Ethiek

Uit de kerken

Nieuwe artikelen
Signalen



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

CGK kroniek – 5.3

D.J. Bolt

10-01-26

 

De christelijke gereformeerde synode is er het afgelopen jaar ondanks intensieve pogingen en vele vergaderingen niet in geslaagd een uitweg te vinden uit de grote verdeeldheid in de CGK. Zij gaf daarom haar opdracht terug aan de kerken zonder een roepende kerk aan te wijzen voor een nieuwe synode.

Echter Deputaten Vertegenwoordiging, bestaande uit de leden van het voormalige synodemoderamen, werden in een kort geding voor de rechter gedaagd door de CGK Petrusgemeente uit Broeksterwoude om dat alsnog wel te doen. Op 25 september deed de rechter uitspraak. Volgens de advocaat van Deputaten Vertegenwoordiging mr. dr. P.T. Pel is

 

'wat de rechter onmiskenbaar heeft beoogd, het voorkomen van de door hem benoemde vechtscheiding. ’Mensen, regel dit met elkaar.’'

 

En voorts

 

'De rechter heeft juridisch gezien bij vonnis alle eisen van CGK Broeksterwoude Petrus afgewezen. De gevraagde voorzieningen zijn geweigerd. Er is geen veroordeling uitgesproken tegen de synode, nog daargelaten of dat juridisch gekund zou hebben.'[1]

 

Deputaten Vertegenwoordiging hebben vervolgens 'om verdere juridisering te voorkomen' - dus een nieuwe rechtszaak (bodemprocedure) -, alsnog een roepende kerk aangewezen: CGK Hoogeveen. Daarna is het grootste deel van de deputaten afgetreden gezien hun grote innerlijke moeite die deze gang van zaken voor hen met zich mee bracht.

 

Op 26 december 2025 deed journalist H. Meijer in het ND verslag (aangepast 06-01-26) van een interview dat hij heeft gehad met de betrokken kort gedingrechter: D. Vergunst. We laten hieronder het deel van het interview volgen dat betrekking heeft op de CGK en het vonnis, en laten dus allerlei persoonlijke zaken van rechter en interviewer weg. Hier en daar plaatsen we ingesprongen wat commentaar.

Die titel is van het ND.

 


 

Dirk Vergunst was rechter in de ‘CGK-zaak’. ‘Als er beweging is in de kerk, doe dan niet zo rechtlijnig’

 

Interview

 

 

Een kerkscheuring is 'traumatisch'. Vergunst vergelijkt het met echtscheidingszaken. ‘Dan heb je dertig jaar bij elkaar in bed gelegen en eindigt het in haat en nijd. Arme kinderen!’

Zijn advies is in de CGK zaak is: 'Als een kerkscheuring niet meer af te wenden is, zorg er dan in elk geval voor dat het niet op een kerkelijk conflict uitdraait'. Of, zoals hij in zijn vonnis schreef: ‘Ook in kerken kan een door ieder betreurd scheidingsproces uitmonden in een nare vechtscheiding bij de rechter. Met alle pijn en ellende die daarvan de gevolgen zijn.’

 

Met het einde van het jaar in zicht blikt hij terug op deze opvallende zaak. ‘Dat advies kwam recht uit mijn hart’, zegt hij. ‘Bedenk dat de ander niet ineens een ongelovige heiden is geworden. Je hebt samen aan dezelfde avondmaalstafel gezeten om de dood des Heeren te gedenken en nu lig je op ramkoers. Dat kan toch niet, jongens?’

 

U bent lid van een Gereformeerde Gemeente. Zag u dit CGK-kort geding op de agenda staan en zei u: dat is er echt een voor mij?

‘Nee, zo werkt dat echt niet. Ik ben natuurlijk een refo, dat weet iedereen. En dan zou je kunnen denken dat het logisch is dat ze hier zeggen: zet die maar op naam van Dirk. Maar nee, kort gedingen worden verdeeld op basis van beschikbaarheid in het rooster. Rechters hebben daar zelf geen invloed op. Het was een toevalstreffer en zo hoort het ook. Al had ik liever gezien dat de kerk dit probleem zelf had opgelost.’

