbeantwoording (zie bijlage 1, na zijn referaat) heeft gelezen ziet dat hij hier maar wat zit te jokkebrokken, om geen andere woorden te gebruiken. Hij heeft wél de verschillende grote woorden gebruikt: naast "in een hoek drijven", ook "bloedstollend", "onheus" en "framen", zie bijlage 1 in rood en cursief aangegeven. Het woord "doelbewust" mist inderdaad in Hárincks verhaal, dat komt uit het verslag van journalist Gerard ter Horst in het ND:

 

… Hoe de sterke Kamphuis zijn zwakkere tegenstanders, met name de hoogleraar Cornelis Veenhof, doelbewust in de hoek dreef, stelde Harinck. ‘Dat is bloedstollend om te lezen.’ Kamphuis zette hen telkens neer als voorstanders van de oecumene. Dat was een zeer verdacht begrip onder rechtzinnige vrijgemaakten. Er school de suggestie in van het relativeren van de eigen kerk en het wegpoetsen van verschillen. Daarmee zou Gods kerk op losse schroeven komen te staan. Harinck beoordeelde Kamphuis’ aantijgingen als onheus en doelbewust, als het telkens negatief ‘framen’ van tegenstanders …

 

Deze ervaren journalist heeft echt goed geluisterd en correct geconcludeerd waar Harincks betoog zakelijk op neerkwam. We vinden het daarom een beetje laf en ook oneerlijk dat de hoogleraar er achter probeert weg te kruipen dat hij deze woorden "óf niet door mij zijn gebezigd in de lezing, óf ze sloegen niet op Jaap Kamphuis". We vermoeden dat het niemand in de kerkzaal is ontgaan dat Harinck bezig was J. Kamphuis' overtuiging en handelen grondig te framen. Zo werd deze broeder in het graf als schietschijf gebruikt, daar in de Nieuwe Kerk.

Hoezo, "de zaak is teer"?

 

Een ander geluid in Kampen

 

We geven nu graag het woord aan prof. J. Kamphuis zelf voor zijn referaat dat hij op 25 januari 1967 voor de Gesprekkring te Kampen hield onder de titel De Open Brief en de eenheid der gemeente.

De toespraak werd in drie afleveringen in De Reformatie geplaatst, 42 jrg. nummers 18-20. We geven er hier een samenvatting ervan. Het hele referaat is in bijlage 2 te vinden. Cursief is van djb. Aanhalingstekens "" geven citaten uit de Open Brief.

 


 

De Open Brief en de eenheid der gemeente

Samenvatting

 

Prof. J. Kamphuis

 

1 - In de Open Brief (verder OB) wordt met nadruk gesteld dat de vrijmaking van 1944 en volgend jaren, geen reformatie was, maar een "twist", een "vete" tus­sen broeders van eenzelfde huis. En wie spreekt van reformatie en de vrijmaking verbindt aan art. 28 NGB - de roeping van gelovigen om de eenheid der kerk te onderhouden - hangt een "vrijmakingsgeloof" aan. Geloof je dat de Here Jezus ondanks onze zonden een genadig werk van reformatie volbracht dan hang je een "ideologie" aan. Die voert onze kerken tot "ontbinding" en leidt zo gemakkelijk af "van het vertrouwen op de persoon van Jezus als Heer". Uit dat "kleine, vaderlandse gedoe" van "twisten en veten" roept Christus ons weg, dáárheen "dringt Christus' leiding ons" volgens de OB.

Maar de overtuigingen in de OB leiden tot het opzeggen van de christelijke en kerkelijke vrede en eenheid, ook met de broeders van de Afscheiding, Doleantie en Vereniging.

 

Hoe staat het met de eenheid in de GKv, in Kampen? De vraag van 'de eenheid en de OB' is er een van dodelijke ernst en niet te bagatelliseren. Want 25 broeders, meest ambtsdragers, komen met een principieel gefundeerd program van actie. Ze zeggen zeer nadrukkelijk dat de kerken tot "een beslissing" moeten komen op de punten die zij aan de orde stellen: is de vrijma­king een reformatie geweest, die de Here in Zijn gunst gewerkt heeft óf is het "een vete, een twist onder broeders"? Dáár gaat het om. Dáárop valt de beslissing. En niet bijvoorbeeld op de vraag of de synodale valse kerken genoemd moeten worden.    

 

De eenheid van de gemeente en de vereniging met haar, mag niet worden opgegeven omdat we ons door allerlei vreemde en nieuwe meningen, door de moeite en strijd, er niet meer in thuis zouden voelen. Dáárom geen afscheid van de kerken dus, ook niet van de gemeente in Kampen, want de eenheid van de gelovigen is van uitzonderlijke betekenis. Daar spreekt héél de Schrift van.

Zie bijvoorbeeld de strijd van Elia op de berg Karmel. Het altaar dat hij bouwde bestond uit twaalf stenen. Dat is vol symbolische profetie. Ondanks de politieke afzondering van de tien stammen hadden zij nog altijd de geestelijke eenheid met Juda en Benjamin te onderhouden. Het altaar roept terug ván de Baäldienst náár de eenheid van Israël, ontsproten uit de twaalf zonen van Jacob aan wie God zijn zegen had gegeven.

 

Hoe worstelt ook Paulus om de eenheid van de gemeente. Hij bezweert haar te blijven bij de eenheid van het lichaam van Christus (Ef. 4) want we horen bij elkaar en hebben elkaar nodig: Eén lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de éne hoop uwer roeping. Eén Here, één doop, één God en Vader van allen die is boven allen en door allen en in allen.

Het is dus niet maar 'een zaak van organisatie' maar eenheid in Gods heils­weldaden.
Voor die eenheid heeft de Heere intensief gebeden (Joh. 17): Bewaar hen in Uw naam, die Gij Mij gegeven hebt. En: Ik bid niet alleen voor dezen (de apostelen) maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij Vader in Mij en Ik in U, dat ook zij in ons zijn, opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

De Here Jezus strekt in zijn twaalf apostelen de handen uit naar heel Is­raël én de hele gemeente van het Nieuwe Verbond, het Israël Gods. In die éne apostolische eenheid van de kerk van alle eeuwen zijn ook de vrijgemaakte kerken, ook de gemeente van Kampen begrepen.

 

De eenheid der gemeente is dus van een hoge, uitzonderlijke beteke­nis die we alleen vanuit de heilige Schrift kennen. De kerk is géén vereniging of club waarvan het lidmaatschap vrijblijvend zou zijn, die je kunt verlaten als je je er eigenlijk niet meer zo thuis voelt. De Here wil dat wij de eenheid van het lichaam onderhouden zullen. Daarom spreken we vanuit de heilige Schrift over déze eenheid van de gemeen­te en de OB.

 

2 - Zo is er gesproken vanuit de Schrift bij de Vereniging 1892 van Afgescheidenen en Dolerenden. Een kerkelijke christelijke vrede werd ontvangen van de Heere Jezus Christus.

Er waren veel verschillen. Toch hebben de broeders van de Afscheiding niet gezegd: nu moet u ons gelijk geven op alle mogelijke punten. Maar ze vonden elkaar bij Gods Woord en de belijdenis der kerk en zagen dáárom de noodzaak te breken met de Ned. Herv. Kerk, zowel met haar bestuur als met haar leden.

 

Zo wordt er ook onzerzijds nooit een be­slissing afgedwongen, in deze zin bijvoorbeeld: je bent niet goed vrijgemaakt, of je hebt geen plaats in de vrijgemaakte kerken, als je de syno­dale kerken niet valse kerken noemen wilt, zoals prof. K. Schilder dat met even zoveel woorden deed.

Maar de broeders van de OB dwingen wél tot een nieuwe binding namelijk: dat de ootmoedige erkenning van de vrij­making als een genadig door de Here gewerkte re­formatie moet veroordeeld worden als een "ideologie", als een "vrijmakingsge­loof". Want de Vrijmaking was immers slechts een "twist", een "vete". Van die "ideologie" moeten alle broeders en zusters "weggeroepen worden" en de vrijgemaakte kerken daarvoor in een "beslissings­situatie" gebracht.

 

Maar kun je dit niet wat bagatelliseren? Het gaat toch in Afscheiding, Doleantie en Vrijmaking slechts over kerkgeschiedenisfeiten waar je verschil van mening over kunt hebben? Is er bovendien niet een groot verschil met de Reformatie van de 16de eeuw die ons de drie formulieren van eenheid heeft gegeven? Díe binden ons samen en dat wordt door de OB niet bedreigd, toch?

 

Wij geloven dat níet.

Want wáárom ging het in de Afscheiding, de Doleantie en in de Vrijma­king? In de Afscheiding ging het om het be­waren van het reformatorische pand, de drie formulieren van eenheid. De Acte van Afscheiding: … betuigende bij dezen, dat wij ons in alles houden aan Gods heilig Woord en aan onze aloude formulieren van enigheid in alles op dat Woord gegrond, n.l. de Belijdenis des geloofs, de Heidelbergse Catechismus en de Canones van de Sy­node van Dordrecht gehouden in het jaar 1618 en 1619 …

De áárd van de Afscheiding was wederkeer tot het Woord van de Heere en zó tot de drie reformatorische formulieren van eenheid.
In de Doleantiestrijd ging het om het gróte, dat de belij­denis gezien werd als akkoord van kerkelijke ge­meenschap. Dus geen kerk als een wilde vermenging van gelovigen en ongelovigen, geen volkskerk, maar een gemeenschap van geloof-belijders. Kerken die leven bij het gelóóf dat in de drie formulieren van eenheid beleden wordt.

Juist Hendrik de Cock gaf de Leerregels van Dor­drecht opnieuw uit. En dr. A. Kuyper verzorgde een uitgave van de drie formulieren van eenheid. Dáárin ligt de band van geloofseenheid. Bij alle verschillen gaat het om wederkeer tot de belijdenis, ontvangen in een strijd van leven en dood.

 

In de Vrij­making is dat niet anders. Het ging om te blijven bij de aangenomen leer der Kerk. Uit de Acte van Vrijmaking:

 

… teneinde langs deze weg (de weg van de vrijmaking) te komen tot herstel van het ver­broken verband der gelovigen en der kerken in on­middellijke terugkeer tot de gehoorzaamheid van de gelovigen, in onmiddellijke terugkeer tot de gehoor­zaamheid van Christus, gelijk deze gehoorzaam­heid tot voor het jaar onzes Heren 1942 onder ons op grond van Gods Woord gekend en beleden wordt in de aangenomen formulieren van enigheid en van de Kerkenordening, en in deze alleen.

 

Zó houden wij elkaar vast.

Het gaat om het christelijk geloof, over de grondslag van de heilige, algemene, christelijke kerk. Dus ging het in de zestiende eeuw niet om maar wat nieuws bij Luther en Calvijn en Zwingli maar om terugkeer tot het geloof der Schriften en het zuivere verstaan daarvan zoals te vinden in de oecumenische belijdenisgeschriften. De Heere greep in om zijn kerk genadig van dwalingen te bevrijden. En daarin onderscheidt deze zich niet van de andere reformaties.

