Ethiek

In de pers

Signalen

Zie voor nadere gegevens hierboven Nieuwe artikelen


Drie annonceringen

11 mei LOGOS

'Is de Bijbel betrouwbaar?'
Programma over schepping en evolutie.

10.00 - 16.15 uur
Apeldoorn, GKv kerkgebouw De Voorhof
Gijsbertgaarde 101


23 mei Informatieavond Mariënberg
Spreker: Ds. H.W. van Egmond
'Gereformeerd zijn is dynamisch'

20.00 uur Sionskerk, Oudeweg 22, Mariënberg

5 juni Informatieavond Zwolle
Spreker: Ds. E. Heres, DGK Dalfsen
'De kerk van Christus is katholiek'

20.00 uur De Hoeksteen, Scheldelaan 141, Zwolle

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Flits 17 - De wet en de was

D.J. Bolt
24-03-06

FLITSEN

-17- De wet en de was

In Flits 14 (" Geslaagd" ) ging ik in op een artikel van ds. C.S. Alderliesten in de gereformeerde kerkbode van het Noorden. Het artikel (" Wat een rust?" ) handelde over de betekenis van het vierde gebod voor onze tijd.

Ds. Alderliesten deelde ons mee weinig behoefte te voelen om een reactie hierop te geven. Wel stelt hij twee vragen waarop hij graag antwoord wil hebben. De vragen zijn:

1. Of wij een inhoudelijke reactie willen geven en daarin aangeven wat volgens ons mis is met zijn artikel.
2. Hoe komt het dat hij het gevoel krijgt dat wij zijn artikel verwerpen omdat er anders geen reden meer zou zijn voor vermaan van de 'reizende zuster'. Beginnen we niet aan de verkeerde kant? Moeten we niet bij de Bijbel beginnen?

Ik ben blij dat u, ds. Alderliesten, deze vragen stelt. Het geeft de gelegenheid wat dieper op de zaken in te gaan. Wel hebben we hier inmiddels uitvoerig over gepubliceerd en dat u ook persoonlijk gemaild. We noemen de volgende artikelen/documenten:

- Brief aan de Generale Synode 1, 2 en 3, rubriek Ethiek.
- Kleine catechismus en vierde gebod, rubriek Ethiek.
- Woorden op het werk, rubriek Ethiek.
- Een RUSTige dag op http://www.gereformeerdblijven.nl: rubriek Artikelen, Rustige dag.

Maar het is een goede zaak om op de aangegeven punten nogeens nadrukkelijk in te gaan.
Vraag 1: Welke rust?
Ik heb in Flits 16 uw redeneertrant m.b.t. de rust van het vierde gebod als volgt weergegeven:

- Het vierde gebod gaat over de sabbat.
- Die sabbat, rustdag, is een teken.
- Het teken verwijst naar de komende rust.
- Die rust heeft Jezus gebracht.
- Het teken is dus vervallen.
- Dus is er geen speciale rustdag meer.

U zegt dan: Rusten doen we door Jezus "op te zoeken. Door aan Zijn voeten te liggen. Door bij Hem uit te blazen." Dat rusten doe je "als je de was staat op te hangen; ook als je in de auto het land door rijdt; ook als je weer eens wakker ligt."
Zonde tegen het vierde gebod is niet dat je de rustdag niet houdt maar dat "je de Geest van Jezus niet in je laat werken" .
Kortom, geen rustdag meer, geen zondag als een "verplaatste sabbat".
Zo rusten wij nu dus "7 dagen van de week. 24 uren per dag" in onze 7x24 uurs economie. En is er geen "dan-zult-gij-geen-werk-doen-dag meer nodig. Elke dag is het zondag bij wijze van spreken. Zo vatte ik uw mening samen.

Mijn conclusie hieruit is dat wij voor wat betreft de 'gewone' rust, dus het niet-werken op de rustdag, geen boodschap meer aan het vierde gebod hebben. Dat gebod gaat in onze tijd niet meer over 'niet-werken-op-zondag'. Want het vierde gebod is immers vervuld in Christus? Zo kun je de was-ophangen-op-zondag combineren met rusten.

Ik verwerp deze gedachtengang.
Voor de 'gewone' menselijke rust op de zondag houd ik vast aan de 'gewone' geldigheid van het 'concrete' vierde gebod. Niet uit judaïstische ijver of om daar maar iets mee bij te dragen aan onze verlossing. Maar wel omdat ik Gods universele wet hooghoud en respecteer. En beducht ben voor afwijking van wat Hij gebiedt.[1]
Daarom wil ik het vierde gebod blijven gehoorzamen in zijn gewone alledaagse concreetheid en óók in de diepere betekenis.
Het blijvende teken
Ja, óók in dat laatste. Want wij delen met u de verwondering en vreugde over de rust die Jezus Christus ons heeft gebracht. Dat is de diepere betekenis van het vierde gebod en een geweldige rijkdom.
Daarvan vertelt Hebreeën 4.
Er komt een dag dat we die rust voor eeuwig zullen genieten. Rust, niet in de zin van eeuwig luieren, integendeel. We zullen de rust gebruiken tot uitbundige glorie van God, de Drie-enige. En de rust genieten van het met rust gelaten worden door de duivel, de wereld en ons eigen vlees. Die kwellingen zullen verleden tijd zijn als vrucht van Christus' verlossing.
Rust van onze 'boze werken'. We ervaren daarvan in Christus' kracht nu al iets. Wat kun je verlangen naar de volmaakte rust! Maar pas met ons sterven, of als de Here eerder terugkomt, zal het volmaakte werkelijkheid worden.
Op dit punt verschil ik niet met u, vermoed ik.