 

Is het echt wel verstandig om als 'refo' deze zaak te behandelen? Broeksterwoude vroeg expliciet de wereldlijke rechter om een onafhankelijke uitspraak. Even afgezien of die gang verantwoord is naar de Schrift - is de kans niet groot dat de behandeling toch in enige mate partijdig zal zijn? Want wat zijn de persoonlijke overtuigingen van deze rechter op de onderhavige strijdpunten vanuit zijn geloofs- en kerkelijke achtergrond.
Dat zal nog blijken.

 

Wat vindt u ervan dat zo’n kerkelijke zaak voor de burgerlijke rechter komt? De advocaat van het synodebestuur zei: de rechter is geen scheidsrechter in intern-kerkelijke geschillen. En een dominee uit de behoudende hoek haalde er de bijbeltekst uit 1 Korintiërs 6 bij, dat je rechtsgeschillen niet voor de ongelovigen mag brengen. 

‘Dan had-ie geluk, want zo ongelovig ben ik niet, haha. Nee, serieus, dat is een uitvergroting van zo’n bijbeltekst. De kerk - dat staat ook in de geloofsbelijdenis - erkent de overheid. En ik hoor bij de overheid. De kerk heeft wel degelijk te luisteren naar wat de rechter zegt over de wijze waarop zij zélf met hun eigen afspraken omgaan.

Het kerkverband bestaat gewoon nog en de synode handelde in strijd met het eigen statuut door geen nieuwe roepende kerk aan te wijzen. Dat besluit was ongeldig. Dus heb ik tijdens de zitting geadviseerd alsnog te doen wat de synode had moeten doen. Dat heeft het voormalige synodebestuur vervolgens ook gedaan.’

 

Goed, je kunt constateren dat de synode op dit punt niet formeel art. 50 KO heeft gevolgd en dat veroordelen. Maar nu is voor ons de prangende vraag: Mag en kan een rechter vervolgens een niet meer bestaande synode willen dwingen alsnog een genomen besluit te vervangen door een tegengesteld besluit? En behoorde het überhaupt tot de bevoegdheid van Deputaten Vertegenwoordiging om een roepende kerk aan te wijzen?

Ter vergelijking, kunnen ontevreden erfgenamen het testament waarvan de inhoud met hun instemming van hun vertegenwoordiging werd vastgesteld, na het overlijden van de erflater alsnog naar hun zin aanpassen...?
Het is niet ondenkbaar dat de (on)wettigheid van al dit handelen een grote rol kan gaan spelen als er meer kwesties komen m.b.t. 'wie is wat?' en 'wat is van wie?'.


Nog een punt in dit verband. Er wordt dus geëist artikel 50 KO strikt na te leven, ook al waren en zijn er belangrijke redenen in een vastgelopen synode om dat t.a.v. 'roepende kerk' niet te doen.
Maar hetzelfde artikel bepaalt ook dat de synode deputaten aanstelt en benoemd (zie bijlage). En het is voor zover wij weten niet geoorloofd buiten een synode om nieuwe leden aan een deputaatschap toe te voegen of te vervangen. En precies dat is wel gebeurd met het Deputaatschap Vertegenwoordiging. Vier afgetreden deputaten werden door vier nieuwe vervangen (door wie?, door de enig overgeblevene?).

Trouwens niet alleen met dit deputaatschap, iets soortgelijks gebeurde met het deputaatschap Kerkorde en Kerkrecht: maar liefst 5 van de 8 deputaten zijn kortgeleden vervangen buiten een synode om!

 

Daarmee overrulede u de synode. Heeft de rechter meer te zeggen dan een synode? 

‘Nou, nee, het enige wat ik gedaan heb, is erop wijzen dat de synode een verplichting had die ze moest nakomen. Afspraak is afspraak in dit koninkrijk. En ook in de Bijbel, toch?’