 

Het is ook dwaas te denken dat we in de twintigste eeuw in een totaal nieuwe situatie zijn gekomen met onze internationale contacten en communicatiemogelijkheden. Het geestelijk verkeer was in de zestiende eeuw zeker niet minder intensief dan nu. De gereformeerden van toen strekten de handen uit naar heel de kerk waar ze die maar konden bereiken. Dus geen "klein vaderlands gedoe", zoals de OB het noemt, maar de vaderen hadden contacten met Duitsland, Engeland en Frankrijk. Zo nemen ze bijvoorbeeld de Heidelbergse Catechismus over en zeggen tegelijk dat ze de Geneefse catechismus niet verachten. Men zag de kerk van de Heere als verspreid en verstrooid over de ganse wereld en was waarachtig oe­cumenisch bezig.

 

De liberalen in de negentiende eeuw probeerden de gereformeerde kerken stilletjes van haar gereformeerde grondslag te ontdoen. Een nieuwe ondertekeningsformule voor de proponenten deed de kwalijke suggestie dat de belijdenisgeschriften alleen onder­schreven werden voor zover ze in overeenstem­ming waren met Gods Woord, en niet om­dat ze met dat Woord in overeenstemming waren.
Maar het is de gena­de van de Heere geweest over onze vaderen én over ons, dat tegen het woeden van die hele Nederlandse we­reld in, op de weg van het oecumenische christelijke ge­loof in Afschei­ding, Doleantie én Vrijmaking mocht worden voortgegaan. Dáárom is het een radicaal mis­verstaan als wat de Heere gedaan heeft aan z'n volk wordt afgedaan met "twisten en veten", met "dat kleine vaderlands ge­doe". Als daar tegenover gesteld wordt: "nu worden we weggeroepen naar het niveau van die wereldkerk". Want als het hen écht ging om de wereldkerk met de grondslag van de heilige, algemene, christelijke kerk, dan zou men zich toch verbonden moeten weten met het geloof van de broeders en zusters van de zestiende en de negentiende eeuw?

Echter in de OB wordt zelfs "Gods Woord en de drie formulier­en" geringgeschat, gedegradeerd. Dat is maar "het historisch fundament van de Gereformeerde Ker­ken in Nederland". En: "ieder vraagt zich volgens hen af of dat historisch fundament van de Gereformeerde Ker­ken nu nog wel samenvalt met de grondslag van de éne heilige algemene christelijke kerk".

Dat is de nieuwe weg, die zij ons wijzen en waarop zij voorgaan.

 

3 - De OB is een officieel do­cument met een programma. Men is hiertoe "gedrongen", omdat men bij zich­zelf een ontwikkeling ziet en die met anderen wil delen.

Zo is de christelijke troost 'dat mijn ziel van stonden aan bij het sterven tot Christus haar Hoofd wordt opgenomen' (HC Zondag 22) bestreden, terwijl de bestrijders de hand boven het hoofd wordt gehouden, ook in de Kampen bijvoorbeeld door ds. G. Visee.

Er is gewrikt aan het Ondertekeningsformulier voor predikanten door het te benoemen als een 'be­treurenswaardig brok bevriezing' van het echte, levende, reformatorische geloof. Het is principieel bestreden en praktisch ontdoken, vergelijkbaar met de situatie van voor 1834 toen men opzettelijk dubbelzinnige terminologie schiep voor ruimte van afwijking van het Woord. Dáár sluiten de broeders van de OB zich bij aan.

In de loochening van de wezenlijke aard van de Vrijma­king en in zakelijke veroordeling van Afscheiding en Doleantie als reformatorische bewegin­gen heeft men tegelijkertijd een kritische afstand genomen tot de drie formulieren van eenheid. Zo breekt kritiek op het beleden geloof zich de baan van het zes­tiende-eeuwse libertinisme en het twintigste-eeuw­se oecumenisme.

 

Het gaat ons om de eenheid der gemeente. Van die gemeente ben je niet vrijblijvend lid. Tegelijk is zij geen concentratiekamp zonder de vrijheid om bij de Here als opperste Herder te blijven. De eenheid in Christus is een eenheid in geloof, hoop en liefde.

Vergelijk weer Elia op de Karmel. Hij schikt het offer op het altaar van de twaalf stenen ten tijde van het avondoffer. Dat is op het tijdstip van het avondoffer in Jeruzalem. Daarmee bindt hij de afgedoolde stammen van Israël aan wat de Heere doet in de tèmpel met zijn schaduw­achtige eredienst. Elia zoekt een eenheid in de waarheid.

Als Paulus zegt dat we één lichaam zijn, zoals er één doop is en één Heer, één God en Vader boven allen en in allen en voor allen, dan wordt die gemeente gekenmerkt door het éne Schriftgeloof. Eenheid in en bij de waarheid. Bij Jezus Christus, dé Waarheid.

 

De Here Jezus bidt om een een­heid zoals die er tus­sen Hem en de Vader is. Een eenheid van alle geslachten van de kerk op het fundament van de apostelen met Christus als Hoeksteen. Eenheid in Christus: 'Hei­lig ze in Uw waarheid, Uw Woord is de waarheid'. Dat gebed van Christus beheerst de geschiedenis van wereld en kerk.

Ondanks alle aanvechting van buiten en alle moeite van binnen, bleef de kerk door Jezus Christus bij het Woord der Waarheid. In geloofsverbondenheid met de vaderen werden dwalingen afgewezen. Zo is ook op de krachtige voorspraak van de Here Jezus Christus zijn volk in Nederland teruggevoerd naar de waarachtige oecumenische belij­denis. Zouden wij dan zijn voorspraak laten wegdrukken door de Vrijmaking een "twist", een "vete" te noemen?

 

De broeders van de OB vragen zich af of het "historisch fundament van de drie formulieren van eenheid wel samenvalt met de grondslag van de heilige, algemene christelijke kerk".

Zonder antwoord daarop worden we "weggeroepen naar het niveau van de wereldkerk".

Maar dat is een nieuwe weg, een vreemde weg. Niet de weg van de Here Jezus Christus, niet de weg van de re­formaties in vorige eeuwen en die van de Vrijmaking.

De OB verbrijzelt daarmee de een­heid van de gemeente.

Als wij met zoveel kracht worden weggeroepen van de weg der waarheid, blijft er maar één ding over: pleiten op Gods ont­ferming in onze Heiland Christus Jezus. Wij blijven niet bij elkaar door onze flinkheid of tactiek, of door een handige tegen­zet te doen. We blijven alleen één als we blijven onder het beschermende dak van de voorspraak van Christus Jezus: dat we blijven bij de waarheid, bij het geloof dat de heiligen is overgeleverd.

 



Tot zover prof. J. Kamphuis in 1967.

Zijn woorden ontroeren ons opnieuw want ze laten indringend zien waarop het aankwam tóen en waar het nóg op aankomt. Waarin ten diepste onze eenheid bestaat: in Jezus Christus én het Woord dat Hij ons gegeven heeft. Zó weten wij ons nauw verbonden met al Gods kinderen - die nu leven en die ons zijn voorgegaan - in de eenheid van het ware geloof, en in de strijd tegen dwalingen en ketterijen die altijd weer Christus' kerk en werk bedreigen.

 

We hopen de volgende keer nog weer op het een en ander terug te komen.

 

Wordt vervolgd

 

 

Bijlagen

 

Bijlage 1 - De rol van de Theologische Hogeschool

Prof. dr. G. Harinck (TUK/VU)

 

Waarom moesten de wegen aan de hogeschool scheiden? Het oordeel zat er al een decennium aan te komen. Het oordeel was al geveld. Het was wachten op de voltrekking daarvan. In deze lezing staat niet de uitvoering van het oordeel centraal, daar zal Joh. Schaeffer straks over spreken maar dat oordeel zelf: Waarom moesten volgens de winnende partij de wegen scheiden? Ik onderscheid voor de beantwoording van deze vraag drie aspecten:

 

- De veranderende omgeving van de hogeschool

- Het antwoord van de hoogleraren op die verandering

- De onderlinge verhoudingen in de senaat.

 

1 De veranderende omgeving van de hogeschool

 

Academisch gesproken had de hogeschool geen omgeving. Ze was in plaats daarvan volledig op het vrijgemaakte kerkelijke leven gericht. De context van dat kerkelijke leven was tot de jaren zestig ook al zeer beperkt en betrof hoofdzakelijk de synodaal-gereformeerde kerken (sGK).

Op de opleiding van deze kerken ging het roer beginjaren 60 om. De geschiedenis van de Oudestraat legt het keerpunt in de jaren 1961-63. Toen werd 'de spanning tussen behoud van het gereformeerde erfgoed en de openheid voor nieuwe contacten en gedachten opgegeven'. Hetzelfde gebeurde in de jaren 60 tot 66 aan de VU, beschreven in Maarten Aalders' boek over de theologische faculteit.

De blik werd in synodale kring beginjaren 60 definitief gewend van de vrijgemaakten naar de hervormden, en van interne gerichtheid naar openheid, naar de samenleving. Deze door vrijgemaakten veelal als verval getypeerde koerswijziging leidde tot gewijzigde verhoudingen in protestants Nederland. De kleine gereformeerde kerkgenootschappen kwamen afzijdig te staan. Terwijl de hervormde synodaal-gereformeerde samenwerking op gang kwam.
 

Zolang de vrijgemaakten in conflict leefden met de synodalen deelden ze met hen in elk geval de inzet voor de neo-calvinistische traditie[1]. Maar nu voor synodalen deze traditie niet langer bepalend was hadden de vrijgemaakten het bitterzoete gevoel dat ze alsnog het gelijk van 1944 haalden. Maar voelden ook omstreeks 1960 dat de verantwoordelijkheid voor de voortzetting van de neo-calvinistische traditie alleen op hun schouders rustte. Gereformeerde Bonders en CGK konden geen bondgenoten zijn. Hun bevindelijkheid spoorde niet met de neo-calvinistische programma voor de samenleving. En de vrijgemaakten hadden ook niet veel meer over. Christelijke organisaties als ARP en CNV gingen de breeveertien op, net zoals de synodale kerken. De vrijgemaakten hadden alleen nog de kerk over. Organisaties waren er nog nauwelijks. Zij waren de laatsten der mohikanen, zo voelden ze het.

 

Op dit smalspoor geraakt knaagde er bij sommige vrijgemaakten iets. Was voor velen van hen 1944-45 als bevrijding en als vernieuwing begon dreigde rond 1960 te eindigen in isolement en verdeeldheid. Het proces van vereenzaming en intensivering ging dus met aarzelingen en reserves gepaard. En dat is het beeld dat de hogeschool in de eerste helft van de jaren 60 biedt. Was de situatie wel zo antithetisch? Of was eerst nog meer bezinning nodig? In die context werden de uitdrukkingen als enerzijds trouw aan de belijdenis en anderzijds verdraagzaamheid jegens de ander shibbolets waaraan men kon aflezen hoe de ander stond.

 

Concluderend, de breuk met de neo-calvinistische traditie bij de synodalen heeft een grote katalyserende invloed uitgeoefend op de vrijgemaakte kerken. En op de discussie in vrijgemaakte kring over de houding en koers jegens andere kerken en jegens de samenleving. De vraag werd of en hoe het kerkelijke conflict van 1944 in deze nieuwe context actualisering moest krijgen.

