Ethiek

Rond de Schrift

Nieuwe artikelen
Signalen



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Magiers uit het Noorden

 

D.J. Bolt

13-12-25

 

Het is winter (nou ja) en daarom hebben de vogels wat extra ondersteuning nodig. We gingen naar een groot tuincentrum, Tuindorama in Drachten dat normaliter rijkelijk voorzien is van spullen voor de tuin en kochten een vogelhuisje om onze vogelvriendjes te voederen.

Ongelooflijk, hoewel nog begin december, was het hele centrum verbouwd tot wat men zelf noemt 'kerstparadijs'. Duizenden lichtjes twinkelden als sterren tussen de takken van honderden kerstbomen. Langs een doolhof van paadjes ontmoetten we 'ijsberen', een 'rendier', een 'wolf', een 'buffel', een locomotief en een 'gnoom', een 'kerstkabouter als beschermgeest van huizen en tuinen'. En natuurlijk, de kerstman waarbij je je een lilliputter voelt.  
Half verblind door het felle geflikker van de sfeerverlichting vonden we tenslotte na verkeerde afslagen en doodlopende paadjes de uitgang naar de kassa en konden we onze spullen afrekenen. En kregen ook nog een gratis bijzonder cadeautje!: een prachtig geïllustreerd boekje getiteld 'Het geheim van Kerst', met als ondertitel 'Een magisch verhaal van Tuindorado'.
Natuurlijk namen we dat met beide handen dankbaar aan. Zou het centrum met zijn stralende lichtjes ook het Evangelie aan de mens proberen te brengen?

 

Het voert te ver om het verhaal van 61 pagina's, vooral bedoeld voor kinderen (hoewel?), op de voet na te vertellen. Maar laten we een poging doen om de essentie én 'blijde boodschap' ervan kort weer te geven. Nu al maken we de lezer attent op de vele al dan niet expliciete associaties met het E(!)vangelie dat te vinden is in het tweede hoofdstuk van Mattheüs: de Magiers (of wijzen) uit het Oosten.
Een samenvatting.

***

Het buurmeisje van het tuincentrum, Sterre, ontdekte op een nacht iets bijzonders: ze zag 'een groene schim' in het kerstbomenbos van het centrum. Midden in de volgende nacht sloop ze er toe en via een losse nooddeur ging ze naar binnen.

Asjemenou! De pluchen ijsberen, overdag stokstijf stilstaand, renden nu door de ruimte. En niet alleen zij, ook al die andere beesten waren vrolijk in de weer. Daarnaast ontwaarde Sterre talloze kleine schimmen, elfjes, tussen de takken dansend.

Opeens zag ze de groene schim, de grote groene Kerstman. Hij probeerde zich te verbergen maar Sterre had hem in de gaten! 'Hallo, zei hij tegen Sterre, ja, ik weet wie je bent, ik weet wie alle kinderen zijn'.  

Het meisje wilde weten waarom de Kerstman niet gezien wilde worden. Nou, zei hij, ik ben hier 'om te helpen de échte kerstmagie te verspreiden'. Daar werken wij 's nachts aan en als dan overdag de mensen komen nemen zij die magie mee naar huis. 'Het gaat om het gevoel, om de warmte, om de magie die mensen in hun hart voelen'. Zo laten wij 'kerstballen perfect glanzen', meten we bijvoorbeeld 'de perfecte afstand tussen de takken van showbomen'. Enzovoort, enzovoort.

Het was het 'wonderbaarlijkste' dat Sterre ooit had gezien…'.

 

Maar plotseling kwam daar meneer Grommers, de schoonmaker, het centrum binnen. Alles vloog naar zijn plaats en stond weer roerloos stokstijfelijk. Het werd een drama want Grommers meende wat te hebben gezien bewegen en wilde per se weten wat er aan de hand was. Hij schakelde zelfs medewerkers van het tuincentrum in, nam foto's om te bewijzen dat hij iets, m.n. een van de ijsberen had zien bewegen. Maar onze heldin Sterre met haar 'pure hart', wist op slimme manier al de pogingen van Grommers te verijdelen. Toen hij weer weg was mocht zij als beloning op het rendier door de ruimte zweven en kon ze alles zien, zag nu ook de piepkleine elfjes van nog geen pink groot die in miniatuurhuisjes woonden en die vrolijk naar haar zwaaiden.