Maar het moet de aandacht hebben dat de sabbat van het vierde gebod een eeuwig teken[1] van het verbond tussen de Here en Israël wordt genoemd met als motief dat de Schepper op de zevende dag het werk heeft neergelegd en gerust.[2] De Here herinnert daar hoogst persoonlijk aan in de ballingschap: "Ik (gaf) hun mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de HERE, hen heilig." [3] En ook: "Heiligt mijn sabbatten, dan zullen deze een teken zijn tussen Mij en u, opdat gij weet, dat Ik, de HERE, uw God ben." [4]

Hebr.4 legt opnieuw het verband tussen het rusten van de Schepper, de sabbat(srust) en de rust die nog te wachten staat. Wat betekent dat voor het eeuwig (sabbats)teken van Gods verbond? We kunnen het niet beter zeggen dan met het volgende citaat:[5]

" Holwerda vertaalt Heb. 4:9 zo: ?Dus staat Gods volk nog een rust-na-gedane-arbeid te wachten.? De schrijver vult de inhoud van het begrip ?rust? vanuit wat hij in vers 4 betoogde en vervangt katapausis door sabbatismos, d.i. de rust-na-zes-dagen-arbeid (Holwerda, 29). De rust die in Heb. 4 beloofd wordt, is dus te vergelijken met de sabbatsrust zoals Israël die in het Oude verbond kende. Vaak wordt die rust eschatologisch opgevat, de rust van de nieuwe aarde.
In de presbyteriaanse traditie wordt een uitleg verdedigd waarin het woord sabbatismos als sabbatsrust naar het vierde gebod opgevat wordt. Dan zou Heb. 4:9 een getuigenis zijn voor een blijvende plaats van het teken van de sabbat, overgegaan in de werkelijkheid van het Nieuwe verbond. De zondag, de christelijke sabbat, zou dan nu het téken zijn van de werkelijkheid die we in Christus? komst verwachten. Zoals Israël in de woestijn de rust van het beloofde land verwachtte, zo kijkt de kerk in haar woestijnsituatie uit naar Christus? weerkomst. De kerk heeft het teken van de beloofde rust, heenwijzend naar de vervulling, blijvend nodig. Een belangrijk argument in deze uitleg is dat vers 10 het motief noemt van Gods voltooiing van de schepping, zoals dat altijd aan het vierde gebod verbonden is (vgl. ook 4:3). ?Want wie tot zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de zijne.? Ook dat ziet op de toekomst: de rust van de geloofswerken uit de woestijntijd van de kerk. Het wekelijkse teken kan niet gemist worden (Gaffin)." (cursief DJB)

Amen, dat geloof en belijd ik.
Daarom blijf ik er voor strijden de sabbat van het vierde gebod met zijn teken te behouden. We hebben het nodig om eraan herinnerd te blijven dat de volmaakte rust niet híer gevonden wordt maar élders. Door een monument-teken[6] dat ons voortdurend herinnert aan de rust in Jezus Christus. Dat expliciet en zichtbaar de wereld om ons heen confronteert met de rust die christenen zoeken, vinden én verwachten.
Zonder dat teken kunnen wij niet.
Én het is ook niet goed voor die wereld.

Scheppingsinstelling
Wat ik heel erg mis in uw artikel is een bespreking van de relatie tussen vierde gebod en schepping. Het vierde gebod verwijst toch naar de instelling bij de schepping? Als je wilt spreken over rust en vierde gebod dan kan en mag dat element toch niet buiten de bespreking blijven? Nu wekt u de indruk dat dit een achterhaalde zaak is, niet waard om het bij de rust te betrekken. Vervuld is vervallen. En dat 'dus' het vierde gebod voor de 'gewone' rust, het rusten van het dagelijks werk op de rustdag, niets meer te zeggen heeft.
Misschien mag ík nu zo vrij zijn om u de vraag te stellen: Waarom laat u deze belangrijke schriftuurlijke schepping-vierde gebod relatie liggen? En betrekt u die niet bij wasophangen, autorijden en slapeloosheid?

Op dit moment ga ik niet nader op dit essentiële punt in maar wacht eerst uw antwoord af. Wel wil ik een voorbeeld geven vanuit gereformeerd denken en spreken in de praktijk waaruit kan blijken hoe wij nog niet zo lang geleden in onze samenleving onbekommerd en publiek spraken over de eis van het vierde gebod voor de zondagsrust.