 

2 - Het antwoord van de hoogleraren op die verandering

 

Discussie over koers heeft aan de hogeschool de onderlinge verhoudingen op scherp gezet. Wat was het antwoord van hoogleraren op de veranderingen in hun omgeving? Voor hoogleraar Kamphuis was duidelijk dat synodale gereformeerde omslag dwong tot het trekken van consequenties uit de sinds 1944 ingenomen kerkelijke standpunten. Hij trad op als een profeet. De ware kerk en de doorgaande reformatie konden niet langer speerpunten blijven in het conflict met de synodalen maar moesten het totaal concept worden van vrijgemaakte kerk en theologie. In eigen kring konden de kerkleer en de doorgaande reformatie niet langer een liefhebberij van sommigen blijven maar dienden overal en consequent toegepast te worden. Kamphuis maakte het zelf concreet in 1959 door zijn betrokkenheid bij het GPV afhankelijk te maken van de binding van de politieke partij aan de Vrijmaking. Hetzelfde gold wat Kamphuis betreft voor het onderwijs. Kerkleden waren moreel verplicht hun kinderen naar het vrijgemaakte basis- en middelbaar onderwijs te sturen. Het moest worden de vrijgemaakte kerken en organisaties tegen de rest van de wereld.

 

In reactie op deze ideologisch visie op de vrijmaking die door Kamphuis centraal wordt geplaatst aan de hogeschool, zochten sommige vrijgemaakten hun toevlucht bij Herman Bavinck. Maar Bavinck? Klaas Schilder had Bavinck nooit zo krachtig gevonden. En altijd betreurd dat de priesterlijke dogmaticus, zoals hij het zei, het profetisch element: 'in zachte schemering had gezet'. Zo schreef Schilder in 1950. Desondanks grepen diverse vrijgemaakten tegenover het ware kerk denken terug op Bavinck en wel om diens brede visie op kerk en christendom. Dit was een antwoord op de vrijmakingsideologie. Het waren intellectuelen als Rolf Bremmer, Kees Veenhof, Jan Veenhof, George Puchinger die in de polarisatie van de jaren 60 Bavinck voorzichtige bejegening van de medechristenen in andere kerken alsmede zijn katholieke visie op het christendom, beklemtoonden. Een synodaal predikant zag het met welgevallen aan: 'een bad in Bavinck betekent een krachtig tegengift voor allerlei theologische radicaliteit en scherpslijperij'. Zo zag hoogleraar Kees Veenhof het ook.

 

Onweersproken bleef de groeiende sympathie voor Bavinck niet. Ze werd zonder nuancering in de hoek van het oecumenisme geplaatst. Onder deze noemer viel vrijwel alles wat afweek van het ware-kerk-denken en van doorgaande reformatie. Vanaf de breuk met de christelijke organisatievorming tot aan de veranderende houding van synodaal-gereformeerden jegens de oecumenische raad van kerken in Nederland en de Wereldraad van kerken. De groeiende oecumene elders werd omstreeks 1960 in vrijgemaakte kring het frame waarmee de standpunten van Veenhof en de zijnen geplaatst werden. Zij bepleitten helemaal geen oecumene á la de Wereldraad maar dat was niet belangrijk. Het ging hun tegenstanders er om de standpunten van Veenhof cs in kwalijk perspectief te plaatsen.

 

Toen Bremmer inzake de vrijgemaakte kerken van eind jaren 50 optimistisch vaststelde de tijd van het vechten met de rug tegen de muur was voorbij, rekende hij met de koerswijziging die synodaal gereformeerde ontwikkelingen teweeg brachten in vrijgemaakte kring. De vrijgemaakte synode van Assen 1961 bracht echter geen omslag, zoals Bremmer had gedacht maar deed een verwijzing naar de dreiging van het oecumenisme juist een schepje boven op. Deze synode sanctioneerde Kamphuis' visie; 'dat de vrijmaking en hetgeen daaraan vooraf ging een werk Gods en daad van gehoorzaamheid was geweest.' Het was voor de synode evident dat 'de Heere die alle dingen van eeuwigheid bekend zijn reeds door scheiding te brengen in 1944 en volgende jaren, begon te bewaren ook voor het meegezogen worden naar de maalstroom van het oecumenisme'. De spreuk van de hogeschool 'Nabij u is het Woord' kreeg hier zijn uiterste consequentie. Het Woord was zó nabij dat er geen licht meer zat tussen Gods  handelen en de vrijgemaakten. De vrijgemaakten en God, ze zaten op één lijn.

 

Terwijl Kamphuis kerkelijke afzondering in de zin van de synode van Assen voorschreef als de juiste opstelling van de vrijmaakten in de jaren 60, propageerde Veenhof samenwerking met orthodoxe protestanten uit allerlei kerken. Kamphuis kon op steun van de synode rekenen maar Veenhof won als opposant van die visie ook aan gewicht. En zijn standpunt sloot bovendien aan bij bredere alliantievorming op het orthodoxe erf in reactie op de moderne koers van de synodale kerken.

De senaat was in meerderheid wars van die bredere aansluiting. De verhoudingen waren aan de hogeschool zo dat indien Veenhof de mogelijkheid tot gesprek met andere kerken wilde open houden en actief blijven in christelijke organisaties hij op het matje werd geroepen bij de curatoren. Dat kwam niet in de krant. Maar Opbouw de spreekbuis van Veenhof murmureerde wel over deze vrijmakingsideologie. Veenhof en ook hoogleraar De Jager trokken tegenover Kamphuis hun eigen koers. En lieten zich steeds minder gelegen liggen aan wat men daar aan de hogeschool van vond. Kamphuis' visie won terrein aan de hogeschool. Maar zijn tegenstanders namen de positie in van underdog: recalcitrant zijn en speldenprikjes uitdelen.

 

Concluderend waren er aan de hogeschool twee visies op de vrijgemaakte koers in het veranderende kerkelijke en theologische landschap van de jaren 60. Isoleren of alliëren. Een markant standpunt innemen om een neocalvinistische traditie te behouden of die traditie in samenwerking met anderen een nieuwe vorm geven.

 

3 - De onderlinge verhoudingen in de senaat.

 

En daarmee komen we aan het laatste punt: de verhoudingen in de senaat. Die waren ernstig verstoord. Er was een meerderheid die een omlijnd plan steunde en daar waren Jager en Veenhof die er niet aan wilden. Het is soms bloedstollend om in de senaatstukken te lezen hoe onder leiding van de in de strijd zoveel begaafder Kamphuis, zich zwak verwerende Jager en Veenhof zet na zet verder in de hoek worden gedreven tot ze er geen gat meer inzien. En beroofd van al hun argumenten alleen nog maar kunnen hopen dat ze het tot hun emeritaat zullen kunnen uitzingen. Van samenwerking in de senaat was geen sprake, zei ik al. Niet tussen Kamphuis en Veenhof maar ook tussen de andere collega's niet, er waren nog veel meer conflicten. Het curatorium zweeg daarover in de richting van de kerken en gaf al die jaren een zonnig beeld van het werk aan de hogeschool. Aan de synode werd in 1961 bijvoorbeeld gemeld dat 'de Heere het goed heeft gemaakt met de Hoogeschool'. Drie jaar later bleek er opnieuw geen vuiltje aan de lucht. De vijf hoogleraren en de vier lectoren 'hebben hun beste krachten mogen geven in de arbeid aan de hogeschool'. Het bleek een rookgordijn.

[mist stukje, djb]

 

In 1965, door curatoren gevraagd naar zijn mening over de spanningen in de senaat, stelde Kamphuis dat de kern de waardering van de vrijmaking betrof. Dat Jager in 1961 in Opbouw de vraag had gesteld of de vrijmaking een reformatie was, betekende volgens Kamphuis dat deze in de mist werd gezet. Dat leidde niet alleen tot relativering van verschillen met de synodalen maar Kamphuis trok zoals reeds gezegd het verschil sinds 1960 breder, ook in de kwalificatie van het standpunt van opponenten. Jagers relativering sloot zijns inziens naadloos aan bij de moderne theologisch ontwikkelingen richting oecumenisme. Wie de vrijmaking niet Gods werk noemde, of daar een vraag bij stelde, zette de hele gereformeerde leer op de tocht. De samenhang tussen de wending bij de synodalen en de ontwikkelingen in de vrijgemaakte kring vormde de kern van Kamphuis analyse. Wat daar gebeurt dreigt ook hier te gebeuren. Jager en Veenhof ondermijnden z.i. met hun programmatisch verzet tegen de moderne ontwikkeling vanuit de hogeschool en bevorderden zo een klimaat 'waarin inzonderheid de jonge mensen wordt bijgebracht van het eigen kerkelijk leven niets te verwachten. Terwijl tegelijkertijd de aandacht gespannen wordt op allerlei ontwikkelingen buiten het eigen kerkelijk leven.'

Jager, meldden de curatoren desgevraagd, dat hij niet verwachtte dat de hoogleraren het nog eens zouden worden, een reële inschatting. Maar hij verzette zich tegen een cultuur van schorsen en afzetten. Zolang er geen ander evangelie werd verkondigd, en dat was volgens hem niet het geval, gold de regel 'wie niet tegen ons is is voor ons'.

 

Concluderend. De verhoudingen in de senaat worden verziekt en was de relatie van de meerderheid tot de minderheid als die van de spelende kat met de halfdode muis. Kamphuis had een groots plan met de kerken en trok de senaat daarin steeds verder mee. Ook omdat het verweer van de twee oudste leden van de senaat Jager en Veenhof het vijandbeeld en de strategie misten die de neo-calvinistische traditie zo eigen was.

Toen de kerken scheurden over de Open Brief die a.s. maandag 50 geleden verscheen was het niet meer dan logisch dat de partij van Kamphuis niet wilden wachten hoe de zaak zou uitpakken. Dat wist men al. De Open Brief bevestigde slechts het ideologische gelijk. De veroordeling van Open Brief 1969 was het verhoopte feit dat de senaat kon inzetten om Jager en Veenhof eindelijk tot een keuze te dwingen. De hogeschool was daarmee beïnvloed door de algemene kerkelijke context, de verdeeldheid door de tegengestelde visies op de verantwoordelijkheid van de kerkelijke samenleving en verscheurd door onderling verwijdering. De hogeschool was daarmee een instelling geworden die alleen mensen liet functioneren op basis van ideologische kijk op de vrijmaking als sleutel tot de gereformeerde traditie.

 

Vragen

 

Iemand

U zei helemaal niets over positie hoogleraren Schilder en Doekes. Kunt u wat zeggen waarom u dat doet?


Harinck

Ja, ik kan zeggen waarom ik dat doe. Ja, dat kan ik. Schilder en Kamphuis stonden het dichtst bij elkaar. Maar Kamphuis was de architect. En het ging mij nu even om de hoofdrol spelers. Maar tussen Kamphuis en Schilder zat niet veel verschil van mening als het ging om deze ideologische kijk op de Vrijmaking.

Doekes is een ander verhaal. Doekes zat in de senaat heel ingewikkeld want die had nog met Kamphuis een oud conflict over overname van redactie van de Reformatie, midden jaren 50. Doekes is bovendien niet een heel geprofileerde figuur in de senaat. Dat is ook de reden waarom ik hem niet naar voren heb gehaald en nu voor de eenvoud de twee hoofdrolspelers heb genoemd. Maar daar is veel meer over te zeggen, dat geef ik toe.