 

 

Tenslotte landde ze weer bij de Kerstman. Ze vroeg hem: Waarom doet u dit toch allemaal? 'Omdat, lieve Sterre', antwoordde hij, 'de wereld magie nodig heeft. Vooral met Kerstmis. Als ze hier rondlopen tussen onze magisch geprepareerde bomen, bij onze perfect glanzende versieringen, vergeten ze al hun zorgen. En krijgen ze zin in de mooiste tijd van het jaar. Kerst'. Mensen mogen niet weten dat wij dit doen want dan wil iedereen het zien en kunnen we de magie niet meer aanbrengen. 
 

En meneer Grommers? Hij was er ondanks allerlei verwoede pogingen niet in geslaagd te bewijzen dat er 's nachts leven in het tuincentrum was. Maar zijn vader had hem al geleerd dat 'je sommige dingen niet hoeft te bewijzen om te weten dat ze waar zijn'. Dat was misschien ook zo met die kerstsfeer in het tuincentrum – die echte magie. 'Niet omdat het echt is, maar omdat mensen het zo voelen'. En 'elk jaar voelden mensen zich hier gelukkiger!'   

   

De Kerstman tussen de bomen glimlachte. Want morgen zouden weer duizenden mensen komen om een beetje kerst mee naar huis nemen. 'Echte kerst. Magische kerst'.
'Het geheim van Kerst blijft bewaard, sst… vertel het aan niemand. Want sommige geheimen zijn te mooi om te onthullen'.

***

Je kunt je afvragen of het niet verknoeien van tijd is om zoveel aandacht aan dit kinderboekje te geven. Toch: het is maar niet een onschuldig sprookjesboek als Roodkapje en de wolf, nog afgezien van de vraag of er überhaupt 'onschuldige' boeken zijn. Als we het goed zien wordt hier een postmodern levensgevoel verpakt in naar de Bijbel ruikende termen en gedachten als blijde boodschap voor Kerst aangeboden.

Met opgepoetste kerstballen en felle flikkerlichtjes probeert de commercie een kerstgevoel op te wekken, om even sores te laten vergeten, mensen gelukkig te maken (en natuurlijk kooplust op te wekken…!). 't Is niet echt – niet vertellen – maar magie, betovering. Want als de kerstboom weer op de brandstapel gaat in januari, is het helemaal over.

 

Wij kennen ook een geheim(enis[1]) dat wél onthuld werd, dat juist uitgebazuind werd en wordt over de hele wereld! Dat is de waargebeurde geschiedenis van een 'kleine Kerstman' waar die wijzen uit de achterhoek van het Midden-Oosten met hun magie naar op zoek gingen en Hem vonden, ondanks moordende pogingen van de 'Grommers' van die tijd, de heer Herodus, om het Kind vooral altijd het zwijgen op te leggen.

Zeker ook wij hebben een 'kerstgevoel'. Omdat we gedenken hoe dit Kind als onze verlosser Jezus naar ons toekwam. Dat doen we elke week, maar in het bijzonder geven we daar eindejaar aandacht aan met verkondiging van 'grote blijdschap die voor heel het volk wezen zal'. Dat is geen geheimzinnige 'magie' waar we een tuincentrum voor nodig hebben maar ware werkelijkheid!

Nee, onze Heere Jezus Christus zien we nu nog niet met fysieke ogen. Maar door Zijn Geest en Woord kennen wij Hem, ervaren we Hem, volgen we Hem.

En zingen met elkaar:

 

Waarom verliet die Koning

zijn troon in heerlijkheid,

koos Hij bij ons zijn woning:

een mens in dienstbaarheid?

De Vader zag bewogen

de wereld in haar nood:

zijn Zoon kwam uit de hoge

tot redding van de dood.

 

Blijf zó uw Heer gedenken,

o duurgekochte kerk,

dan zal Hij u steeds schenken

om moedig, vroom en sterk,

ja, vrolijk 't kruis te dragen

als Christus' onderdaan

en op de dag der dagen

zijn troonzaal in te gaan.

 

Want Hij zal eens verschijnen

als rechter van 't heelal,

die trotsen doet verdwijnen,

maar kleinen kronen zal.

Nu zingt de kerk haar zangen,

de Geest zegt met de bruid:

Kom Heer, wij zien verlangend

naar uw verschijning uit.

 

Dát is ons kerstgevoel, ons kerstweten

 

(Hoe zal ik Hem bezingen, gezang 13 Geref. Kerkboek, bewerking Anka Brands (1918-1978)

.

 

NOOT

[1] Rom.16:25.