In het kamerdebat op 5 juli 1990 over de invoering van STER-reclame op zondag zei E. van Middelkoop (toen GPV-er, nu lid van de Eerste Kamer voor de CU):
" Wat echter wel essentieel is, is het respecteren van Gods gebod voor de zondagsrust, een gebod dat ook publieke betekenis heeft. Respecteren van dat gebod mag (?) ons onder meer aanzetten tot een reclamevrij houden van de omroep op zondag."

Maar inmiddels wordt zo'n directe relatie tussen vierde gebod en zondagsrust ontkend door onze kerken in haar synoden. Uw artikel is in mijn ogen er een voorbeeld van hoe dat doorwerkt en nu de gemeenten in wordt gedragen. Op een schokkende wijze werd ik daar afgelopen zondag ook op een andere manier mee geconfronteerd in onze eredienst. Een predikant las niet meer de wet van de Here maar een eigen interpretatie van ds. B. Luiten. Die luidde:

" Vier de dag van Jezus' opstanding als de dag van verlossing en blijdschap. Leef uit de zondag al de dagen van de week."

Mooie woorden met veel waarheidsgehalte, maar er zijn wel essentiële elementen uit het vierde gebod weggepopulariseerd. Het geeft mij grote geestelijke (en liturgische) moeite dat zo de wet van God die Hij met eigen vinger schreef vervangen wordt door een surrogaat uit de duim van Luiten.
Vraag 2: Begin ik aan de verkeerde kant?
U krijgt het gevoel dat ik uw artikel verwerp omdat er anders geen reden meer voor mij zou zijn om de zuster te vermanen. En ík zo de zaak verkeerd aanvlieg.
Inmiddels kunt u uit het bovenstaande al begrepen hebben dat dat een misverstand is. Want ik wil juist beginnen bij de Schrift. Zelfs al bij Genesis 1 en 2. En dan Ex. 20 en Deut. 5 daarbij betrekken zoals de Bijbel daarin zelf ons voorgaat. Vervolgens doorgaan naar het Nieuwe Testament. Overwegen wat de vervulling door Christus van de wet en de betekenis daarvan is zoals die b.v. in Hebr. 4 aan de orde komt. Daarvan heb ik uitgebreid rekenschap gegeven in publicaties waarnaar ik hierboven al heb verwezen.

Ik ontken niet dat er in ons maatschappelijk leven grote problemen gerezen zijn doordat onze verwereldlijkende samenleving hoe langer hoe minder boodschap heeft aan Gods wet. En dat broeders en zusters daardoor in grote problemen kunnen komen. De Schrift openbaart ons dat het nog veel erger zal worden zodat we als christenen zelfs niet meer zullen kunnen kopen en verkopen.[7] Zover is het op dit moment nog niet. Het is nu zelfs nog mogelijk gebruik te maken van een wet die het recht geeft om zondagsarbeid op principiële gronden te weigeren!
Maar waar het mij omgaat is dat we niet 'de wet moeten verzetten' omdat de samenleving seculariseert. En dat is m.i. wel gebeurd.

En zo zou ik vanuit het Woord ook die zuster willen vermanen. Haar vragen of ze wel beseft dat haar gedrag op de rustdag niet in overeenstemming is met het heiligen én rusten dat het vierde gebod ons voorhoudt.
Om uw voorbeeld aan te halen, bij onze waslijn rusten we óók in Christus. Zeker.
Echter de was wordt bij ons pas 's maandags opgehangen en uiterlijk 's zaterdags er weer afgehaald.

Maar misschien heb ik ú nu verkeerd begrepen en hangt er op zondag ook bij u geen was aan de lijn. Omdat u eveneens het "dan-zult-u-geen-werk-doen" respecteert.


[1] We gaan hier voorbij aan het wat flauwe argument in de deputatenpublicatie (de negen artikeltjes) dat eeuwig in het OT ook wel eens wat anders betekent: "cf. het wassen van handen (Ex. 30:21)."


[1] Dr. R. Dean Anderson, Spindle Works op www.spindleworks.com, Gedenk de sabbatdag, p4 (October 2004): "Het veronachtzamen van de sabbatdag (en daaronder vallen ook de erediensten) is voor ons geloofsleven erg gevaarlijk. De Here toornt zich daaraan (bedoeld zal zijn: toornt daarover, djb) net zo hevig als aan (over, djb) een moordenaar (die ook de doodstraf krijgt)."

[2] Ex. 31:13, 17

[3] Ez. 20:12.

[4] Ez. 20:20.

[5] Deputatenrapport 'Zondag, HEERlijke dag', p42.

[6] Uitdrukking geleend van wijlen ds. B. van Zuijlekom in een preek over HC 38: Het Sabbatsgebod en de heiliging van ons leven.

[7] Openb. 13:17.