 

Ds. G. Geerts

Vindt u het niet een kleine belediging mensen die van de vrijmaking geloven dat de Here dat gedaan heeft en dat u dat als een ideologie bestempeld? En zo mensen te raken die de Vrijmaking van harte steunden en nog steunen?

 

Harinck
Ja, dat begrijp ik. Dat woord ideologie is natuurlijk een gevoelig woord. Ik bedoel met dat woord ideologie dat je een samenhangende visie hebt die functioneert als verklaring voor alles in de samenleving. Dus toegepast op het idee van vrijmaking: de Vrijmaking is het werk Gods en opdat het het werk Gods werk is heeft het consequenties voor alles en iedereen. In het begin voor de vrijgemaakte kerken maar de facto voor iedereen in heel Nederland. Heel Nederland zou moeten kiezen voor of tegen de vrijmaking. Nou, deze manier van hanteren van een kerkscheuring is, het hanteren er van is op een ideologisch manier. Je zet het in op elk terrein voor ieder doel. Ja, ik weet niet of het niet een belediging is voor de mensen die dat zo hebben gezien, maar ik zie wel dat op deze manier kon worden ingezet om mensen als Veenhof en Jager eruit te werken. Dus, zeg maar, als mensen zouden belijden dat Vrijmaking is een werk van God, ik neem die belijdenis precies als ze hem zeggen, ik neem dat serieus, maar ik neem aan dat je ook kunt aanvaarden dat een ander die naast je in de kerkbanken zit, dat die zegt: nou ja, ik zie het iets genuanceerder, of zoals Jager: ik heb daar wel een vraag bij. Daar was geen ruimte voor. Ook dat vind ik kenmerkend voor een ideologie. Alles moest in het frame passen.

 

Van der Weijde uit Gouda

U bent opgehouden bij de Open Brief maar de hogeschool is verder gegaan en heeft aan de studenten gevraagd of ze instemden met de kerkenraad die de Open Brief afwezen. Daarmee is ook de discussie in de kerken geworpen. Je bent voor of tegen de Open Brief. Die studenten werden ook geacht de Open Brief allemaal af te wijzen. Naar mijn gevoelen een enorme gewetensdwang in de kerken ontstaan.

Het attestenbesluit was echt fout omdat het gewetensdwang betekende. Moet dat niet teruggenomen worden? Is dat gebeurd of komt dat nog?

 

Harinck

Johan Schaeffer zal hier over spreken. Het attestenbesluit is genomen n.a.v. de uitspraken van GS Amersfoort-West. En dus is het niet zo dat de senaat, zeg maar, dit bedacht heeft dat de Open Brief, zeg maar, scheiding maakte. De senaat handelde in vervolg daarop en uitvoering daarvan. Het terugroepen van het attestenbesluit dat is denk ik keihard niet aan de orde want het is niet een kerkelijk besluit, maar een besluit van de senaat geweest met steun van de curatoren. Het attestenbesluit is op een gegeven moment buitenwerking gesteld. Het heeft een poosje gewerkt en hoe het heeft gewerkt zullen we zo meteen wel horen maar het is ook weer buitenwerking gesteld. Het werkt nu niet meer. Nederlands gereformeerde student aan TUK wordt niet geconfronteerd met het attestenbesluit. (hilariteit). Daar is veel meer over te zeggen. Dat wilt u nu ook maar dat gaan we niet doen.

 

Ad de Boer (later in de algemene discussie)

Hoe kan het dat Assen 1961 in overgrote meerderheid voor de lijn stemde. Ook veel mensen die later NGK zijn geworden. Dé schrijver van het rapport tegen de syn. kerken was ds. J.C. Janse. Er waren er veel meer op die synode die later NGK werden. Hoe verklaar jij dat dat zij toch op die synode met velen anderen front maakten tegen synodale kerken en een uitroepteken zetten de vrijmaking?

 

Harinck

Ik heb beklemtoond dat de ontwikkelingen in de synodale kerken heel bepalend zijn geweest voor wat in de jaren 60 in de vrijgemaakte kerk is gebeurd. Dus die context waarvan we zeggen ondanks alles het wegvallen van de syn. gereformeerde kerk als een bondgenoot tegen een seculariserende samenleving er ondanks alle conflicten, men was in conflict die een broeder was, die veranderende situatie was niet alleen voor Kamphuis een probleem, dat was een probleem van de vrijgemaakte kerken. Ze kwamen alleen te staan in de neocalvinistisch traditie. En het feit dat ook dingen als gereformeerden met later Nederlands gereformeerden meegewerkt hebben of ingestemd hebben met de besluiten van de synode van Assen geeft precies aan dicht die partijen bij elkaar zaten. Hoe onheus wat mij betreft ook is geweest dat die tegenstellingen op de spits zijn gedreven. Door mensen als Veenhof en Jager oecumenisme te verwijten plaats je ze veel te ver weg laat me zeggen van het neocalvinistische standpunt, het vrijgemaakte standpunt dat ze hadden.

Er is vanmorgen natuurlijk gezegd er is een verband tussen algemene kerkelijke ontwikkelingen in Nederland en wat er in de Open Brief aan de orde wordt gesteld. Ja, dat de vrijgemaakten waren niet gek, de vrijgemaakten wisten ook wel wat er in de wereld omging. Maar het is onjuist om de mening van die mensen gelijk te stellen aan wat er in de hervormde of gereformeerde kerken synodaal gebeurde. Ik heb net ds. Geerts gehoord die aankomt met ds. Schoep, die een boek van ds. Hoekendijk te schijnt te hebben gelezen en ik weet niet waarom dat erg is dat je dat leest, ik weet ook niet waarom het erg is dat je zijn standpunten gebruikt [ik hoop daar de volgende aflevering op terug te komen, djb], maar waar ik bezwaar tegen maak is dat net wordt gedaan als wat in de Open Brief gelijk is aan wat je in de Hervormde kerk en in de syn-gereformeerde kerk door een aantal theologen gebeurde, natuurlijk ook niet door die kerken helemaal. En dus mijn bezwaar is dat heb ik gezegd in mijn lezing ook, ze zijn geframed. En ik denk dat de Nederlands gereformeerden en de vrijgemaakten in de jaren heel dicht bij elkaar zaten. En dat verklaart voor mij ook het feit dat wij hier vandaag samen het congres hebben. We delen veel meer dan we waarover we verschillen. En ik kan u tien twintig kerkconflicten noemen waarin verschillende groepen niet met elkaar praten. Maar wij willen met elkaar praten. We vinden dat dat moet. Wij zitten heel dicht bij elkaar. En ik denk dat zaken ten onrecht op de spits zijn gedreven. En daar lijden we nu onder. En daar moeten we wat aan doen.

 

Bijlage 2 - De Open Brief en de eenheid der gemeente

 

Onder deze titel sprak prof. J. Kamphuis op 25 januari 1967 voor de Gesprekkring te Kampen. De toespraak werd in drie afleveringen in De Reformatie geplaatst, 42 jrg. Nrs 18-20.

 

De Open Brief en de eenheid der gemeente 1

 

Prof. J. Kamphuis

 

1 - We hebben de vorige keer over de inhoud van de bekende Open brief reeds heel wat gezegd in de toe­spraak Ware Kerk en judaïsme. (1) Ik wil dat nog e­ven kort samenvatten. Er wordt hier met nadruk gesteld, dat de vrijmaking van 1944 e.v.j. , geen reformatie was, maar een "twist", een "vete" tus­sen broeders van eenzelfde huis genoemd moet wor­den. En, zo zegt die Open brief, wie die vrijmaking van 1944 wél als een reformatie typeert, wie wél de vrijmaking verbindt aan art. 28 van de Nederl. Ge­loofsbelijdenis, waar over het ambt der gelovigen gesproken wordt, dat het de roeping der gelovigen is om de eenheid der kerk te onderhouden, hangt een "vrijmakingsgeloof" aan en alleen al die tèrm "vrijmakingsgeloof" wil nadrukkelijk zeggen: dat is wat anders dan hèt geloof. Dat "vrijmakingsge­loof" is wat anders dan het geloof in onze Here Jezus Christus.

 

Dat "vrijmakingsgeloof" zoekt steunsels buiten de Here Jezus Christus, buiten het Woord van het e­vangelie om. Dat vrijmakingsgeloof , dat dus de vrijmaking een genadig werk van reformatie zou zijn, door de Here Jezus Christus ondanks onze on­gerechtigheden volbracht, wordt in de Open brief, dan ook een" ideologie" genoemd, een ideologie, die staan zou tegenover het geloof. En die ideologie, zo zegt de Open brief, doet twee kwade dingen: zij voert in de eerste plaats onze kerken tot ontbinding en in de tweede plaats, leidt zij zo licht het hart af "van het vertrouwen op de persoon van Jezus als Heer". In dat laatste hoort u heel duidelijk ook weer doorklinken hetzelfde, wat eigenlijk zit opgeborgen in die term: "vrij­makingsgeloof!", in die ideologie zoekt het hart een steunsel buiten de Here Jezus Christus en buiten het evangelie van zijn genade om.

 

We hebben de vorige keer gezien, dat dat oordeel over de vrij­making: geen reformatie, maar een twist, een vete tussen broeders van hetzelfde huis, dat dat in feite óók geldt voor de Afscheiding van 1834 en voor de Doleantie van 1886. Dat alles behoort tot de veten onder de christenen, de veten van de broe­ders en zusters van eenzelfde huis. En die veten, die twisten vormen dan samen, wat de Open brief noemt "ons vaak klein vaderlands gedoe". En uit dat kleine, vaderlandse gedoe met die twisten en veten roept Christus ons weg. Dat is Christus' lei­ding in deze tijd. Christus roept ons weg naar het niveau van de wereldkerk. Dat is in korte schetslijn de inhoud van de Open brief, zoals die de vorige maal onze aandacht had.

Toen hebben wij op grond van wat hier te lezen staat gezegd :wanneer er zo gesproken wordt over de Vrijmaking van 1944 en wanneer er zakelijk zo ook gesproken wordt over de Afscheiding van 1834 en over de Doleantie van 1886, en wanneer dat ge­handhaafd wordt, dan, zo zeiden we letterlijk, is het tafellaken doorgesneden. We hebben ook enke­le malen gezegd, de overtuigingen die uitgedragen zijn in deze Open brief, betekenen het opzeggen van de christelijke en kerkelijke vrede met onze broe­ders en vaders die ons voorgegaan zijn op de weg van de Afscheiding (Hendrik de Cock is genoemd en de Acte van Afscheiding), die ons voorgegaan zijn op de weg van de Doleantie en de Vereniging van 1892. En zodoende brengt deze Open brief een radicale en fundamentele verdeeldheid.

U zult zich misschien herinneren, dat ik aanvankelijk zei: als deze overtuigingen gehandhaafd blijven dan bete­kent dat het doorsnijden van een "een tafellaken". Toen heb ik dat direct in de voortgang van die zin aangepunt en gezegd: ja, maar dat betekent dan ook hèt doorsnijden van het tafellaken. En volkomen te­recht is daaruit geconcludeerd, dat ik daarmee heb bedoeld het laken dat ligt op de tafel van het heilig Avondmaal des Heren. Zoals ik sprak, zo sprak de week daarna zijnerzijds prof. H. J. Schilder in de Reformatie.