 

'Afspraak is afspraak', heel goed. Maar gelijke monniken gelijke kappen: dan ook houden aan art. 31 KO:

 

'De besluiten van de vergaderingen worden genomen na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen. Wat bij meerderheid van stemmen uitgesproken is, zal voor vast en bondig worden gehouden, tenzij bewezen wordt, dat dit in strijd is met het Woord van God, de belijdenis of de kerkorde of dat de kerkelijke vergadering in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen.
(…)'

 

Het ontstaan en de kern van de problemen in de CGK is dat men zich niet hield en houdt aan dit fundamentele artikel van het kerkverband.

 

De behoudende kant noemt uw vonnis nietig, omdat de synode anders had besloten. 

‘Ik heb die regels niet gemaakt. De synode heeft iets gedaan wat volgens het kerkelijke recht niet mag. Daar heb ik de vinger bij gelegd.’

 

Maar ziet deze rechter werkelijk niet dat het probleem dáár ligt waar kerken zich niet houden aan besluiten en afspraken? En daarmee fundamenteel het kerkverband ondermijnen zodat de synode ten langen leste inderdaad moest zeggen: 'Zo kunnen wij niet verder, kerken!'.

 

Het zal de CGK niet redden. Het behoudende deel heeft eind november een eigen kerkvergadering uitgeroepen en ziet de synode die op uw advies wordt georganiseerd, als de vergadering voor ‘links’. 

‘Ja, ik heb het gelezen - het is een beetje een linke stap. Het is de vraag of je jezelf de voortzetting van de CGK mag noemen, wanneer je uit de structuur van de kerk stapt.’

 

Het is voor ons verbazingwekkend, deze rechter-lijke reactie op de journalistenvraag. Heeft Vergunst zich wel echt op de hoogte gesteld van de situatie en zich in de documenten verdiept? Immers, het zijn juist de broeders van dat 'behoudende deel' dat 'gewoon' christelijk gereformeerd wil blijven. Zich houdend aan de aloude viervoudige grondslag van het kerkverband en dat voortzetten met elke kerk die dat ook wil.

 

Dat deel van de kerken zegt juist: wij willen CGK blijven zoals we altijd zijn geweest. 

‘Ik snap hun ligging heel goed. Toch zou ik tegen die kerken willen zeggen: wees voorzichtig. Want als er discussies over kerkelijke goederen komen en de andere partij gaat het hard spelen, dan zou je weleens bedrogen kunnen uitkomen. Ik vind het niet verstandig, want het is veel te complex om zo zwart-wit te redeneren. En wat let hen nu om toch op die synode te komen en dáár de fundamentele vraag te stellen of het onaanvaardbaar is dat gemeenten vrouwelijke ambtsdragers benoemen? Feitelijk gaat het natuurlijk om een leergeschil. Waarbij de een zegt: ‘We kunnen toch niet van Gods Woord afwijken?’, terwijl de ander zegt: ‘Maar die ruimte ligt toch in het Woord?’.’

 

De interviewer heeft, gezien zijn vraag, de kern wél begrepen. Maar Vergunst ontwijkt het kardinale punt door de beantwoording weg te buigen in de richting van strijd over materiële zaken. Hij lijkt niet te willen weten dat die 'fundamentele vraag', vragen van vrouw-in-ambt en homoseksuele relaties al beantwoord werden op verschillende synodes. Dat de laatste synode zelfs die gemeenten die daartoe over zijn gegaan opriep daarvan terug te keren. Echter niemand dus, integendeel, nog tijdens de zitting van deze synode ging men 'vrolijk' door met te handelen in strijd met de synodebesluiten rond genomen punten[2].


Eigenlijk voel je hier al: het punt vrouw-in-ambt is voor Vergunst geaccepteerd, 'moet kunnen' op basis van de moderne culturele Schriftuitleg van Paulus' vermeend verbod[3]. En gemakshalve vergeet hij maar even het minstens zo belangrijke punt van homorelaties waarmee de fundamentele scheppingsdaad 'mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen' in geding is.  

 

Het is bijna een klassieke opmaat naar een kerkelijke breuk. 