 

Welnu, zo is de vraag gerezen, zo moest de vraag rijzen naar de Open brief en de eenheid der gemeen­te. De eenheid van de vrijgemaakte kerken en inzonderheid ook de eenheid van de gemeente hier in Kampen. Ik ben de vorige keer begonnen te zeggen dat ik sprak in een uur van ernst, van dodelijke ernst, Ik wil dat nu herhalen. Die vraag, de vraag naar de eenheid van de gemeente van de Here Je­zus Christus en dan onder het aspect van wat in de Open brief door de broeders, o.m., ook door ds. J. O. Mulder gezegd wordt, is van een hoge ernst, een ernst, waar wij ook niets van af mogen doen. Ook hier wil ik weer zeggen: het is een vraag van dódelijke ernst. Wij mogen de ernst van die vraag­stelling, die schuilgaat onder de titel 'De Open brief en de eenheid der gemeente' op geen enkele wijze verkleinen, we mogen hier op geen enkele wijze bagatelliseren.

Wij mogen b.v. naar mijn vaste overtuiging niet zeggen: och, die Open brief dat is een van de vele opstellen of artikelen die in de kerkelijke pers ver­schijnen en er verschijnen zoveel artikelen, je kunt zo'n artikel lezen of ook niet lezen en daarna over­gaan tot de orde van de dag. Tegen dat bagatelli­seren van de ernst van de Open brief en van de ernst van de crisis, waarin wij zijn gekomen, zou ik ernstig willen waarschuwen. Want het is niet waar, dat wij in deze Open brief te doen hebben met een artikel uit de vele duizenden artikelen, die er in de pers, ook in de kerkelijke pers verschijnen.

 

In de eerste plaats al niet om het nuchtere en door ieder te constateren feit dat we in de Open brief maar niet met een persoonlijk woord te doen hebben, maar dat hier een groep van broeders, een groep ook van ambtsdragers zich gezamenlijk tot alle kerken wen­den met de uitgesproken bedoeling alle kerken met wat zij nu in die Open brief te berde brengen te willen dienen. Daarmee krijgt dat woord van die Open brief al een ernstiger karakter dan wanneer het een artikel was dat vluchtig is geschreven. Er hebben hier vijfentwintig broeders overleg gepleegd en na beraad en in bezonnenheid hebben zij, zo mo­gen wij toch aannemen, gezamenlijk deze brief de wereld in gezonden. Zij zeggen het ook zelf nadruk­kelijk dat zij" zo duidelijk mogelijk" hebben ge­schreven.

 

En dan, dat in de tweede plaats, dat is nog betekenisvoller, de broeders komen in deze Open brief met een program. Ze brengen maar niet een vraag in het midden, ze leggen ons maar niet bepaalde moeilijkheden voor, waarover onderling gesproken zou kunnen of moeten worden, maar ze ontwikkelen heel duidelijk een program van actie dat een principiële fundering heeft. Zij wijzen een weg, en ze gààn zelf die weg en ze willen ons op die weg voorgaan.

Welnu, waar we hier met een programmatisch woord hebben te doen, daar moe­ten we ons er niet licht van afmaken door te zeg­gen: een artikel onder de vele artikelen en dan kunnen we verder overgaan tot de orde van de dag. Neen, want deze broeders zijn eerlijk geweest. Ze hebben gezegd, waardoor zij gedreven werden en waartoe zij anderen oproepen. Ze zijn eerlijk voor hun program uitgekomen. Als ze nu dat program ten uitvoer gaan leggen dan kunnen ze altijd zeg­gen: we hebben het toch gezegd? We hebben van tevoren gezegd dat we zo handelen en voorgaan zou­den? Ze zeggen zeer nadrukkelijk in de Open brief dat de kerken tot een beslissing moeten komen op de punten die zij aan de orde stellen. Tot een be­slissing komen moeten op dat punt: is de vrijma­king een reformatie geweest, die de Here in Zijn gunst gewerkt heeft of is het een vete, een twist onder broeders? Als zij nu naar die beslissing toewerken, tot die beslissing oproepen, te hunner tijd een beslissing forceren, dan kunnen ze altijd zeggen: maar we spraken er toch van in uw mid­den, en we hebben ons toch tot alle kerken in het publiek gewend? Zeker daarom zullen we ons van de ernst van de vraagstelling naar de eenheid der gemeente onder het licht van wat in die Open brief gezegd wordt, niet mogen afmaken.

 

Wij moeten ons ook van de ernst van wat in de O­pen brief geschreven staat niet afmaken, niet la­ten afleiden door wat zakelijk gezien afleidings­manoeuvres zijn. Er is b.v. door ds. Visee in de Kamper Kerkbode gezegd: ja, er is altijd verschil van mening over allerlei geweest ook rond de vrij­making' ook bijvoorbeeld in de beschouwing van de synodale kerken. Prof. Greijdanus weigerde bijvoorbeeld perse om de synodale kerken valse kerk te noemen. En als nu de broeders van de Open brief eventueel een beschouwingswijze huldigen, die af­wijkt van die van de meerderheid van de vrijge­maakten, waarom zouden we ze daarover lastig vallen? We zijn er prof. Greijdanus toch ook nooit om lastig gevallen dat hij die synodale kerken geen valse kerken heeft willen noemen? Ik noem dat za­kelijk gezien een afleidingsmanoeuvre. Het is de vraag, of wat ds. Visee over prof. Greijdanus en zijn oordeel over de synodale kerken geschreven heeft juist is. Ik hoop daar breder op in te gaan in de Reformatie van deze week. (2)

 

Maar zelfs al zou dat juist zijn dan is de vraag er, wat doet dat hier ter zake bij dit punt in geding: was de vrijmaking een reformatie of was de vrijmaking een twist, een vete tussen broeders van hetzelfde huis? Wat doet die eventuele mening van prof. Greijdanus terzake bij die grote zaak, die de broeders van de Open brief aan de orde hebben gesteld dat de leiding van Christus ons uit ons kleine vaderlandse gedoe weg­roept naar het niveau van de wereldkerk? Want wilde men in dit geding prof. Greijdanus ter sprake brengen, dan zou men aan moeten wijzen dat hij de vrijmaking als een twist, een vete tussen broeders gekwalificeerd had. Dat hij gezegd had: daar waar ik nu mijn levensavond aan geef, daar waar ik voor op wil branden, dat is een twist; daar waar ik mijn laatste krachten aan geef, dat is nu een vete onder broeders van hetzelfde huis. Dan zou men bewij­zen moeten dat prof. Greijdanus zei ook in de laat­ste jaren van zijn leven: en nu hopen we op de dag dat Christus zo de wereldgeschiedenis zal gaan lei­den dat Hij ons uit dat "vaak kleine vaderlandse ge­doe" met z'n twisten en veten wégroept naar het ni­veau van de wereldkerk. Zie, dan zou de naam van prof. Greijdanus hier terzake zijn. Maar als dat niet aan de orde komt, als niet aan de orde komt, de kwesties die de broeders zelf in de Open brief stellen, dan is dat de aandacht afleiden van het hoofdgeding, waar de grote beslissing binnen de vrijgemaakte kerken en binnen de gemeente van Kampen vallen zaL

 

We mogen ons van de ernst van de vraagstelling die verscholen gaat in die titel: de 'Open brief en de eenheid der gemeente', ook niet afmaken door te zeggen: die eenheid van de gemeente is niet zo be­langrijk. Ik wil daar nadrukkelijk uw aandacht voor vragen. Want ook dat gevaar zou ons kunnen bedrei­gen. Het gevaar dat wij zeggen: ja, zoals de hele ontwikkeling nu geworden is, inzonderheid in de laatste jaren in de vrijgemaakte kerken met al die moeiten en strijd, we voelen ons er niet meer thuis. Het gevaar, dat we zouden zeggen: ja, met al die vreemde en voor ons nieuwe meningen die er voor­gedragen worden en uitgedragen worden in de vrij­gemaakte kerken, daar kunnen we ons onmogelijk mee verenigen en omdat we ons er niet mee vere­nigen kunnen, nu daarom geven we de eenheid van de gemeente maar op, en daarom nemen we maar afscheid van de vrijgemaakte kerken en van de vrij­gemaakte kerk van Kampen.

 

Dat is een uitzonderlijke bedreiging, broeders en zusters. Want de eenheid der christenen, de eenheid der ge­lovigen, de eenheid der gemeente is van een hoge, uitzonderlijke betekenis. Daar spreekt héél de Schrift van. Daar gaan ons profeten en apostelen in voor. De profeten van het Oude Verbond, de apostelen van het Nieuwe Verbond hebben die eenheid van de ge­meente van de Here Jezus Christus gezien als een kostbaar goed dat de Here Jezus zelf aan het kruis voor de Zijnen verworven heeft.

Ik denk al aan het Oude Testament. Als Elia op de Karmel in de strijd met de priesters van Baäl is gewikkeld, als hij strijdt om het behoud van Gods volk in de tien stammen en als hij na die razende stormloop die de Baäl­priesters ondernomen hadden om Baäl tot een won­der op te roepen, een altaar gaat stichten op de Karmel, dan staat er in 1 Kon. 18: 31 : "Elia nam twaalf stenen naar het getal der zonen van Jakob tot wien het woord des Heren gekomen was: Israël zal uw naam zijn".

In de stichting van het altaar van twaalf stenen verricht Elia een symbolische daad die vol van profetie is. Van de profetie tot de tien stammen dat de Here een volk van twaalf stammen heeft en dat de tien stammen ook in hun politieke afzondering toch altijd de geestelijke eenheid en de geestelijke gemeenschap met de twee stammen, met Juda en Benjamin, hadden te onderhouden en dat daar ook schuld lag dat ze de eenheid van Israël gebroken hadden door afzonderlijke erediensten in te stellen en dat er schuld lag in de zonde van Jerobeam, waarmee hij Israël zondigen deed. Dat was uitge­lopen op die Baäldienst. Dat altaar met de twaalf stenen op de Karmel roept Efraïm naar de een­heid van Israël terug, zoals die eenheid besloten lag in de zegen van God over Jakob, toen Hij hem Israël noemde en toen Hij hem twaalf zonen gaf, die samen het Israël van God vormden.

Dat is één voorbeeld uit het Oude Testament.

 

En dan de onderwijzing in het Nieuwe Testament met betrekking tot de eenheid der gemeente. Hoe­veel zou daar niet van te zeggen zijn; Hoe heeft de apostel Paulus niet geworsteld om de eenheid van de gemeente.
 

Ik denk aan wat in Efeze 4 staat, waar hij bezweert om te blijven bij de eenheid van het lichaam van Christus. Zo wordt de kerk trouwens in de brieven van deze apostel steeds weer genoemd: "lichaam van Christus". Dat betekent toch ook: we horen bij elkaar en geen deel van het lichaam kan tot een ander deel zeggen: ik heb u niet van node. In dat woord "lichaam" ligt al de roep tot de beleving van de eenheid der christgelovigen.

Hoe wordt dat aangedrongen ook in Efeze 4, waar de apostel zegt vanaf vers 3 dat de broeders zich hebben te beijve­ren de eenheid van de Geest te bewaren in de band van de vrede. "Eén lichaam en één Geest, gelijk gij ook ge roepen zijt in de éne hoop uwe r roeping. Eén Here, één doop, één God en Vader van allen die is boven allen en door allen en in allen".

Ge ziet, hoe hier de eenheid van de gemeente maar niet optreedt als een, zeg even een organisatorische kwestie, maar hoe die eenheid verankerd ligt in al de heils­weldaden van God. De éne doop, het éne geloof, de éne Geest, de ène God en Vader Die is boven allen, voor allen en in allen.

 

En, om nog één voorbeeld te noemen: hoe heeft de Here Zelf niet gebeden om de éénheid van de Zijnen, de eenheid van Zijn volk in Joh. 17. Ik bid voor hen. zegt dan de Heiland in de nacht, waarin Hij zal verraden worden, ik bid voor hen. Bewaar hen in Uw naam, vers 11, die Gij Mij gegeven hebt. "Dat zij één zijn zoals wij". En dan ziet de Here op de apostelen die daar voor hem staan. Maar dan gaat tegelijkertijd de blik van de Here naar de toekomst van alle eeuwen en dan om­sluit de voorspraak van de Here Jezus ook ons, ook de vrijgemaakte kerken, ook de gemeente van Kampen in de éne , apostolische eenheid van de kerk aller eeuwen. "En Ik bid niet alleen voor dezen, die apostelen, die daar voor Hem staan, zo zegt vers 20, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij Vader in Mij en Ik in U, dat ook zij in ons zijn, opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt".

 

Ik denk ook hoe de Here twaalf apostelen gekozen heeft. Zoals Elia in het oprichten van een altaar van twaalf stenen als het ware naar héél Israël de han­den uitstrekte, zo strekt de Here Jezus in de vol­heid des tijds, als Hij twaalf apostelen kiest in die twaalf apostelen de handen uit naar het ganse Is­raël en naar de ganse gemeente, die in het Nieuwe Verbond zal komen, als naar het Israël Gods (Gal. 6: 16).

 

Dus van hoe hoge, van hoe uitzonderlijke beteke­nis is de eenheid der gemeente. Wij kennen die een­heid der gemeente in haar diepte, in haar heils­betekenis, naar haar wezenlijke aard, niet vanuit ons zelf, wij kennen die eenheid van de gemeente alleen vanuit de heilige Schrift, en de onderwijzing van de Here Jezus Christus en van de profeten en apostelen. Daaruit is ons toch meer dan duidelijk, dat de kerk geen vereniging is, een vereniging, waarvan het lidmaatschap vrijblijvend zou zijn, zo­dat je op een gegeven ogenblik zou kunnen zeggen: ik voel me er eigenlijk niet meer zo thuis en dus ga ik maar van die club af, of dus trek ik mijn lid­maatschap van die vereniging maar in. Neen, de Here heeft er ons gesteld, er ons gebracht, vaak op wonderlijke wegen. En de Here wil dat wij de eenheid van het lichaam onderhouden zullen. Onder dat licht vanuit de heilige Schrift spreken we dan over de Open brief en déze eenheid van de gemeen­te.

 

(1) Zie Reformatie van 7 en 14 jan. jl.

(2) Zie de Reformatie van de vorige week de drie-starren "Moeilijke gegevens?" I-III.

 

De open brief en de eenheid der gemeente 2

 

Dan wil ik in de eerste plaats zeggen, dat juist om­dat zo over de eenheid der gemeente in de heilige Schrift gesproken wordt, de vrede van 1892 tus­sen Afgescheidenen en Dolerenden getekend is. Als een kerkelijke en christelijke vrede, zoals die ont­vangen werd uit de handen van de Here Jezus Chris­tus.

Er was vee] verschil tussen de broeders van toen, maar toen ze elkaar vonden bij het noodza­kelijke, waar wij de vorige keer over gesproken hebben, dat het vanwege het Woord Gods en vanwe­ge de belijdenis der kerk noodzakelijk was om te breken met de Ned. Herv. Kerk, niet alleen met de besturen maar ook met de leden in corporatie­ve en plaatselijke zin, toen hebben de broeders aan de kant van de Afscheiding niet gezegd: nu persen we u ook tot een ons gelijk geven op alle mogelijke punten. Neen, toen kon men elkaar ook vinden bij veel verschil dat bleef, toen kon men elkaar vin­den bij het Woord van God en de belijdenis van de kerk.

Nu daarom ook wordt er onzerzijds geen be­slissing afgedwongen bijv. een beslissing in deze zin: je bent niet goed vrijgemaakt, of je hebt geen plaats in de vrijgemaakte kerken, als je de syno­dale kerken niet valse kerken noemen wilt, zoals prof. K. Schilder dat met even zoveel woorden deed. In die zin is, zeg maar even onzerzijds nooit tot een beslissing afgedwongen.

Maar van gindse zijde, van de zijde van de broeders van de Open brief roept men op tot een beslissing. Ds. Zemel heeft het volkomen terecht gezegd in het Kerkblad van Overijssel, Gelderland en Utrecht dat hier een nieuwe binding opgelegd wordt en dat nota bene door broeders die altijd tegen nieuwe bindingen zo hun stem verheffen. De nieuwe binding wordt hier opgelegd, dat de ootmoedige erkenning van de vrij­making als een genadig door de Here gewerkte re­formatie als een ideologie, als een vrijmakingsge­loof weg gescholden wordt. En dat alle broeders en zusters daar vandaan geroepen worden en dat de vrijgemaakte kerken hier gebracht worden tot een beslissing. Want we moeten in een "beslissings­situatie" komen, ook terzake van de synodale ker­ken en de verhouding tot de synodale kerken, een beslissingssituatie, dat het maar een vete, een twist tussen broeders en zusters van hetzelfde huis is. Die beslissing wil men ons afdwingen. Die be­slissing wil men ons opdringen.

 

In de tweede plaats, wil ik onder dat licht van de heilige Schrift, zoals die over de eenheid der ge­meente spreekt vervolgens zeggen: nu moeten we de ernst van de zaak, die onder ons aan de orde is ook niet bagatelliseren door te zeggen: kijk eens, er wordt nu wel druk gepraat over de Afscheiding 'van 1834 en over de Doleantie van 1886 en de Vrijmaking van 1944, maar dat zijn tenslotte maar fei­ten uit de verleden tijd, uit de kerkgeschiedenis, en de een denkt daar zus over en de ander denkt daar zo over, maar je hoeft toch niet over alle feiten van de kerkgeschiedenis, inzonderheid van de negen­tiende en twintigste eeuw, gelijk te denken om toch één te zijn in het geloof en één te blijven in de ge­meente van de Here Jezus Christus.

 

Dat wordt dan soms nog verder als volgt uitgewerkt: er is een groot verschil tussen énerzijds Afscheiding, Do­leantie en Vrijmaking, die bewegingen van de negen­tiende en de twintigste eeuwen anderzijds de refor­matie van de zestiende eeuw, want die reformatie van de zestiende eeuw heeft ons opgeleverd de drie formulieren van enigheid en dat is wat ons samen­bindt, de inhoud van de drie formulieren van enig­heid; de inhoud van het reformatorische en chris­telijke geloof. Maar dat is bij de Afscheiding, bij de Doleantie en bij de Vrijmaking van 1944 niet het geval. Dus we denken wél gelijk over de zestiende eeuw, maar misschien over onderscheiden zelfs wezenlijke punten niet gelijk over Afscheiding, Do­leantie en Vrijmaking. Maar omdat we gelijk den­ken over die drie formulieren van enigheid, over de inhoud van dat reformatorische en christelijke geloof, daarom wordt toch door de Open brief de eenheid der gemeente niet bedreigd?

 

We vragen: is dat waar? Dat is de vraag, waarop naar ik meen, willen wij tot een duidelijke situatie­tekening komen een duidelijk antwoord gezocht moet worden. Is dat waar, dat de aard van de Afscheiding en de Doleantie en de Vrijmaking zó verschillend is van die van de Reformatie van de zestiende eeuw? Dat er onderscheid is, zal niemand betwisten. Maar is dat onderscheid zo groot, zo fundamenteel, dat je voor wat de Reformatie van de zestiende eeuw betreft, wel eenstemmig wezen moet en feitelijk ook bent, maar dat je voor wat de aard, het eigen­lijke, het wezen van Afscheiding, Doleantie en Vrij­making wél verschillen kunt? Als je dan terzake van de drie formulieren van enigheid maar een­stemmig bent.

Wij geloven dat niet.

Wij willen daar ook rekenschap van afleggen. Want waarom ging het in de Afscheiding van 1834, in de Doleantie van 1886, waarom ging het in de Vrijma­king van 1944? Nu, dat is volkomen duidelijk.

 

In de Afscheiding van 1834, die in bloed en tranen plaatsvond en zich voortzette, ging het om het be­waren van het reformatorische pand, van de re­formatorische belijdenis, het bewaren van de drie formulieren van enigheid. Dat zegt de Acte van Afscheiding zeer nadrukkelijk, nadat de afscheidings­formule in die Acte gevallen is, wordt er nadruk­kelijk gezegd: "betuigende bij dezen, dat wij ons in alles houden aan Gods heilig Woord en aan onze aloude formulieren van enigheid in alles op dat Woord gegrond, n.l. de Belijdenis des geloofs, de Heidelbergse Catechismus en de Ganones van de Sy­node van Dordrecht gehouden in het jaar 1618 en 1619". M.a.w. de aard van de Afscheiding was de wederkeer tot het Woord des Heren en mitsdien tot de drie formulieren van enigheid, zoals de kerk der Reformatie die ons in de zestiende eeuw ge­schonken heeft.

 

En met de Doleantie lag dát niet anders. De Doleantie heeft juist tegen de organi­satie van het Ned. Herv. Kerkgenootschap gevoch­ten om dit grote: dat het er om gaat, dat de belij­denis gezien wordt als "accoord van kerkelijke ge­meenschap". Dat de kerk niet een wilde vermenging mag zijn van gelovigen en ongelovigen, dat de kerk niet mag zijn een volkskerk, waarin na-gist alles wat de tijd opbrengt, maar dat de kerk moet zijn een gemeenschap van belijders en dat de kerk hier in Nederland het geloof heeft zoals dat uitgespro­ken is in de drie formulieren van enigheid. En dan valt in de strijd van de Doleantie dat woord, dat ik zojuist al noemde en dat zo'n zware nadruk krijgt juist in de tijd van de Doleantie, dat de belijdenis is "accoord van kerkelijke gemeenschap".

En als er dan die tweede uitgang, die tweede exodus uit de Ned. Herv. Kerk plaatsvindt in 1886, dan is dat opdat er een kerkverband zal zijn, opdat er ker­ken zullen zijn, die leven bij de drie formulieren van enigheid, bij het gelóóf, dat daarin wordt be­leden.