‘Ja, je ziet de worsteling plaatsvinden in zo’n kerkverband: wat moeten we hiermee aan? Want als je zegt: ‘vrouw en ambt’ is vrije stof, dan haakt het ene deel af. En zeg je: ‘vrouw en ambt kan echt niet’, dan gooi je het andere deel eruit. Dat is een verschrikkelijk dilemma. En toen heeft de synode de handdoek in de ring gegooid, want ja, ze wisten het blijkbaar ook niet meer.’

 

Een stukje venijn

De synode had kunnen besluiten dat gemeenten die tegen de besluiten in vrouwelijke ambtsdragers benoemen, zich daarmee onttrekken aan het kerkverband, óf dat verschillen op dit punt legitiem en dus acceptabel zijn. 


Ja, de synode had dat kunnen besluiten. Maar deze vergadering heeft een andere weg gekozen namelijk haar opdracht aan de kerken terug te geven en deze te laten kiezen: 'Wat wilt u: samen verder waarbij ieder zich houdt aan gezamenlijk genomen besluiten óf een kerkverband waarin ieder zijn eigen weg gaat en autonoom zijn opvattingen praktiseert?' Ieder zal moeten kiezen: gereformeerd-blijven volgens de Schrift en de eeuwenoude belijdenis óf meegaan met de moderne cultuur.

 

....

 


 

Het interview gaat nog verder maar levert geen nieuwe gezichtspunten op m.b.t. de strijd in de CGK. We laten het daarom bij dit gedeelte.

 

We hebben ons afgevraagd wat CGK Broeksterwoude bezielde om de wereldlijke rechter in te schakelen. En wat CGK Hasselt in classis Zwolle kennelijk voorbereidt. Is dit de methode om met elkaar om te gaan? Is het juist niet dit waarvoor Paulus waarschuwde in 1Kor. 6? Of telt dat niet meer zoals Vergunst het weglachte, zie boven?

Als dit toch 'gereformeerde kerkstijl 2026' dan had een CGK X, vergelijkbaar met Broeksterwoude kunnen handelen. Dus een rechter inschakelen om ongehoorzame kerken te dwingen ofwel vrouwen uit haar ambt te ontslaan of ongehoorzame gemeente uit het kerkverband te verwijderen.

Bizar toch?

 

Bijlage excerpt artikel 50 KO

 

Art. 50 regelt in onderdeel 13 vacatures in deputaatschappen. We laten het hier in extenso volgen.

 

13. De deputaatschappen zijn verplicht voor elke vacature, die al dan niet volgens de in hun instructie vastgelegde orde van aftreden in hun deputaatschap ontstaat, een voorstel voor vervulling daarvan (bij voorkeur via een tweetal) bij het moderamen in te dienen. Deze voordracht dient uiterlijk aan het begin van de eerste volle zittingsweek bij het moderamen middels een afzonderlijk schrijven ingediend te worden. Bij de voordracht zal gerekend worden met de voorwaarde dat de genoemde kandidaat, indien het een predikant betreft, minimaal drie jaar in het ambt staat. Ook zullen deputaten zich ervan vergewissen dat de kandidaat lid in volle rechten van een plaatselijke Chr. Geref. kerk is. De synode heeft het recht in alle gevallen waarbij het gaat om benoeming van personen een voorstel tot wijziging of aanvulling in te dienen. De zittingsduur van een deputaat blijft, afhankelijk van de aard en de omvang van het deputaatschap, beperkt tot 9, 12 of 15 jaar (1992).

 

NOTEN

[1] Zie CGK – het kerkverband in geding, click hier.

[2] Zie CGK, lichtpuntje? - 1, click hier.

[3] 1Tim.2:12-15. Zie het artikel MV in Assen 2, click hier.
Verder op in het interview zegt hij om.: 'Paulus vraagt de christenen niet te veel af te wijken van de Romeinse omgeving. Als de vrouw in die samenleving een ondergeschikte rol behoort te spelen, ga dan niet als jonge kerk een vrouw op de preekstoel zetten. Vandaag is het precies omgekeerd. Je stoot buitenstaanders af, terwijl dit beslist niet de kern is van ons geloof.’