Het is dan ook niet voor niets, het is maar niet toevallig, dat het juist Hendrik de Cock is, die vlak voor de Afscheiding de Leerregels van Dor­drecht opnieuw heeft uitgegeven, die tot onbekend­heid vervallen waren in de Ned. Herv. Kerk van die dagen. Het is niet voor niets dat dr. A. Kuyper een uitgave van de drie formulieren van enigheid verzorgd heeft. Want hij wist: daar ligt de band van de enigheid, in het geloof, dat dààr beleden wordt.

 

Dat is de aard van de Afscheiding, de aard van de Doleantie bij alle verschil tussen die twee: een wederkeer tot de belijdenis, zoals de Kerk die ge­sproken had bij het licht van de brandstapels, zo­als de Kerk die uitgesproken had in een strijd op leven en dood, de drie formulieren.

En met de Vrij­making is dat niet anders, broeders en zusters.

Bij de Vrij­making van bovenschriftuurlijke bindingen en on­goddelijke schorsingen ging het om te blijven bij de aangenomen leer der Kerk. Ik denk hier aan de Acte van Vrijmaking, waarin nadrukkelijk ge­zegd wordt: "teneinde langs deze weg (de weg van de vrijmaking) te komen tot herstel van het ver­broken verband der gelovigen en der kerken in on­middellijke terugkeer tot de gehoorzaamheid van de gelovigen, in onmiddellijke terugkeer tot de gehoor­zaamheid van Christus, gelijk deze gehoorzaam­heid tot voor het jaar onzes Heren 1942 onder ons op grond van Gods Woord gekend en beleden wordt in de aangenomen formulieren van enigheid en van de Kerkenordening, en in deze alleen". Dat is wat Afscheiding, Doleantie en Vrijmaking verbindt, het gaat om een blijven bij het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is. Dat is de weg die zich aftekende vanaf 1834 over 1886 en 1892, de weg die zich aftekende ook na 1944 : daarom zou het gaan, daarbij vonden wij elkaar, daarbij zouden wij elkaar vasthouden.

 

Nu nog een stap verder, als ik spreek over die drie formulieren van enigheid, die in de zestiende eeuw geformuleerd zijn, het reformatorische geloof, dan spreek ik tegelijk over het christelijk geloof. Ik spreek over de grondslag van de heilige, algemene, christelijke kerk, om de termen van de Open brief te bezigen. Want het ging in de zestiende eeuw niet om wat nieuws bij Luther en Calvijn en Zwingli en al die andere reformatoren, ondanks al hun onder­ling verschil, maar het ging bij hen om te blijven bij en weder te keren tot het evangelische geloof, tot het geloof der Schriften; om weder te keren tot het zuivere verstaan daarvan, zoals we dat vinden in de oecumenische belijdenisgeschriften. Ze wor­den dan ook in art. 9 van de Nederlandse Geloofsbelij­denis opgesomd. En de drie formulieren van enig­heid doen niet anders dan tegenover dwalingen van Roomse en van doperse en ook nog wel van andere zijde die oecumenische christelijke belijdenis te verklaren en te bewaren. Dat is de weg, zoals die zich aftekent vanaf de zestiende eeuw.

 

Zo greep de Here genadig in. En daarin is de aard van de Refor­matie van de zestiende eeuw niet onderscheiden van de aard van Afscheiding, Doleantie en Vrijmaking, zoals het in de Afscheiding, de Doleantie en de Vrij­making er om ging om bij de Here en Zijn Woord te blijven en bij de leer der kerk, zo ging het daarom ook in de reformatie van de zestiende eeuw.

Van­daar dan ook dat het een dwaasheid is, om te zeg­gen: het is nu in de twintigste eeuw eerst dat er in­ternationale contacten komen, b.v. Korea en Spanje en dat we daarom in een totaal nieuwe situatie zijn. Laten we a.u.b. nuchter wezen. Al hadden ze in de zestiende eeuw geen televisie, wat dacht u, dat de communicatie, dat het verkeer in de zestiende eeuw, ik bedoel het geestelijk verkeer, het verkeer in de kerk, dacht u dat dat minder intensief zou zijn ge­weest dan nu in de twintigste eeuw? Geen denken aan! Juist in de zestiende eeuw, juist als de drie formulieren worden geformuleerd, waarvan de Open brief zegt: dat is "het historisch fundament van de Gereformeerde Kerken in Nederland", dan ziet ge de gereformeerden in Nederland internationa­le contacten hebben, ge ziet ze de handen uitstrek­ken naar héél de kerk, voor zover zij die kunnen bereiken. Het is niet zo, dat ze daar met een natio­nale zaak bezig zijn, met een Nederlandse aange­legenheid, voor mijn part met een provinciale aan­gelegenheid, "klein vaderlands gedoe", maar als ze de drie formulieren aan het formuleren zijn, dan ziet ge ze contact hebben met Frankrijk, met Ge­nève, met Engeland, met Duitsland.

Op de eerste synode van Emden 1571 zegt men nadrukkelijk als het gaat om de onderschrijving van de Nederlandse Ge­loofsbelijdenis, dat de broeders daar op de syno­de ook de Belijdenis van de broeders in Frankrijk onderschrijven zullen tot een teken van de een­drachtigheid, zoals zij ook hopen dat de broeders van Frankrijk de Geloofsbelijdenis van de broeders van Nederland onderschrijven zullen.

En ge ziet het ook bij de Catechismus. Ze zijn maar niet met een nationale zaak bezig, "klein vaderlands gedoe", ze nemen trouwens ook de Heidelbergse Catechis­mus. Maar als ze de Heidelbergse Catechismus ne­men dan houden ze de band vast met de broeders van elders. Dan zeggen ze rustig: maar dat wil niet zeggen dat de Catechismus van Genéve bij ons in verachting zou zijn.

 

Ik wil maar aanwijzen, dat men in de zestiende eeuw de kerk des Heren zag zoals die verspreid en verstrooid is over de ganse wereld en dat men toen zo geformuleerd heeft. Dat geldt ook die dikwijls aangevochten Leerre­gels van Dordrecht. Men was toen waarachtig oe­cumenisch bezig en heeft zo geformuleerd. Zo heeft de weg van de kinderen Gods zich afgetekend in de zestiende eeuw.

 

Nu ging het de liberalen in de negentiende eeuw er om, om stil aan de gereformeerde kerken van die grondslag af te schuiven. Daarvoor die organisa­tie van 1816, daarvoor een nieuwe ondertekeningsformule voor de proponenten. Daarvoor moest het wankel gesteld worden of de belijdenisgeschriften wel in alles overeenkwamen met het Woord van God. Daarvoor werd de kwalijke suggestie ingedragen dat de belijdenisgeschriften alleen maar onder­schreven werden voor zover ze in overeenstem­ming waren met het Woord van God, maar niet om­dat ze met dat Woord in overeenstemming waren. Toen heeft die weg van de zestiende eeuw zich vér­der voortgezet, en dat is nu de kracht van de gena­de des Heren geweest over onze vaderen en over ons, die weg van het oecumenische christelijke ge­loof tegen het woeden van die hele Nederlandse we­reld in; die weg heeft zich voortgezet in Afschei­ding en Doleantie en heeft zich ook voortgezet in de Vrijmaking.

 

Daarom is het een radicaal mis­verstaan van wat de Here gedaan heeft aan z'n volk als dat wat de vorige eeuwen deze eeuw te zien gegeven heeft in Afscheiding, Doleantie en Vrijma­king, wordt afgedaan met: "twisten en veten". Als dat afgedaan wordt met: "dat kleine vaderlands ge­doe". En als daar tegenover gezegd wordt: en nu worden we weggeroepen "naar het niveau van die wereldkerk". Want als het nu echt om dat niveau van de wereldkerk ging, als het echt ging om die grondslag van de heilige, algemene, christelijke kerk, nu, dan zou men zich toch in de verbonden­heid van het geloof met de broeders en zusters van de zestiende en van de negentiende eeuw moeten we­ten?

Maar daar merkt men niets van die verbonden­heid van het geloof waarmee Hendrik de Cock we­derkeerde tot de drie formulieren van enigheid, die verbondenheid van het geloof waarvoor A. Kuyper zich inzette toen hij sprak over de belijdenis als accoord van kerkelijke gemeenschap. Maar men merkt iets heel anders. Men merkt dat die drie for­mulieren, zelfs "Gods Woorden de drie formulier­en", naar beneden worden gedrukt in de Open brief. Ze worden gedeprecieerd, gedegradeerd. Dat is "het historisch fundament", zeggen de broeders. "Het historisch fundament van de Gereformeerde Ker­ken in Nederland" en ieder vraagt zich volgens hen af, dus zeker ieder van de ondertekenaars, of dat "historisch fundament van de Gereformeerde Ker­ken" nu nog wel samenvalt met de grondslag van de éne heilige algemene christelijke kerk.

Dat is de nieuwe weg, die de broeders ons wijzen en waarop de broeders ons voorgaan. De nieuwe weg.

 

De open brief en de eenheid der gemeente 3

 

Als wij onze aandacht concentreren op de Open brief, doen we dat omdat we hier een officieel do­cument hebben, waarin een programma ontvouwd wordt. Maar we moeten niet vergeten dat dit niet uit de lucht komt vallen. Er is hierheen gewerkt. Men is hierheen gedrongen, omdat men bij zich­zelf een ontwikkeling ingezet en bij anderen heeft wakker gemaakt die hierheen leiden moet.

 

Hoe is onder ons helaas de troost der christenen bij het sterven' al niet aangevochten, zoals die beleden is in de drie formulieren van enigheid, "dat mijn ziel van stonden aan bij het sterven tot Christus haar Hoofd wordt opgenomen". En hoe is de bestrijding van die vertroostende leer der zaligheid niet de hand boven het hoofd gehouden.

Is het niet waar, dat onder ons gezegd is, ook in de Kamper Kerkbode, ja ze­ker, de bestrijding van Zondag 22 eerste gedeel­te dat is inderdaad wel bestrijding van de belijde­nis, de leringen van ds. Telder zijn inderdaad wel in strijd met de belijdenis (zo ds. G. Visee), maar laat ons toch rustig discussiëren en voortstuderen.

 

Hoe is onder ons praktisch niet gewrikt aan het Ondertekeningsforrnulier voor de predikanten als men de bestrijding van de belijdenis, ik spreek niet over een bezwaarschrift tegen een bepaald punt van de belijdenis, dat op regelmatige wijze aan de ker­kelijke vergaderingen is voorgelegd, maar als men de bestrijding van de belijdenis in het publiek de hand boven het hoofd hield. Als men zei: dat On­dertekeningsformulier voor predikanten is een "be­treurenswaardig brok bevriezing" van het echte, levende, reformatorische geloof.

Daaraan zie je dat je, zo is er onder ons gezegd, al in de nada­gen van de reformatie komt, dat er zo'n Onderte­keningsformulier komt in Dordrecht 1618/19, waar­in de predikanten vastgelegd worden op die drie for­mulieren van enigheid. Principieel is dat Onder­tekeningsformulier bestreden en practisch is het ontdoken. Daarin vertoont helaas de situatie in de Geref. Kerken van de laatste jaren een droeve over­eenkomst met de situatie van voor 1834, toen men ook het oude Ondertekeningsformulier terzijde had geschoven en men met een nieuwe ondertekenings­formule kwam, een ondertekeningsformule, waar­in, zoals ik al gezegd heb, niet de overeenstemming met de belijdenis omdat ze met Gods Woord over­eenstemt werd gevraagd, maar voor zover ze met Gods Woord overeenstemt. Tenminste: via een opzettelijk - dubbelzinnig - gehouden terminologie hield men de weg daarvoor open.

Bij die beweging van de negentiende eeuw, waar Afscheiding en Do­leantie zich tegenover opgesteld hebben, hebben de broeders van de Open brief zich aangesloten. In de loochening van de wezenlijke aard van de Vrijma­king en in zakelijke veroordeling van de Afscheiding en van de Doleantie als reformatorische bewegin­gen is men tegelijkertijd gekomen tot een kritische afstand tot de drie formulieren van enigheid. Daar ziet ge het in de feiten bevestigd, dat men geen on­derscheid maken kan: enerzijds Afscheiding, Do­leantie en Vrijmaking en anderzijds de zestiende eeuw.

En over dat "enerzijds" verschillen we dan misschien, maar over dat "anderzijds" verschil­len we niet. Want dat is niet waar. Het ging in Af­scheiding, Doleantie en Vrijmaking om die drie formulieren. En in de negatie, in de bestrijding, in de verloochening, in de diskwalificatie van wat werkelijk Afscheiding, Doleantie en Vrijmaking is geweest ziet ge tegelijkertijd baan breken een kri­tiek op het geloof, zoals de Kerk dat vanuit de Schrif­ten heeft beleden, een kritiek, waarvoor het hart huivert, omdat we komen op de baan van het zes­tiende-eeuwse libertinisme en het twintigste-eeuw­se oecumenisme.

 

Zó gaat het ons om de eenheid der gemeente. Want inderdaad, de gemeente is geen organisatie, geen vereniging, geen club waar je vrijblijvend lid van bent. Maar het is ook niet zo, dat je in de ge­meente in een concentratiekamp van mensen bent, waarin de vrijheid van de gelovigen om bij de Here als opperste Herder te blijven verspeeld zou zijn. De eenheid der gemeente is een eenheid van de ge­meente in geloof en hoop en liefde. De eenheid der gemeente is de eenheid in de Here Jezus Christus. Ook daar zijn de Schriften van het Oude en van het Nieuwe Verbond vol van.

 

Ik wijs op dat 1 Kon. 18 dat ik aangehaald heb toen ik sprak over Elia en het altaar met de twaalf stenen. Als Elia dat altaar op­gericht heeft dan schikt hij daar het offer, zo staat er in 1 Kon. 18: 36 "ten tijde van het avondoffer" . Een hele kleine aantekening, waar ik toch even uw aandacht voor vraag. Ten tijde van het avondoffer, dat is ten tijde van het avondoffer in Jeruzalem. Het gaat hem om de éénheid der gemeente, maar hij bindt die afgedoolde stammen Israëls aan wat de Here in de tèmpel doet. Hij bindt aan die schaduw­achtige eredienst en de beloften die daardoor afge­beeld worden en het heil dat daardoor geschonken wordt aan het volk. Daar ziet ge dat de eenheid, die Elia zoekt een eenheid in de waarheid is.

 

Is dat ook niet zo in Efeze 4, waar we de apostel Pau­lus hoorden spreken over de eenheid der gemeente? Ja, want daar stàat in Efeze 4 dat we één lichaam zijn, zoals er één doop is en één Heer, één God en Vader boven allen en in allen en voor allen. Maar daar staat in Efeze 4 ook in diezelfde teksten die we gelezen hebben dat die éne gemeente gekenmerkt wordt door het éne geloof. En dan zegt prof. Greij­danus, in de korte Verklaring: daarmee wordt maar niet bedoeld het geloof als" zielewerkzaamheid". Prof. Greijdanus bedoelt daarmee te zeggen: het gaat er maar niet om dat je subjectief gezien wel een gelovige bent zonder dat de vraag er toe doet wat je gelooft, maar, zegt prof. Greijdanus: het gaat om de inhoud van dat geloof, zoals dat door de Here ons geschonken is in de openbaring van de heilige Schrift.

 

Eenheid in de waarheid, eenheid bij de waarheid, eenheid bij de Waarachtige, dat is Jezus Christus en God, Die Hem gezonden heeft. Is daar het gebed dat de Here gebeden heeft in de nacht waarin Hij werd verraden niet vol van?

Als de Here bidt om de eenheid van de Zijnen dan bidt Hij toch dat ze één zullen zijn, zoals Gij, Va­der en Ik één zijn? Hij bidt maar niet om een een­heid zo zonder meer, een eenheid zo op zichzelf, maar Hij bidt om die eenheid zoals die er ook is tus­sen Hem de Gezondene en de Vader Die de Zender is.

En dan zegt Hij trouwens ook verder op, als Hij bidt voor degenen die later komen zullen, dan noemt Hij hen, die door hun, het apostolisch, woord in Mij geloven zullen. Opdat zij allen, de apostelen als het fundament met Christus als Hoeksteen en alle latere geslachten der Kerk één zijn. Dan ziet ge die eenheid weer in de apostolische en oecume­nische waarheid die de Here ons geschonken heeft verankerd, zoals Christus trouwens ook bidt: "hei­lig ze in Uw waarheid, Uw Woord is de waarheid". Daar ziet ge, wat de bede om de eenheid van Gods volk bij de Here Jezus Christus is. Hij bidt om de eenheid op die weg der waarheid.

 

Dat gebed van de Here Jezus Christus beheerst de geschiedenis van de wereld en kerk. Daarom bleef de kerk, ondanks alle aanvechting van buiten, ondanks alle moeite van binnen, uit kracht van de voorspraak van Jezus Christus reeds in de eerste eeuwen tegen alle ketterij in bij het Woord der Waarheid. Zo zijn de oecumenische belijdenisge­schriften gekomen aangaande de drie Personen van het ene goddelijke Wezen, aangaande de twee na­turen van onze Zaligmaker, de Here Jezus Christus. Omdat de voorspraak van de Here Jezus Christus krachtig was over de Zijnen alle eeuwen door, want Hij bidt voor de Zijnen, daarom is in de zes­tiende eeuw een wederkeer gegeven tot die oecu­menische belijdenis, daarom is hier in Nederland uit de voorspraak van de Here Jezus Christus, die kracht verkregen heeft uit Zijn offerande voor ons, eveneens in de negentiende en in de twintigste eeuw de weg terug gevonden, de weg terug naar de waar­heid der Schriften, de weg terug in de geloofsverbondenheid met de vaders die ons voorgingen in de eerste eeuwen en in de zestiende eeuw.

Daarom, omdat de voorspraak van de Here Jezus Christus krachtig was over Zijn volk in Nederland, is er een Vrijmaking gekomen in een hongerjaar en heeft de Here de Zijnen teruggevoerd en gehouden bij die oecumenische, die waarachtige oecumenische belij­denis. Zouden wij de voorspraak van de Here Jezus Christus, zoals die gezegd is in de nacht, waarin Hij verraden werd, zouden wij die achter de hori­zon weg laten drukken voor ons geloofsoog, door die Vrijmaking een "twist", een "vete" te noemen onder broeders van één en hetzelfde huis? Want die voorspraak van de Here Jezus Christus heeft de eeuwen door de kerk gehouden bij de eenheid.

 

En als er dan broeders komen die zeggen: dat is een "historisch fundament", die drie formulieren van enigheid en het is de vraag nog maar, het is een open vraag of dat samenvalt met de grondslag van de heilige, algemene christelijke kerk (het staat zo letterlijk in de Open brief te lezen) en zo, onder die vraagstelling worden we weggeroepen naar het niveau van de wereldkerk, dan is dat een nieuwe weg, een vreemde weg. Het is niet de weg van de Here Jezus Christus, het is niet de weg van de re­formatie van de zestiende eeuwen van de Afschei­ding, de Doleantie en de Vrijmaking van de negen­tiende en de twintigste eeuw. Het is de nieuwe weg van het vlees, het vlees dat rebelleert tegen de voorsprekende Heiland, Christus Jezus, Wiens voorspraak machtig is over Zijn volk van alle tij­den, omdat er een offer op Golgotha is gebracht.

 

Daarom, als het gaat om de Open brief en de een­heid van de gemeente, dan zeg ik, ziende op de in­houd van de Open brief: voor zover het in de macht van mensen ligt, die verbrijzelt de eenheid van de gemeente. Die slaat de eenheid van de gemeente stuk. En wie zijn wij?

Maar de voorspraak van de He­re Jezus Christus ook over de kerk zoals we die ken­nen in de vrijgemaakte kerken in Nederland, de vrijgemaakte gemeente van Kampen, de voorspraak van de Here Jezus is er. Daar blijft maar één ding over als wij met zoveel macht, met zoveel kracht weggeroepen worden van de weg der waarheid: niet steunen op wat in ons is, maar pleiten op Gods ont­ferming in deze Heiland Christus Jezus, ook als alles wat voor ogen is tegen schijnt te zijn, pleiten op deze voorspraak van de Here Jezus Christus voor. Zijn gemeente. Want we blijven niet bij elkaar uit kracht van onze flinkheid, uit kracht van onze tactiek, uit kracht van nu nog éven een handige tegen­zet doen en dan houden we de boel bij elkaar. We blijven alleen één als we blijven onder het dak, het beschermende dak van de voorspraak van Christus Jezus: dat we blijven bij de waarheid.

Dan wordt gena van waarheid blij ontmoet;

de vrede met een kus van 't recht gegroet.

Dan, zal de Heer voor de gemeente van Kampen en voor de vrijgemaakte ker­ken,

ons 't goede weer doen zien,

maar dat goede dat is dat we blijven bij het geloof, dat de heiligen overgeleverd is,

ook in deze laatste tijd.

 


NOTEN

[1] Versie van de antithese en een sterke oriëntatie op voorgegeven structuren in de schepping. Dit gedachtegoed ontplooide zich organisatorisch op tal van terreinen: dat van de christelijke politiek (Antirevolutionaire partij), de christelijk-sociale beweging, het onderwijs, de theologie (Klaas Schilder, Gerrit Cornelis Berkouwer) en de filosofie (reformatorische wijsbegeerte). De moderne, bevindelijk-gereformeerde  en door Karl Barth geïnspireerde critici van de ‘neogereformeerden’, beklemtoonden het rationele en activistische karakter van neocalvinisme en de afstand tot de theologie van Johannes Calvijn.

Het neocalvinisme kende een dynamisch begin. Daarop volgden in de eerste helft van de twintigste eeuw bloei en uitbouw van de beweging tot in Noord-Amerika en Zuid-Afrika. Tegelijk traden in de jaren twintig en dertig consolidatie en verstarring op. De jaren vijftig en zestig kenmerkten zich door de ontmanteling van het neocalvinisme onder invloed van de vrijmaking, de theologie van Barth, het moderne bijbelonderzoek en de ontzuiling. Gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw bleef het neocalvinisme invloedrijk in christelijk Nederland, al hield de gedachte van de antithese stand binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de aan deze kerk gekoppelde organisaties zoals het Gereformeerd Politiek Verbond van, Nederlands Dagblad en het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond. In de jaren negentig werden deze organisaties echter ook opengesteld voor andere christenen.

Auteur: Koert van Bekkum uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)